Meer
Publicatiedatum: 18-09-2020

Inhoud

Programma onderdelen

1. Samenvatting

1.1. Inleiding

Voor u ligt de begroting 2021 en de meerjarenramingen voor de periode 2022 tot en met 2024 van de gemeente Montferland. Deze begroting is de voorlaatste in deze raadsperiode, welke in het teken staat van bezuinigingen. Los van de grote impact van het coronavirus zijn we momenteel druk doende om de hervormingen uit 2019 te realiseren. Naast het lopende beleid bevat deze begroting ook de vertaling van het coalitieprogramma, maar ook van het nieuw beleid voor de jaren 2021 - 2024 voortkomend uit opdrachten van de raad, maatregelen voor de bedrijfsvoering en regelgeving vanuit het rijk.

 

Het gemeentelijk takenpakket kenmerkt zich door grote uitdagingen. Ook dit jaar wordt aan uw raad een pakket aan maatregelen voorgelegd om te komen tot een sluitende begroting in meerjarenperspectief. Hiertoe is op 9 juli jl. door uw raad via een amendement op de Kadernota 2021 - 2024 besloten. Dit pakket aan maatregelen zal separaat aan u worden voorgelegd. In de begrotingsvergadering moet door u besloten worden hoe een taakstelling van ruim € 3 mln. reëel en concreet ingevuld gaat worden. Dit wordt dan de eerste wijziging op de Programmabegroting 2021 - 2024. Op de programma's is nog niet voorgesorteerd op de voorgestelde bezuinigingen uit het maatregelenpakket.

 

Wij kunnen u een sluitende meerjarenbegroting 2021 - 2024 aanbieden met dien verstande dat de opgenomen taakstellingen van in totaal € 0,8 mln. voor 2021 oplopend tot € 3,3 mln. vanaf 2024 ook concreet en reëel moeten worden ingevuld. Voor de jaarschijf 2021 en 2022 is hiervoor een onttrekking uit onze Algemene Reserve van in totaal circa € 3,3 miljoen noodzakelijk. Onze Algemene Reserve zal niet meer toereikend zijn, daarom zal er vanuit de reserve Grondexploitatie een bedrag van circa € 1,8 miljoen worden overgeheveld naar onze Algemene Reserve.

 

Vanaf jaarschijf 2023 sluit de Programmabegroting, inclusief de ingevulde taakstelling, met een positief saldo. Deze positieve saldi vanaf 2023 kunnen bijdragen aan het noodzakelijke vet op de botten. Daarmee wordt ook verder gewerkt aan de ambitie uit het coalitieprogramma: de financiële huishouding moet op orde zijn en worden gehouden.Dat vereist budgetdiscipline: van de organisatie, van het college en van de gemeenteraad. Alleen als wij gezamenlijk die discipline op kunnen brengen en daar ook naar handelen, kunnen we spreken van meerjarige financiële stabiliteit. Onder voorbehoud van nieuwe wetgeving vanzelfsprekend.

 

In de volgende figuur is de begrotingscyclus 2021 weergegeven.

 

De begroting 2021 is de derde begroting in deze raadsperiode waarin de onzekerheid over de economische ontwikkeling zeer groot is door de wereldwijde corona-uitbraak. Onzeker is nog hoe sterk de economische activiteiten in het eerste half jaar van 2020 zijn afgenomen en hoe snel de economie daarna gaat herstellen. Verder is ook het verloop van de pandemie - en in het kielzog daarvan de versoepeling of aanscherping van maatregelen - onzeker. Een opleving van de pandemie zal negatief uitwerken op de Nederlandse economie. Dit zal dan leiden tot herinvoering van contactbeperkende maatregelen en tot meer voorzichtigheid bij consumenten en bedrijven. Verminderde productie en/of vraaguitval zal de economie negatief bëinvloeden. Bedrijven die in de eerste golf hun buffer al hebben aangesproken, krijgen het zwaar te verduren in de tweede corona-golf.

 

Als we het positieve scenario schetsen dan ontwikkelen productie en arbeidsmarkt zich bij volledig herstel gunstig. Mensen kunnen aan het werk blijven en er zullen nieuwe banen bij kunnen komen. Mede door innovatie, omdat zaken mogelijk anders moeten gaan doen in verband met ‘het nieuwe normaal’, nieuwe omgangsvormen en nieuwe verdienmodellen.

 

De begroting die nu voor u ligt is gebaseerd op de meicirculaire. De accressen zijn voor de jaren 2021 en 2022 opwaarts bijgesteld, terwijl voor 2023 en 2024 sprake is van een neerwaartse bijstelling. Het is wederom een bevestiging die we de afgelopen jaren meermaals hebben geconstateerd en jaarlijks met u hebben gedeeld tijdens de ambtelijke toelichting. Onze Algemene Uitkering is de grootste risicofactor (en daarmee ook kansfactor) in onze begroting: de door het Rijk 'beloofde' accressen voor navolgende jaren worden slechts deels gerealiseerd. Dit heeft een directe doorwerking voor de begroting 2021 en dit keer met een positieve uitwerking verwijzend naar de gepresenteerde saldi in de Kadernota 2021 - 2024. De conclusie op dit moment is in ieder geval dat we netto ruim € 600.000 meer Algemene uitkering gaan ontvangen voor 2021 oplopend naar ruim € 1 mln. in 2024 dan gepresenteerd bij de begroting 2020 (jaarschijf 2021).

