1. Samenvatting

1.1 Inleiding

Terug naar navigatie - 1.1. Inleiding

Voor u ligt de begroting 2022 en de meerjarenramingen voor de periode 2023 tot en met 2025 van de gemeente Montferland. Deze begroting is de laatste begroting in deze raadsperiode, welke in het teken staat van onder andere de corona-pandemie en de gevolgen hiervan op onze samenleving.

Corona
De Covid-19 pandemie heeft in 2020 en 2021 tot grote maatschappelijke en economische gevolgen geleid en zal ook in 2022 nog impact hebben. In korte tijd is de wereld in de greep geraakt van Covid-19, kortweg het coronavirus. Het is in de eerste plaats een gezondheidscrisis, die inmiddels miljoenen mensen wereldwijd raakt. De Nederlandse overheid heeft met noodzakelijke maatregelen alles in het werk gesteld om de uitbraak van het virus zoveel als mogelijk in te dammen. Helaas zijn deze maatregelen dusdanig ingrijpend geweest dat het grote mate van invloed heeft gehad op het openbare leven en op de economie. Vanaf januari 2021 zijn de vaccinaties in grote aantallen beschikbaar gekomen waardoor half augustus iedereen die dat wilde een eerste vaccinatie ontvangen kon hebben. Door de hoge vaccinatiegraad is het aantal nieuwe besmettingen sterk gedaald en zijn een groot aantal maatregelen afgeschaald. Maar alertheid is geboden. We zagen in het voorjaar dat wanneer er te rigoureus versoepeld wordt het aantal besmettingen razend snel weer kan oplopen met het herinvoeren van maatregelen als gevolg. Vanaf eind september zijn de meeste beperkingen versoepelt en komt het "oude normaal" stapje voor stapje dichterbij. 

Economische gevolgen
De Nederlandse economie heeft in 2020 de grootste naoorlogse recessie doorgemaakt. De economie is door corona 3,8% gekrompen. Toch rekenen economen op een stevig herstel in de komende jaren. De coronacrisis is diep maar duurt minder lang dan eerdere crises, zoals de laatst bekende “de kredietcrisis”.
De Nederlandse overheid heeft de afgelopen tijd via verschillende financiële steunmaatregelen voor bedrijven, zelfstandigen en maatschappelijke sectoren getracht deze gevolgen op korte termijn zo veel mogelijk te beperken. Hoe groot die economische schade uiteindelijk wordt, moet nog blijken. De steunmaatregelen hebben de meeste bedrijven door deze moeilijke periode heen geloodst. Een groot deel van de Nederlandse economie is in staat om vervolgens op eigen kracht het herstel voort te zetten. Door de steunmaatregelen van de overheid en de creativiteit van ondernemers zijn de meeste bedrijven in staat geweest om hun vaste lasten, lees personeel en huur, door te betalen. Hierdoor is tot op heden de werkloosheid gelijk gebleven en zelfs iets gedaald. Toch moeten we er rekening mee houden dat veel bedrijven besparingen gaan doorvoeren als reactie op de gedaalde omzet. Ook zullen er uiteindelijk nog ondernemingen failliet gaan. Het CPB voorspelt dat de werkloosheid in 2022 oploopt van 3,8% naar 4,1%.

Gevolgen voor de Gemeente Montferland
Naast de gevolgen voor de inwoners en ondernemers van Montferland heeft de gemeente Montferland ook te maken gekregen met oplopende kosten en wegvallende inkomsten.
Om te voorkomen dat medeoverheden door de coronacrisis in financiële problemen kwamen heeft het kabinet vanaf juni 2020 besloten tot diverse compensatiepakketten. Tot op heden (2020 en 2021) is er ruim € 2,3 miljoen aan compensatie-uitkering ontvangen.
Afgelopen maanden is het corona-herstel-plan opgesteld en door uw raad vastgesteld. In de paragraaf Corona in deze Programmabegroting geven we u een update over de te ondernemen/ondernomen activiteiten.
Ondanks de grote impact van het coronavirus zijn we druk doende om de hervormingen in het Sociaal Domein, op de "overige taakvelden" en bedrijfsvoering ook daadwerkelijk te realiseren.

Meerjarenbegroting 2022 - 2025
In tegenstelling tot voorgaande jaren kunnen wij u een sluitende meerjarenbegroting aanbieden waarbij naast de autonome ontwikkelingen (binnen de programma’s) ruimte is om nieuw beleid op te starten. Naast dit nieuwe beleid is er ruimte om een evenwichtiger financiële positie te krijgen door keuzes te maken aangaande het positieve saldo. Hiermee wordt voorkomen dat bij iedere tegenvaller er in de bezuinigingsmodus gegaan moet worden. Daarmee wordt ook voldaan aan de ambitie uit het coalitieprogramma: de financiële huishouding moet op orde zijn en worden gehouden. Dit vereist ook in de toekomst budgetdiscipline: van de organisatie, van het college en van de gemeenteraad. Alleen als wij gezamenlijk die discipline op kunnen brengen en eenzelfde uitstraling hebben, kunnen we spreken van meerjarige financiële stabiliteit.

Voor alle jaarschijven zien we zwarte cijfers. Vanaf hoofdstuk 1.1.3 zal dieper op de cijfers ingegaan worden en volgt er een analyse van de begrotingssaldi.

Begrotingscyclus
In de volgende figuur is de begrotingscyclus 2022 weergegeven.

