2.7 Paragrafen

Paragraaf A. Weerstandsvermogen en risicobeheersing

1. Missie

Terug naar navigatie - Paragraaf A. Weerstandsvermogen en risicobeheersing - 1. Missie

Bij de uitvoering van onze taken worden we geconfronteerd met risico’s, die financiële gevolgen kunnen hebben voor de gemeente. De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing  geeft aan hoe robuust de gemeente is door de risico’s af te zetten tegen de mogelijkheden om de risico’s op te kunnen vangen. Voor de beoordeling van het weerstandsvermogen kijken we naar de verhouding tussen risico’s en beschikbaar weerstandsvermogen, naar de omvang van de algemene reserves en naar de ontwikkeling van de financiële kengetallen. Het weerstandsvermogen kan worden gedefinieerd als de mate waarin de gemeente in staat is om substantiële tegenvallers op te vangen zonder dat dit betekent dat het beleid veranderd moet worden.

De missie van de gemeente Montferland is om over een weerstandsvermogen te beschikken van tenminste een ratio van 2,0. Dit betekent dat er voldoende vrij beschikbare middelen aanwezig moeten zijn om minimaal twee keer de ingeschatte risico's op te vangen. 

2. Context en achtergronden

Terug naar navigatie - Paragraaf A. Weerstandsvermogen en risicobeheersing - 2. Context en achtergronden

Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen zijn afgesloten. Het weerstandsvermogen van de gemeente wordt bepaald door de mate waarin de gemeente in staat is om in de toekomst aan haar financiële verplichtingen te kunnen voldoen.

waardering Ratio weerstandsvermogen Kwalificatie
A Groter dan 2,0 Uitstekend
B 1,4 tot 2,0 Ruim voldoende
C 1,0 tot 1,4 Voldoende
D 0,8 tot 1,0 Matig
E 0,6 tot 0,8 Onvoldoende
F Kleiner dan 0,6  Ruim onvoldoende


Het financieel beleid van de gemeente Montferland is gebaseerd op drie kernindicatoren voor het nastreven van een gezonde financiële gemeente:

  • Een (materieel) sluitende meerjarenbegroting;
  • Uitstekend weerstandsvermogen;
  • Een houdbare schuldpositie.


Voor gemeenten geldt dat vanwege de onbegrensde leencapaciteit bij de BNG (en daardoor altijd aanwezige liquiditeit) per definitie geen onzekerheid kan bestaan over de continuïteitsveronderstelling. De gemeente heeft een sluitende meerjarenbegroting en de provincie heeft aangegeven dat we dat we onder repressief toezicht staan. Dit stelt ons in staat zelfstandig en autonoom (financieel) beleid te voeren.

3. Kaderstellende (beleids)nota's

Terug naar navigatie - Paragraaf A. Weerstandsvermogen en risicobeheersing - 3. Kaderstellende (beleids)nota's

De door de raad vastgestelde beleidsnota's voor de paragraaf weerstandsvermogen zijn:

  • Nota reserves en voorzieningen (2022)
  • Financiële verordening gemeente Montferland 2025


Bij de vaststelling van de programmabegroting 2024 is een motie en een amendement aangenomen met betrekking tot de uitwerking van de risicoparagraaf. Dit heeft geleid tot een gewijzigde opzet van deze risicoparagraaf, die is besproken in de auditcommissie. Dit is een basis voor verdere processtappen ter versterking van het risicomanagement.

De wijzigingen zijn:

  • Een beschrijving van alle geïnventariseerde risico's op het moment van het opstellen van de jaarrekening. Omwille van de omvang van de paragraaf is de beschrijving van de risico’s niet opgenomen in deze paragraaf, maar afzonderlijk op te vragen.
  • Een eerste aanzet tot een kader voor de inschatting van de kans dat een risico zich kan voordoen.

Wij definiëren een risico als de impact (kans x effect) van een onzekerheid (gebeurtenis) op het behalen van doelstellingen. In de nota reserves en voorzieningen is beschreven dat een risico moet worden meegenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing (W&R) bij de begroting en jaarstukken, indien er een kans is dat een risico zich zal voordoen en de omvang van het risico niet goed is in te schatten. Beleidswensen waarover nog geen besluitvorming heeft plaatsgevonden en waarvoor geen structurele financiële middelen zijn vrijgemaakt in de begroting maken geen onderdeel uit van deze risico-inschatting. Een dergelijk voorstel met bijbehorende risicoafweging wordt eerst afgewogen in het keuzeproces van de kadernota/begroting. 

Wij hebben binnen de gemeente Montferland nog geen structureel proces van 'risicomanagement'. Op dit gebied zal nog een ontwikkeling nodig zijn om de kwaliteit van de risico-inschatting verder te vergroten.

4. Ontwikkeling risico's uit begroting 2025

Terug naar navigatie - Paragraaf A. Weerstandsvermogen en risicobeheersing - 4. Ontwikkeling risico's uit begroting 2025

Risicomanagement kijkt per definitief vooruit. Maar de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing is ook voorgeschreven in het jaarverslag. Daarom kijken we ook terug in hoeverre risico's zicht hebben voorgedaan die waren opgenomen in de risico-inventarisatie voor de begroting 2025. De drie grootste risico's die zich hebben voorgedaan zijn:

Gemeenschappelijke regelingen
In de begroting 2025 was een reëel risico opgenomen voor een hogere bijdrage aan gemeenschappelijke regelingen van € 280.000. Vooral de bijdrage aan de Omgevingsdienst Achterhoek was in 2025 bijna € 200.000 hoger t.o.v. de primitieve begroting 2025. Daarnaast is de bijdrage aan de RDL (Reinigingsdienst de Liemers) ruim € 100.000 hoger dan primitief geraamd.

Sociaal domein
In de begroting 2025 was een reëel risico opgenomen voor een hogere bijdrage aan het sociaal domein van € 675.000. In 2025 heeft zich dit vooral in de jeugdzorg voor gedaan.  In deze jaarrekening zijn de lasten per saldo ruim € 1 miljoen hoger dan geraamd.

Onderhoud wegen
In de begroting 2025 is een reëel incidenteel risico opgenomen van € 2,1 miljoen. In 2024 is het beheerplan wegen alleen vastgesteld voor 2025. In de loop van 2025 is dit plan vastgesteld voor de periode tot en met 2029. De financiële consequenties zijn verwerkt in de Kadernota 2026. De dotatie aan de voorziening groot onderhoud wegen is structureel verhoogd met € 835.000 en voor de periode 2026 tot en met 2029 is jaarlijks een krediet beschikbaar gesteld van € 1.050.000 voor rehabilitaties en reconstructies van asfaltwegen. Het risico heeft dus geen consequenties gehad voor 2025, maar is wel opgetreden voor de jaren 2026 tot en met 2029.

5. Beschikbare weerstandcapaciteit

Terug naar navigatie - Paragraaf A. Weerstandsvermogen en risicobeheersing - 5. Beschikbare weerstandcapaciteit

Conform de nota reserves en voorzieningen 2022 bestaat onze weerstandscapaciteit uit de volgende onderdelen:

  1.  de algemene reserve en de reserve "Verkoop aandelen Nuon";
  2.  de reserve grondexploitatie (voor zover boven de minimale buffer van € 2 miljoen);
  3.  begrotingsruimte en de post onvoorzien.


Op grond van deze jaarstukken wordt de weerstandscapaciteit in Montferland als volgt berekend: 

Verwachte weerstandscapaciteit (* € 1 miljoen) 2025
Algemene reserve (minus reeds toegekende claims van € 4,2 miljoen) € 13,4
Reserve verkoop aandelen Nuon € 14,3
Reserve grondexploitatie € 0,1
Mutatie algemene reserve (voorstel resultaatbestemming jaarrekening 2025) -€ 1,5
Begrotingsruimte en post onvoorzien (€ 0,5 miljoen per jaar voor vier jaar) € 2,0
Totaal

€ 28,3


Het verwachte saldo van de algemene reserve bedraagt per eind 2025 € 17,6 miljoen.  De toegekende claims van € 4,2 miljoen worden voor de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit in mindering gebracht.  Het resterende saldo is dan € 13,4 miljoen. 

Het saldo van de reserve verkoop aandelen Nuon wordt na de vaststelling van de nota reserves en voorzieningen in november 2022 meegenomen in de bepaling van de beschikbare weerstandscapaciteit. De stand van deze reserve bedraagt ultimo 2025 € 14,3 miljoen. 

Het saldo van de Reserve Grondexploitatie bedraagt per ultimo 2025 € 2,1 miljoen. Deze reserve dient als buffer voor specifieke risico's in de grondexploitatie. In de nota reserves en voorzieningen 2022 is de minimale omvang van deze reserve bepaald op € 2,0 miljoen. Het bedrag boven deze minimale buffer wordt meegenomen in de bepaling van de beschikbare weerstandscapaciteit, op dit moment dus € 0,41miljoen (zie bovenstaande tabel).

Het voorstel voor resultaatbestemming bedraagt € 1,5 miljoen negatief en wordt onttrokken aan de beschikbare weerstandscapaciteit.

De structurele begrotingsruimte (€ 0,5 miljoen per jaar) en de post onvoorzien (€ 10.000 per jaar) is structurele dekking voor structurele risico's.

6. Benodigd weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - Paragraaf A. Weerstandsvermogen en risicobeheersing - 6. Benodigd weerstandsvermogen

Voor de bepaling van het benodigde weerstandsvermogen heeft er een inventarisatie van individuele risico’s plaatsgevonden. Het weerstandsvermogen kan betrekking hebben op het begrotingsjaar zelf (het statisch weerstandsvermogen), het kan ook betrekking hebben op de consequenties voor meerdere begrotingsjaren (het dynamisch weerstandsvermogen). Wij beoordelen het benodigd weerstandsvermogen zowel voor de begroting (dynamisch) als voor de jaarrekening (statisch). Bij de risico-inventarisatie nemen wij dan ook risico’s mee, die zich hebben voorgedaan als risico, of die zich kunnen gaan voordoen. 

Aangezien niet alle risico’s zich in de praktijk gelijktijdig en in volle omvang zullen voordoen is een reëel risicobedrag berekend. Om het reële risicobedrag te bepalen hebben we drie uitgangspunten gehanteerd.
Wij maken met de risico-inventarisatie een impactanalyse, waarmee wij inzicht krijgen in de gevoeligheid van de begroting voor structurele risico’s en de gevoeligheid van de algemene reserves voor incidentele risico’s.

1. Bepalen risicoscore

De omvang van het risico wordt bepaald door :

  • De hoogte van de inschatting van het maximaal risico. 
  • De kans dat het risico zich kan voordoen.  


De risicoscore van kans wordt berekend over de inschatting van het maximaal risico. Met de klasse indeling hebben we in een risicokaart verderop in deze paragraaf de risico's inzichtelijk gemaakt. Klasse 1 is het minst risicovol en klasse 5 het meest risicovol.

Klasse Inschatting max. risico
1 < € 50.000
2 € 50.000 - € 200.000
3 € 200.000 - € 500.000
4 € 500.000 - € 1.000.000
5 > € 1.000.000

 

Klasse Kans op risico Risicoscore kans
1 < of 1x per 10 jaar 10%
2 1x per 5-10 jaar 30%
3 1x per 2-5 jaar 50%
4 1x per 1-2 jaar 70%
5 1x per jaar of> 90%

 

2.    Structurele risico’s relateren aan incidentele beschikbare weerstandscapaciteit
Structurele risico’s doen zich meerdere jaren voor. Het heeft de voorkeur om deze risico’s op te vangen met structurele ruimte in de begroting. Deze ruimte is veelal niet beschikbaar. Om de structurele risico’s op te vangen en enigszins gelijkwaardig te relateren aan beschikbare incidentele middelen vermenigvuldigen we het structurele risico in de berekening van het benodigd weerstandsvermogen voor een periode van vier jaar, overeenkomstig de periode van de meerjarenbegroting. 

3.    Bepalen van de waarschijnlijkheid dat alle risico’s tegelijk optreden 
Gemeente gebruiken vaak specifieke software om met statistische kansberekeningen het mogelijke financieel gevolg van het risicoprofiel van alle risico's tezamen door te rekenen. Het voordeel van deze rekenmethodiek is dat rekening gehouden kan worden met het gegeven dat niet alle risico's zich tegelijkertijd voor zullen doen. Daardoor is het bedrag aan benodigde weerstandscapaciteit lager dan de optelsom van alle risicobedragen bij elkaar.  Aangezien wij dergelijke software (nog) niet tot onze beschikking hebben hanteren wij gemakshalve een afslag tot 90% op het berekende risicobedrag.  Wij benadrukken dat het inschatten van risico's met daarbij behorende bedragen en kansen per definitie geen exacte wetenschap is. Ook de berekeningen die op basis daarvan plaatsvinden zijn dat niet. Ze zijn een hulpmiddel om in totaliteit een bedrag te bepalen om als buffer voor risico's aan te houden. Enige relativering van de waarde van dit gegeven is zeker op zijn plaats. Daarnaast kunnen ingeschatte risico's ook meevallen en zelfs een positief effect opleveren. Het is daarom van belang om de financiële kengetallen in onderlinge samenhang te bezien en niet uit te gaan van één enkel kengetal als de weerstandsfactor.

Wij benadrukken dat het inschatten van risico's met daarbij behorende bedragen en kansen per definitie geen exacte wetenschap is. Ook de berekeningen die op basis daarvan plaatsvinden zijn dat niet. Ze zijn een hulpmiddel om in totaliteit een bedrag te bepalen om als buffer voor risico's aan te houden. Enige relativering van de waarde van dit gegeven is zeker op zijn plaats. Daarnaast kunnen ingeschatte risico's ook meevallen en zelfs een positief effect opleveren. Het is daarom van belang om de financiële kengetallen in onderlinge samenhang te bezien en niet uit te gaan van één enkel kengetal als de weerstandsfactor.

 

 

Overzicht benodigd weerstandvermogen

Impactanalyse incidentele en structurele risico's

nr.

Risico's (bedragen * € 1.000)

Max. risico

Risicoscore kans

Incidenteel

Structureel

1.

Gemeenschappelijke regelingen

425

70%

 

300

2.

Algemene uitkering gemeentefonds

1.000

70%

 

700

3.

Informatiebeveiliging

10.000

10%

1.000

 

4.

Rentestijgingen

440

50%

 

220

5.

Garantstellingen

400

10%

40

 

6.

Sociaal domein

1.000

90%

 

900

7.

Leges omgevingsvergunning

350

70%

245

 

8.

Juridische aangelegenheden

700

50%

350

 

9.

Grondexploitatie

1.000

50%

500

 

10.

Invoering omgevingswet

200

50%

50

50

11.

Bestrijding invasieve exoten

150

50%

45

 

12.

Afvoeren teerhoudend asfalt

130

70%

90

 

13.

BUIG inkomsten

150

30%

45

 

14.

Sinkholes

100

30%

30

 

15.

Schade door wateroverlast

100

30%

30

 

16.

Wet natuurbescherming

100

30%

30

 

17.