 

Er heeft dit jaar wederom een actualisatie plaatsgevonden van de budgetten Sociaal Domein. De reserve Sociaal Domein is vanaf 2020 uitgeput en er is geen mogelijkheid meer om de meerkosten in het Sociaal Domein hiermee te verrekenen. Mede hierdoor - maar ook omdat de budgetten die we van het Rijk ontvangen voor het Sociaal Domein op zijn gegaan in de Algemene Uitkering - is het niet meer vol te houden om de transities in het Sociaal Domein budgettair neutraal te laten verlopen. In deze begroting worden de budgetten in het Sociaal Domein voor bijna € 1,1 mln bijgeraamd (€ 0,7 mln Jeugdzorg en € 0,4 mln. Wmo). Budget neutraliteit betekent dat deze kosten binnen het Sociaal Domein moet worden opgelost. Dat is niet meer realistisch, waardoor besloten is de verhoging mee te nemen in het totale pakket aan maatregelen dat aan u zal worden voorgelegd.

 

Geconcludeerd kan worden dat onze financiële situatie niet rooskleurig is, maar niet zo somber als verwacht bij de Kadernota 2021 - 2024. Een nieuwe bezuinigingsronde is onvermijdelijk. Ons voorstel is om hierin alle - op dit moment bekend zijnde - kansen en risico's mee te nemen, anders is het aannemelijk dat volgend jaar wederom bezuinigd moet gaan worden. De invulling van het maatregelenpakket dient voor enige ruimte en financiële stabiliteit te zorgen. U wordt de komende maand uitgedaagd om haalbare en concrete keuzes te gaan maken. Het college wil u een pakket maatregelen aanbieden, waar u verdere invulling aan kunt geven. Bij de vaststelling van de begroting 2021 zal de totale taakstelling van € 3,3 miljoen vanaf 2024 concreet ingevuld moeten zijn. In paragraaf 1.1.3 gaan we hier verder op in.

 

Bedrijfsvoering nog nadrukkelijker in beeld brengen

De begroting is niet rooskleurig, maar door de juiste keuzes te maken biedt het wel perspectief. Bij de kadernota 2021 - 2024 is al aangekondigd dat hiervoor aan de raad een pakket van maatregelen wordt aangeboden. Dat is nodig omdat we – als zoveel gemeenten – worden geconfronteerd met een aantal (financiële) uitdagingen. Die moeten we het hoofd bieden. Wij doen met name voorstellen op het gebied van onze bedrijfsvoering. Echter iedere bezuiniging op personeel gaat ook gepaard met taken die niet meer gedaan gaan worden. Bestuurlijk zullen hierin ook keuzes moeten worden gemaakt. Door keuzes te maken, komt er een begroting te liggen met perspectief.

 

Rekening niet bij de inwoner

Belangrijk uitgangspunt hierbij is dat we de rekening niet bij de inwoner neer willen leggen. De stijging van de woonlasten blijft wat ons betreft gematigd.

 

Deze begroting hoeft niet te worden beheerst door financiële kommer en kwel. Wij blijven ambitieus om Montferland elke dag een beetje mooier te maken. Wij blijven grotendeels staan voor de beloften die we gedaan hebben in het coalitieprogramma, waarbij we beseffen dat we ook daarin keuzen moeten maken. Wij blijven investeren in de wijze waarop we met onze inwoners in contact willen komen en blijven. Wij blijven inzetten op mooie ingrepen in diverse kernen. En we blijven gaan voor DocksNLD2. En dat alles in onze prachtige omgeving, waarin toerisme onze maximale aandacht verdient. We zijn wat ons betreft de groene poort naar Nederland. Die status willen we optimaal benutten!

1.1.1 Financiën

Ons uitgangspunt is een “gezonde financiële huishouding”. Dat wil zeggen: het beschikbaar hebben van voldoende middelen voor de benoemde taken, voldoende reserves voor als het een keer tegen zit en ook dan aandacht voor het weer op peil brengen van deze reserves.

 

Ter herinnering: De afgelopen jaren zijn we volop bezig geweest om onze financiële huishouding op orde te krijgen. Na de magere crisisjaren schetste de begroting 2019 voor het eerst weer een positief beeld. Er was volop financiële ruimte om uitvoering te kunnen geven aan het Coalitieprogramma 2018 - 2022. Dit beeld is - in hoofdzaak -  helaas teniet gedaan door wetswijzigingen en kostenverhogingen in het Sociaal Domein, hogere bijdrages aan gemeenschappelijke regelingen en nu ook door de coronacrisis. De saldi in deze Programmabegroting zijn minder somber dan verwacht bij de Kadernota 2021 - 2024. Het jaar 2021 laat echter nog steeds een fors tekort zien. Voor de jaren erna daalt dit tekort fors - als we uitvoering kunnen geven aan pakket maatregelen - met in de jaren 2023 en 2024 een positief saldo. Uiteraard zijn de uitkomsten uit het pakket aan maatregelen hierin bepalend om voor de jaren 2023 en 2024 een programmabegroting te presenteren met perspectief. De uitdaging is om de in deze programmabegroting opgenomen taakstelling van € 0,8 mln. in 2021 oplopend naar € 3,3 mln. vanaf 2024 concreet in te vullen.

 

 

Kadernota 2021
Op 9 juli 2020 heeft u de Kadernota 2021 vastgesteld. Behalve de uitgangspunten voor de (meerjaren)begroting 2021 - 2024 zijn ook de te verwachten financiële ontwikkelingen voor de komende jaren vastgelegd.

De Kadernota 2021 laat een aanzienlijke verslechtering zien ten opzichte van de begroting 2020. Vanaf 2021 werd een negatief saldo verwacht van circa € 3,1 mln. De jaren daarna zou deze minder ongunstig worden tot een negatief saldo van afgerond € 2,2 mln. voor 2024 en volgende jaren.

 

Ontwikkelingen na de Kadernota 2021
Na vaststelling van de Kadernota 2021 zijn er diverse ontwikkelingen op ons afgekomen die onze financiële positie zowel positief als negatief hebben beïnvloed. Een grote ontwikkeling, waar we niet onderuit komen, is de meicirculaire.

