Meer
Publicatiedatum: 15-10-2019

Inhoud

Programma onderdelen

2.5 Paragrafen

2.5 Paragrafen

A. Weerstandsvermogen
B. Onderhoud kapitaalgoederen
C. Financiering
D. Bedrijfsvoering
E. Verbonden partijen
F. Grondbeleid
G. Lokale heffingen
H. Transities Sociaal Domein 

Paragraaf A. Weerstandsvermogen en risicobeheersing

1. Missie

De missie van de gemeente Montferland is om over een weerstandsvermogen te beschikken van ten minste een ratio van 2,0.

2. Context en achtergronden

Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen zijn afgesloten. Het weerstandsvermogen van de gemeente wordt bepaald door de mate waarin de gemeente in staat is om in de toekomst aan haar financiële verplichtingen te kunnen voldoen.

waardering Ratio weerstandsvermogen Kwalificatie
A Groter dan 2,0 Uitstekend
B 1,4 tot 2,0 Ruim voldoende
C 1,0 tot 1,4 Voldoende
D 0,8 tot 1,0 Matig
E 0,6 tot 0,8 Onvoldoende
F Kleiner dan 0,6  Ruim onvoldoende

Het financieel beleid van de gemeente Montferland is gebaseerd op drie kernindicatoren voor het nastreven van een gezonde financiële gemeente:

  • een (materieel) sluitende meerjarenbegroting;
  • uitstekend weerstandsvermogen;
  • een houdbare schuldpositie.

 

3. Kaderstellende (beleids)nota's

  • Nota reserves en voorzieningen (2018).

4. Ontwikkelingen

Beschikbare weerstandscapaciteit

Conform de nota reserves en voorzieningen 2018 bestaat onze weerstandscapaciteit uit de volgende componenten:

  1. De algemene reserve en de reserve "Verkoop aandelen Nuon;
  2. De reserve grondexploitatie (voor zover boven de minimale buffer van € 2,5 miljoen;
  3. Begrotingsruimte en de post onvoorzien.

Op grond van de begroting 2020 (en de bijbehorende meerjarenbegroting 2020-2022)  wordt de weerstandscapaciteit in Montferland als volgt berekend:

Verwachte weerstandscapaciteit 2019 2020
Algemene reserve € 5,9 mln. € 3,8 mln.
Reserve verkoop aandelen Nuon € 15,1 mln. € 15,1 mln.
Reserve grondexploitatie € 2,4 mln. € 2,5 mln.
Totaal  23,4 mln.  € 21,4 mln.

 

Het saldo van de Algemene reserve bedraagt per eind 2023 € 3,8 mln..

Het saldo van de reserve verkoop aandelen Nuon is, op basis van de nota Reserves en voorzieningen,  ingaande 2019 betrokken bij de beschikbare weerstandscapaciteit.  Dit saldo bedraagt € 15,1 mln.

Het saldo van de Reserve Grondexploitatie bedraagt per ultimo 2023  € 5,0 mln. Deze reserve dient als buffer voor specifieke risico's in de grondexploitatie. In de nota reserves en voorzieningen 2018 is de minimale omvang van deze reserve bepaald op € 2,5 mln. Het bedrag boven deze minimale buffer wordt meegenomen in de bepaling van de weerstandscapaciteit.

Op basis van de nota reserves en voorzieningen nemen we ingaande 2019 de onbenutte belastingcapaciteit niet meer mee bij de bepaling van de weerstandscapaciteit omdat deze niet direct beschikbaar is (wel latent aanwezig).  Hierbij sluiten we aan bij de lijn die de provincie hanteert.

Ten opzichte van 2019 is de weerstandscapaciteit afgenomen met € 2,0 mln.  vanwege de afname van de Algemene reserve.

Benodigde weerstandscapaciteit

Voor de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit heeft er een inventarisatie van individuele risico’s plaatsgevonden. Omdat niet alle risico’s zich in de praktijk gelijktijdig en in volle omvang zullen voordoen is een minimaal risicobedrag berekend. Het reële risicobedrag is het gemiddeld verwachte risicobedrag dat nodig is op korte termijn. Op basis van de onlangs geactualiseerde risico-inventarisatie zijn 17 risico’s in beeld gebracht. Uit deze risico-inventarisatie en –analyse blijkt een reële risicobedrag van afgerond € 4,3 mln. Dit is de benodigde weerstandscapaciteit van de gemeente.  Dit risicobedrag is uit te splitsen in incidentele risico's voor een bedrag van € 2,4 mln. en structurele risico's van € 1,9 mln.

Indien de berekende weerstandscapaciteit (€ 21,4 mln.) wordt afgezet tegen de benodigde weerstandscapaciteit (€ 4,3 mln.) dan blijkt dat de ratio afgerond 4,9 is. Dit betekent dat de weerstandscapaciteit in Montferland per 1 januari 2020 het predicaat “uitstekend” krijgt. De omvang van het eigen vermogen en de voorzieningen zijn dus op uitstekend niveau om alle mogelijke risico’s op te vangen. Overigens neemt de ratio wel af ten opzichte van de begroting 2019. De ontwikkeling van de weerstandsratio in de loop van de jaren is als volgt:

 

Risico's

In het Coalitieprogramma Montferland 2018-2022 is aangegeven dat we in deze paragraaf een "top-tien" introduceren. Dit doen we met ingang van deze begroting 2020.