Overige risico's

1.000

70%

500

200

 

Totaal risico's

17.245

 

2.395

2.170

 

Structureel risico's maal factor 4 (jaar)

 

 

 

8.680

 

Waarschijnlijkheidsfactor 90%

 

 

2.156

7.812

 

Benodigd weerstandsvermogen

 

 

 

9.968

 

Beschikbare weerstandscapaciteit

 

 

 

28.300

 

Ratio weerstandscapaciteit

 

 

 

2,8

 

Dit betekent dat de weerstandscapaciteit in Montferland per ultimo 2025 het predicaat “uitstekend” krijgt. De omvang van het eigen vermogen is op uitstekend niveau om alle mogelijke risico’s op te vangen en boven het minimale ratio van 2. Dit komt vooral omdat wij over een reserve verkoop aandelen Nuon beschikken van ruim € 14,3 miljoen. Exclusief de reserve Nuon bedraagt deze ratio 1,4.

 

8. Financiële kengetallen

Terug naar navigatie - Paragraaf A. Weerstandsvermogen en risicobeheersing - 8. Financiële kengetallen

Toelichting financiële kengetallen
De vijf financiële kengetallen geven samen een beeld van de financiële situatie en ontwikkelingen in de gemeente. Eén enkel kengetal zegt echter weinig over de totale financiële positie. Of een hoge schuldquote voor een gemeente nadelig is, hangt bijvoorbeeld af van het eigen vermogen en hoe groot de kans is dat de schuld weer wordt afgelost. Onderstaande een toelichting op de verschillende kengetallen.

Weerbaarheid: kan de gemeente tegen een stootje?
Netto schuldquote (ongecorrigeerd): De niet gecorrigeerde netto schuldquote geeft het risico voor de gemeente weer als derden niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen. Denk bijvoorbeeld aan een woningcorporatie, die geld heeft geleend bij de gemeente. Hoe lager, hoe beter.

Netto schuldquote (gecorrigeerd): De netto schuldquote geeft aan of de gemeente in staat is de schulden terug te betalen waarvoor zij volledig zelf aan de lat staat. Ook hier geldt: hoe lager, hoe beter.

Solvabiliteit: De mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Dit wordt berekend op basis van het eigen vermogen en de bezittingen van de gemeente. Hoe hoger, hoe beter.

Grondexploitatie: Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Hier geldt: hoe lager, hoe minder risicovol.

Wendbaarheid: kan de gemeente zich relatief snel aanpassen aan veranderende omstandigheden?
Hierbij zijn de volgende kengetallen van belang:

Belastingcapaciteit: De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of ruimte is voor nieuw beleid. Hoe lager hoe beter.

Structurele exploitatieruimte: Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, door de structurele baten en structurele lasten te vergelijken met de totale baten. Hoe hoger, hoe beter.

 

       Indeling categorieën (%)
  Kengetal A 'Voldoende'  B 'Matig' C 'Onvoldoende'
1a Netto schuldquote < 90% 90-130% > 130%
1b

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

< 90% 90-130% > 130%
2 Solvabiliteitsratio > 50% 20-50% < 20%
3 Structurele exploitatieruimte > 0% 0% < 0%
4 Grondexploitatie  < 20%  20-35% > 35%

5

Belastingcapaciteit 

< 95% 95-105% > 105%

 

       Financiële kengetallen Montferland (%)
  Kengetal Rek. 2024 Begroting 2025 Rek. 2025
1a Netto schuldquote 54% 80% 49%
1b

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

47% 71% 56%
2 Solvabiliteitsratio 34% 28% 33%
3 Structurele exploitatieruimte -2,7% 0,6% -0,3%
4 Grondexploitatie 0,1% 0% 4,0%

5

Belastingcapaciteit 

101% 101% 101%

 

Voldoende

Matig

Onvoldoende

De financiële kengetallen moeten in samenhang worden bezien om onze financiële positie te beoordelen. In 2025 is de indeling identiek aan die in de jaarstukken 2024 en de begroting 2025.

In 2025 vallen drie kengetallen in de categorie voldoende (netto schuldquote, netto schuldquote gecorrigeerd en grondexploitatie), twee in de categorie matig (solvabiliteitsratio en belastingcapaciteit) en één in de categorie onvoldoende (structurele exploitatieruimte) . Dit wordt met name veroorzaakt door het negatieve saldo van lasten en baten in de rekening 2025. Er wordt meer onttrokken aan het eigen vermogen dan dat er toegevoegd wordt. Per saldo teren we dus in het op het Eigen Vermogen. Rekening houdend met ons uitstekende weerstandsvermogen kunnen we concluderen dat we de financiële positie van onze gemeente als voldoende kunnen kwalificeren. 

 

Paragraaf B. Onderhoud kapitaalgoederen

1. Missie

Terug naar navigatie - Paragraaf B. Onderhoud kapitaalgoederen - 1. Missie

De gemeente Montferland heeft een groot oppervlak aan openbare ruimte in beheer. Daarin vinden veel activiteiten plaats zoals wonen, recreëren en werken. Daarvoor zijn kapitaalgoederen nodig zoals wegen, rioleringen, kunstwerken, openbaar groen, openbare verlichting, sportvelden en gebouwen. De kwaliteit van deze kapitaalgoederen en het onderhoudsniveau ervan is in grote mate bepalend voor de beleving van onze inwoners en mensen die in onze gemeente werken en recreëren en niet in de laatste plaats voor de (jaarlijkse) lasten. We streven ernaar dat het onderhoud van onze kapitaalgoederen van een voldoende niveau is.

2. Context en achtergronden

Terug naar navigatie - Paragraaf B. Onderhoud kapitaalgoederen - 2. Context en achtergronden

Het onderhoud van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte en de gemeentelijke gebouwen is uitgevoerd volgens de beleids- en beheerplannen die door de raad of het college zijn vastgestelde. Deze plannen worden meestal elke  vier jaar vernieuwd.

Op basis van deze plannen is per kapitaalgoed aangegeven wat het gemeentelijk beleid en de doelen zijn, welke onderhoudswerken gepland zijn en wat de kosten hiervoor zijn.

3. Kaderstellende beleidsnota's

Terug naar navigatie - Paragraaf B. Onderhoud kapitaalgoederen - 3. Kaderstellende beleidsnota's
  • Het Raadsakkoord 2023;
  • Nota reserves en voorzieningen 2022;
  • De Financiële verordening gemeente Montferland 2025;
  • Beheerplan wegen 2025-2029;
  • Beheerplan civiele kunstwerken 2025-2028
  • Beheerplan openbare verlichting 2025-2029;
  • Groenbeleidsplan 2023-2032;
  • Nota kunstgrasvelden;
  • Gemeentelijk Water en Rioleringsplan Montferland 2022-2026;
  • Integraal Verkeer en Vervoersplan (i-VVP);
  • IBOR
  • Beleidsplan Toegankelijkheid Openbare Ruimte 2017-2021;
  • Gladheidsbestrijdingsplan 2023-2024;
  • Nota vastgoedbeleid 2015.

 

4. Ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Paragraaf B. Onderhoud kapitaalgoederen - 4. Ontwikkelingen

Onderstaand een korte toelichting per onderdeel. 

Openbare ruimte

  • In 2025 is het beleidsplan groen geëvalueerd. De uitkomsten van de evaluatie zijn financieel verwerkt in de begroting 2026 en worden in 2026 verder uitgewerkt in een nieuw instandhoudingsplan.
  • In 2026 wordt het Strategisch Assetmanagement Plan (SAMP) opgesteld wat een strategisch kader vormt voor alle nieuw op te stellen of te actualiseren instandhoudingsplannen. Het SAMP vervangt het IBOR 2014.


Wegen

  • In 2025 is een nieuw beheerplan wegen vastgesteld en is de uitvoering van enkele grote instandhoudingswerkzaamheden gestart. Een aantal klinkerwegen zijn herstraat en onder andere het asfalt op de Hooglandseweg-Zeddamseweg is vervangen. De voorbereiding voor een aantal andere grotere werkzaamheden is gestart en deze zullen de komende jaren in uitvoering gaan.
  • Daarbij is de constatering dat op veel plekken (80%) teerhoudend asfalt wordt aangetroffen wat hogere afvoerkosten met zich meebrengt, hiervoor is een risico reservering opgenomen.


Rioleringen

  • Het huidige Gemeentelijk Water en Rioleringsplan (GWRP) loopt van 2022 tot 2026. Dit plan vormt de basis voor het uitvoeren van onze wettelijke zorgplichten op het gebied van afvalwater, grondwater en hemelwater. In 2026 starten we met het opstellen van een nieuw GWRP dat naar verwachting voor het jaar 2027 kan worden vastgesteld.
  • Eind 2025 hebben we bekeken hoe de middelen uit de rioolheffing zo efficient mogelijk kunnen worden ingezet. Door een andere wijze van boekhouden kunnen we met hetzelfde geld meer werk uitvoeren. Dat is nodig, omdat de riool en wateropgaven aanzienlijk zijn. In 2025 zijn veel voorbereidende werkzaamheden getroffen, onder andere voor de projectmatige vervanging van ruim 600 (mini)gemalen in de persriolering in ons buitengebied.


Openbare verlichting

  • In 2025 zijn we verdergegaan met het vervangen van conventionele armaturen van de openbare verlichting door LED. Tegelijkertijd worden en zijn oude masten vervangen. De openbare verlichting in Montferland maakt door de investering in de verduurzaming een flinke stap richting toekomstbestendigheid. Het energieverbruik van de openbare verlichting is door deze maatregelen niet alleen veel lager, maar ook op afstand te besturen.

Civiele Kunstwerken

  • In 2025 is het nieuwe beheerplan voor civiele kunstwerken vastgesteld. Het gaat hier om bruggen, viaducten en tunnels die door de gemeente worden beheerd. In 2025 zijn verschillende kunstwerken gereinigd en onderhouden. Het viaduct in de Oude Doetinchemseweg over de Drieheuvelenweg in 's-Heerenberg is niet opgenomen in het beheerplan, omdat het wordt vervangen door een gelijkvloerse kruising.


Openbaar groen 

  • Gedurende het jaar heeft onze eigen buitendienst het reguliere onderhoud aan het openbaar groen en de bomen uitgevoerd. Tevens zijn op een aantal plaatsen renovaties van het bestaande groen uitgevoerd.  Daarnaast is de 1e van 3 plantrondes in het kader van 2.000 extra bomen door onze buitendienst uitgevoerd.
  • Het beleidsplan werd eind 2025 geëvalueerd en bijgesteld.


Sportvelden

  • Het hele jaar door is regelmatig onderhoud uitgevoerd op de sportvelden, inclusief het beregenen van de velden.
  • Tevens is geïnvesteerd in GPS-ontvangers voor de robotmaaiers. Hierdoor zijn er nu drie robotmaaiers minder nodig en zijn de verenigingen tevreden over het maaibeeld.


Onderhoud gemeentelijke gebouwen

  • Het onderhoud aan de gemeentelijke gebouwen heeft plaatsgevonden zoals gepland
  • Het gemeentehuis in Didam heeft ruim 10 jaar na de ingebruikname een update gekregen; schilderwerk is uitgevoerd en vloerbedekking vervangen. Deze werkzaamheden zijn gecombineerd met het uitbreiden van vergaderruimtes. Tevens is de buitenruimte van het gemeentehuis meer klimaatadaptief ingericht.


Sporthallen

  • De sporthallen in eigendom van de gemeente hebben in 2025 regulier onderhoud gehad.


Huisvesting van vluchtelingen en asielzoekers

  • Het pand "Steak'M" en het toekomstig IKC in 's-Heerenberg zijn in eigendom van de gemeente en zijn in 2025 gebruikt voor de opvang van Oekraiënse ontheemden. De andere panden die hiervoor worden ingezet worden door de gemeente gehuurd.

Paragraaf C. Financiering

Beleid

Terug naar navigatie - Paragraaf C. Financiering - Beleid

Voor de financiering van de programma’s zijn financiële middelen nodig. Om tijdig en tegen gunstige condities gelden aan te trekken of uit te zetten is de uitvoering van de treasuryfunctie belangrijk.

De treasuryfunctie omvat het sturen, beheersen, verantwoording afleggen over en het toezicht houden op:

  • De financiële vermogenswaarden;
  • de financiële geldstromen;
  • de financiële posities en de daaraan verbonden risico’s.


De uitvoering van de treasuryfunctie is gebaseerd op artikel 20 van de “Financiële verordening 2023”. Het treasurystatuut, zoals is vastgesteld op 16 februari 2016, geldt nog steeds. Dit treasurystatuut is gebaseerd op de geldende financiële verordening.

In het treasurystatuut is onder andere geregeld dat, conform de opgelegde verplichting door de rijksoverheid, overtollige middelen moeten worden belegd bij de rijksoverheid of bij andere openbare lichamen. Een nadere uitwerking hiervan vindt plaats in het treasurystatuut.  

Kasgeldlimiet

Terug naar navigatie - Paragraaf C. Financiering - Kasgeldlimiet

De wet Financiering decentrale overheden (Wet Fido) bevat instrumenten om de risico’s te beperken die gemeenten lopen bij het lenen en het uitzetten van financiële middelen. Een belangrijk instrument is de kasgeldlimiet. Hierbij gaat het om het beperken van renterisico’s op de korte schuld. Korte schuld is bedoeld voor het financieren van de lopende uitgaven. De kasgeldlimiet is 8,5% van het begrotingstotaal (141 miljoen) en bedroeg voor 2025 € 12 miljoen (afgerond). 

Algemene ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Paragraaf C. Financiering - Algemene ontwikkelingen

Belangrijke ontwikkelingen die invloed hebben op de treasuryfunctie zijn de uit te voeren investeringen, de grondexploitatie, de bedrijfsvoering en de ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt.

In 2024 is het rentepercentage verschillende keren verlaagd  door de Europese Centrale Bank (ECB) met als doel om de rente terug te brengen tot een meer neutrale renteniveau. In 2025 is rente ECB uiteindelijk tot 2% gedaald. Doel van de ECB is om een stabiel % te hanteren, maar huidige geopolitieke  spanningen blijven echter voor een onzekere factor zorgdragen, waarbij o.a. de hoge investeringsverwachtingen op militair gebied leiden tot hogere renteniveaus op de kapitaalmarkt.

Beleid bij nieuwe leningen

Terug naar navigatie - Paragraaf C. Financiering - Beleid bij nieuwe leningen

Bij het aantrekken van langlopende geldleningen wordt de looptijd van een lening afgestemd op de financieringsbehoefte behorende bij het totaal van de investeringen. Investeringen voor de grondexploitatie worden in het algemeen gefinancierd door een lening die een kortere looptijd heeft dan leningen voor investeringen in gebouwen of wegen. Binnen de gemeente is sprake van totaalfinanciering, waarbij leningen niet worden aangetrokken voor specifieke investeringen (projectfinanciering) maar voor het totaal van de financieringsbehoefte.   

Relatiebeheer

Terug naar navigatie - Paragraaf C. Financiering - Relatiebeheer

Met de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) is een overeenkomst financiële dienstverlening aangegaan, op basis waarvan deze bankinstelling dagelijks onze banksaldi beoordeelt en intern verrekent met daggeld dan wel tijdelijke belegging via schatkistbankieren.

Bij  Rabobank loopt een bankrekening uitsluitend voor het afstorten van liquide middelen van de afdeling Publiekszaken. 

Financieringsbehoefte

Terug naar navigatie - Paragraaf C. Financiering - Financieringsbehoefte

De financieringsbehoefte is het verschil tussen de boekwaarde van de investeringen en de vaste financieringsmiddelen. Onder vaste financieringsmiddelen verstaan wij de reserves en voorzieningen plus de opgenomen vaste geldleningen. Verder wordt rekening gehouden met de reguliere aflossingen op bestaande geldleningen.