 

Aanvankelijk zou de meicirculaire een circulaire worden met veel mutaties door de vertaling van het nieuwe verdeelstelsel met ingangsjaar 2021. Het nieuwe verdeelstelsel is echter doorgeschoven naar de decembercirculaire 2020 met ingangsjaar 2022. Ook over het compensatiepakket Corona ter waarde van € 542 miljoen voor de eerste periode tot 1 juni leidt niet tot cijfermatige aanpassingen in deze circulaire. De financiële vertaling ervan is begin juli bekend geworden, waarna de bevoorschotting is gestart. De definitieve cijfers en verdeling zullen bekend gemaakt worden in de komende septembercirculaire 2020.

 

De meicirculaire heeft een positieve impact op de begrotingssaldi. Het accres 2021 is € 127 miljoen (voor Montferland € 223.000) hoger dan bij de begroting 2020 was voorzien. Als onderdeel van het compensatiepakket Coronamaatregelen zijn de VNG en de beheerders van het gemeentefonds overeengekomen om de acressen 2020 en 2021 te fixeren op de stand van deze meicirculaire.

Momenteel vindt een evaluatieplaats van de normeringssystematiek. Deze evaluatie zal naar verwachting in het najaar worden gepubliceerd. De accressen 2022 tot en met 2024 ontwikkelen zich volgens deze circulaire in totaal 211 miljoen negatief. Dit is met name het gevolg van lager geraamde zorgkosten van het rijk en dit komt vreemd over naar de gemeenten waar deze kosten moeilijk beheersbaar zijn.

Als we alle plussen en minnen salderen kunnen we concluderen dat we per saldo voor 2021 ruim € 0,6 mln. meer ontvangen van het Rijk oplopend tot ruim € 1 miljoen in 2024.

 

Begrotingssaldo 2021 - 2024
Op basis van de bekend zijnde ontwikkelingen, sommige concreet en sommige op basis van aannames, is de conclusie dat onze begrotingssaldi aanzienlijk zijn verslechterd ten opzichte van de vorige begroting.

Onderstaand overzicht geeft het meerjarig begrotingsperspectief weer.

Dit is inclusief coalitieprogramma, maar ook inclusief het nieuw beleid uit de Kadernota 2021, een stelpost voor de hervormingen en het opnemen van een stelpost herverdeling gemeentefonds.    

In paragraaf 1.2 zullen we dit nader toelichten.

 

  2021 2022 2023 2024
Begrotingssaldi bestaand beleid (incl. coalitieprogramma) -2.711 -1.579 -47 -1.096
Nieuw Beleid 2021 - 2024 (genoemd in de Kadernota 2021) -719
-537
-462
-443
Stelpost hervormingen (Geen 100%, maar 80% realisatie)     -600
-600
Stelpost herverdeling gemeentefonds   -500 -1.000 -1.000
Begrotingssaldi (incl. nieuw beleid, stelpost hervormingen en herverdeling gemeentefonds) -3.430 -2.616

-2.109

-3.139
Resultaat heroverweging nieuw beleid 179 147 147 147
Taakstelling (invulling via maatregelenpakket)        
  • 'Bedrijfsvoering'
550 1.100 1.650 2.250
  • 'Overige taakvelden'
250 500 750 1.050
Te realiseren stelpost pakket aan maatregelen
979 1.747 2.547 3.447
         
Begrotingssaldi na stelpost pakket aan maatregelen (1e begrotingswijziging)
-2.451 -869 438 308

 

Bovenstaande cijfers bevestigen wederom het beeld dat we te veel geld uitgeven wat heeft geleid tot meerdere kerntakendiscussies / hervormingen, waarbij geen ruimte wordt overgelaten voor onverwachtse tegenvallers.

 

Voor de jaarschijf 2021 en 2022 is een onttrekking uit onze Algemene Reserve van in totaal circa € 3,3 miljoen noodzakelijk. Echter de verwachting is dat onze Algemene Reserve niet meer toereikend zal zijn vanaf 2021, waardoor er vanuit de reserve Grondexploitatie een bedrag van circa € 1,8 miljoen voor de jaren 2021 en 2022 zal worden toegevoegd aan onze Algemene Reserve om de verwachte tekorten voor de jaren 2021 en 2022 te kunnen afdekken.

 

Tot slot: gelet op de bovenstaande saldi is de conclusie dat het verkrijgen van repressief toezicht voor 2021 alleen een reële optie is als we besluiten tot haalbare en concrete bezuinigingsmaatregelen.

1.1.2 Algemene reserve

De Algemene reserve is een belangrijke component binnen onze weerstandscapaciteit. In de nota Reserves en Voorzieningen 2018 is besloten dat de reserve NUON ook wordt betrokken bij onze weerstandscapaciteit.

 

Onze solvabiliteit zit al jaren aan de ondergrens van “matig”. Als compensatie daarvoor streven we wel naar een ratio van het weerstandsvermogen met de kwalificatie “uitstekend”. Dat betekent een minimale ratio van 2,0 (hierbij wordt verwezen naar de nota Reserves en Voorzieningen 2018). De geraamde stand per 1 januari 2021 bedraagt € 16,9 mln., uitgesplitst naar algemene reserve € 1,6 mln. en de reserve NUON € 15,3 mln. In de paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing” hebben wij de gewenste en werkelijke omvang van de Algemene reserve en reserve NUON geactualiseerd en zal nader worden ingegaan op de ontwikkeling van onze weerstandscapaciteit.

Zoals uit deze paragraaf blijkt is onze weerstandscapaciteit “uitstekend” (ratio komt uit op 4,0).