 

De begroting die nu voor u ligt is de vierde en laatste begroting in deze raadsperiode en is gebaseerd op de meicirculaire 2021. Het Rijk voorziet de komende jaren in de eigen begroting een lagere loon- en prijsstijging dan waarmee aanvankelijk rekening werd gehouden. Vanaf 2023 is het accres neerwaarts bijgesteld als gevolg van lagere rentelasten en lagere EU afdrachten. Het gemeentefonds daalt daardoor evenredig mee. Het is wederom een bevestiging van wat we de afgelopen jaren meermalen hebben geconstateerd en jaarlijks met u hebben gedeeld tijdens de ambtelijke toelichting. De hoogte van de Algemene Uitkering is de grootste risicofactor in onze begroting.

1.1.1 Financiële huishouding

Terug naar navigatie - 1.1.1 Financiële huishouding

Ons uitgangspunt is een “gezonde financiële huishouding”. Dat wil zeggen: het beschikbaar hebben van voldoende middelen voor de benoemde taken. De afgelopen jaren zijn we volop bezig geweest om onze financiële huishouding op orde te brengen.

De saldi van de Kadernota 2022 gaven voor het eerst in jaren een positief saldo. In de kadernota zijn een tiental voorstellen gedaan aangaande nieuw beleid. In deze Programmabegroting presenteren we deze opnieuw (aangevuld met enkele nieuwe voorstellen) zodat er wel overwogen keuzes gemaakt kunnen worden over het positieve saldo alsmede de wensen aangaande nieuw beleid.

Ondanks dat de saldi in deze Programmabegroting t.o.v. de Kadernota 2022 – 2025 iets zijn verslechterd, zijn deze hoopvol te noemen. Alle jaren laten een overschot zien. Wel dient er vanaf 2023 nog een aanzienlijke taakstelling op de inkoop (oplopend tot circa € 1 mln.) te worden gerealiseerd. In de cijfermatige analyse gaan we ervan uit dat deze taakstelling voor 100% wordt gerealiseerd. In hoofdstuk 1.2.3 gaan wij nader in op de laatste stand van zaken aangaande de lopende hervormingen.

1.1.2 Kadernota 2022

Terug naar navigatie - 1.1.2 Kadernota 2022

Op 8 juli 2021 heeft u de Kadernota 2022 vastgesteld. Behalve de uitgangspunten voor de (meerjaren)begroting 2022 - 2025 zijn ook de te verwachten financiële ontwikkelingen voor de komende jaren vastgelegd. De Kadernota 2022 liet een verbetering zien ten opzichte van de begroting 2021. Er is sinds jaren weer een positief saldo waarbij de mogelijkheid geboden is om keuzes te maken over de bestemming van deze verwachte begrotingssaldi.

Het "nieuw beleid 2022-2025" is verder uitgewerkt in deze Programmabegroting en het is aan de gemeenteraad om te bepalen welke nieuwe voorstellen aangenomen worden. Tevens zijn de amendementen en moties aangaande de Kadernota 2022 financieel verwerkt in deze Programmabegroting. Zo is er in 2022 € 50.000 beschikbaar gesteld om tot een brede en vernieuwende visie op het buitengebied te komen, de OZB is bevroren, er is € 65.000 beschikbaar gesteld om onze mantelzorgers een compliment te geven. Tevens is er besloten om een budget van € 300.000 per jaar tot en met 2025, beschikbaar te stellen vanuit de grondexploitatie voor het neerzetten van een ambtelijk team welke zorgt voor kwaliteit en uitwerking van de plannen om de woningbouw een kwaliteitsimpuls te geven.

Ontwikkelingen na de Kadernota 2022
Na vaststelling van de Kadernota 2022 zijn er diverse ontwikkelingen op ons afgekomen die onze financiële positie zowel positief als negatief hebben beïnvloed. Een grote ontwikkeling is die van de Algemene Uitkering in de meicirculaire. In de volgende alinea's gaan we hier nader op in.

Accres
Het Rijk voorziet de komende jaren in de eigen begroting een lagere loon- en prijsstijging dan waarmee aanvankelijk rekening werd gehouden. Deze daling bedraagt macro € 127 miljoen in 2022 en loopt op tot € 396 miljoen in 2025. Vanaf 2023 is het accres neerwaarts bijgesteld als gevolg van lagere rentelasten en lagere EU afdrachten.
Het gemeentefonds daalt derhalve evenredig mee. We krijgen “minder meer” ten opzichte van de septembercirculaire 2020. Voor Montferland betekent dit een nadeel van € 229.000 in 2022 oplopend tot € 715.000 in 2025.

Als we alle plussen en de minnen salderen kunnen we concluderen dat we per saldo voor 2022 € 372.000 meer ontvangen van het Rijk en vervolgens een afname naar € 36.000 in 2025. In afwachting van het nieuwe kabinet zijn de verwachte investeringen nog niet meerjarig doorvertaald in de accressen.

De resultaten in de jaren 2022 tot en met 2025 worden met name veroorzaakt door de bijstelling van het accres aan de ene kant en aanpassing van eenheden/maatstaven aan de andere kant.

