1. Inleiding

1.1 Doel Kadernota 2027

Terug naar navigatie - 1.1 Doel Kadernota 2027 - 1.1 Doel Kadernota 2026

De Kadernota 2027-2030 bevat de kaders en uitgangspunten voor de opstelling van de Programmabegroting 2027-2030. Daarnaast bevat de kadernota de belangrijkste beleidsmatige en financiële ontwikkelingen en komt hiermee met een financiële perspectief voor de jaren 2027-2030.

De besluitvorming over het uiteindelijke beleid en de begroting vindt plaats bij het vaststellen van de Programmabegroting 2027-2030.



Planning & Control cyclus 2027
 

1.2 Samenvatting

Terug naar navigatie - 1.2 Samenvatting - 1.2 Samenvatting

Elk voorjaar stelt de gemeente een kadernota op. Dit document bevat de belangrijkste uitgangspunten die nodig zijn om in het najaar een gedetailleerde programmabegroting te laten vaststellen. De gemeenteraad stelt de Kadernota 2027 vast, waardoor er duidelijkheid komt over hoeveel geld er beschikbaar is en hoe er wordt omgegaan met financiële onzekerheden en de beleidsvoornemens. 

Ontwikkelingen binnen de programma's
Het is van belang om tijdig inzicht te hebben in ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de uitvoering binnen het bestaande beleid. De ontwikkelingen binnen de drie programma's kunnen zich voordoen op gemeentelijk, regionaal, nationaal of globaal niveau. Voorbeelden zijn prijsstijgingen, ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, woningbouw of de inkoop van het sociaal domein.

De ontwikkelingen per programma worden toegelicht in paragraaf 2.1.

Nieuw beleid
Vanwege de recente gemeenteraadsverkiezingen, de aankomende vorming van een coalitieprogramma en de beperkte financiële ruimte voor nieuw beleid is er gekozen voor een nieuw-beleidsarme kadernota.  Het college stelt dan ook in deze kadernota enkel nieuw beleid voor dat uit autonome ontwikkelingen en knelpunten bestaat. De voorstellen worden afgewogen bij het opstellen van de Programmabegroting 2027-2030.

In 2027 wordt onder andere voorgesteld om te blijven inzetten op het aantrekkelijk  zijn en blijven als werkgever door middel van Strategische Personeelsplanning. Daarnaast wordt voorgesteld te investeren in verkeersveiligheid en in te zetten op prikkelarme werkplekken en het voorkomen van dakloosheid.

Alle voorstellen voor nieuw beleid staan weergegeven in paragraaf 2.2.

Financieel perspectief in scenario's
De laatste jaren laten een trend zien. Het wordt voor gemeenten steeds moeilijker om een sluitende begroting te presenteren. De kadernota geeft de afgelopen jaren grote negatieve saldi. Vervolgens zwakt dat in de Programmabegroting af. Tegelijkertijd laten gemeenten jaarlijks in de tussentijdse rapportages en jaarrekening een positief resultaat zien. De grootste oorzaken zijn de onzekerheden in de Rijksinkomsten en lasten binnen het sociaal domein. 

Om de vooruitzichten in de kadernota realistischer te maken is gekozen voor bandbreedtes binnen de onzekere inkomsten vanuit het Rijk en de uitgaven binnen het sociaal domein. Die bandbreedtes zijn verwerkt in drie scenario's, welke terug te vinden zijn in paragraaf 3.1. 

Regulier saldo
De reguliere saldi van de kadernota tonen in alle scenario's een negatief beeld over alle jaarschijven. Daarbij valt op dat 2028 het grootste negatieve saldo laat zien. Dit hangt samen met de ontwikkeling van het gemeentefonds en de daaruit voortvloeiende structurele spanning in de financiering van gemeenten, in combinatie met onzekerheden over de toekomstige financieringssystematiek van het gemeentefonds.

Structureel saldo
Op grond van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) moet ons begrotingssaldo structureel sluitend zijn, zonder de incidentele baten en lasten mee te nemen. Incidentele lasten zien we voornamelijk in 2027. Ook structureel zijn de saldi in alle scenario's overwegend negatief. In 2027 zien we een positief saldo van € 532.000 in het meest gunstige scenario tot een tekort van bijna € 2 miljoen in een tegenvallend scenario. Voor het laatste begrotingsjaar, 2030, zien we afhankelijk van het scenario een tekort tussen de € 0,8 miljoen en € 3,3 miljoen. 

Sluitende begroting
Bij de programmabegroting moeten we een sluitend saldo presenteren. Dit is alleen het geval in het meevallende scenario. Richting de programmabegroting actualiseren we nogmaals de budgetten. Wanneer nodig worden de vorig jaar aangedragen ombuigingsmogelijkheden opnieuw bekeken. Uitgangspunt voor de Programmabegroting 2027-2030 is een positief structureel saldo voor het jaar 2027. 

Uitgangspunten Programmabegroting 2027-2030
De financiële uitgangspunten voor het opstellen van de Programmabegroting 2027-2030 worden jaarlijks vastgesteld in de kadernota. Voorbeelden zijn de gemeentelijke belastingen, loon- en prijsindexatie en rentepercentages. De uitgangspunten staan beschreven in hoofdstuk 4. 

1.3 Leeswijzer

Terug naar navigatie - 1.3 Leeswijzer - 1.4 Leeswijzer

De Kadernota is als volgt opgebouwd:

  • Hoofdstuk 2: Hier behandelen we de strategische thema’s. We rapporteren over nieuw beleid en andere ontwikkelingen binnen de programma’s. Daarnaast komen de bouwgrondexploitaties aan bod. Binnen al deze onderwerpen heeft de raad verschillende keuzemogelijkheden.
  • Hoofdstuk 3: Dit hoofdstuk bevat het financiële meerjarenperspectief, onderverdeeld in exploitatie en vermogen.
  • Hoofdstuk 4: Hier staan de financiële grondslagen en uitgangspunten voor de Programmabegroting 2027-2030.
  • Bijlagen: Hier wordt de voortgang van de ombuigingen uit de Begroting 2026-2029 gemonitord.