Voor jaar 2025 is een  langlopende geldlening afgesloten ad € 25 mln. 

Leningenportefeuille

Terug naar navigatie - Paragraaf C. Financiering - Leningenportefeuille

Dit onderdeel geeft inzicht in de samenstelling, de grootte en de rentegevoeligheid van de opgenomen leningen. De (verwachte) mutaties als gevolg van nieuwe leningen, (vervroegde) aflossingen, renteconversies e.d. en bijzondere transacties worden toegelicht.

 

Bedragen x €1.000 Balans
1-1-2025
Opname
2025
Aflossing
2025

Balans
31-12-2025

 Rente 2025

Gem. Perc.

Totaal langlopende geldleningen 48.757 0 6.506 42.251 1.140 2,82%
Totaal woningbouwleningen 1.198 0 265 933 31 2,55%

 

Op de balansdatum resteren voor de gemeente nog 13 langlopende leningen, waarvan twee leningen zijn doorgeleend aan Woningcorporatie Plavei (voormalig Woningstichting Bergh).

Renterisiconorm

Terug naar navigatie - Paragraaf C. Financiering - Renterisiconorm

Voor de gemeente Montferland zijn geen geplande rente herzieningen. Alle lopende leningen hebben een vast rentepercentage gedurende de resterende looptijd.
Voor 2025 bedraagt het rente risico op vaste schuld  € 6.506 miljoen en is ruim onder de gestelde renterisiconorm van € 28.207 miljoen. De komende jaren is de verwachting dat het rente risico op vaste schuld ruim onder de vastgestelde renterisiconorm van 20% van het begrotingssaldo blijft.

Bedragen x € 1.000

  RENTERISICONORM Jaarrekening 2025
1a Renteherziening op vaste schuld o/g 0
1b Renteherziening op vaste schuld u/g 0
1 Netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b) 0
     
2a Te betalen aflossingen 6.771
2b Te ontvangen aflossingen -265
2 Herfinanciering (2a-2b) 6.506
     
3 Renterisico op vaste schuld (1+2) 6.506
     
4 Begrotingstotaal 141.034
4a Het vastgesteld percentage 20
4 Renterisico norm 28.207
     
5 Toets renterisico norm  
  Renterisico norm (4)  28.207
  Renterisico op vaste schuld (3) -6.506
5a=(4>3) Ruimte onder renterisiconorm 21.701
5b=(3>4) Overschrijding renterisiconorm  

 

Renteschema

Terug naar navigatie - Paragraaf C. Financiering - Renteschema
Renteschema    2025
a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering +/+    -1.901.457
b. De externe rentebaten over de korte en lange financiering  -/-       -121.685
Saldo externe rentelasten en rentebaten       1.779.772
       
c1. Doorberekende rente aan de grondexploitatie  -/-             -19.132  
c2. Doorberekende rente van projectfinanciering taakvelden  -/- 0  
c3. Rentebaat van door verstrekte specifieke leningen  -/-             -83.200  
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente          -102.332
       
d0. Rente reserves Kap. lasten +/+           205.226  
d1. Rente over eigen vermogen +/+    
d2. Rente over voorzieningen +/+    
Aan taakvelden toe te rekenen interne rente           205.226
       
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente       1.882.666
       
e. De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente  -/-    -1.951.818
       
f. Renteresultaat op het taakveld Treasury (- is positief)             -69.153

 

Netto vlottende schuld

Terug naar navigatie - Paragraaf C. Financiering - Netto vlottende schuld
Bedragen x €1.000 Balans 1-1-2025 Mutatie 2025 Balans 31-12-2025
Vlottende Schulden      
Kasgeld -11.000 11.000 0
Crediteuren + overige schulden -20.537 16.142 -4.395
Overlopende passiva -20.031 -4.038 -24.069
Vlottende Activa      
Liquide middelen 463 -354 108
Schatkistbankieren 1.843 -1.173 670
Debiteuren 9.405 -6.273 3.132
Overlopende activa 5.096 55 5.151
Netto Vlottende schuld -34.761 15.359 -19.403

 

Paragraaf D. Bedrijfsvoering

Formatie en budget ambtelijke organisatie

Terug naar navigatie - Paragraaf D. Bedrijfsvoering - Formatie en budget ambtelijke organisatie

De omvang van de loonkosten en de formatie van de totale ambtelijke organisatie is:   

 Formatie en budget ambtelijke organisatie Jaarrekening 2024 Begroting na wijz. 2025 Jaarrekening 2025*
Loonkosten eigen en ingehuurd personeel (x € 1.000):      
  • eigen personeel
26.166 33.250 28.987
  •  tijdelijk/extern personeel
5.442 2.511 4.235
  31.608 35.761 33.222
 Formatie in fulltime eenheden (fte’s):      
  •  vast
341 380 358
  •  tijdelijke formatie
16 12 12

 

* De werkelijke bezetting per 31-12-2025 is lager dan de toegestane formatie vanwege niet ingevulde vacatures.

Apparaatskosten

Terug naar navigatie - Paragraaf D. Bedrijfsvoering - Apparaatskosten

Apparaatskosten, ook wel organisatiekosten, zijn de middelen die nodig zijn voor het inzetten van personeel (zoals loon en andere personeelskosten), evenals kosten voor organisatie, huisvesting, materieel, automatisering en dergelijke om de taken van de organisatie uit te voeren. Het zijn dus alle personeels- en materiële kosten die nodig zijn voor het functioneren van de ambtelijke organisatie (exclusief griffie en bestuur).

 Kosten x € 1.000 Begroting na wijz. 2025 Jaarrekening 2025
 loon- en overige personeelskosten (eigen en ingehuurd personeel) 10.687 10.315
 huisvestingskosten 1.693 1.789
 kosten ICT 3.330 3.309
 tractiekosten 747 758
 facilitaire kosten 231 239
 overige organisatiekosten 1.534 1.311
totaal 18.222 17.722
per inwoner
€  497   € 483 

De meeste van deze apparaatskosten zijn ook opgenomen in hoofdstuk 2.5 Overhead. 

Verdieping van enkele onderwerpen

Terug naar navigatie - Paragraaf D. Bedrijfsvoering - Verdieping van enkele onderwerpen

Personeel en organisatie
Organisatieontwikkeling
Op 1 januari 2024 is de nieuwe organisatiestructuur van start gegaan. Deze organisatiestructuur hangt samen met de organisatieontwikkeling die we beogen. We werken vanuit de bedoeling met de thema’s: Team Montferland, De inwoner centraal, Vertrouwen, Lef en Plezier. Het jaar 2025 is benut voor evaluatie van de structuur en de ontwikkeling, wat heeft geleid tot enkele kleine aanpassingen en nieuwe plannen voor de komende jaren. Een leiderschapsprogramma heeft voor een verdere professionalisering van het management gezorgd. Maar ook de andere medewerkers hebben een gevarieerd aanbod aan opleidingen, inspiratiesessies, persoonlijke ontwikkeling en workshops gekregen.

Arbeidsmarktkrapte
We leven in een tijd waarin sprake is van arbeidsmarktkrapte en snelle technologische ontwikkelingen. Om hiermee om te kunnen gaan hebben we in 2025 ingezet op Strategische Personeelsontwikkeling. Hierbij gaat het om het duurzaam inrichten van de organisatie binnen een steeds veranderende omgeving, om zo te kunnen anticiperen op huidige en toekomstige ontwikkelingen en zo effectief mogelijk de personele bezetting te borgen, kwalitatief en kwantitatief. In 2025 zijn hiervoor middelen beschikbaar gesteld en hebben we deze actief ingezet op het gebied van instroom en uitstroom (bijvoorbeeld corporate grandparanting en traineeships), behoud en doorstroom (bijvoorbeeld opleidingen). Met deze middelen lukt het nog steeds bijna 100% van de vacatures ook ingevuld te krijgen en zijn de inhuurkosten teruggebracht van 20% naar 13% eind 2025. Het terugbrengen van de inhuur was ook een doelstelling die aan de organisatie was meegegeven.

Informatiebeveiliging en privacy
Informatiebeveiliging en privacy zijn twee nauw verwante begrippen. Waar informatiebeveiliging betrekking heeft op data in het algemeen, richt privacy zich specifiek op persoonsgegevens. Binnen alle overheidsinstellingen is de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) inmiddels een bekende term. Dit normenkader vormt de basis voor beveiligingsmaatregelen die de weerbaarheid van gemeenten moeten vergroten.

Gemeentelijke processen zijn sterk afhankelijk van ondersteunende ICT-systemen en -diensten. Inwoners en ondernemers maken steeds meer gebruik van digitale diensten en verwachten van de overheid dat zij zorgvuldig omgaat met (gevoelige) informatie. Het waarborgen van beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van informatiesystemen is essentieel om de betrouwbaarheid, kwaliteit en continuïteit van de bedrijfsvoering en dienstverleningsprocessen te garanderen. 
Met de komst van de Cyberbeveiligingswet en de AI-Act krijgt informatieveiligheid binnen gemeenten meer aandacht. Daarnaast speelt ENSIA (Eenduidig Normatiek Single Information Audit) een belangrijke rol in de verantwoording over de veiligheid van diverse belangrijke systemen.

In 2025 voldeden wij aan alle normen van Suwinet en Digi-D. Hoewel absolute veiligheid niet bestaat, streven wij naar optimale beveiliging. Dit doen we steeds meer risicogestuurd, wat wil zeggen het in kaart brengen van de grootste risico’s en deze te beleggen bij de juiste verantwoordelijke. De meeste informatiebeveiligingsincidenten worden veroorzaakt door menselijk handelen. Bewuste medewerkers zijn dan ook de beste beveiligingsmaatregel. Een doorlopende bewustwordingscampagne, waaronder nep-phishing mails en een wekelijkse mini-learning voor alle medewerkers, maakt hiervan deel uit.  

Voor 2026 besteden we specifieke aandacht aan verantwoord gebruik van AI systemen met inachtneming van de kaders van de AI Act. Daarnaast ligt de focus op leveranciersmanagement, zodat te allen tijde helder is wat de specifieke afspraken zijn met belangrijke leveranciers en partners, indien niet bij de gemeente maar bij de leverancier een incident voordoet.

Accountantscontrole 2025 en (verbijzonderde) interne controle
De controle over het boekjaar 2024 was het eerste jaar van de nieuwe accountant Stolwijk Kelderman . Zij zijn begonnen met een 0-meting (september 2024), gevolgd door de reguliere interimcontrole (november 2024). Hierbij  is de kwaliteit van de interne beheersingsmaatregelen van de organisatie in kaart gebracht. Het oordeel hierover was positief, hoewel er enkele aandachtspunten zijn voor een verdere optimalisatie. Ook in oktober/november 2025 heeft weer de reguliere interimcontrole plaatsgevonden. De resultaten zijn verwoord in de managementletter 2025 welke is besproken met de Auditcommissie. Stolwijk Kelderman is positief over de kwaliteit van de interne beheersing en ziet de organisatie jaarlijks verdere stappen zetten.
De controle van de jaarrekening 2025 heeft plaatsgevonden in het eerste en tweede kwartaal van 2026. Dit heeft geleid tot een controleverklaring van de accountant. 

De ‘rechtmatigheidsverantwoording door het college van B&W’  is vanaf  2023 van kracht. De accountant geeft een oordeel over de getrouwheid van de rechtmatigheidsverantwoording. Voor de verklaring over 2025 verwijzen wij naar de afzonderlijke verantwoording en de toelichting verderop in deze paragraaf Bedrijfsvoering. 

Controle Sociaal 
De (kwaliteit van de) verantwoordingen van de gecontracteerde zorgaanbieders Wmo en Jeugdwet is sinds de invoering in 2025 jaarlijks toegenomen. Voor de rechtmatigheidstoets geldt onveranderd dat voor alle zorg waar geen goedkeurende controleverklaring voor is afgegeven (de "kleinere" zorgverstrekkers met een omzet < € 200.000 vallen hier ook onder) en waarvoor geen andere maatregelen zijn genomen om vast te stellen dat de zorg is geleverd,  deze door de accountant worden aangemerkt als "onzeker". Ook in 2025 hebben wij daarom met diverse cliënten contact opgenomen om zekerheid te krijgen over de prestatielevering. Deze actie heeft geleid tot een aanzienlijke verlaging van de "onzekerheid" in de jaarrekening.

De uitvoering van de Persoonsgebonden budgetten (Pgb's) ligt bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Door het, van het begin af aan, niet kunnen overleggen van een goedkeurende accountantsverklaring hebben wij ook in 2025 zelf steekproeven uitgevoerd op de verstrekkingen. Ook op dit vlak is het aandeel "onzeker" aanmerkelijk afgenomen.   
 
Frauderisicobeheersing 
De primaire verantwoordelijkheid voor het voorkomen en detecteren van fraude (waaronder corruptie) berust bij het college van burgemeester en wethouders. Deze verantwoordelijkheid betreft ook het onderhouden van een zodanige interne beheersing om het opmaken van de jaarrekening mogelijk te maken zonder dat deze afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten.

Binnen onze gemeente is er binnen de interne beheersing ruim aandacht voor frauderisico’s en de preventie daarvan: in 2024 hebben wij een frauderisicobeleid vastgesteld. Daarop voortbordurend hebben we in 2025 een frauderisicoinventarisatie uitgevoerd, inclusief een analyse en beoordeling van de getroffen beheersmaatregelen. In 2025 gaat het om 15 activiteiten / processen, waarvan wij de getroffen beheersmaatregelen, voor het minimaliseren van de frauderisico’s, als "voldoende" beoordelen . 

Wij besteden aandacht aan functiescheiding. Sinds 2023 is een vaste maatregel dat iedere factuur door twee personen moet worden gecontroleerd. Dit laat echter onverlet dat de onderbouwing om de prestatielevering aan te tonen bij de factuurbetalingen beter kan. Hier zien wij wel verbeteringen. De invoering van de financiële applicatie IFinanciën per 2026 draagt hieraan bij, waardoor we verdere verbeteringen verwachten .
Al met al is de conclusie dat de drempel om fraude te plegen redelijk hoog ligt, maar dat er geen 100% garantie is dat zich geen fraudegeval zal kunnen voordoen.  

Integriteitsbeleid
De gemeente beschikt over integriteitsbeleid. De gedragscode en integriteitsprotocol van de gemeenteraad en van college van B&W zijn geactualiseerd en vastgesteld. De herijking van het ambtelijke integriteitsbeleid wordt nu opgepakt.

De rechtmatigheidsverantwoording door het college van B&W 
Ingaande de jaarrekening 2023 wordt een rechtmatigheidsverantwoording van het college opgenomen. De rechtmatigheid betreft het begrotingscriterium, het voorwaardencriterium en Misbruik & Oneigenlijk gebruik-criterium.  De accountant controleert niet expliciet op rechtmatigheid, maar beoordeelt wel of de rechtmatigheidsverantwoording waarheidsgetrouw is. Als dit het geval is, heeft dit geen gevolgen voor de accountantsverklaring.
In de rechtmatigheidsverantwoording verantwoorden we onrechtmatige afwijkingen als deze boven een bepaalde grens komen. Op grond van gewijzigde wetgeving in de BBV hebben wij deze grens, ingaande 2025, in de Gewijzigde financiële verordening 2025 aangepast naar 2% van het totaal aan lasten excl. reservemutaties  (was 1% van het totaal aan lasten incl. reservemutaties). 