Sociaal Domein
De jeugdzorg, met een tekort van € 1,7 miljard landelijk, is een grote uitdaging voor gemeenten. De minister van Volksgezondheid, welzijn en sport heeft extra gelden beschikbaar gesteld in de meicirculaire. Voor jaarschijf 2021 levert dit voor Montferland een bedrag op van € 812.000 incidenteel. In de meicirculaire is tevens bevestigd dat ook in 2022 een incidentele compensatie voor de jeugdzorg aan gemeenten beschikbaar wordt gesteld. Het gaat om een bedrag van macro ruim € 1,3 miljard. Het gaat voor Montferland om een indicatief bedrag van € 2.443.552. De definitieve bedragen worden in de septembercirculaire bekend. Dit bedrag komt boven op de € 300 miljoen (macro) die al eerder in de septembercirculaire 2020 is verstrekt. Dit was voor Montferland een bedrag van € 548.000. Naast deze incidentele compensaties is afgesproken dat gemeenten maatregelen uit gaan voeren waarmee in 2022 € 214 miljoen wordt bespaard op jeugdzorguitgaven. Een structurele oplossing voor deze problematiek is aan het nieuwe kabinet.
Wel hebben het Rijk en de VNG overeenstemming bereikt over het opnemen van een stelpost voor de Jeugdzorg voor de jaren 2023 en verder. Gemeenten mogen voor deze jaren een stelpost opnemen van 75 procent van de compensatie voor 2022. Voor onze gemeente een bedrag van € 1,8 miljoen. Overigens hebben we al rekening gehouden met een compensatie van € 300 miljoen macro (voor ons € 548.000) in onze begroting. Hoewel het nog niet met zoveel woorden is gezegd lijkt het erop dat de nieuwe toegestane stelpost in de plaats komt van de eerder toegestane stelpost. In dat geval zouden we nog circa € 1,3 miljoen op mogen nemen. Dit hebben we echter in onze begroting 2022 nog niet gedaan omdat we eerst definitieve besluitvorming van het nieuwe kabinet af willen wachten en de financiële vertaling hiervan in de circulaires van het Rijk. De incidentele compensatie voor 2022 is in deze begroting grotendeels toegevoegd aan de reserve Sociaal Domein.

Voor de Voogdij/18+ wordt tot en met 2021 het historisch verdeelmodel gehanteerd. Ingaande 2022 gaan we over naar een nieuw woonplaatsbeginsel: de voogdijregeling wordt afgeschaft en de gemeenten worden verantwoordelijk voor de kinderen die vanuit de eigen gemeente ter behandeling worden doorgezonden. Op grond van deze nieuwe regeling ontvangen we met ingang van 2022 structureel een bedrag van € 814.000 meer dan ten opzichte van de oude regeling. Omdat de kosten ook in 2021 hoger zijn dan de inkomsten ontvangen we incidenteel € 526.000 om deze kosten te dekken. Deze bedragen zullen we op voorhand toevoegen aan de reserve Sociaal Domein.

Herverdeling Gemeentefonds
De herverdeling van het gemeentefonds is al langere tijd aanstaande. Begin februari jl. heeft het Rijk een voorstel gedaan voor de herverdeling van het gemeentefonds. Dit voorstel bracht een grote verschuiving met zich mee, zo'n 60% van de gemeenten ging er op vooruit, ca 40% van de gemeenten ging er op achteruit. Voor Montferland betekende het voorstel een vooruitgang van € 1.370.000 welke gefaseerd doorgevoerd zou worden. Vanaf 2025 zouden we dan het volledige bedrag ontvangen. Dit komt overeen met ca € 38 per inwoner. Sinds juli jl. zijn twee actualisaties gemaakt op het voorstel van februari. Voor Montferland betekent het geactualiseerde concept-voorstel een verhoging van het bedrag van € 38 naar € 54 per inwoner ten opzichte van het uitgewerkte voorstel van begin dit jaar. Totaal bedraagt de vooruitgang dan € 1.944.000. Zoals al meermaals aangegeven is, wijzigt het bedrag nog elke keer en kunnen we geen enkele aanspraak maken op de huidige voorstellen.

Op basis van het aangepaste voorstel zal de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) uiteindelijk zijn advies uitbrengen, naar verwachting eind september 2021. Na ontvangst en weging van het definitieve advies van de ROB start de VNG de consultatie bij gemeenten.
De daadwerkelijke invoering van het nieuwe verdeelmodel wordt overgelaten aan het nieuwe kabinet. Inwerkingtreding is op dit moment voorzien per 1 januari 2023, de publicatie van de definitieve resultaten moet dan uiterlijk plaatsvinden in de meicirculaire 2022.
De onduidelijkheid en onvrede binnen nadeel-gemeenten aangaande de definitieve uitkering uit het Gemeentefonds maakt dat we behoudend ramen. Ook in de communicatie met de Provincie Gelderland werd duidelijk dat zij adviseren behoudend te begroten en het voordeel in het nieuwe model vooralsnog niet mee te nemen in deze Programmabegroting. We nemen het advies van de Provincie Gelderland over. De 0-lijn handhaven doet recht aan de huidige, onzekere, tijd. De stelpost herverdeling Gemeentefonds, die was opgenomen in de begroting 2021 – 2024, is vrijgevallen conform de Kadernota 2022.

Het vormen van een egalisatiereserve was als optie opgenomen in de Kadernota 2022. Doel van deze egalisatiereserve is om de schommelingen aangaande het gemeentefonds te reduceren. Aangezien er nog geen duidelijkheid is omtrent het gemeentefonds wordt er op dit moment geen egalisatiereserve hiervoor gevormd.

1.1.3 Begrotingssaldo 2022 - 2025

Terug naar navigatie - 1.1.3 Begrotingssaldo 2022 - 2025

Op basis van de bekend zijnde ontwikkelingen, sommige concreet en sommige op basis van aannames, is de conclusie dat onze begrotingssaldi aanzienlijk zijn verbeterd ten opzichte van de vorige begroting.