In de risico-inventarisatie ten behoeve van deze begroting zijn zeventien risico's opgenomen.

De tien grootste risico's uit deze inventarisatie zijn:

  1.  Grote projecten (met name het Centrumplan en de Bloemenbuurt in Didam)
  2. Sociaal domein
  3. Gemeenschappelijke regelingen
  4. Algemene uitkering uit het gemeentefonds
  5. Begrotingspositie
  6. Leges omgevingsvergunningen
  7. Intergemeentelijke samenwerking A18 Bedrijvenpark/Docks NLD
  8. Digitalisering/automatisering/applicatiebeheer
  9. Garantstellingen
  10. Openbaar groen

Onderstaand een korte toelichting op de drie grootste risico's met de bijbehorende beheersmaatregelen.

Grote projecten

Voor het centrumplan is in totaal een krediet beschikbaar gesteld van € 10,446 miljoen. Dit betreft zowel de inrichting van de openbare ruimte (€ 7,589 miljoen) als de riolering (€ 2,857 miljoen). De risico's van het project zijn in kaart gebracht en opgenomen in een risicodossier, dat als onderdeel van het projectplan door het college is vastgesteld. Het externe bureau heeft de risico's becijferd op ruim € 1,1 miljoen. Deze bedragen zijn niet meegenomen in de kredietvotering, omdat hier ook kansen tegenover staan. Bovendien zijn er al bedragen voor onvoorzien opgenomen. Het structurele risico schatten we in op € 50.000. Een ander groot project in de komende jaren is het opknappen van  het openbaar gebied in de Bloemenbuurt in Didam. De bedragen voor de eerste 3 fases zijn in de begroting opgenomen. De kosten voor de vierde fase zijn nog niet inzichtelijk. Mogelijk lopen de kosten nog op met minimaal € 2 miljoen. De structurele risico's voor de begroting worden hier ingeschat op € 150.000. Totaal € 200.000 voor de grote projecten.

Beheersmaatregel:

Actuele informatieverstrekking via de P&C cyclus (inzicht in onderhanden werken investeringen). Twee keer per jaar worden krediet- en projectrapportages opgesteld. Werken met Negometrix, hiermee kunnen budgethouders hun financiële verplichtingen in beeld brengen en gebruik maken van bankgaranties.

Sociaal domein

Via de meicirculaire 2019 zijn aanvullende middelen voor het sociaal domein ontvangen. Deze middelen zijn verwerkt in deze begroting. Na verwerking bedraagt de taakstelling voor het sociaal domein € 1,5 miljoen. Als risico nemen we 50% mee van de van de totale taakstelling.

Beheersmaatregel:

Uitvoeren en monitoren van de hervormingstaakstelling.

Gemeenschappelijke regelingen

De bijdrage aan de verbonden partijen bedraagt in 2020 ruim € 8,8 miljoen. Het gaat hierbij om o.a. de Veiligheidsregio, de sociale werkvoorziening, de gemeenschappelijke regeling Voortgezet Onderwijs de Liemers, de GGD Gelre IJssel, de Reinigingsdienst de Liemers, de Omgevingsdienst Achterhoek en de BVO DRAN (Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer Regio Arnhem Nijmegen). De grootste risico's zitten in de begrotingen van de ODA en de VNOG en in de exploitatie van Laborijn, Het maximale risico dat de gemeente loopt dat zij wordt aangesproken voor een hogere bijdrage wordt ingeschat op ca. € 0,7 miljoen. Als reëel risico is een bedrag van € 560.000 opgenomen (80%). Dit betreft een structureel risico ingaande 2021.

Beheersmaatregel

Strak monitoren. Risico's verbonden partijen hebben een prominente plaats in begroting en jaarstukken. Een en ander conform het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording). Bovendien wordt jaarlijks voor de gemeenteraad (via de Auditcommissie) een notitie over de begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen ingediend.

 

 

 

5. Financiële kengetallen

Toelichting financiële kengetallen

De vijf financiële kengetallen geven samen een beeld van de financiële ontwikkelingen in de gemeente. Eén los kengetal zegt echter weinig over de totale financiële positie. Of een hoge schuldquote voor een gemeente nadelig is, hangt bijvoorbeeld af van het eigen vermogen en hoe groot de kans is dat de schuld weer wordt afgelost. Onderstaande een toelichting op de verschillende kengetallen.

Weerbaarheid: kan de gemeente tegen een stootje?

Netto schuldquote (ongecorrigeerd): De niet gecorrigeerde netto schuldquote geeft het risico voor de gemeente weer als derden niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen. Denk bij voorbeeld aan een woningcorporatie, die geld heeft geleend bij de gemeente. Hoe lager, hoe beter.