De onrechtmatigheden lichten we toe in deze paragraaf Bedrijfsvoering, waarbij we, conform de afspraken met de raad, een ondergrens hanteren van € 150.000. Ook beschrijven wij welke actie wij ondernemen om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen.
De conclusie van de rechtmatigheidsverantwoording uit hoofdstuk 3.12 is als volgt (bedragen x € 1.000):

Rechtmatigheid

Bedrag onrechtmatigheden

  • Begrotingscriterium *
4.346
  • Voorwaardencriterium
1.590
  • Misbruik en Oneigenlijk criterium (M&O)
-

Totaal aan onrechtmatigheden

5.936

'* Van de begrotingsonrechtmatigheden is het overgrote deel, te weten €  3,351 mln. "acceptabel. Zie de toelichting hierna.

Begrotingscriterium
Door het begrotingscriterium krijgt de raad een completer beeld van begrotingsonrechtmatigheden. Dit omvat niet alleen overschrijdingen van de lasten, waar de accountant zich voorheen alleen op richtte, maar ook lagere lasten en hogere of lagere baten. Dus ook waar we minder hebben uitgegeven of extra inkomsten hebben verkregen. Het doel is meer transparantie over rechtmatigheid. 
In de Financiële verordening hebben we met de raad afgesproken dat lastenoverschrijdingen acceptabel zijn als ze voortvloeien uit bestaand beleid, het open-einde posten betreft en/of  de overschrijdingen worden gecompenseerd door direct gerelateerde hogere inkomsten. Ook is bepaald dat het melden  in deze jaarstukken van de andere afwijkingen (lagere uitgaven, hogere of lagere inkomsten) als "tijdig" moet worden aangemerkt en derhalve  rechtmatig zijn .
In de rechtmatigheidsverantwoording (hoofdstuk 3.12)  wordt inzichtelijk gemaakt dat het totaalbedrag aan begrotingsonrechtmatigheden € 4,346 mln.  bedraagt en dat het grootste deel hiervan (€ 3,351  mln.) als "acceptabel" moet worden beoordeeld en € 0,995 mln. als "niet-acceptabel". In hoofdstuk 3.13 worden de overschrijdingen en een toelichting hierop inzichtelijk gemaakt.  Enerzijds betreft het een overschrijding op een achttal kredieten  (€ 75k) . Hoewel deze overschrijding relatief gering is hier diverse onderschrijdingeng op kredieten tegenover staan zullen we de komende jaren nog alerter moeten zijn bij de kredietbijstellingen. Het belangrijk deel van de "niet-acceptabele" onrechtmatigheden betreft verder de voorbereidingskosten voor toekomstige grondexploitaties (€ 0,920 mln.). Hoewel in de Financiële verordening is bepaald dat het college van B&W hiervoor een bedrag van € 0,5 mln.  aan voorbereidingskosten  mag maken, is dit niet geformaliseerd door een raming in de begroting op te nemen en is met de eindejaarswijziging ook geen melding gedaan aan de raad. Ingaande het begrotingsjaar 2026 is dit budget van € 0,5 mln.  (evenals een raamkrediet van € 12 mln. voor strategische en proactieve grondaankopen) wel door de gemeenteraad geautoriseerd. 
Alle gemaakte kosten worden overigens te zijner tijd ingebracht in de vast te stellen planexploitatie en heeft voorgaande geen financiële consequenties.

Uitdaging voor de organisatie is om  alle lasten  continue te monitoren en qua raming bij te stellen. Dat lukt  steeds beter maar voor een deel ligt dit buiten onze  invloedssfeer. Conclusie ten opzichte van de verantwoording 2024 is dat het bedrag aan begrotingsonrechtmatigheden aanzienlijk is gedaald, maar helaas nog niet binnen de  grens van 2% van de lasten blijft. 

Voorwaardencriterium 
Het voorwaardencriterium heeft betrekking op het naleven van gestelde voorwaarden bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. Deze voorwaarden komen voort uit diverse wet- en regelgeving en hebben onder meer betrekking op aspecten als administratieve bepalingen, duur, normbedragen, bevoegdheden, aanbestedingen, ontvangen subsidies en uitkeringen voor zover deze relevant zijn voor de financiële rechtmatigheid. In de door het de raad op 18 december 2025 vastgestelde normenkader voor de jaarrekening 2025 is de relevante externe en interne regelgeving opgenomen. Onrechtmatigheid op dit criterium heeft veelal betrekking op de aanbestedingsrechtmatigheid .

a. Aanbestedingen, toets aan de Europese wetgeving
De regels over aanbesteden staan in de Aanbestedingswet 2012 en het Aanbestedingsbesluit. In de Gids Proportionaliteit zijn de voorschriften uitgewerkt over de eisen, voorwaarden en criteria die aan inschrijvers en inschrijvingen worden gesteld. Het niet naleven van de Aanbestedingswet 2012 met betrekking tot deze Europese aanbestedingsnormbedragen bij een aanbesteding van opdrachten, leidt tot een financiële rechtmatigheidsfout. Bij negen crediteuren is sprake geweest van het niet correct naleven van de  aanbestedingsregels. In totaal betreft het een bedrag van € 1,585 mln.* Opdrachten zijn dus onterecht niet Europees aanbesteed. Redenen zijn divers:

*Van een tweetal contracten, te weten de Financiële applicatie en de applicatie t.b.v. omgevingsvergunningen,  is de opdrachtwaarde van de gehele contractperiode  in dit bedrag verwerkt. 

  • Niet tijdig is onderkend dat over een reeks van jaren (bepalend zijn de uitgaven in de afgelopen vier jaren) zijn opgelopen tot de kritische grens (2 leveranciers);
  • Een bewuste keuze voor een opdrachtnemer, gelet op  zijn specifieke expertise en historische kennis op het werkgebied (6 leveranciers). Hieronder valt ook de gunning van een nieuwe financiële applicatie, na het doorlopen van een verkorte aanbestedingsprocedure ("vrijwillige transparantie"). De onrechtmatigheid is besproken in  de Auditcommissie;
  • Foutieve inschatting aan de voorkant over de uiteindelijk gunningsprijs ( 1 leverancier).

Voor een deel geldt dat de opdrachten doorlopen in 2026 en ook hiervoor zal gelden dat het leidt tot onrechtmatigheid in de jaarrekening 2026. Waar mogelijk hebben we in het proces maatregelen getroffen om onrechtmatigheid te voorkomen. M.n. rond de inhuur van personeel zijn afspraken gemaakt met een bemiddelingsbureau waarmee de kans op foutieve aanbestedingsprocedure aanzienlijk zal afnemen. 

b. Aanbestedingen, lokaal inkoopbeleid
Hoewel de bepaling van de aanbestedingsrechtmatigheid de toets aan de Europese grensbedragen  betreft schrijft de kadernota rechtmatigheid voor dat over het veelvuldig niet naleven van de gids proportionaliteit gerapporteerd dient te worden in de paragraaf Bedrijfsvoering. Intern hebben wij over ons intern inkoopbeleid gerapporteerd en de conclusie was  dat in een zeer beperkt aantal gevallen niet de vereiste aanbestedingsrichtlijnen zijn gevolgd. Concreet: in 2025 zijn 557 inkoopformulieren ingevuld (vereist bij inkopen boven de € 2.000) .  Bij 8 inkopen is (bewust) afgeweken van onze interne richtlijnen.  Deze uitkomsten hoeven derhalve niet meegenomen te worden in de rechtmatigheidsverantwoording.
Overigens  is de ondergrens voor het verplicht invullen van een inkoopstartformulier ingaande 2026 verhoogd naar € 5.000.

c. Subsidieverstrekkingen
Met de verbijzonderde Interne Controle  is geconstateerd dat niet alle verstrekkingen aan alle vereisten van de Algemene Subsidieverordening wordt voldaan. Het gaat hier om formele onrechtmatigheden (denk hierbij aan het niet respecteren van indienings- en vaststellingstermijnen, zonder financiële consequenties. Volgens de richtlijnen (Kadernota Rechtmatigheid van de commissie BBV)  tellen deze onvolkomenheden niet mee in de rechtmatigheidsverantwoording van het college.     

d. Overig

  • Volgens de "Kadernota Rechtmatigheid 2025" van de commissie BBV dienen niet-financiële onrechtmatigheden in verband met het niet naleven van bepalingen in de
    wet Fido en bijbehorende Regelingen te worden opgenomen en toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. In de paragraaf "Financiering" wordt melding gemaakt van een tijdelijke overschrijding van de kasgeldlimiet. Deze overschrijding blijft echter binnen de daarvoor gestelde richtlijnen (maximaal 2 achtereenvolgende kwartalen);
  • In 2025 is abusievelijk een te hoog bedrag toegekend voor een uitkering. Deze omissie is achteraf geconstateerd en, gelet op het geheel aan omstandigheden, is besloten het teveel verstrekte bedrag (€5k) niet terug te vorderen;  
  • Tot slot heeft onze accountant Stolwijk Kelderman ons in 2024 er op gewezen dat bij de Wmo indicaties de identificatie alleen wordt vastgelegd dat het ID is ingezien (in plaats vermelding van soort ID, ID nummer en geldigheidsduur). Onze werkwijze hebben wij aangepast met ingang van juni 2025 . Voor een deel gaat het hier om een formele rechtmatigheidsfout in 2025.  Deze constatering heeft geen impact heeft op de hoogte van het bedrag aan onrechtmatigheden.


Misbruik en Oneigenlijk gebruik criterium
In 2025 zijn geen bijzonderheden ten aanzien van misbruik en oneigenlijk gebruik geconstateerd. In 2024 heeft het college van B&W een overkoepelende nota Misbruik en Oneigenlijk gebruik vastgesteld. 

De Kadernota Rechtmatigheid 2025 schrijft voor dat we in deze paragraaf inzicht geven in de opboekingen van de vorderingen naar aanleiding van de teveel/foutief uitgekeerde PW (ten onrechte genoten). In 2025 is voor een totaalbedrag van € 78.847 ten onrechte aan uitkeringen verstrekt. Deze bedragen zijn/worden teruggevorderd en per 31 december 2025 staat hiervan nog een bedrag van € 24.951 aan vorderingen open. 

Paragraafgegevens

Terug naar navigatie - Paragraaf D. Bedrijfsvoering - Paragraafgegevens
  Jaarrekening 2024 Jaarrekening 2025
 Formatie per 1.000 inwoners 9,4 fte 10,4 fte
 Bezetting per 1.000 inwoners 9,3 fte 9,7 fte
 Apparaatskosten per inwoner €  463 €  483
 Externe inhuur (% van totale loonsom en kosten inhuur) 17% 13%
 Ziekteverzuim *

9,0% (7,7%)

8,0% (7,4%)
 Uitstroom medewerkers 39 46
 Doorstroom medewerkers 14 33
 Instroom medewerkers 70 62
 Factuurbetaling binnen twee weken (onze norm =75%) ** 45% 64%

* Het ziekteverzuimpercentage is inclusief het verzuim van het personeel met een WSW-dienstverband (vm Laborijn). Het percentage tussen haakjes betreft het verzuim van het ambtelijk personeel exclusief de WSW'ers

** Door een aantal oorzaken is het normpercentage in 2024 en 2025 niet gehaald: zo is voor de versterking van de interne beheersing (in het kader van de "rechtmatigheidsverantwoording door het college van B&W") het opnemen van een inkoopverplichting ingevoerd en is een consequente functiescheiding bij de factuurafhandeling verplicht. Overigens wordt 78% van de facturen binnen drie weken betaald en 94% binnen vier weken.       

Paragraaf E. Verbonden partijen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf E. Verbonden partijen - Inleiding

Verbonden partijen zijn, volgens artikel 1 van het Besluit begroting en verantwoording (BBV), organisaties waarin een gemeente zowel een bestuurlijk als financieel belang heeft. Een financieel belang betekent dat de gemeente geld aan de partij heeft gegeven dat niet kan worden teruggevorderd als de partij failliet gaat, of dat de gemeente een bepaald bedrag moet betalen als de partij zijn verplichtingen niet nakomt. Een bestuurlijk belang betekent dat een wethouder, raadslid of ambtenaar namens de gemeente deelneemt in het bestuur van de partij of namens de gemeente stemt in bijvoorbeeld een aandeelhoudersvergadering.

Opdrachtgever en eigenaar
De gemeente vervult twee rollen in relatie tot de verbonden partijen: opdrachtgever en eigenaar.

  • Als opdrachtgever koopt de gemeente diensten of producten van de verbonden partij, die gemeentelijk beleid uitvoert. Dit gebeurt meestal als basispakket voor alle deelnemers, met daarnaast een aanvullend maatwerkpakket voor specifieke deelnemers;
  • Als eigenaar beslist de gemeente over de oprichting, missie, taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de verbonden partij. Het gemeentebestuur is mede-eigenaar en draagt bestuurlijke verantwoordelijkheid. De eigenaarrol richt zich vooral op de continuïteit en de levensvatbaarheid van de (samenwerking)organisatie.


Het is belangrijk dat de gemeente haar beleidsdoelstellngen ook via deze verbonden partijen realiseert. De gemeente blijft verantwoordelijkheid voor het behalen van de doelstellingen in de begroting. De programma's geven aan welke bijdrage de verbonden partij levert. Het is belangrijk om regelmatig te beoordelen of de taken zoals gepland worden uitgevoerd en of er voldoende inhoudelijk en financieel toezicht is.

Kaders 
De Wet gemeenschappelijke regeling (Wgr) is op 1 juli 2022 gewijzigd. De Wgr maakt samenwerking tussen gemeenten, provincies en waterschappen mogelijk. Door deze wijziging krijgen volksvertegenwoordigers, zoals raadsleden, meer invloed en kunnen ze beter controleren. Sommige rechten voor volksvertegenwoordigers zijn direct ingegaan. De verplichting om bestaande regelingen aan te passen, heeft een implementatieperiode van twee jaar. Enkele belangrijke punten zijn:

  • Het samenwerkingsverband moet de algemene en financiële kaders voor het volgende begrotingsjaar uiterlijk vóór 30 april aan de raden van de deelnemers aanbieden (artikel 34b Wgr). Voor de gemeente Montferland betekent dit dat deze informatie beschikbaar is tijdens de behandeling van de Kadernota;
  • De jaarrekening en het verslag van de accountant moeten ook uiterlijk 30 april aan de raad worden aangeboden;
  • De raad heeft twaalf weken de tijd om een zienswijze in te dienen op de ontwerpbegroting van een samenwerkingsverband. Daarom moet de vastgestelde begroting van het samenwerkingsverband uiterlijk 15 juli aan de provincie worden toegezonden.
  • Lokale rekenkamers en rekenkamercommissies kunnen ook onderzoek doen bij samenwerkingsverbanden die op grond van de Wgr zijn ingesteld;
  • Een bestuur van een samenwerkingsverband kan de overgedragen bevoegdheden niet zelf uitbreiden.


Nota Verbonden partijen
De nota Verbonden Partijen is in 2024 bijgewerkt. Dit was één van de aanbevelingen uit het Rekenkamerrapport "Kiezen of delen:...rendement op regionale samenwerking". Hierdoor hebben we een actueel kader dat aansluit bij de nieuwe Wet Gemeenschappelijke Regelingen. 