Onderstaand overzicht geeft het meerjarig begrotingsperspectief weer (incl. coalitieprogramma en incl. het nieuw beleid).
In paragraaf 1.2 zullen we dit nader toelichten.

We zien dat alle jaarschijven een positief saldo laten zien. Het nieuw beleid 2022-2025 en amendementen uit de Kadernota kunnen voldaan worden uit de geraamde overschotten op de begroting.

Hoe verhoudt dit saldo zich ten opzichte van hetgeen wij hadden verwacht?
De afgelopen jaren zijn we volop bezig geweest om onze financiële huishouding op orde te brengen. Mede daardoor zijn de saldi in deze Programmabegroting zeer hoopvol echter vanaf 2023 iets lager dan gepresenteerd bij de Kadernota 2022 - 2025. Alle jaren laten een overschot zien, maar hierbij moet aangemerkt worden dat er vanaf 2023 nog een aanzienlijke taakstelling op de inkoop gerealiseerd dient te worden. Met de hierboven gepresenteerde cijfers gaan we ervan uit dat deze taakstelling daadwerkelijk wordt gerealiseerd. 

Beoordeling Provincie
Om, net zoals voorgaande jaren, voor repressief toezicht in aanmerking te komen, dient:

  • De begroting 2022 reëel en structureel in evenwicht te zijn;
  • Als dat niet het geval is, dient aangetoond te worden dat de meerjarenraming uiterlijk in 2025 reëel (=realistische ramingen) en structureel in evenwicht is. M.i.v. 2020 is het volgende hierbij gekomen:
    • Bij de beoordeling van het structureel en reëel evenwicht, beoordelen zij of er sprake is van een opschuivend perspectief. Daarmee wordt bedoeld dat het niet is toegestaan om ieder jaar opnieuw een (meerjaren)begroting aan te bieden waarbij uitsluitend de laatste jaarschijf in evenwicht is.

Concreet: de jaarschijf 2022 moet structureel sluitend zijn, dus na eliminatie van de incidentele baten en lasten. Het alternatief is een structureel sluitende meerjarenbegroting (geënt op de jaarschijf 2025) en aantoonbaar geen sprake van opschuivend perspectief.

Zoals reeds gememoreerd zijn er voor het eerst in jaren meerjarig positieve begrotingssaldi te zien. Na toevoeging van het nieuw beleid 2022-2025 en het elimineren van incidentele posten laten de cijfers een sluitende begroting zien voor 2025. In bijlage 4.6 zullen we dit nader toelichten.

1.2 Financiële uitkomsten

Terug naar navigatie - 1.2. Financiële uitkomsten

Het begrotingsperspectief 2022 - 2025 is als volgt opgebouwd.  

De voornaamste uitgangspunten en enkele kanttekeningen zijn, dat:

  • Het gaat om bestaand beleid (incl. Coalitieprogramma en excl. nieuw beleid 2022 - 2025);
  • De lasten en baten 2023-2025 zijn geraamd in constante prijzen, prijsniveau 2022;
  • De hervormingen voor 100% worden gerealiseerd.

1.2.1. Bestaand beleid

Terug naar navigatie - 1.2.1. Bestaand beleid

De Kadernota 2022, vastgesteld op 8 juli 2021, toonde aan dat het structurele begrotingsbeeld vanaf 2022 voor het eerst in jaren weer positief was. We zagen dat het gepresenteerde overschot voor het grootste gedeelte voor rekening komt van een grotere bijdrage vanuit de rijksoverheid. De bijdragen van het Gemeentefonds en de algemene uitkering is en blijft een onzekere factor en de uitkomsten zijn iedere keer een verrassing. De trap-op-trap-af discussie is bekend.

De uitkomsten van de begroting 2022 zijn iets minder positief dan het geschetste beeld bij de Kadernota 2022. Dit heeft wederom te maken met de uitkering vanuit de rijksoverheid. Deze uitkering is hoger dan becijferd in de begroting 2021 maar is lager dan verwacht ten opzichte van de kadernota 2022. Het huidige demissionair kabinet laat grote beslissingen over aan een nieuw kabinet. Derhalve krijgen we nu "minder meer".

In de navolgende analyse geven wij de ontwikkelingen weer sinds de vaststelling van de begroting 2021. We richten ons hierbij op de jaarschijf 2022. De conclusie is dat het saldo van het bestaande beleid met € 812.000 is verbeterd.

Van begroting 2021 naar begroting 2022:

De afwijkingen zullen we toelichten:

Nominale ontwikkelingen
Algemeen:
Loon- en prijsindexering zorgen er voor dat de ramingen afnemen ten opzichte van de begroting 2021. In totaliteit zijn de netto minderkosten € 156.000. In de Kadernota 2022 is hier reeds rekening mee gehouden. Ten opzichte van de Kadernota 2022 is er zelfs een voordeel van € 120.000.

Loonkosten:
De stijging van de loonsom wordt volledig veroorzaakt door niet-beïnvloedbare cao-ontwikkelingen en stijging van wettelijke premies. In de Kadernota 2022 was hier reeds op geanticipeerd en zijn we uitgegaan van een indexering van 1,2%.

Prijsstijgingen:
Voor de inflatiegevoelige uitgaven zijn we uitgegaan van een inflatieaanpassing met 1,4% en een prijsaanpassing van de budgetsubsidies met 1,27% conform vastgesteld in de Kadernota 2022.