 

Onze weerstandsratio is van een uitstekend niveau. Echter alertheid moet zeker in acht worden genomen als we kijken naar de onttrekkingen die in 2020 zijn gedaan (circa € 4 miljoen). Hierdoor zal onze Algemene Reserve de komende jaren niet toereikend zijn om de tekorten over 2021 en 2022 te kunnen dekken. Voor de jaren 2021 en 2022 zal naar verwachting een extra toevoeging vanuit de reserve grondexploitatie van circa € 1,8 mln. noodzakelijk zijn om deze tekorten af te kunnen dekken. De verwachting is dat ruim € 0,9 mln. voor 2021 en € 0,9 mln. voor 2022 vanuit de reserve grondexploitatie aan de Algemene Reserve toegevoegd moet worden (bij gelijkblijvende omstandigheden).

 

Het is het voor de komende jaren zaak onze Algemene Reserve weer te voeden om van "een gezonde financiële huishouding" te spreken. De reserve NUON willen we in stand houden voor onverwachtse uitgaven. Het voeden van de Algemene Reserve kan alleen door minder uit te geven dan dat wij aan inkomsten genereren. Hierbij passen financieel goed onderbouwde besluiten. Maar ook budgetdiscipline.

 

Als we de reserve NUON buiten beschouwing willen laten en er vanuit gaan dat de reserve grondexploitatie een vrije buffer heeft van € 2,5 mln., dan moet onze Algemene Reserve een minimale omvang hebben van € 2,2 mln. om onze risico's te kunnen afdekken. Wij stellen voor om toekomstige overschotten, maar ook incidentele meevallers toe te voegen aan onze Algemene Reserve, zodat deze zo snel als mogelijk naar de minimale omvang van € 2,2 mln. groeit.

1.1.3 Pakket aan maatregelen

Aanleiding

Op 9 juli is bij de behandeling over de Kadernota 2021 bij amendement het volgende besloten;

De kadernota vast te stellen met daarbij het volgende:

  • bij de vaststelling van de programmabegroting 2021 - 2024 inzicht geven in de afgewogen keuzes die het college daarvoor gemaakt heeft om te komen tot een sluitende begroting in meerjarenperspectief;
  • daartoe een pakket van maatregelen aan te bieden aan de gemeenteraad;
  • in de onderbouwing van de gemaakte keuzes duidelijk de in het amendement genoemde constateringen en overwegingen mee nemen;
  • tekorten die ontstaan door nieuwe wettelijke taken en/of verplichtingen brengt het college apart in beeld.

Om de majeure opdracht ambtelijk te kunnen voorbereiden heeft het college een Plan van Aanpak 'Realisering taakstelling Kadernota 2021 - 2024' vastgesteld.

 

Wat willen we bereiken?

Wij hebben het streven om aan het college van Gedeputeerde Staten een begroting 2021 en meerjarenraming 2022 - 2024 aan te bieden die

1) wordt goedgekeurd;

2) onder het repressief toezicht van de Provincie valt.

Echter repressief toezicht zal lastig worden dit jaar, omdat er geen sprake mag zijn van een opschuivend meerjarenperspectief. Daarmee wordt bedoeld dat het niet is toegestaan om ieder jaar opnieuw een (meerjaren)begroting aan te bieden waarbij uitsluitend de laatste jaarschijf in evenwicht is. Dit is namelijk bij de begroting 2020 ook het geval geweest. We zijn hierover in gesprek met de Provincie.

Om dit aan te kunnen bieden is er een pakket van maatregelen samengesteld. Deze maatregelen zullen met name in de bedrijfsvoering komen te liggen. Saillant detail: bezuinigen op personeel gaat ook gepaard met het stoppen van taken.

 

  • Omvang bedrijfsvoering bedraagt: 2021 € 0,55 mln, 2022 € 1,1 mln, 2023 € 1,65 mln en 2024 € 2,25 mln.
  • Omvang overige taakvelden binnen de begroting bedraagt: 2021 € 0,25 mln, 2022 € 0,5 mln, 2023 € 0,75 mln. en 2024 € 1,05 mln.

 

Wat gaan we daarvoor doen?

Bedrijfsvoering

Even ter herinnering:

Op 7 november 2019 is bij de hervormingen ook besloten tot een taakstelling op de bedrijfsvoering van € 0,1 mln. voor 2020 oplopend tot € 0,5 mln. in 2024. Deze dient ook nog concreet te worden ingevuld. dat gaan we ook realiseren.

 

De volgende voorwaarden zijn essentieel:

  1. de bedrijfsvoering wordt in de breedste zin opgevat (bv. naast personeel ook inkoop, huisvesting etc.);
  2. het uitgangspunt is: "geen gedwongen ontslagen";
  3. er wordt niet ingeboet op kwaliteit.

 

Er worden aan de volgende oplossingen gedacht om tot een reële taakstelling te komen:

  • Een taakstelling oplopend naar 10% per 2024 op de inkoop (wat in elk geval gepaard zal moeten gaan met het neerwaarts bijstellen van eisen in alle aanbestedingen). De komende jaren wordt een bedrag oplopend naar uiteindelijk € 1,5 mln. ingeboekt op de inkoopbudgetten. Het is de bedoeling alle lopende contracten met contractwaarde en einddatum onder de loep te nemen (zoals heroverwegen van de kwaliteitseisen / wensen dan wel het gewicht van de prijscomponent in de gunningscriteria zwaarder te laten wegen), maar ook meer focus op enkelvoudige uitgaven.
  • Voor het bezuinigen op personeel wordt gebruik gemaakt van strategische personeelsplanning. Toekomstige ontwikkelingen worden verbonden met de huidige personeelsbezetting. Met de kennis en inzicht uit de personeelsplanning is het mogelijk om gerichter in-, door- en uitstroom van personeel inzichtelijk te maken en te beïnvloeden en is het mogelijk om in te springen op de ontwikkelingen die nog komen. Vanaf 15 juni jl. is er een selectieve 'stop' op het invullen van vacatures. Concreet betekent dit dat een vacature niet wordt ingevuld, tenzij de directie anders besluit. De komende jaren wordt een bedrag oplopend naar uiteindelijk € 1 miljoen ingeboekt op personeel (dit is inclusief de taakstelling op de bedrijfsvoering besloten op 7 november 2019).
  • Tot slot wordt er nog een taakstelling oplopend naar een bedrag van € 0,25 mln. in 2024 ingeboekt voor het zogenaamde 'laaghangend fruit'. Hierbij moet je denken aan de uitloopschalen etc..