Indexeringsmethodiek begroting gemeenschappelijke regelingen
Tot ongeveer acht jaar geleden pleitten de Achterhoekse gemeenten voor één gemeenschappelijk systeem van indexering voor de begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen. Dit werkte echter niet goed in de praktijk. Elke gemeenschappelijke regeling had zijn eigen dynamiek, waardoor een algemeen indexeringssysteem niet goed paste. Bovendien hadden de Achterhoekse maar een kleine stem in het geheel. Op dit moment is er geen gemeenschappelijk standpunt, maar de afspraak blijft dat indexpercentages kritisch worden beoordeeld, zoveel mogelijk vooraf.

Procedure zienswijzen begrotingen gemeenschappelijke regelingen
Bij alle gemeenschappelijke regelingen stelt het algemeen bestuur de begroting vast. Het college en de gemeenteraad kunnen vooraf hun zienswijze op de begroting te geven. De procedures van de verschillende gemeenschappelijke regelingen lopen echter niet gelijk met die van de gemeenteraad. Daarom worden de begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen gebundeld in een raadsnotitie en aan de raad voorgelegd. Vooraf adviseert de Auditcommissie de gemeenteraad om wel of geen zienswijze in te dienen. In 2025 is voor de gemeenteraad aanvullend een informatiesessie Gemeenschappelijk regelingen georganiseerd.

De Auditcommissie en de gemeenteraad baseren hun zienswijze op een notitie van het college, waarin kort wordt ingegaan op:

  • belangrijke beleidsontwikkelingen die aanpassing van de  regeling nodig maken;
  • de gevolgen voor de financiën en/of financiële bijdrage;
  • financiële kerngegevens zoals de verdeelsleutel, het bedrag per eenheid, het totaal, de reserve- en schuldpositie en de risico’s hoe deze worden beheerst;
  • eventuele concept advies zienswijzen.


Op  3 juli 2025 heeft de gemeenteraad de begrotingen 2026 (en jaarstukken 2024) beoordeeld en  behandeld. Voor de begrotingen van de GGD Noord- en Oost-Gelderland, de Omgevingsdienst Achterhoek en Veiligheidsregio Noord en Oost Nederland heeft de raad besloten zienswijzen in te dienen . 

Bestuurlijk belang - bezetting bestuurszetels

Terug naar navigatie - Paragraaf E. Verbonden partijen - Bestuurlijk belang - bezetting bestuurszetels

De benoeming van een bestuurslid kan een bevoegdheid van de raad (raadsregeling) zijn of van het college (collegeregeling).

 

Gemeenschappelijke regelingen

Programma

Burgemeester 

Wethouder Derksen

Wethouder Eleveld

Wethouder Nijland

Wethouder Wolsing

 

Raadslid

1a. Groene Metropoolregio (C)

1

AB       plv AB RegioAgendaCommissie:
2 leden

1b. Samenwerkingsverband Regio Achterhoek

1

AB + DB       plv AB  

2. Euregio Rijn-Waal (R)

1

lid euregioraad       plv lid euregioraad

euregioraad 2 leden
+ 2 plv. leden

3. Omgevingsdienst Achterhoek (C)

3

  plv AB   AB    

4. Reinigingsdienst de Liemers (R)

3

  AB+DB   plv AB    

5. Vervoersorganisatie regio Arnhem Nijmegen (C)

3 en 7

  bestuur   plv bestuur    

6. GGD Noord- en Oost-Gelderland (C)

5 en 6

    AB   plv AB  

7. Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers (C)

6

    AB+BC   plv AB  

8. Huisvesting Voortgezet Onderwijs in de Liemers (C)

6

    AB   plv AB  

9. Veiligheidsregio Noord en Oost Gelderland (C)

7

AB       plv AB  

10. Laborijn (C)

8

  AB plv AB+DB   AB+DB  

11. Stadsbank Oost Nederland (C)

8

    plv AB   AB  

Vennootschappen en coöperaties

Alliander (C)

Alg

 

AA

  plv AA

 

 

Vitens (C)

Alg

 

AA

  plv AA

 

 

Bank Nederlandse Gemeenten (C)

Alg

 

AA

  plv AA

 

 

Agem gemeentelijke Energie BV (C)

3

 

 

plv AL  

AL

 

Coöperatie Energieloket Achterhoek  U.A.

Alg

 

 

plv AA  

AA

 

Leisurelands BV

4

 

plv AA

  AA  

 

NV Cultuur Centrum Amphion (C)

6

 

 

AA  

plv AA

 

Warmtenet Didam BV 

3

 

 

plv AA  

AA

 

 

Legenda

AA

afgevaardigde algemene aandeelhoudersvergadering

AB

algemeen bestuur

AL

afgevaardigde algemene ledenvergadering

BO

bestuurlijk overleg 

(C)

benoemd door het college

DB

dagelijks bestuur

(R)

benoemd door de raad

plv

plaatsvervangend

Gemeenschappelijke regelingen

Terug naar navigatie - Paragraaf E. Verbonden partijen - Gemeenschappelijke regelingen
Bedragen x € 1
Openbaar Lichaam Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen Programma 1
Financieel belang De deelnemende gemeenten dragen bij op basis van het aantal inwoners. Montferland is uitgetreden per 31 december 2024.
Jaarrekening 2024 Begroting 2025 Begroting 2026
saldo van baten en lasten € 118.084 n.v.t. n.v.t.
gerealiseerd resultaat € 244.427 n.v.t. n.v.t.
eigen vermogen € 371.783 n.v.t. n.v.t.
vreemd vermogen € 0 n.v.t. n.v.t.
oordeel accountant Goedkeurend n.v.t. n.v.t.
bijdrage per inwoner € 7,33 n.v.t. n.v.t.
idem totaal € 243.375 n.v.t. n.v.t.
Risico’s N.v.t.
Bedragen x € 1
Samenwerkingsverband regio Achterhoek Programma 1
Financieel belang De deelnemende gemeenten dragen bij op basis van het aantal inwoners. Gemeente Montferland is in 2024 toegetreden.
Jaarrekening 2024 Begroting 2025 Begroting 2026
saldo van baten en lasten € -73.000 € -667.000 € -393.000
gerealiseerd resultaat € 28.000 € 0 0
eigen vermogen € 6.736.000 € 6.095.000 € 5.648.000
vreemd vermogen € 0 € 0 € 0
oordeel accountant Goedkeurend N.v.t. N.v.t.
bijdrage per inwoner € 7 € 8,01 € 8,24
idem totaal € 274.032 € 295.232 € 303.834
Risico’s Onder andere door de dalende renteopbrengsten en het wegvallen van de bijdrage van de provincie Gelderland vanaf 2025 was in de begroting 2025 een structureel oplopend tekort zichtbaar in de meerjarenraming in de jaarschijven 2026-2028. Ondanks dat het tekort werd opgevangen door een bestemmingsreserve toekomstbestendige organisatie, heeft het algemeen bestuur opdracht gegeven om te zorgen voor een structureel sluitende begroting voor alle jaarschijven. Hiervoor dient een structurele kostenbesparing van 10% (€ 331.000) gerealiseerd te worden.
Bedragen x € 1
Euregio Rijn-Waal gevestigd te Kleve (Duitsland) Programma 1
Financieel belang De deelnemende gemeenten dragen bij op basis van het aantal inwoners.
Jaarrekening 2024 Begroting 2025 Begroting 2026
saldo van baten en lasten € -145.629 € 10.407 € 8.989
eigen vermogen € 1.588.996 N.n.b. N.n.b.
vreemd vermogen € 1.250.975 N.n.b. N.n.b.
oordeel accountant N.v.t. N.v.t. N.v.t.
bijdrage per inwoner € 7.750 € 7.900 € 7.900
Risico’s De Euregio valt niet onder de Nederlandse wetgeving en voor hen geldt dan ook niet de verplichting tot het opnemen van een Risicoparagraaf. (Financiële) verantwoording moet worden afgelegd aan de Bezirksregierung Düsseldorf. Financiële tekorten komen voor rekening van de deelnemers.
Bedragen x € 1
Omgevingsdienst Achterhoek gevestigd te Hengelo (Gld) Programma 2
Financieel belang Met ingang van 2017 is er sprake van outputfinanciering op basis van af te nemen / afgenomen diensten/producten. Het negatief resultaat 2024 is ten laste van de reserves van de ODA gebracht. Voor de begroting 2026 is een zienswijze ingediend, inhoudende het aanpassen van de concept-begroting naar de oorspronkelijke begroting 2025, zonder verwerking van de begrotingswijziging 2025. Tevens hebben wij in de zienswijze het belang van een mogelijke fusie ter vervulling van het robuustheidcriterium benadrukt. De zienswijze is niet volledig, maar wel deels overgenomen door het AB: er is gekozen voor een sobere begroting, echter zonder aanpassingen. Tevens is het belang van een mogelijke fusie ter versterking van de robuustheid door het AB onderkend.
Jaarrekening 2024 Begroting 2025 Begroting 2026
saldo van baten en lasten € -98.000 € 0 € 0
gerealiseerd resultaat € -98.000 € 0 € 0
eigen vermogen € 516.000 € 300.000 € 165.000
vreemd vermogen € 1.889.000 € 1.146.000 € 1.514.000
oordeel accountant Goedkeurend N.v.t. N.v.t.
overige bijdrage € 872.000 € 723.500 € 1.010.177
Risico’s Outputfinanciering is rechtvaardig maar herbergt ook het risico van grote fluctuatie jaarlijkse gemeentelijke bijdrage (grotendeels open-einderegeling), mede als gevolg van verandering economische en/of onvoorziene omstandigheden (bijv. milieucalamiteiten, ondermijning/ontdekking drugslabs, toenemende gemeentelijke bouwplannen, toenemende aanvragen). In de begroting 2026 geeft de ODA aan dat het financieel effect van hun risico’s uit de risico-inventarisatie € 393.750 bedraagt.
Bedragen x € 1
Reinigingsdienst de Liemers gevestigd te Zevenaar Programma 2
Financieel belang De kosten van de RDL worden toegerekend op basis van nacalculatie. De kosten in de begroting vormen de basis voor de voorschotten die de gemeenten Montferland en Zevenaar betalen; de uiteindelijke afrekening volgt op grond van de jaarrekening. De jaarrekening 2024 sloot met een een positief saldo van € 88.887. Dit bedrag is gerestitueerd naar Zevenaar en Montferland.
Jaarrekening 2024 Begroting 2025 Begroting 2026
saldo van baten en lasten € 0 € 0 € 0
gerealiseerd resultaat € 0 € 0 € 0
eigen vermogen € 0 € 0 € 0
vreemd vermogen 1 € 0 € 0 € 0
oordeel accountant nnb N.v.t. N.v.t.
bijdrage totaal € 1.906.386 € 1.942.960 € 1.986.968
Risico’s De RDL is een uitvoerende regeling. Een exploitatieoverschot of –tekort wordt verrekend met de deelnemende gemeenten. De regeling beschikt daarom niet over een algemene reserve.
Bedragen x € 1
Vervoersorganisatie regio Arnhem Nijmegen Programma 3
Financieel belang BVO DRAN organiseert voor genoemde gemeente het WMO vraagafhankelijk, routegebonden vervoer en het leerlingvervoer. Gemeente Montferland heeft het WMO vervoer bij de BVO DRAN ondergebracht en het LLV zelf aanbesteed. Deelnemers dragen bij op basis van aantal beschikkingen/inwoners die gebruik maken van vervoer. 95% van de kosten is te relateren aan vervoer, minder dan 5% is overhead.
Jaarrekening 2024 Begroting 2025 Begroting 2026
saldo van baten en lasten € 0 € 0 € 0
gerealiseerd resultaat € 0 € 0 € 0
eigen vermogen n.v.t. € 0 € 0
vreemd vermogen € 0 € 0 € 0
oordeel accountant Goedkeurend n.v.t. n.v.t.
bijdrage totaal € 618.658 € 670.899 € 721.133
Risico’s De inrichting van het vervoer is gebaseerd op een “open einde” systematiek. Dit betekent dat de kosten oplopen wanneer een gemeente meer inbrengt of dat er in een periode meer ritten hebben plaatsgevonden dan begroot. Dit brengt een financieel risico met zich mee. Op de toename van deze vervoerskosten is door gemeentelijk beleid invloed uit te oefenen (knoppenplan 218)
Bedragen x € 1
GGD Noord- en Oost-Gelderland gevestigd te Apeldoorn Programma 3
Financieel belang Deelnemende gemeenten betalen een bijdrage per inwoner. Voor 2026 is de bijdrage per inwoner begroot op € 23,44, te weten € 11,14 vanuit publieke gezondheid en € 12,30 vanuit jeugdgezondheid. In het AB van november 2019 zijn afspraken gemaakt over de nieuwe indexeringssystematiek. Deze afspraken zijn toegepast. Het indexeringspercentage bedraagt 4,57%. Zowel op Achterhoeks niveau als op regioniveau heeft afstemming plaatsgevonden voor het indienen van eenzelfde zienswijze op hoofdlijnen op de Concept Programmabegroting 2026. De zienswijze bevatte de volgende punten. 1. Waardering uit te spreken voor de veerkracht en de in gang gezette goede ontwikkelingen. 2. Een voorkeur uit te spreken voor een bezuiniging om het verschil tussen de index van het Gemeentefonds (3,6%) en die van de GGD (4,57%) te compenseren. 3. Een verzoek aan de GGD NOG om (meer) focus aan te brengen in de dienstverlening op het gebied van de mentale gezondheid van de jeugd. De ingediende zienswijzen hebben niet geleid tot een aanpassing van de begroting. Wel is toegezegd dat er in 2026 verschillende bezuinigingsscenrio's worden uitgewerkt. Over de focus op de mentale gezondgeid hebben zij verwezen naar hun producten- en dienstencatalogus en is toegezegd aan de slag te gaan met het ontwikkelen van kengetallen, waardoor zicht ontstaat op bijvoorbeeld het gebruik van en de klanttevredenheid over de producten en diensten
Jaarrekening 2024 Begroting 2025 Begroting 2026
saldo van baten en lasten € -1.222.000 € 28.000 € 28.000
gerealiseerd resultaat € -170.000 € 0 € 0
eigen vermogen € 1.921.000 € 2.158.000 € 2.050.000
vreemd vermogen € 464.000 € 150.000 € 300.000
oordeel accountant Goedkeurend N.v.t. N.v.t.
bijdrage per inwoner structureel € 20,37 € 22,41 € 23,44
Totale bijdrage structureel € 771.389 € 826.400 € 867.205
Risico’s Het algemeen bestuur heeft de onderstaande risico’s als belangrijkste risico’s voor de GGD in het kader van het risicomanagement vastgesteld. 1. Inhoudelijke risico’s en risico’s met betrekking tot opbrengsten: a. Wijziging wetgeving b. Uitbraak infectieziekte/tbc c. Gemeenten laten taken niet door de GGD uitvoeren d. Omzetdaling/minder opdrachten e. Morele verplichting voor uitvoering van taken die niet kostendekkend zijn 2. Risico’s vanwege personele omstandigheden: a. Ziekteverzuim boven 4% b. WW-verplichting c. Arbeidsmarktkrapte/leeftijdsopbouw 3. Risico’s vanuit de bedrijfsvoering: a. Imago risico b. Technologische ontwikkeling c. Aanbestedingsrisico ICT d. Informatieveiligheid
Bedragen x € 1
Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers gevestigd te Doetinchem Overhead
Financieel belang De bijdrage van de deelnemende gemeenten is op basis van het aantal meters overgedragen of nog over te dragen archief bepaald. De bijdrage voor de jaren 2023 tot en met 2026 is vastgesteld op € 143,625 per meter per jaar. Het aantal meters is 1.158,735. Afgelopen jaar is deze bijdrage, ondanks de vastgestelde meterprijs uit de meerjarenbegroting, verhoogd naar € 162,875 per meter vanwege tekorten bij het ECAL. Voor 2025 is wederom afgeweken van de meerjarenbegroting en de bijdrage verhoogd naar € 167,75. Dit betekent dat de jaarbijdrage met 3% is gestegen; in euro's een toename van € 5.648,75. De stijging wordt met name veroorzaakt door onoverkomelijke stijging van energielasten. Met de pandeigenaar wordt gesproken over verduurzamingsmaatregelen. Daarnaast is op verzoek van het bestuur een onderzoek naar alternatieve huisvesting opgestart. De niet-wettelijke taken van het ECAL zijn allemaal minimaal kostendekkend.
Jaarrekening 2024 Begroting 2025 Begroting 2026
saldo van baten en lasten € 232.739 € 27.440 € 9.698
gerealiseerd resultaat € 232.739 € 27.440 € 9.698
eigen vermogen € 308.497 € 107.836 € 345.635
vreemd vermogen € 460.292 € 438.782 € 352.250
oordeel accountant Goedkeurend n.v.t. n.v.t.
bijdrage per meter archief (= inclusief omzetbelasting) € 162,88 € 167,75 € 167,75
idem totaal (exclusief compensabele omzetbelasting) € 180.877 € 194.378 € 198.500
Risico’s Er wordt gewerkt met een verhoogd weerstandsvermogen in verband met volatiliteit van de energiekosten. Het ECAL ziet mogelijk haar subsidie inkomsten dalen, aangezien deze voor voorliggende periode nog niet zijn vastgesteld en geen wettelijke verplichting ten grondslag ligt aan de hoogt hiervan. Tenslotte is de ICT-beveiliging kwetsbaar en houdt het ECAL rekening met een kostenstijging van de ICT-aanbieder.
Bedragen x € 1
Huisvesting Voortgezet Onderwijs in de Liemers gevestigd te Zevenaar Programma 3
Financieel belang De bijdrage van de deelnemende gemeenten is afhankelijk van het aantal leerlingen van het voortgezet onderwijs dat in gemeente, voor wat betreft het voortgezet onderwijs, is gehuisvest op de teldatum 1 oktober van het voorgaande kalenderjaar. Jaarlijks wordt bij de begroting het aantal leerlingen voor het begrotingsjaar vastgesteld. Daarbij wordt de weging van de soort voortgezet onderwijs in acht genomen. Onder weging wordt verstaan de factor die het Rijk hanteert bij de berekening van de vergoeding per leerling voor huisvestingslasten in de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds.
Jaarrekening 2024 Begroting 2025 Begroting 2026
saldo van baten en lasten € 0 € 0 € 0
gerealiseerd resultaat € 0 € 0 € 0
eigen vermogen € 0 € 0 € 0
vreemd vermogen € 0 € 0 € 0
oordeel accountant Goedkeurend N.v.t. N.v.t.
bijdrage € 399.296 € 398.207 € 397.051
Risico’s De verrekening van de werkelijke kosten met de door de afzonderlijke gemeenten Montferland, Duiven en Zevenaar verschuldigde bijdragen aan de gemeenschappelijke regeling geschiedt o.b.v. werkelijke kosten.
Bedragen x € 1
Veiligheidsregio Noord en Oost Gelderland gevestigd te Apeldoorn Programma 1
Financieel belang De deelnemende gemeenten dragen bij op basis van een verdeelmodel dat éénmaal in de vier jaar wordt geactualiseerd. Het aandeel van Montferland is vastgesteld op 4,33%. N.a.v. de concept-begroting 2026 heeft de gemeenteraad een zienswijze ingediend waarin de VNOG is opgedragen verdere structurele besparingen door te voeren. Deze zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing van de begroting. Hoewel de VNOG alle begrip heeft voor ons standpunt (en die van de overige gemeenten), consateert hun accountant dat de besparingen de afgelopen jaren de bedrijfsvoering op onderdelen te sober is geworden. Hun uitdaging is om te opereren in de complexe context van weerbaarheid (nieuwe taken zonder rijkscompensatie), inspanningen om te komen tot efficiencywist en het op orde houden van de bedrijfsvoering.
Jaarrekening 2024 Begroting 2025 Begroting 2026
saldo van baten en lasten € 2.842.652 € -2.258.315 € -4.025.400
gerealiseerd resultaat € 1.792.945 € 0 € 0
eigen vermogen € 22.716.712 € 17.925.000 € 17.135.000
vreemd vermogen € 20.705.481 € 45.516.000 € 76.777.000
oordeel accountant Goedkeurend N.v.t N.v.t
bijdrage € 2.305.000 € 2.464.000 € 2.545.679
Risico’s Het managen van risico's is een continu proces waarbij zich steeds weer andere risico's kunnen voordoen. De groeiende onzekerheid in de wereld op allerlei vlakken, zoals grondstofprijzen, sterk stijgende energiekosten, klimaatverandering, (geopolitieke) instabiliteit, heeft en zal (grote) effecten hebben op de realisatie en kostenontwikkeling van de begroting. Vanwege de mondiale militaire en hybride dreiging staat, ook landelijk, het thema ‘weerbare en veerkrachtige samenleving’ hoog op de agenda. Het is mogelijk dat de veiligheidsregio’s, vanuit het Rijk, hierin aanvullende taken krijgen met effecten op de nu voorliggende begroting. Het Rijk dreigt de rijksbijdrage aan de veiligheidsregio’s met ingang van 2026 structureel te korten met 10%. Dit is in de Kadernota 2026-2029 aangekondigd. Het AB heeft eind 2024 besluiten genomen om (voorlopig) deze korting te kunnen dekken. Zodra meer bekend is vanuit het Rijk, zal aan het AB worden voorgelegd hoe met deze situatie verder om te gaan. In voorgaande kadernota's en begrotingen is reeds gewezen op de stijgende kapitaallasten dat deze op enig moment niet meer gedekt kunnen worden door een onttrekking aan de beschikbare egalisatiereserve. Op termijn is een stijging van de gemeentelijke bijdrage noodzakelijk. De verwachte stijging bedraagt structureel € 3 miljoen in 2027 en € 1,5 miljoen in 2028, dus cumulatief € 4,5 miljoen structureel.
Bedragen x € 1
Laborijn gevestigd te Doetinchem Programma 3
Financieel belang De gemeente Montferland is een ‘smalle’ deelnemer in de GR en heeft alleen de uitvoering van de Wsw aan Laborijn overgedragen, dit in tegenstelling tot de andere deelnemende gemeenten. Voor de verdeling van de uitvoeringskosten zijn er daarom 2 verdeelsleutels: 1. Sociale werkvoorziening (WSW): op basis van het aantal WSW’ers in fte per gemeente, 2. Niet-Wsw activiteiten voor Aalten en Doetinchem: • 50% op basis van aantal personen dat een uitkering ontvangt uit de gemeente en • 50% op basis van het aantal inwoners uit de gemeente. De budgetten voor Wsw worden via het gemeentefonds aan de gemeenten toegekend. De deelnemende gemeenten stellen deze budgetten één op één ter beschikking aan Laborijn die voor de uitvoering van het betreffende programma en verantwoording van deze gelden zorgt. De budgetten in de begroting zijn gebaseerd op de laatst bekende circulaires.
Jaarrekening 2024 Begroting 2025 Begroting 2026
saldo van baten en lasten (WSW) € 849.000 € -733.615 € -1.558.000
gerealiseerd resultaat € 1.276.000 € 0 € 0
eigen vermogen € 11.380.000 € 10.286.000 € 9.268.000
vreemd vermogen € 1.116.000 € 14.207.000 € 11.096.000
oordeel accountant Goedkeurend N.v.t N.v.t
doorbetaling rijkssubsidie € 4.227.869 € 3.932.853 € 4.186.499
bijdrage in dekkingstekort uitvoeringslasten € 154.145 € 278.454 € 24.219
Risico’s De WSW-populatie krimpt sterk in de komende jaren met als verwachting een afname van minimaal 20% tot eind 2027. De afname van het aantal WSW’ers betekent een vermindering van de omzet in het programma WSW. De omzetvermindering leidt tot het bedrijfseconomisch uithollen van het bedrijf, omdat er minder grondslag is voor financiering van algemene kosten. Bovendien vergrijst de SW-populatie in dit proces, met als gevolg dat de gemiddelde productiviteit daalt en het ziekteverzuim waarschijnlijk stijgt.
Bedragen x € 1
Stadsbank Oost Nederland gevestigd te Enschede Programma 3
Financieel belang De gemeente betaalt vanaf 1 januari 2016 aan de Stadsbank a. Voor het programma Algemeen bestuur (de bestaanskosten) naar rato van de afgenomen dienstverlening (75%) en het aantal huishoudens (25%); b. Voor de afgenomen diensten tegen het vastgestelde tarief dus P x Q.
Jaarrekening 2024 Begroting 2025 Begroting 2026
saldo van baten en lasten € 383.200 € 0 € 75.300
gerealiseerd resultaat € 656.800 € 0 € 75.300
eigen vermogen € 2.235.700 € 1.464.500 € 2.347.400
vreemd vermogen € 5.059.000 € 4.353.700 € 4.200.000
oordeel accountant Goedkeurend N.v.t. N.v.t.
bijdrage / kosten:
standaard dienstverlening € 124.819 € 145.102 € 132.816
bestaanskosten € 206.485 € 203.555 € 221.396
additionale dienstverlening € 15.502 € 17.262 € 18.410
demping herijking 40% € 3.855
totaal € 350.661 € 365.919 € 372.623
Risico’s Na toevoeging van het saldo van de jaarrekening 2024 ad € 656.800 komt de weerstandsratio uit op 2,14 De ratio wordt hiermee gekwalificeerd als “uitstekend”). Als de weerstandsratio volgend jaar weer uitstekend is, kan deze worden afgebouwd.