Dekking door verhoging eigen inkomsten:
Voor onze eigen inkomsten verhogen wij de tarieven conform de indexering van 1,4%. Conform amendement A1 uit de kadernota is de OZB vrijgesteld van deze indexering en zijn de tarieven gelijk gehouden. Ten opzichte van de begroting 2021 zien we een voordeel van € 67.000, maar bij het opstellen bij de Kadernota 2022 hebben we rekening gehouden met de inflatiecorrectie. Derhalve betekent dit een nadeel van € 101.000.

Compensatie gemeentefonds:
Het gemeentefonds geeft een hoger dan verwachte compensatie. Binnen het gemeentefonds voorzien we € 651.000 meer aan inkomsten. Het netto resultaat wordt veroorzaakt door neerwaartse bijstellingen van de accressen en de opwaartse bijstelling van diverse eenheden/maatstaven.

Hogere beheerskosten vm. Gemeentehuis Didam
De beheerskosten - zoals energie, onderhoudskosten, schoonmaakkosten etc. – zijn naar werkelijkheid bijgeraamd. De hogere kosten bedragen circa € 40.000.

Laborijn
Laborijn is de uitvoeringsorganisatie van arbeidsparticipatie, arbeidsondersteuning en bijstand. De gemeente Montferland neemt alleen deel aan deze gemeenschappelijke regeling voor uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (smalle deelnemer). Ten opzichte van de begroting 2021 is er een voordeel behaald van € 98.000. Laborijn heeft de afgelopen jaren een aantal bezuinigingsoperaties op touw gezet (in opdracht van deelnemende gemeenten) om te komen tot een efficiënt opererende organisatie. Dit werpt nu zijn vruchten af. De kostenkant wordt steeds beheersbaarder en aan de inkomstenkant ziet Laborijn ook de inkomsten harder stijgen. Daarnaast daalt het aantal mensen in de WSW waardoor de bijdrage lager wordt.

Inkoop Sociaal Domein aangaande Beschermd Wonen
De nieuwe aanbesteding Beschermd Wonen levert ten opzichte van onze meerjarenbegroting 2021 -2024 een incidenteel positief resultaat op van € 321.000.
Het positieve resultaat is van oorsprong een bedrag van € 643.000. Echter een bedrag van € 322.000 is toegerekend aan de taakstelling inkoop. Een bedrag van € 321.000 gaat als voordeel naar de exploitatie. Er zijn twee aspecten van belang waarom Beschermd Wonen voorlopig incidenteel wordt becijferd. Ten eerste speelt bij Beschermd Wonen de doordecentralisatie. Hoe dit er exact uit gaat zien is nog niet duidelijk. In de loop van 2022 wordt dit naar verwachting bekend. Daarnaast is er de overgang van cliënten Beschermd Wonen naar de WLZ, Wet Langdurige Zorg. Deze ontwikkelingen zijn dermate onzeker dat dit enkel incidenteel ingeboekt kan worden. Wanneer we meer inzicht hebben kunnen we meerjarig een bijstelling doen.

Jeugdgezondheidszorg
Binnen de jeugdgezondheidszorg wordt een nadeel behaald van € 61.000 ten opzichte van de begroting 2021. Dit heeft twee oorzaken. Ten eerste gaat de bijdrage aan de GGD (onderdeel jeugdgezondheid) met € 12.000 omhoog. Dit betreft regulier indexatie alsmede verhoging in verband met uitbreiding van het vaccinatieprogramma met de meningokokkenvaccinatie bij jongens. Ten tweede is het budget voor Yunio aangaande uitvoering jeugdgezondheidszorg al jaren te laag geraamd. Onder andere door corona is vorig jaar e.e.a. niet uitgevoerd en daardoor is het budget vorig en dit jaar niet verhoogd conform begroting Yunio. Dat doen we voor 2022 wel. Hierdoor hebben we een nadeel van € 49.000.

Gezondheidszorg
Binnen de gezondheidszorg zien we een nadeel van € 41.000. Meerdere aspecten zijn hier de oorzaak van. Ten eerste gaat de bijdrage aan de GGD (onderdeel volksgezondheid) met € 27.000 omhoog. Dit betreft regulier indexatie, extra budget voor GIDS-gelden alsmede verhoging in verband met uitbereiding van vaccinatieprogramma met de HPV-vaccinatie. Daarnaast voorzien we extra uitgaven voor de aangeschafte AED’s in onze gemeente. Deze moeten verzekerd worden en er dient onderhoud gepleegd te worden. Dit brengt € 14.000 aan kosten met zich mee.

Sanering St Joristerrein
Door B&W en de Raad is besloten om een tijdelijk zonnepark aan te leggen op het terrein van VV Sint Joris in Braamt voor de duur van 15 jaar. Voordat dit zonnepark aangelegd kan worden dient het terrein gesaneerd te worden. Bij deze sanering worden de leegstaande gebouwen, bouwwerken en voorzieningen van de voormalige voetbalvereniging Sint Joris, zoals kantine, kleedruimte, parkeerplaats, ballenvangers, lichtmasten en elektraleidingen verwijderd. De kosten in 2022 worden geschat op € 58.000. Deze kosten worden gecompenseerd met inkomsten die gegenereerd worden in verband met het plaatsen van een zendmast. Echter, de inkomsten zullen in 25 jaartermijnen ontvangen worden van de eigenaar van de zendmast. Derhalve een nadeel in 2022 van € 50.000.