 

Bovenstaande oplossingen kunnen niet worden uitgevoerd als we onszelf de vraag niet stellen welke activiteiten we niet meer gaan uitvoeren (en hoeverre dit dan weer ons voorzieningenniveau raakt). Ook leggen we hier een relatie met de organisatieontwikkeling waar we mee zijn gestart.

 

Overige taakvelden

Om een taakstelling oplopend naar € 1 miljoen te kunnen realiseren, is een voorwaarde dat alle opties bespreekbaar moeten worden gemaakt. Wat zich steeds meer wreekt is de slinkende autonomie voor de gemeente. Met andere woorden: veel medebewind, veel vaste verplichtingen. Onderzoek toont aan dat 80 tot 90% van de lokale agenda wordt bepaald door taken die in medebewind worden uitgevoerd. Anders gezegd: noodzakelijke bezuinigingen kunnen (theoretisch) worden gevonden in een steeds kleiner deel van de begroting. Dan hebben we het vrijwel direct over maatregelen die direct ingrijpen in de leefbaarheid van onze kernen.

In een vroegtijdig stadium is uw raad betrokken in dit proces.

 

Het is wenselijk deze lijn in onze gemeente door te trekken; als gemeenteraad, college en organisatie samen deze taakstelling aanpakken. Binnen het college (maar ook de raad) moet er de volledige medewerking zijn, waarbij prioriteitstelling in werkzaamheden nog duidelijker voor het voetlicht moet worden gebracht. Keuzes maken zal een belangrijke factor hierin zijn. Alleen als we de handen ineenslaan en gezamenlijk optrekken – ambtelijke organisatie, college en gemeenteraad - slagen we erin de pijn samen gelijkwaardig te verdelen.

 

Risico's

Algemene opmerking:

Het aanpassen van ons gedrag is belangrijk in deze. Het gezegde: "we zullen de tering naar de nering moeten zetten" is passend op onze situatie. Zolang alle actoren - ambtelijk tot en met de gemeenteraad - maar continue nieuw beleid blijven opvoeren en ook alles moet (dus geen keuzes durven en willen maken), zullen we onze financiële huishouding niet op orde krijgen.

 

Daarnaast zijn er nog de volgende risico's:

  • De trajecten kunnen aan alle vastgestelde kaders voldoen, uiteindelijk is het aan uw raad om ook daadwerkelijk te besluiten. Besluitvaardigheid wordt onder de risico’s geschaard.
  • Daarnaast gaat de ambtelijke organisatie de uitdaging tot bezuinigingen binnen de bedrijfsvoering aan, echter hier dient wel een voorbehoud in te worden gemaakt. De opgave is stevig, maar zal – het is al zo vaak genoemd – zekerheid in zich moeten hebben in een omgeving die wordt beheerst door wettelijke bepalingen.

 

1.1.4 Woonlasten

De belastingverordeningen 2021 liggen op 3 december 2020 aan de gemeenteraad ter vaststelling voor. De berekeningen van de belastingopbrengsten in deze begroting is gebaseerd op de tariefvoorstellen uit deze belastingverordeningen 2021. 

 

De totale woonlasten (afvalstoffenheffing, rioolheffing en OZB) stijgen in 2021 met 1,8% ten opzichte van de geraamde woonlasten voor 2020. 

De stijging in 2021 wordt met name veroorzaakt door een verhoging van de tarieven voor de rioolheffing. In afwachting van het nieuwe Gemeentelijk Riolerings Plan - deze is met een jaar uitgesteld en zal ingaan vanaf 2021 - houden we voor 2021 vast aan de tariefstijging met 4% conform het GRP 2016 - 2020. Overigens laat de tariefonderbouwing met deze kosten in 2021 een overdekking zien van circa € 155.000. Omdat dit wettelijk niet is toegestaan hebben we deze overdekking toegevoegd aan de voorziening riolering.

 

1.2. Financiële uitkomsten

Het begrotingsperspectief 2021 - 2024 is als volgt opgebouwd.

  

Begrotingsuitkomsten 2021 - 2024

(bedrag x € 1.000, "-" = nadeel)

  2021 2022 2023 2024
Begrotingssaldi bestaand beleid (incl. coalitieprogramma) -2.711 -1.579 -47 -1.096
Nieuw Beleid 2021 - 2024 (genoemd in de Kadernota 2021)
-719
-537
-462
-443
Geen 100%, maar 80% realisatie hervormingen
    -600
-600
 Stelpost herverdeling gemeentefonds    -500 -1.000
 -1.000
Begrotingssaldi (incl. nieuw beleid, stelpost hervormingen en herverdeling gemeentefonds)

-3.430

-2.616 -2.109 -3.139
Resultaat heroverweging nieuw beleid 179 147 147 147
Taakstelling (invulling via maatregelenpakket):        
  • 'Bedrijfsvoering'
550 1.100 1.650 2.250
  • 'Overige taakvelden'
250 500 750 1.050
Te realiseren stelpost pakket maatregelen
979 1.747 2.547 3.447
         
Begrotingssaldi na stelpost pakket aan maatregelen (1e begrotingswijziging)
-2.451 -869 438 308

 

De voornaamste uitgangspunten en enkele kanttekeningen zijn, dat:

  • De lasten en baten geraamd zijn in constante prijzen, prijsniveau 2021;
  • De hervormingen waar de raad op 7 november 2019 toe heeft besloten. De oplopende taakstelling vanaf 2023 dienen voor minimaal 80% ook daadwerkelijk te worden gerealiseerd;
  • De eventuele consequenties die voortkomen uit de corona crisis zijn nagenoeg niet verwerkt in deze begroting.