Overig

Terug naar navigatie - Paragraaf E. Verbonden partijen - Overig
Vennootschappen en coöperaties
Bedragen x € 1
Alliander gevestigd te Arnhem
Financiën Jaarverslag 2022 Jaarverslag 2023 Jaarverslag 2024
aandelen
aantal 491.120 st. = 0,36% 491.120 st. = 0,36% 491.120 st. = 0,36%
waarde € 5,00 € 5,00 € 5,00
jaarresultaat € 205.000.000 € 265.000.000 € 976.000.000
dividenduitkering
per aandeel € 0,59 € 0,62 € 0,70
totaal € 292.000 € 303.000 € 343.000
eigen vermogen € 136.000
vreemd vermogen € 4.570.000.000 € 4.749.000.000 € 6.038.000.000
solvabiliteit € 5.098.000.000 € 5.296.000.000 € 6.092.000.000
49% 46% 48%
Bedragen x € 1
Vitens gevestigd te Zwolle
Financiën Jaarverslag 2022 Jaarverslag 2023 Jaarverslag 2024
aandelen
aantal 34.716 st. = 0,601% 34.716 st. = 0,601% 34.716 st. = 0,601%
waarde € 1,00 € 1,00 € 1,00
jaarresultaat € 8.200.000 € 27.200.000 € 34.500.000
dividenduitkering
per aandeel € 0 € 0 € 0
totaal € 0 € 0 € 0
eigen vermogen € 650.000.000 € 678.000.000 € 714.000.000
vreemd vermogen € 1.144.000 € 1.284.000 € 1.297.000.000
solvabiliteit 31,0% 30,3% 29,8%
Bedragen x € 1
Bank Nederlandse Gemeenten gevestigd te Den Haag
Financiën Jaarverslag 2022 Jaarverslag 2023 Jaarverslag 2024
aandelen
aantal 19.756 st. = 0,035% 19.756 st. = 0,035% 19.756 st. = 0,035%
waarde € 2,50 € 2,50 € 2,50
jaarresultaat € 300.000.000 € 254.000.000 € 294.000.000
dividenduitkering
per aandeel € 2,50 € 2,16 € 2,51
totaal € 49.390 € 42.675 € 49.588
eigen vermogen (exclusief hybride kapitaal) € 4.600.000.000 € 4.700.000.000 € 4.800.000.000
vreemd vermogen € 107.459.000.000 € 110.819.000.000 € 123.100.000.000
solvabiliteit (Trier 1-ratio conform de Basel II regelgeving) 35% 43% 40%
Bedragen x € 1
Agem Gemeentelijke Energie BV
Financieel belang Dit is een zelfstandige besloten vennootschap, met 8 gemeenten rechtstreeks als aandeelhouder. In 2020 hebben we als aandeelhouder in de Agem Gemeentelijke Energie BV (beheer en exploitatie van transportnetten voor elektriciteit, aardgas en warm water) 38 aandelen met een nominale waarde van €0,01/ aandeel ontvangen. In 2023 is het Zonnepark Braamt overgedragen aan de Agem. Het aandeel van de gemeente Montferland hierin bedraagt € 149.435.
Jaarverslag 2022 Jaarverslag 2023 Jaarverslag 2024
jaarresultaat € 17.777 € 19.962 € 17.565
eigen vermogen € 8.548 € 581.416 € 46.080
vreemd vermogen € 668.150 € 1.059.265 € 2.833.187
oordeel accountant Vrijgesteld Vrijgesteld Vrijgesteld
Bedragen x € 1
Coöperatie Energieloket Achterhoek U.A.
Financieel belang Sinds 2023 is er een nieuwe entiteit ontstaan, Coöperatie Energieloket Achterhoek U.A. De Achterhoekse gemeenten zijn hier lid van, vanuit deze gemeente wordt een bestuur gevormd door 3 gemeentebestuurders. Dit bestuur stuurt het Achterhoeks Energieloket B.V. aan. Het Energieloket BV is het aanspreekpunt voor inwoners in de Achterhoek bij het verduurzamen van hun woning. De gemeenten nemen via een DAEB (dienst van algemeen economisch belang) diensten van het Energieloket af.
Jaarverslag 2022 Jaarverslag 2023 Jaarverslag 2024
jaarresultaat € 32.975 € 66.810 € 12.390
eigen vermogen € 174.422 € 241.025 € 251.696
vreemd vermogen - - -
oordeel accountant Vrijgesteld Vrijgesteld Vrijgesteld
Bedragen x € 1
Leisurelands BV
Financieel belang Gemeente Montferland was deelnemer in de GR Recreatieschap Achterhoek-Liemers (RAL). In 2013 is besloten de activiteiten van RAL deels over te dragen aan de Vennootschap en de RAL te ontmantelen en te liquideren. In 2020 heeft de voorgenomen akte van levering van aandelen plaatsgevonden. Aan de vm. RAL gemeenten zijn 15.107 aandelen overgedragen met een nominale waarde van € 1,00/aandeel. Voor Montferland gaat het om 1.225 aandelen.
Jaarverslag 2022 Jaarverslag 2023 Jaarverslag 2024
jaarresultaat N.v.t. N.v.t. Nvt
eigen vermogen N.v.t. N.v.t. Nvt
vreemd vermogen N.v.t. N.v.t. Nvt
oordeel accountant N.v.t. N.v.t. Nvt
Bedragen x € 1
N.V. Cultureel Centrum Amphion te Doetinchem
Financiën Jaarverslag 2022 Jaarverslag 2023 Jaarverslag 2024
aandelen
aantal 22 st. 22 st. 22 st.
waarde € 450 € 450 € 450
jaarresultaat € -16.032 € 106.884 € 234.150
eigen vermogen € 2.350.718 € 2.350.718 € 2.457.602
vreemd vermogen € 290.038 € 298.007 € 53.235
Bedragen x € 1
Warmtenetwerk Didam B.V. (per 15 februari 2021)
Financiën Jaarverslag 2022 Jaarverslag 2023 Jaarverslag 2024
aandelen
aantal € 5.000 € 5.000 5.000
waarde € 50.000 € 50.000 € 50.000
jaarresultaat € -3.000 € 23.000 € -9.000
eigen vermogen € 993.000 € 1.016.000 € 1.007.000
vreemd vermogen € 265.000 € 0 € 0

Paragraaf F. Grondbeleid

1. Gemeentelijk grondbeleid

Terug naar navigatie - Paragraaf F. Grondbeleid - 1. Gemeentelijk grondbeleid

Grondbeleid is een instrument om ruimtelijke doelstellingen te realiseren. Met grondbeleid kan de gemeente actief sturen op ontwikkelingen in de leefomgeving. Het draagt bij aan het behalen van doelstellingen op het gebied van bijvoorbeeld wonen, bedrijvigheid, groen en duurzaamheid. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de financiële consequenties van een ontwikkeling zelf, maar wordt naar de bredere sociale en maatschappelijke effecten gekeken (brede welvaart). In de Nota Grondbeleid 2025 wordt dieper ingegaan op het grondbeleid, met aandacht voor onderwerpen als:

 

  1. De visie en het doel van het grondbeleid;
  2. De manier waarop regie wordt gevoerd bij ruimtelijke ontwikkelingen (integrale afweging en bijbehorende rolkeuze);
  3. Kaders en informatievoorziening.