Aanpassing bijdrage loonkostensubsidie WSW
Per 1-1-2018 is de groenploeg (WSW) die werkzaam was bij Laborijn overgenomen door de gemeente Montferland. Afgesproken is dat de gemeente Montferland een vergoeding ontvangt van Laborijn, zijnde de loonkostensubsidie WSW. Door het uit dienst gaan van werknemers daalt de loonkostensubsidie die wij ontvangen van Laborijn. In totaal ontvangen we € 140.000 minder dan begroot. Daarnaast daalt de loonkostensubsidie aangaande de participatiewet. Nadeel hiervan is begroot op € 45.000. Totaal nadeel € 185.000.

Armoede en schuldenbeleid
In totaal wordt de post armoede en schuldenbeleid met € 50.000 structureel verhoogd. De tendens is dat er meer kwijtschelding wordt verleend, waardoor vanaf 2022 de kwijtschelding van belastingen met € 25.000 wordt verhoogd. Verder is de subsidie schuldhulpmaatje verhoogd. Tot slot wordt het budget voor de zorgkosten verhoogd voor armoedebestrijding bij kinderen.

Uitvoering re-integratiebeleid
De geraamde uitgaven van het Participatie budget worden in deze begroting bijgesteld aan de hand van de met de meicirculaire 2021 van het Gemeentefonds gepubliceerde bedragen re-integratie klassiek in de Algemene Uitkering en Integratie Uitkering Sociaal Domein-Participatie (componenten Nieuw Wajong en Nieuw begeleiding). Voor 2022 vindt er een bijstelling plaats van € 110.000.

Wegbeheer
De lasten nemen toe met € 51.000 als gevolg van benodigd onderhoud voor bluswatervoorzieningen opengeboorde putten e.d. en vergoeding brandkranen Vitens. Beide onderdelen bedragen ruim € 25.000.

Lagere legesopbrengsten
Voor 2022 en 2023 worden er minder leges reisdocumenten verwacht. Dit betreft een correctie in verband met de verlenging van geldigheid van de paspoort van 5 naar 10 jaar. Hierdoor is de bijstelling dat er minder reisdocumenten worden afgegeven dan begroot. Verder verwachten we een lagere omzet VOG en gezondheidsverklaringen. Deze verklaringen worden steeds meer door de burgers zelf digitaal aangevraagd. Nadeel van € 38.000.

Minder doorbelasting van interne uren aan grondexploitatie / investeringen / tarieven
Voor 2022 en verdere jaren worden er minder interne uren doorbelast aan onze grondexploitatie, investeringen en tarieven leges. In onze exploitatie betekent dit een nadeel van € 152.000 ten opzichte van vorig jaar. We zien bij de grondexploitatie een daling van de doorbelasting met € 236.000 door een afname van de activiteiten in de div. complexen. Meerdere complexen zijn in 2020 en 2021 afgerond. Daartegenover zien we wel een stijging in de doorbelasting aan de investeringen.

Algemene uitkering
De bedragen in deze begroting zijn gebaseerd op de meicirculaire 2021. Netto voordeel in deze Programmabegroting is € 511.000. Het netto voordeel ten opzichte van de Kadernota 2022 bedraagt € 372.000. In 2024 bedraagt het nadeel echter € 345.000. In de jaren 2023 en 2025 zijn de verschillen marginaal. Het netto resultaat wordt veroorzaakt door neerwaartse bijstellingen van de accressen en de opwaartse bijstelling van diverse eenheden.

Incidentele compensatie jeugdzorg
De jeugdzorg is een uitdaging voor gemeenten. De minister van Volksgezondheid, welzijn en sport heeft extra gelden beschikbaar gesteld in de meicirculaire. Het gaat voor Montferland om een indicatief bedrag van € 2.443.552. De definitieve bedragen worden in de septembercirculaire bekend. Van dit bedrag is € 500.000 gebruikt voor het regulier beleid en het nieuw beleid 2022-2025. Het resterende deel ad. € 1.943.552 wordt toegevoegd aan de reserve Sociaal Domein.

Hogere kosten informatie (o.a. Wet Open Overheid + aanvullende modules)
In het kader van de Wet Open Overheid (WOO) ontvangen we binnen de algemene uitkering uit het gemeentefonds in de periode 2022 tot en met 2025 bedragen variërend van € 114.000 in 2022 tot € 154.000 in 2025. Deze bedragen worden gereserveerd voor de betreffende werkzaamheden. De wet beoogt de gehele overheid transparanter en toegankelijker te maken. De middelen bestaan uit zowel incidentele als structurele middelen. De incidentele middelen zijn bestemd voor het verbeteren van systemen, het opleiden van medewerkers en het aanpassen van processen en de organisatie. De structurele middelen zijn bedoeld voor de actieve openbaarmaking van de informatiecategorieën zoals deze in de wet zijn genoemd, voor het aanwijzen van een contactfunctionaris en voor het beheer van onderhoud en systemen.
Naast de verhoging voor de WOO (overigens budgettair neutraal voor de begroting) bedraagt de verhoging in 2022 nog € 65.000. Dit betreft een inflatiecorrectie van € 15.000 en de aanschaf van nieuwe modules voor € 50.000 (o.a nieuwe corsa modules en uitbreiding Pulse).