 

Hierna gaan we in op de onderdelen bestaand beleid, nieuw beleid, geen 100%, maar 80% realisatie hervormingen (stelpost) en het opnemen van een stelpost herverdeling gemeentefonds.

 

Uitgangspunt is om in deze begroting in 1x keer op alle - op dit moment bekend zijnde - risico's te anticiperen door nog een keer flink te bezuinigen - middels het voorliggende pakket aan maatregelen - en dan ook voor de toekomst naar een financiële gezonde huishouding door te groeien. Op deze manier voorkomen we ook dat we volgend jaar (in het verkiezingsjaar) weer een bezuinigingsslag moeten maken.

1.2.1. Bestaand beleid

De Kadernota 2021, vastgesteld op 7 juli 2020, toonde aan dat het structurele begrotingsbeeld vanaf 2021 aanzienlijk verslechterde ten opzichte van het meerjarenbeeld in de begroting 2020.

De uitkomsten van de begroting 2021 zijn minder ongunstig dan het geschetste beeld bij de Kadernota 2021.

 

Daarnaast wijzen we er op dat door de doorgevoerde maatregelen / taakstellingen het risico van overschrijden van budgetten groter wordt als er geen of onvoldoende maatregelen worden getroffen. Via de gebruikelijke rapportages wordt u hiervan op de hoogte gehouden.  

 

In de navolgende analyse geven wij de ontwikkelingen weer sinds de vaststelling van de begroting 2020. We richten ons hierbij op de jaarschijf 2021. De conclusie is dat het saldo van het bestaande beleid met ruim € 3,4 mln. is verslechterd.

 

Tabel 3: van begroting 2020 naar begroting 2021,                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                 

 (bedrag x € 1.000, "-" = nadeel)

Analyse t.o.v. begroting 2020 (jr. 2021)
Verwacht saldo jaarschijf 2021 725 V
Reeds voorzien in de Kadernota 2020 (blz. 45 - 50) -2.067 N
     
Loonkosten personeel (CAO en stijging wettelijke premies) -784 N
Prijsstijgingen (incl. budgetsubsidies) -248 N
- dekking door verhoging OZB 1,5% en overig cf. Kadernota 120 V
- compensatie gemeentefonds (hoger accres, dit betreft loon- en prijscompensatie) 800 V
Subtotaal nominale ontwikkelingen -112 N
WMO-HbH zorg (in natura en PGB) -1.399 N
Armoede en schuldenbeleid -149 N
Onderhoud/voorzieningen gebouwen o.b.v. nieuw MJOP -89 N
Meer doorbelasting van interne uren aan grondexploitatie / investeringen / tarieven 226 V
Netto Algemene uitkering 631 V
Brede school 's-Heerenberg (gevolgen reserve onderwijshuisvesting) -340
N
Hogere toevoeging voorziening riolering -155 N
Overig 18 V
Totaal mutaties -3.436 N
Saldo bestaand beleid begroting 2021 -2.711 N

  

De afwijkingen zullen we toelichten:

 

Loon- en prijsstijgingen

Algemeen:

Loon- en prijsindexering zorgen er voor dat de ramingen toenemen ten opzichte van de begroting 2020. In totaliteit zijn de netto meerkosten € 112.000. In de Kadernota 2021 is hier reeds rekening mee gehouden. Het uiteindelijke voordeel ten opzichte van deze Kadernota is € 131.000.

 

Loonkosten:
De stijging van de loonsom wordt volledig veroorzaakt door niet-beïnvloedbare cao-ontwikkelingen en stijging van wettelijke premies. In de Kadernota 2021 was hier grotendeel reeds op geanticipeerd.   

 

Prijsstijgingen:

Voor de inflatiegevoelige uitgaven zijn we uitgegaan van een inflatieaanpassing met 1,7% en een prijsaanpassing van de budgetsubsidies met 2,43% conform vastgesteld in de Kadernota 2021.

 

WMO-HbH zorg (in natura en PGB)

We zien vanaf medio 2019 al een stijging in het aantal Wmo-cliënten. Het aantal cliënten met actieve voorzieningen Hulp bij Huishouden Zorg In Natura is opgelopen tot 1.218 cliënten. In vergelijking met 1 jaar geleden toen waren er 993 cliënten. Dit is een verschil van 225 cliënten ofwel een toename van ruim 22% in 1 jaar tijd. Schrijnend is te zien dat deze groei met name veroorzaakt wordt door de hoogste inkomensgroep (boven de € 100.000). Daarnaast hebben we vanaf 2021 te maken met een prijsstijging van € 1,20 per uur. Hiervoor wordt structureel € 0,2 mln. bijgeraamd.

Tot slot hebben we u inmiddels al via een raadsbrief en in de Kadernota 2021 geïnformeerd over de ‘correctie begroting 2020’ voor een bedrag van € 0,6 mln.. Ten opzichte van de begroting 2020 is het nadeel € 1,4 miljoen. Ten opzichte van de Kadernota 2021 is het voordeel ruim € 0,2 mln. We zien dat er voor minder cliënten daadwerkelijk aan zorg wordt gedeclareerd.