Het grondbeleid heeft veel invloed op programma 2 Ruimte. De daarin geformuleerde ambities leiden vaak tot een toegenomen vraag naar ruimte en vereisen afwegingen over de verdeling van gronden. Daarnaast heeft het grondbeleid een aanzienlijke financiële impact. Het gaat om grote belangen en substantiële financiële middelen. De mogelijke opbrengsten, maar vooral de financiële risico's, zijn van groot belang voor de algemene financiële positie van de gemeente.

2. Context en achtergronden

Terug naar navigatie - Paragraaf F. Grondbeleid - 2. Context en achtergronden

Weerstandsvermogen
Ten behoeve van de grondexploitaties is één reserve gevormd: De reserve Grondexploitatie. 

De toevoeging aan de reserve vindt plaats door tussentijdse winstneming volgens de methode “Percentage of Completion” en bij het afsluiten van een complex (respectievelijk de winst of vrijval voorziening verliesgevend complex). Daarentegen vindt een onttrekking van de reserve plaats als gevolg van een dotatie aan de voorziening van een verliesgevend complex. De reserve kent een ondergrens van € 2 mln. en een bovengrens van € 4 mln.

Binnen de algemene reserve zijn middelen geoormerkt, die kunnen dienen als buffer voor het opvangen van risico’s. De risico’s in de grondexploitatie moeten, indien het saldo van de reserve grondexploitatie onvoldoende is, mede hieruit gedekt worden.

Planning & control grondexploitatie
Gebiedsontwikkeling en het voeren van een grondexploitatie gaat in fasen en heeft een (door)looptijd van meerdere jaren. Het past daardoor niet goed in de jaarlijkse budgetcyclus. Gelet op de grote financiële impact is planning & control binnen de grondexploitatie essentieel. In verband hiermee zijn in zowel de nota Grondbeleid 2025 als het Budgetkader College de volgende afspraken gemaakt:

  1. De gemeenteraad stelt voor aanvang van de realisatiefase een grondexploitatie vast en stelt hiermee de benodigde kredieten / budgetten voor de uitvoering van het plan beschikbaar.
  2. De vastgestelde grondexploitaties worden jaarlijks geactualiseerd en verwerkt in de jaarrekening.
  3. Voor het in ontwikkeling nemen van gronden is in de begroting een budget ten aanzien van voorbereidingskosten opgenomen.
  4. Het college beschikt over een ‘strategisch verwervingsbudget’ en een ‘proactief verwervingsbudget’ van respectievelijk 2 mln. en 10 mln..
  5. Binnen de grondexploitatie wordt actief risicomanagement gevoerd door:
    • Opstellen risicoanalyse bij nieuwe grondexploitaties;
    • De uitgangspunten van de planexploitatie continu te monitoren en zo nodig voorstellen tot bijstelling te doen;
    • Risicobeheersing standaard onderwerp van gesprek te maken bij projectgroep overleg;
    • De onderdelen van de planontwikkeling realistisch in te schatten;
    • Activiteiten in het planontwikkelingsproces te toetsen aan vastgestelde financiële kaders en het planresultaat te toetsen aan de mogelijkheden en onmogelijkheden met betrekking tot het weerstandsvermogen van de gemeente. 


Grondprijzenbeleid
Grondprijzenbeleid is een gemeentelijk beleid dat de principes en methoden vastlegt voor het bepalen van de prijzen van grond die de gemeente verkoopt of uitgeeft. Ter uitvoering van dit beleid wordt door het college aan het begin van het betreffende jaar een grondprijzenbrief vastgesteld. Het doel is om een transparant, functioneel en marktconform systeem te hanteren, waarbij rekening wordt gehouden met de locatie, functie en marktomstandigheden. In het MPG wordt nader ingegaan op de grondprijzen van 2026.

Winst- en verliesneming
Bij de jaarrekening wordt de grondexploitatie per complex geactualiseerd en - indien van toepassing – worden de ramingen van de nog te verwachten lasten en baten bijgesteld. De geraamde verliezen worden verantwoord op het moment dat deze voorzienbaar en onafwendbaar zijn. Er wordt dan per balansdatum een voorziening ‘verlies’ gevormd op basis van contante waarde. De disconteringsvoet die moet worden gehanteerd in de berekening van de contante waarde ten behoeve van het treffen van een verliesvoorziening voor negatieve grondexploitaties wordt voor alle gemeenten bepaald op 2% zijnde het maximale meerjarige streefpercentage van de Europese Centrale Bank voor inflatie binnen de Eurozone.

Conform de richtlijnen BBV dient de geraamde winst van een complex tussentijds te worden genomen op basis van het realiteitsbeginsel. Voor winstneming geldt de methode “Percentage of Completion”. Voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd wordt tussentijds winst genomen naar rato van de voortgang van de grondexploitatie. De tussentijdse winstneming is een waarde correctie die leidt tot een neerwaartse bijstelling van de waarde van het complex en wordt door toekomstige opbrengsten geëgaliseerd.

Tussentijdse winstneming is alleen aan de orde indien voldaan wordt aan de volgende drie randvoorwaarden, namelijk:

  1. Het resultaat op de grondexploitatie kan betrouwbaar worden ingeschat; én
  2. De opbrengsten zijn voldoende zeker;
  3. De nog te maken kosten en risico’s zijn goed in te schatten. 


In de jaarrekening 2025 heeft dit geleid tot de volgende mutaties, te weten:

Winstneming in exploitatie genomen complexen

Complex

Naam complex

Bijstelling winstneming

2025 - POC

Winstneming t/m

2025 - POC

Mutatie in

P.370

Kerkwijk - Didam

229.189

1.071.102

Reserve grondexploitatie

P.500

Roncallischool - Zeddam

70.470

342.638

Reserve grondexploitatie

P.700

Heeghstraat - Didam

27.536

27.536

Reserve grondexploitatie

P.930

Lakermaat - Lengel

84

84

Reserve grondexploitatie

P.810

EBT

-58.760

3.999.457

Reserve grondexploitatie

P.840

DocksNLD

20.776

11.894.658

Reserve grondexploitatie/

Bijdrage A18 Bedrijvenpark *

Totaal resultaat / toevoeging reserve

289.294

17.335.473

 


* De tussentijdse winstneming voor de grondexploitatie DocksNLD, conform de voorgeschreven POC methodiek, bedraagt € 11.873.882 (totale winstneming t/m 2025). De winstneming wordt onder aftrek van een latente vennootschap belastingverplichting en bijdrage Amphion als verplichting opgenomen ter zake een bijdrage/verevening aan de grondexploitatie A18 Bedrijvenpark van de gemeente Doetinchem. 


Mutatie voorziening in exploitatie genomen complexen

Complex

Naam complex

Bijstelling verlies in 2025*  

Geraamd verlies t/m 2025

P.450

Mr. Vermeulenstraat Loerbeek

1.932

35.359

P.615

VVL-terrein – ‘s-Heerenberg

8.632

335.625

P.625

De Hoevert - Didam

-103.545

1.006.112

P.705

vm. Brandweerkazerne - Didam

63.514

505.462

P.710

De Els – Didam

283.745

283.745

Totaal resultaat / mutatie voorziening                 

254.278

2.166.303

 

Voor een complex met een geraamd negatief resultaat wordt een voorziening ‘verlies’ gevormd om het verlies af te dekken.

4. Doelstellingen

Terug naar navigatie - Paragraaf F. Grondbeleid - 4. Doelstellingen

Het grondbeleid is geen doel op zich. Het is een instrument om andere gemeentelijke beleidsvelden (programma’s) te ondersteunen. Binnen de kaders van het gemeentelijk grondbeleid moeten op economisch verantwoorde wijze onroerende zaken worden beheerd en (nieuwe) bouwlocaties worden (her)ontwikkeld. En wel op een zodanige manier dat ruimtelijk beleid en sectoraal beleid op het gebied van wonen, werken en recreëren kunnen worden gerealiseerd.

 

5. Ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Paragraaf F. Grondbeleid - 5. Ontwikkelingen

Economische situatie en meerjarenperspectief
Economische groei Nederland
De Nederlandse economie groeit in 2025 met 1,7%. Dat is flink hoger dan verwacht. Huishoudens geven meer uit dankzij hogere lonen en de overheid besteedt ook meer. En ondanks de hogere Amerikaanse handelstarieven doet de wereldhandel het goed. De inflatie daalt van 3,0% in 2025 naar 2,3% in 2027, maar blijft hoger dan in de rest van het eurogebied (bron: DNB).

Voornoemde raming is uitgekomen kort voor het uitbreken van de oorlog in het Midden Oosten. De eerste doorrekeningen laten zien dat de economische effecten voor Nederland sterk afhangen van de duur van de oorlog en van de schade aan de productie-infrastructuur en de energietoevoer vanuit het Midden-Oosten. Bij tijdelijk hogere energieprijzen kunnen de effecten op groei en inflatie meevallen. Langdurig zeer hoge energieprijzen werken uiteindelijk door in de prijzen van andere producten. Met een vertraging heeft dat ook een effect op de lonen. Door zulke tweederonde-effecten neemt het risico op hardnekkiger hoge inflatie toe.

Woningmarkt Nederland
In 2026 en 2027 stijgen de huizenprijzen met ongeveer 4%. De afgelopen jaren was dit nog meer dan 8%. Toch blijft wonen duur. De stijging van huizenprijzen blijft sterker dan die van het huishoudinkomen en het bedrag dat mensen kunnen lenen. Dit betekent dat koopwoningen wat minder betaalbaar worden. In 2027 heeft naar schatting maar één op de drie huishoudens voldoende inkomen om met een hypotheek een gemiddelde woning te kunnen kopen. Ter vergelijking: in 2019 verdiende bijna de helft van de huishoudens genoeg voor de aankoop van een gemiddelde koopwoning. Vaker dan voorheen hebben huishoudens daarom extra spaargeld, overwaarde of familiesteun nodig (bron: DNB).

Woningbouw Montferland
In Montferland wordt al geruime tijd gewerkt aan de voorbereiding van een groot aantal nieuwbouwplannen. In 2024 en 2025 zijn respectievelijk 4 en 6 nieuwe grondexploitaties vastgesteld. Met deze grondexploitaties worden circa 500 nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Inmiddels worden concrete stappen gezet om deze woningen daadwerkelijk te realiseren. In de tabel onder het kopje ‘Prognose totaal resultaat grondexploitatie’ zijn deze nieuwe grondexploitaties weergegeven. Alleen de grondexploitaties van Kerkwijk loopt al langere tijd. In de komende periode zullen nog meer plannen volgen. Hieronder zijn de grotere woningbouwplannen weergegeven.

  • P445 – Vinkwijkseweg  Zeddam – 50 woningen
  • P447 – Braamt zuid – 30 woningen
  • P510 – Drieheuvelenpark ‘s-Heerenberg – circa 200 woningen (samenwerking)
  • P515 – De Bongerd ‘s-Heerenberg – circa 100 woningen, overige functies (samenwerking)
  • P685 – Uitbreiding Loil zuidoost – circa 55 woningen
  • P715 – Didam noordoost – 350/450 woningen
  • P950 – Bosstraat Nieuw-Dijk circa 124 woningen


Naast dat de gemeente actief voorbereidingen treft voor nieuwe woningbouwplannen worden ook, gegeven het ‘facilitaire grondbeleid’, voorbereidingen getroffen door derden. Het betreft de volgende grotere en meer concrete plannen (dus niet alle plannen):

  • Geitenhouderij- Loil – circa 50 woningen
  • Katjaterrein – ’s-Heerenberg – circa 40 woningen
  • Marssestraat Azewijn – circa 22 woningen
  • Lakermaat Lengel - gemengde vorm ontwikkelaar ruim 300 woningen


Hoog over worden op kortere termijn circa 500 woningen in ontwikkeling genomen door de gemeente. Daarnaast zijn gemeentelijke voorbereidingen gaande voor circa 800 woningen. Verder zijn ook voorbereidingen gaande door derden met een omvang van circa 1.200 woningen. In de aankomende 10 jaar komt dit neer op een totaal van circa 2.500 woningen.

De gemeente neemt de volgende maatregelen om de betaalbaarheid van woningen te organiseren:

  • Woondeal (Bouwprogramma): Bij alle nieuwe initiatieven wordt een verdeling van 30% sociale huur, 36% betaalbare woningen (middenhuur/koop) en maximaal 34% vrije sector gehanteerd.
  • Sociale koop: Op alle uitbreidingslocaties wordt 10% sociale koopwoningen gerealiseerd.
  • Starterslening: Het budget voor de starterslening is verhoogd tot € 750.000, en zowel het aankoopbedrag als de maximale bijdrage zijn verhoogd. Dit heeft geleid tot een substantiële groei in het aantal toegekende leningen.
  • Woonvisie: Ontwikkelaars hebben via de Woonvisie de verantwoordelijkheid gekregen om bij te dragen aan betaalbaar bouwen.
  • Vereveningsfonds: Er is een fonds opgericht waarmee sociale huurwoningen bij kleine ontwikkelingen kunnen worden afgekocht. Dit budget wordt gebruikt om deze woningen op een andere locatie te realiseren.


Bedrijventerreine
n Montferland
Er zijn twee grondexploitaties, zoals hieronder genoemd, voor bedrijventerreinen actief. Op deze terrein zijn geen gemeentelijke bedrijfskavels meer beschikbaar.