Lagere onttrekking reserve onderwijshuisvesting
Onze onderwijshuisvestingkosten worden gedekt uit de onderwijshuisvestingsreserve. Voor 2022 kunnen we in totaal € 156.000 minder onttrekken uit deze reserve (nadeel) en komt dit ten laste van de exploitatie. De komende 40 jaar moeten er meer kosten gedekt worden uit deze reserve waardoor de jaarlijkse onttrekking daalt. Dit heeft twee oorzaken.
Ten eerste de GRHVOL. De bijdrage van de deelnemende gemeenten werd in het verleden kunstmatig laag gehouden door het aanspreken van de egalisatiereserve die door de GRHVOL aangehouden werd. Deze is nu leeg (en negatief geworden) waardoor de bijdrage in 2022 hoger is dan die in 2021. Echter het grootste nadeel wordt veroorzaakt door het nieuwe IKC waarvoor additioneel € 557.000 aan kapitaallasten worden geraamd. De onttrekking uit de onderwijshuisvestingsreserve daalt door deze extra lasten waardoor er meer kosten op de exploitatie drukken.

1.2.2 Nieuw Beleid

Terug naar navigatie - 1.2.2 Nieuw Beleid

Ieder jaar is er ook sprake van “nieuw beleid”. Voor 2022 en verder leven er een aantal beleidswensen vanuit het college welke voortkomen uit:

• Het in werking treden van nieuwe of gewijzigde regelgeving;
• Noodzakelijk/aanvullende maatregelen om de beoogde doelstellingen te realiseren;
• Actualisatie/bijstelling van beoogde doelstellingen, bijvoorbeeld omdat deze niet meer actueel/realistisch zijn;
• Coalitieprogramma 2018 - 2022.

In bijlage 4.1 vindt u het nieuw beleid welke voorgesteld wordt op te nemen in de begroting 2022 - 2025.

1.2.3 Status Hervormingen en pakket aan maatregelen bedrijfsvoering en overige taakvelden

Terug naar navigatie - 1.2.3 Status Hervormingen en pakket aan maatregelen bedrijfsvoering en overige taakvelden

Hervormingen
Bij raadsbesluit van 26 oktober 2017, raadsbesluit 18 april 2019 en raadsbesluit 7 november 2019 zijn voor een totaalbedrag van ruim € 5 miljoen aan maatregelen besloten. Voor 2021 wordt voor ca € 4,2 miljoen begroot aan hervormingen en is de inschatting dat 95% van deze maatregelen wordt gerealiseerd. Bij hoofdstuk 4 "bijlagen" is de monitor bezuinigingen 2017 en 2019 bijgevoegd. Voor de begroting 2022 – 2025 gaan we ervan uit dat de bezuinigingen 2017 en 2019 volledig worden gerealiseerd. Concreet betekent dit voor 2022 een bedrag van € 4.931.000, voor 2023 een bedrag van € 5.243.000 en vanaf 2024 een bedrag van € 5.170.000.

Maatregelen bedrijfsvoering en overige taakvelden
Allereerst nog even ter herinnering de opgave welke door de raad is besloten:

De bezuinigingen zijn in 3 onderdelen onder te verdelen:
1. Personeel
2. Overige taakvelden
3. Inkoop

Personeel
Bij de besparingen omtrent het personeel ligt een strategische personeelsplanning (opgesteld door de afdelingshoofden) ten grondslag.
Voor 2021 wordt de besparing op personeel gehaald. Voor 2022 en verdere jaren is de verwachting dat dit ook gaat lukken.

Overige taakvelden
De besparing op de overige taakvelden betreffen een 15-tal maatregelen. Veelal zijn het maatregelen door dingen gewoonweg niet meer te doen of te versoberen.
De meeste maatregelen zijn nog in uitvoering, maar de verwachting is dat deze conform afspraak ook gewoon gerealiseerd gaan worden.

Inkoop
De besparingen binnen de inkoop voor de jaren 2021 en 2022 zijn grotendeels incidenteel opgelost. Echter, de besparingen (in het algemeen) hebben een structureel karakter. Vanaf 2023 is de nog te realiseren besparing op de inkoop € 609.552 en vanaf 2024 is dit een bedrag van € 1.021.552.

Het incidenteel blijven invullen van deze besparingen is niet de oplossing. Hier moet een structurele besparingen tegenover staan. Er is met een inkoop analyse gestart door een extern bureau. Dit bureau benchmarkt de inkoop met andere gemeenten en doet een scan of er inkoop efficiëntie mogelijk is. Indien mogelijk dan zal deze tegenover de nog openstaande inkoopbesparingen worden afgezet. Mocht dit niet lukken, dan is het advies de openstaande besparing vanaf 2023 te betrekken bij de begroting 2023 - 2026.

1.2.4 Algemene reserve

Terug naar navigatie - 1.2.4 Algemene reserve

De Algemene reserve is een belangrijke component binnen onze weerstandscapaciteit. 

De actuele stand van de Algemene Reserve is als volgt:

Conform de Nota Reserves en Voorzieningen 2018 streven we met ingang van 2019 naar een weerstandsratio van minimaal 2,0 (uitstekend).

De conclusie is dat de hoogte van de Algemene Reserve van uitstekende omvang is. De berekende ratio bedraagt namelijk 6,72.
Hierbij dient opgemerkt te worden dat na vaststelling van de nota reserves en voorzieningen, in november 2018, is besloten om het saldo ad. € 15,1 miljoen van de reserve verkoop aandelen Nuon in de bepaling van de beschikbare weerstandscapaciteit te betrekken.

De weerstandsratio - exclusief deze Nuonreserve - bedraagt 2,13, waardoor op dit moment onze algemene reserve voldoende is om de op dit moment bekende zijnde risico’s te kunnen afdekken.

Het verloop van de algemene reserve blijft grotendeels afhankelijk van onze grootste bron van inkomsten (tevens ook grootste afhankelijkheid), zijnde de Rijksoverheid. De bijdragen van het Gemeentefonds en de algemene uitkering zijn en blijven onzekere factoren en de circulaires zijn iedere keer weer een verrassing. 