 

Armoede en schuldenbeleid

We zien een stijging van 8% in de kosten ten opzichte van vorig jaar. Van de diverse bijzondere bijstandssoorten stijgen de uitgaven voor bewindvoering het sterkst (+15%). Dat is een bevestiging van wat inmiddels een trend genoemd mag worden.

Gezien de gestaag stijgende trend van de uitgaven voor bijzondere bijstand en minimaregelingen moet het voor 2021 en verdere jaren geraamde bedrag zeker meer met de verwachting in overeenstemming worden gebracht. Een bijraming met € 149.000 (overigens ook meerjarig) is geen overbodige luxe.

 

Onderhoud / voorzieningen gebouwen op basis van nieuw MeerJaren Onderhouds Planning (MJOP)

Vanaf 2020 is er een nieuw MJOP vastgesteld voor al ons gemeentelijk vastgoed. De meerkosten per jaar bedragen € 89.000. De vorige MJOP dateert alweer van 5 jaar geleden. In de tussen tijd hebben er diverse aanscherpingen van de milieu-eisen plaatsgehad. Ook worden er steeds meer verduurzamingen meegenomen in het plan. Daarnaast zijn al onze technische installatiecontracten in het MJOP opgenomen. Ook grote incidentele vervangingen zijn nu afgedekt, waarbij voorheen incidenteel aan uw raad budget werd aangevraagd.

 

Meer doorbelasting van interne uren aan grondexploitatie / investeringen / tarieven

Voor 2021 en verdere jaren worden er meer interne uren doorbelast aan onze grondexploitatie, investeringen en tarieven leges. In onze exploitatie betekent dit een voordeel van € 226.000 ten opzichte van vorig jaar.

 

Netto Algemene uitkering

Het accres 2021 is € 127 miljoen hoger ten opzichte van de septembercirculaire 2019. De stijging is hoofdzakelijk het gevolg van hogere indices voor loon- en prijsontwikkeling in het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Plan Bureau. De accressen 2022 tot en met 2024 ontwikkelen zich in totaal € 211 miljoen negatief. Dit is met name het gevolg van lager geraamde zorgkosten van het rijk.

 

Gemeenten kunnen de BTW die ze moeten betalen declareren bij het Rijk (het BCF). Dit fonds kent echter een plafond (ruim € 2,9 miljard). Declareren de gezamenlijke gemeenten meer dan er in het BCF beschikbaar is, dan moet het gemeentefonds bijpassen. Blijft er geld over in het BCF, dan vloeit dit terug naar het gemeentefonds. Voor 2021 en verdere jaren hebben wij geen raming in onze begroting opgenomen voor dit onderdeel.

 

In de meicirculaire van 2019 heeft het Rijk voor de periode 2019 tot en met 2021 € 1 miljard incidenteel beschikbaar gesteld voor de Jeugdzorg. Voor Montferland was dit respectievelijk € 728.000 en € 550.000. Deze extra middelen zijn ook in de begroting 2020 en verdere jaren verwerkt. In de meicirculaire 2020 wordt nog geen zicht geboden op structureel extra middelen voor de periode na 2021. In september van dit jaar wordt de uitslag verwacht van het onderzoek naar de kosten van de jeugdzorg. Gemeenten mogen in de aanloop hiervan een raming opnemen in de jaren na 2021 ter waarde van het gemeentelijk aandeel (voor Montferland dus € 550.000). Met ingang van 2022 hebben wij een stelpost van € 550.000 opgenomen. Hierover bent u in de Kadernota 2021 ook al geinformeerd.

 

Dit alles leidt er voor Montferland toe dat vanaf 2021 ruim € 0,6 miljoen meer aan Algemene uitkering ontvangt oplopend naar ruim € 1,0 miljoen voor 2024.

 

Brede school 's-Heerenberg (gevolgen reserve onderwijshuisvesting)

Al onze huisvestingskosten (waaronder rente en afschrijving) van onze onderwijsgebouwen worden jaarlijks verrekend met onze reserve onderwijshuisvesting. Doordat de kapitaallasten van de brede school 's-Heerenberg pas vanaf 2023 in onze begroting terecht komen - een jaar later dan waar we vorig jaar vanuit gingen namelijk vanaf 2022 - zien we voor de jaren 2021 en 2022 een incidenteel nadeel ontstaan op onze exploitatie ruim € 0,3 mln. We onttrekken voor deze jaren veel minder dan dat we vorig jaar vanuit waren gegaan. Door de ophoging van de investering van € 7 mln. naar € 12 mln. - en dus hogere kapitaallasten - levert dit voor de jaren 2023 en 2024 een voordeel op van respectievelijk € 144.000 en € 115.000 in de exploitatie op, omdat de hogere kapitaallasten ten laste van de reserve gaan.

 

Hogere toevoeging voorziening riolering

Onze tariefsonderbouwing voor de riolering laat een overdekking zien van bijna € 155.000. Omdat dit wettelijk niet is toegestaan hebben we deze overdekking toegevoegd aan de voorziening riolering. Voor onze exploitatie betekent dit ten opzichte van vorig jaar een nadeel voor onze exploitatie.

 

 

1.2.2 Nieuw Beleid

Ieder jaar is er ook sprake van “nieuw beleid”. Voor 2021 en verder leven er een aantal beleidswensen vanuit het college welke voortkomen uit:
• Het in werking treden van nieuwe of gewijzigde regelgeving;
• Noodzakelijk/aanvullende maatregelen om de beoogde doelstellingen te realiseren;
• Actualisatie/bijstelling van beoogde doelstellingen, bijvoorbeeld omdat deze niet meer actueel/realistisch zijn;

• Coalitieprogramma 2018 - 2022.

 

In bijlage 4.1 vindt u het nieuw beleid welke voorgesteld wordt op te nemen in de begroting 2021 - 2024. Hier is rekening mee gehouden in bovenstaande saldi.