  • Op het Euregionaal Bedrijventerrein  (EBT) in ’s-Heerenberg wordt op het laatst beschikbare kavel ingezet op de huisvesting van 300 à 400 arbeidsmigranten.
  • Op DocksNLD zijn alle kavels uitgegeven en volgt nog enkel de aanleg van groen plus volgt de realisatie van een verkeersregelinstallatie (onderdeel van de samenwerking in de WA).


West Achterhoek – samenwerking DocksNLD/A18 Bedrijvenpark
In de West Achterhoek werken de gemeenten Bronckhorst, Doetinchem, Oude IJsselstreek en Montferland samen aan de ontwikkeling van bedrijventerreinen. In 2010 is daartoe de Samenwerkingsovereenkomst Bedrijventerrein West-Achterhoek gesloten, gericht op de ontwikkeling van het A18 Bedrijvenpark en DocksNLD. De resultaten van beide terreinen worden onderling verevend. De gemeente Montferland heeft een aandeel van 25% in deze samenwerking. Het terrein DocksNLD is inmiddels volledig uitgegeven. Het A18 Bedrijvenpark loopt door tot en met 2029.

De voorbereiding voor een nieuwe uitbreiding van het bedrijventerrein in ’s-Heerenberg loopt al enige tijd. De beoogde uitbreiding omvat ongeveer 4,5 hectare voor het MKB (met kleinere percelen tot 5.000 m²) en 20 hectare voor XXL-logistiek met ondersteunende functies, waaronder een truckparking en een Clean Energy Hub. De beoogde planning ziet toe op vaststelling van het omgevingsplan in 2026 met een mogelijke start qua uitvoering van werkzaamheden in 2027/2028.

In het kader van het Regionaal Programma Werklocaties Achterhoek is vanuit de West Achterhoek gestart met de verkenning naar een nieuw regionaal bedrijventerrein voor de periode 2030-2040. Dit bedrijventerrein dat ergens in de West Achterhoek moet komen heeft een beoogde omvang van ongeveer 50 hectare netto.

Risico’s - kansen
Risico - Netcongestie, oftewel overbelasting van het elektriciteitsnet, kan een grote vertraging veroorzaken bij de bouw van woningen. Dit komt doordat het elektriciteitsnet onvoldoende capaciteit heeft om alle nieuwbouwwoningen van stroom te voorzien, zowel tijdens de bouw (bouwstroom) als na oplevering (huisaansluiting). Op dit moment zijn de gevolgen nog beperkt van omvang. Bij enkele woningbouwplannen ontstaat vertraging doordat de woningen later worden aangesloten dan gepland, maar verder verstrekt Liander als netbeheerder voorlopig nog ‘gewoon’ kleinverbruiksaansluitingen. Er is echter een reëel risico dat Liander op kortere termijn geen kleinverbruiksaansluitingen meer kan afgeven. In maart 2026 heeft TenneT immers aangegeven dat een mogelijke aansluitstop dreigt in de zomer van 2026. Op dat moment moet worden bekeken of woningen alsnog kunnen worden aangesloten. Als het aansluiten niet lukt dreigt een lange vertraging of zelfs stilstand van de woningbouw. De financiële gevolgen voor de grondexploitatie zien toe op het oplopen van plankosten en rentelasten. In de risicoparagraaf van de jaarrekening wordt rekening gehouden met dit risico.

Kans - Het doel van het kabinet is om 100.000 nieuwe woningen per jaar te realiseren. Om het bouwen van extra woningen aan te moedigen, is de Realisatiestimulans geïntroduceerd. De Realisatiestimulans is een bijdrage van het Rijk die voor iedere gemeente beschikbaar én laagdrempelig aan te vragen is. Gemeenten ontvangen een bijdrage van € 7.000 per betaalbare woning (tot 420.000 euro) waarvan de bouw is gestart. In de lopende grondexploitaties worden deze bijdragen t.z.t. verwerkt.

Meerjarenprognose Grondexploitatie (MPG)
In de Nota Grondbeleid is vastgelegd dat er, naast de standaard verantwoording in de P&C-cyclus, ook verantwoording wordt afgelegd over het grondbeleid door middel van het verstrekken van een MPG. De MPG is een rapportage waarin informatie wordt gegeven over de (financiële) voortgang en de risico’s van de verschillende plannen (grondexploitaties). Het doel van de MPG is om inzicht en overzicht te bieden in alle plannen, zodat de informatievoorziening richting de gemeenteraad wordt geoptimaliseerd.

Conform de richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) worden jaarlijks, als onderdeel van de vast te stellen jaarrekening, de lopende grondexploitaties geactualiseerd. Om deze reden wordt de MPG samen met de jaarrekening aangeboden, zodat een duidelijk en actueel overzicht wordt gegeven van de te actualiseren grondexploitaties. In de bijlage van de jaarrekening is deze MPG in te zien.

Verkoop Bergh D 80
In 2024 zijn voor de ontwikkeling van het nieuwe bedrijventerrein in ’s-Heerenberg diverse percelen gekocht van de Protestantse kerk. Onderdeel van deze aankoop zag erop toe dat de Protestantse kerk en de gemeente in overleg zouden treden over de verkoop door de gemeente van perceel Bergh D 80 met een omvang van ongeveer 5,8 hectare. Dit perceel ligt ten noordoosten van Braamt aan de Kruisallee. De Protestantse Kerk had kort samengevat de wens om bij een grondverkoop elders grond terug te kopen – ‘grond voor grond’. 

Dit perceel aan de Kruisallee is in 2019 door de gemeente van de provincie gekocht met als doel om een ecologische verbindingszone te realiseren. Deze ecologische verbindingszone is inmiddels gerealiseerd. In lijn met het raadsbesluit van 26 september 2019, waarbij is besloten om over te gaan tot verkoop na realisatie van de ecologische verbindingszone, is deze grond inmiddels verkocht aan de Protestantse kerk voor een marktconforme prijs. De Protestantse kerk zal in lijn met een voorgeschreven gebruik de gronden gaan gebruiken. 

Prognose totaal resultaat grondexploitatie
Het totaalresultaat van de grondexploitaties komt uit op een positieve eindwaarde van € 683.920. Voor de verlieslatende complexen wordt jaarlijks bij de vaststelling van de jaarrekening een voorziening getroffen om verliezen op te vangen. Indien van toepassing wordt bij de vaststelling van de jaarrekening tevens winst genomen volgens de POC-methode.

Paragraaf G. Lokale heffingen

Algemeen

Terug naar navigatie - Paragraaf G. Lokale heffingen - Algemeen

In deze paragraaf geven we een overzicht van de lokale heffingen en woonlasten binnen de gemeente Montferland in 2025. De heffingen zijn onderverdeeld in:

  • Belastingen (algemeen  dekkingsmiddel);
  • Rechten (vergoeding voor specifiek diensten);
  • Leges (vergoeding voor administratieve diensten).


De tarieven zijn extracomptabel berekend. De overhead is op een consistente wijze berekend.

Opbrengst lokale heffingen

Terug naar navigatie - Paragraaf G. Lokale heffingen - Opbrengst lokale heffingen

Bedragen x € 1.000

 

 

Begroting 2025 na wijziging herzien

Realisatie 2025

a. Belastingen

 

 

Onroerende zaakbelastingen

8.910

8.892

Hondenbelasting

         80

         80

Verblijfsbelasting                                             

      440

         460

Reclamebelasting

60

61

Totaal belastingen

          9.490

          9.493

b. Rechten en leges

 

 

Afvalstoffenheffing                  

  4.538

          4.480

Rioolheffing

        5.039

     4.599

Rechten begraafplaats

117

121

Marktgelden

29

24

Leges

2.503

2.637

Totaal rechten en leges

          12.226

        11.861

 

Belastingen

Terug naar navigatie - Paragraaf G. Lokale heffingen - Belastingen

Onroerende zaakbelastingen / WOZ
De onroerendezaakbelastingen (OZB) zijn algemene inkomsten. Als andere structurele inkomsten, inclusief bezuinigingen, niet genoeg zijn, kan deze belasting onafhankelijk worden verhoogd. Dit is anders dan bij bestemmingsheffingen, zoals afvalstoffenheffing en rioolheffing, waarvan de opbrengst op begrotingsbasis niet meer mag zijn dan de kosten.

De tarieven voor 2025 zijn berekend op basis van de nieuwe WOZ-waarde met waardepeildatum 1 januari 2024. Tarieven voor 2025 (% van de WOZ-waarde):

 

Soort tarief

Woningen

Niet-woningen

Gebruikerstarief

n.v.t.

0,2054%

Eigenarentarief

0,1142%

0,2548%


Hondenbelasting 
Deze belasting is gebaseerd op artikel 226 van de Gemeentewet. De belasting wordt geheven op basis van het aantal honden dat iemand heeft. Het tarief voor de eerste hond is lager dan voor elke volgende hond in hetzelfde huishouden. Kennelhouders die geregistreerd zijn bij de Raad van beheer op kynologisch gebied betalen een vast tarief. Er is een vrijstelling voor blindengeleidehonden, politiehonden en honden jonger dan drie maanden die bij hun moeder verblijven.

Volgens motie 6 bij de programmabegroting 2023 wordt de hondenbelasting in 3 jaar afgeschaft. De tarieven voor 2025:

Eerste hond € 23,29
Tweede hond € 33,45
Kennel € 75,54


Verblijfsbelasting 
In de gemeente Montferland wordt verblijfsbelastingbelasting geheven voor overnachtingen in recreatiebungalows, campings en hotels. Personen die niet in de gemeente staan ingeschreven en tegen betaling overnachten, moeten deze belasting betalen. Het tarief voor 2025 was € 1,25, met een totale opbrengst van €460.000.

Rechten en leges

Terug naar navigatie - Paragraaf G. Lokale heffingen - Rechten en leges

Afvalstoffenheffing
De afvalstoffenheffing wordt berekend volgens het “Diftar-principe”. Dit houdt in dat er naast een vast bedrag ook een bedrag per lediging wordt berekend.

Voor hoogbouw geldt dit systeem niet omdat er nog geen goed werkend systeem bestaat. Daarom betalen bewoners van hoogbouw een vast bedrag. Tarieven 2025:

Basistarief 280 liter container € 236,00
Basistarief 180 liter container € 236,00
Bedrag per lediging 280 liter container € 9,00
Bedrag per lediging 180 liter container € 7,00
Hoogbouw eenpersoonshuishouden € 29500
Hoogbouw meerpersoonshuishouden € 320,00


Kostendekkendheid 

De kostendekkendheid van afval betreft 104%. De totale lasten betreffen € 4.291.610.  Hieronder vallen onder andere investeringen, dienstverlening, materialen en bijdragen aan de gemeenschappelijke regelingen. De totale baten zijn € 4.480.038. Dit maakt de kostendekkendheid van 104%, waarbij voornamelijk de lasten lager zijn uitgevallen dan in eerste instantie geraamd. 


Rioolheffing
De rioolheffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een perceel dat is aangesloten op het gemeentelijke riool, gebaseerd op hun waterverbruik.

Het tarief voor 2025 was €2,79 per kubieke meter waterverbruik. De opbrengst is aanzienlijk lager dan geraamd als gevolg van het lagere waterverbruik.

Kostendekkendheid 
De kostendekkendheid van het riool betreft 100%, rekening houdend met de onttrekkingen aan de reserve Onderhoud riolering en rioolrenovaties en aan de voorziening riolering artikel 44 lid 2 BBV. 

Marktgelden
In ’s-Heerenberg is er een wekelijkse markt waarvoor de gemeente marktgelden vraagt. In Didam heeft de gemeente geen rol bij de wekelijkse markt. Hier worden alleen leges gevraagd voor de jaarmarkt. De tarieven zijn hetzelfde gebleven als in 2024. De opbrengsten van marktgelden zijn de afgelopen jaren gedaald.

Leges
Leges zijn kosten die de gemeente vraagt voor verleende diensten. De tarieven staan vermeld in de Legesverordening 2025 en de bijbehorende tarieventabel. 

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                   Bedrag x € 1.000

 

Begroting 2025

Realisatie 2025

Reisdocumenten en rijbewijzen

          1.115

          1.149

Huwelijken en overige leges publieksbalie

          117

          143

Omgevingsvergunningen

 1.100

1.126

Leges bestemmingsplan (wijziging/vrijstelling)

       109

          136

Leges overig

        62

83

Totaal leges

2.503

2.637

 

Kwijtscheldingsbeleid

Terug naar navigatie - Paragraaf G. Lokale heffingen - Kwijtscheldingsbeleid

De inwoners van de gemeente Montferland met een periodieke WWB-, AOW-, WAO- of ANW-uitkering hebben tegelijk met de aanslag 2025 een brief ontvangen waarin vermeld stond dat zij in aanmerking kwamen voor kwijtschelding en derhalve het basisbedrag van de aanslag afvalstoffenheffing en de rioolheffing niet hoefden te betalen. In totaal zijn dit 365 huishoudens.

In 2025 hebben 170 inwoners een toekenning ontvangen voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding op basis van een aanvraag. In 2025 hebben 62 inwoners een afwijzing ontvangen op het kwijtscheldingsverzoek.

Paragraaf H. Subsidies

Subsidieregister

Terug naar navigatie - Paragraaf H. Subsidies - Subsidieregister
Programma  Subsidiebedragen 2025
1 - Samenleving en bestuur 82.250
Maatschappelijke Ondersteuning 74.000
Sociale Structruur 8.250
2 - Ruimte 444.430
Algemene subsidieverordening Montferland 42.339
Compensatie OZB Dorpshuizen (Tijdelijke regeling) 13.577
Energieloket Achterhoek 123.587
Instandhouding Cultuurhistorische Waarden 43.264
Natuur en Landschapselementen 14.449
Water&Groen voor de bebouwde kom 13.375
SPUK Nationaal Isolatieprogramma 193.839
3 - Sociaal 8.265.833
Algemene subsidieverordening Montferland 536.319
Maatschappelijke Ondersteuning 7.178.211
Sociale Structruur 486.964
Vieren en Herdenken 80 jaar Vrijheid (Tijdelijke regeling) 19.339
GALA 45.000
Eindtotaal 8.792.513

Paragraaf I. Wet open overheid (Woo)

Passieve openbaarmaking

Terug naar navigatie - Paragraaf I. Wet open overheid (Woo) - Passieve openbaarmaking

Bij passieve openbaarmaking verstrekt de gemeente informatie na een Woo-verzoek. We communiceren duidelijk met de verzoeker, houden hen op de hoogte van de voortgang en handelen verzoeken zorgvuldig en tijdig af. Hiermee willen we een open relatie bevorderen met inwoners, bedrijven en journalisten binnen de gemeente Montferland.

Informatiehuishouding op orde

Terug naar navigatie - Paragraaf I. Wet open overheid (Woo) - Informatiehuishouding op orde

Goed informatiebeheer is nodig om de Woo na te kunnen leven. Door documenten systematisch te organiseren, kunnen we gegevens snel vinden en openbaar maken. Dit vergroot de transparantie en vermindert de kans op fouten. Investeren in informatiebeheer draagt bij aan een betrouwbare en toegankelijke overheid.

Lopende projecten
We werken aan digitalisering en archivering van verschillende documenten, zoals bouwvergunningen en aktes van de burgerlijke stand. Informatie wordt nu vaak verspreid opgeslagen. We verbeteren dit door documenten op een centrale plek op te slaan en het gebruik van systemen als Teams. Het project VIND-IM brengt daarnaast gemeentelijke processen in kaart en voegt autorisatie- en vertrouwelijkheidslabels toe.