In 2022 zal aan de nieuwe raad een nieuwe nota reserves en voorzieningen aangeboden gaan worden. Eén van de voorstellen in deze nieuwe nota zal zijn dat er een bandbreedte aangegeven wordt waarbinnen het saldo van de Algemene Reserve zich moet bevinden. Deze bandbreedte geeft, naast het weerstandsvermogen, een snel en helder beeld van de mogelijkheden die er zijn met het saldo van de Algemene Reserve.

1.2.5 Reserve Sociaal Domein

Terug naar navigatie - 1.2.5 Reserve Sociaal Domein

De actuele stand van de Reserve Sociaal Domein is als volgt:

Jeugdzorg
De jeugdzorg, met een tekort van € 1,7 miljard landelijk, is een uitdaging voor gemeenten. De minister van Volksgezondheid, welzijn en sport heeft extra gelden beschikbaar gesteld in de meicirculaire. Voor jaarschijf 2021 levert dit voor Montferland een bedrag op van € 812.000 incidenteel. In de meicirculaire is tevens bevestigd dat ook in 2022 een incidentele compensatie voor de jeugdzorg aan gemeenten beschikbaar wordt gesteld. Een structurele oplossing voor deze problematiek is aan het nieuwe kabinet.
Het gaat voor Montferland om een indicatief bedrag van € 2.443.552. De definitieve bedragen worden in de septembercirculaire bekend. Van dit bedrag is € 500.000 gebruikt voor het regulier- en nieuw beleid 2022-2025. Het resterende deel ad. € 1.943.552 wordt toegevoegd aan de reserve Sociaal Domein.

De Provincie geeft de mogelijkheid om 75% van de incidentele compensatie op te nemen in begroting 2023 ev. Echter, gezien onduidelijkheid over het bedrag in de toekomst en niet onnodig “opblazen” van de begroting is er voor gekozen deze niet mee te nemen.

Voogdij/18+
Voor de Voogdij/18+ wordt tot en met 2021 het historisch verdeelmodel gehanteerd. Ingaande 2022 gaan we over naar een nieuw woonplaatsbeginsel: de voogdijregeling wordt afgeschaft en de gemeenten worden verantwoordelijk voor de kinderen die vanuit de eigen gemeente ter behandeling worden doorgezonden. Op grond van deze nieuwe regeling ontvangen we met ingang van 2022 structureel een bedrag van € 814.000 meer dan ten opzichte van de oude regeling.

Voor 2021 ontvangen we een compensatie van € 506.000 omdat het budget voogdij en/of 18+ dat we ontvangen niet aansluit bij de kosten die we twee jaar geleden (dus in 2019) hebben gemaakt. De bedragen vloeien voort uit een compensatieregeling voor de jaren 2017 tot en met 2021 die met gemeenten is afgesproken. Daarnaast ontvangen we dit jaar een vergoeding voor LPO (loon-en prijsontwikkelingen) van € 20.000.
Al deze bedragen zullen we op voorhand toevoegen aan de egalisatiereserve voor het sociaal domein.

Ontwikkeling
Zoals de ontwikkelingen nu zijn stijgt de reserve sociaal domein van € 1,5 miljoen in 2021 naar ca. € 8 miljoen eind 2025. Deze reserve is/wordt aangesproken om tekorten in het Sociaal Domein te kunnen verrekenen alsmede (innovatieve) projecten te financieren.

We zien al langer dat er autonome ontwikkelingen zijn die leiden tot stijging van de vraag naar Wmo-maatwerkvoorzieningen, denk aan de vergrijzing, de ambulantisering van de zorg en het abonnementstarief. Op deze ontwikkelingen hebben we als gemeente geen invloed. Deze ontwikkelingen leggen echter een groot beslag op de beperkte financiële middelen van de gemeente. 
Het beheersbaar houden van de kosten is ook voor 2022 een speerpunt. We koppelen dit aan de speerpunten in het voorliggend veld, preventie en samenwerking.

Zoals reeds gememoreerd bij de Algemene Reserve zal in 2022 aan de nieuwe raad een nieuwe nota reserves en voorzieningen aangeboden gaan worden. Hoe in de toekomst om te gaan met de Reserve Sociaal Domein zal hier onderdeel van uitmaken.

1.2.6 Woonlasten

Terug naar navigatie - 1.2.6 Woonlasten

De belastingverordeningen 2022 liggen in november 2021 aan de gemeenteraad ter vaststelling voor. De berekeningen van de belastingopbrengsten in deze begroting is gebaseerd op de tariefvoorstellen uit deze belastingverordeningen 2022. Daarnaast is amendement A1 uit de kadernota 2022 meegenomen als separate berekening in deze programmabegroting. Amendement houdt in: Indien in de meerjarenbegroting 3 van de 4 jaren (2022-2025) een positief saldo laten zien, en het totale saldo van de 4 jaren gezamenlijk minimaal € 1,5mln positief is, het tarief van de OZB-woningen te bevriezen.

De totale woonlasten voor een gemiddeld huishouden (afvalstoffenheffing, rioolheffing en OZB) stijgen in 2022 met 1,5% (€ 13) ten opzichte van de geraamde woonlasten gemiddeld huishouden voor 2021.
De stijging in 2022 wordt veroorzaakt door een verhoging van de tarieven voor afvalstoffenheffing vastrecht (1%), de rioolheffing (4%) en OZB (0%). 

Voor een nadere toelichting verwijzen we u graag naar de paragraaf G. Lokale heffingen.