 

1.2.3 Stelpost Hervormingen (Geen 100%, maar 80% realisatie hervormingen)

Bij het vaststellen van de Programmabegroting 2020 op 7 november jl. is ook een pakket aan Hervomingen in het Sociaal Domein en overige taakvelden vastgesteld. Dit pakket aan Hervormingen loopt op van € 1,2 miljoen in 2020 tot en met € 2,8 miljoen vanaf 2024.

 

Uit de bestuursrapportage 2020 blijkt dat afgerond 48% van de ingeboekte bezuinigingen 2020 ad. € 1,2 mln. gerealiseerd gaat worden. In de Kadernota 2021 hebben we aangegeven dat de saldi gebaseerd zijn op 100% daadwerkelijk realiseren van de ingeboekte hervormingen. We hebben daarbij ook een winstwaarschuwing afgegeven dat indien dit niet lukt de verwachte tekorten hoger worden, tenzij alternatieve dekking gevonden wordt voor de niet gerealiseerde bedragen.

 

In het verleden zijn er al enkele kerntakendiscussies geweest, waarbij de realisatiegraad circa 80% was. Wij willen u in deze begroting voorstellen om hier alvast op te anticiperen en een stelpost op te nemen om de resterende 20% hiermee af te dekken. Dat wil zeggen dat we vanaf 2023 een bedrag van € 0,6 mln. opnemen om niet te realiseren hervormingen hiermee af te dekken. Hervormingen die niet gerealiseerd gaan worden zullen afzonderlijk aan u worden voorgelegd met het verzoek deze te dekken uit de stelpost. Op deze manier blijft u als raad inzicht houden in de voortgang van de hervormingen. Uiteraard blijft het uitgangspunt om een zo groot mogelijk deel van de hervormingen daadwerkelijk te realiseren. Maar op deze manier bouwt u een buffer in, zodat niet voor iedere bezuiniging wat niet gerealiseerd gaat worden alternatieve dekking gevonden moet worden.

 

1.2.4 Stelpost herverdeling gemeentefonds

Als een van de grootste risico schatten we momenteel in de gevolgen van de herijking van het gemeentefonds. Naast de tekorten in het Sociaal Domein en de voorgenomen herverdeling heeft de coronacrisis de financiële mogelijkheden van gemeenten verder verslechterd.

 

De herziening van de verdeelmodellen van het gemeentefonds bestaat uit drie elementen: een wijziging van de verdeling van de gemeentefondsmiddelen waarmee de gemeenten de taken in het Sociaal Domein betalen, een wijziging van de verdeling van de overige (klassieke) taken en een eventuele wijziging van de manier waarop in de verdeling rekening wordt gehouden met de mogelijkheden die gemeenten hebben om zelf eigen middelen op te halen. Dit gaat dan over de OZB, de overige belastingen, de winsten op de grondexploitatie en de opbrengsten van deelnemingen.

 

Eind februari 2020 hebben de beheerders van het gemeentefonds aan de Tweede Kamer laten weten dat de invoering van de verdeelmodellen van het gemeentefonds met een jaar wordt uitgesteld tot 2022. Reden hiervoor was dat met name het verdeelmodel dat is ontwikkeld voor de klassieke taken en inkomsten (alles behalve het Sociaal Domein) onvoldoende werd bevonden. Daarom wordt nu gewerkt aan een verdeelmodel dat wel gekwalificeerd kan worden als een verbetering ten opzichte van het bestaande verdeelmodel.

 

Een herziening van de verdeling van het gemeentefonds leidt er toe dat sommige gemeenten er financieel op vooruit zullen gaan, terwijl andere gemeenten nadeel zullen ondervinden. De verwachting is dat de plattelandsgemeenten - waar ook Montferland onder valt - tussen de € 25 en de € 50 per inwoner gekort gaan worden. Voor Montferland zou dat ongeveer tussen € 0,9 en € 1,8 mln. betekenen. Eind december 2020 is aangegeven dat de nieuwe verdeling moet worden gepubliceerd.

 

Door de coronacrisis is de financiële positie flink verslechterd van gemeenten. Ook de vooruitzichten voor de komende jaren stemmen somber. Dit zet nog veel meer druk op het proces van herijking omdat negatieve herverdeeleffecten nog lastiger kunnen worden ingepast.

De bedoeling is dat begin augustus 2020 de vervolgonderzoeken gereed zijn. Dan moet ook duidelijk zijn of er bij het klassieke model substantiële verbeteringen zijn bereikt. Als dat zo is moeten de beheerders van het gemeentefonds de modellen klassiek en Sociaal Domein nog samenvoegen en actualiseren naar de stand 2021. Gemeenten weten dan in september wat het effect is van het nieuwe verdeelmodel.

 

Wij merken dat veel gemeenten met de vraag bezig zijn hoe zij in hun meerjarenramingen alvast rekening kunnen houden met de financiële gevolgen van de herijking, zo ook wij als gemeente. In tegenstelling tot wat bij de Kadernota 2021 is aangegeven willen we toch voorstellen om in deze begroting een stelpost voor de herverdeling op te nemen van een € 0,5 mln. in 2022 oplopend tot € 1,5 mln. vanaf 2024.

 

We zijn op dit moment een pakket van maatregelen aan het voorbereiden waar rekening wordt gehouden met de herverdeling gemeentefonds. De insteek is nog een keer goed te bezuinigen en dan hierin alle risico's - die op dit moment bekend zijn - mee te nemen. Doen we dat niet - en de herverdeling is aan het eind van het jaar bekend - is de kans zeer groot dat we in het verkiezingsjaar wederom voor een bezuinigingsoperatie staan. Dat willen we voorkomen, dus daarom dit voorstel.