Netto schuldquote (gecorrigeerd): De netto schuldquote geeft aan of de gemeente in staat is de schulden terug te betalen waarvoor zij volledig zelf aan de lat staat. Ook hier geldt: hoe lager, hoe beter.

Solvabiliteit: De mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Dit wordt berekend op basis van het eigen vermogen en de bezittingen van de gemeente. Hoe hoger, hoe beter.

Grondexploitatie: Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Hier geldt: hoe lager, hoe minder risicovol.

Wendbaarheid: kan de gemeente zich relatief snel aanpassen aan veranderende omstandigheden?

Hierbij zijn de volgende kengetallen van belang:

Belastingcapaciteit: De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of ruimte is voor nieuw beleid. Hoe lager hoe beter.

Structurele exploitatieruimte: Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, door de structurele baten en structurele lasten te vergelijken met de totale baten. Hoe hoger, hoe beter.

 

       Indeling categorieën (%)
  Kengetal A 'Voldoende'  B 'Matig' C 'Onvoldoende'
1a Netto schuldquote < 90% 90-130% > 130%
1b

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

< 90% 90-130% > 130%
2 Solvabiliteitsratio > 50% 20-50% < 20%
3 Structurele exploitatieruimte > 0% 0% < 0%
4 Grondexploitatie  < 20%  20-35% > 35%

5

Belastingcapaciteit 

< 95% 95-105% > 105%

 

      Financiële kengetallen Montferland (%)
  Kengetal Rek. 2018 Begr. 2019 Begr. 2020 Begr. 2021 Begr. 2022 Begr. 2023
1a Netto schuldquote 87% 97% 119% 108% 95% 88%
1b

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

79% 86% 112% 102% 89% 82%
2 Solvabiliteitsratio 26% 24% 20% 22% 24% 26%
3 Structurele exploitatieruimte 0,22% -0,84% -1,6% -0,66% -0,09% 0,48%
4 Grondexploitatie 18% 9% 5% 2% 0% 0%

5

Belastingcapaciteit 

103% 107% 111% 111% 111% 111%

 

Voldoende

Matig

Onvoldoende

De financiële kengetallen dienen in samenhang te worden bezien om onze financiële positie te beoordelen. In 2020 valt één kengetal in de categorie voldoende (grondexploitatie), drie in de categorie matig (netto schuldquote, netto schuldquote gecorrigeerd en solvabiliteitsratio) en twee in de categorie onvoldoende (structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit). Hierbij moeten we wel aantekenen dat de verdere invulling van de hervormingstaakstelling hierin nog niet is verwerkt.

Ook rekening houdend met ons uitstekende weerstandsvermogen kunnen we concluderen dat de financiële positie van onze gemeente als matig kan worden gekwalificeerd op basis van de bovenstaande indeling.

Weerbaar zijn we  nog wel, maar onze wendbaarheid neemt zienderogen af.

Paragraaf B. Onderhoud kapitaalgoederen

Missie

De gemeente Montferland heeft een grote oppervlakte aan openbare ruimte in beheer. Veel activiteiten vinden plaats zoals wonen, recreëren en werken. Daarvoor zijn kapitaalgoederen nodig zoals wegen, rioleringen, kunstwerken, openbaar groen, verlichting en gebouwen. De kwaliteit van deze kapitaalgoederen en het onderhoudsniveau ervan is in grote mate bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard de (jaarlijkse) lasten. We streven hierbij naar een voldoende onderhoud van onze kapitaalgoederen.

Context en achtergronden

In het Coalitieprogramma 2018-2022 zijn onder meer de volgende onderwerpen opgenomen voor deze jaren die betrekking hebben op onze kapitaalgoederen:

  • Reactivering van het Groen Structuurplan.
  • Wateroverlast aanpakken in samenwerking met andere overheden en bewoners.
  • De St. Jansgildestraat renoveren zodat deze ook voor voetgangers, welke minder goed ter been zijn, begaanbaar wordt.
  • Een verkeerscirculatieplan voor het centrum van Didam opstellen.
  • Een verkeerscirculatieplan opstellen voor 's-Heerenberg waarbij rekening gehouden wordt met de herinrichting van de Drieheuvelenweg en waarbij de 's-Heerenbergse bevolking vroegtijdig meegenomen wordt.
  • Goede ontsluiting voor landbouwverkeer.

Kaderstellende beleidsnota's

  • Het Coalitieprogramma 2018-2022.
  • Nota reserves en voorzieningen 2018
  • Budgetkader College 2017
  • Beleidsplan wegen 2018-2021
  • Beleidsplan civiele kunstwerken 2018-2023
  • Beleidsplan openbare verlichting 2019-2023
  • Groenstructuurplan 2011
  • Nota kunstgrasvelden
  • Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020
  • Integraal Verkeer en Vervoersplan (i-VVP 2019)

Ontwikkelingen

Onderstaand een toelichting per onderdeel. 

Wegen en bermen.

Algemeen.

In 2017 is het wegenbeleidsplan 2018 – 2021 door de raad vastgesteld. Hierin is de onderhoudsplanning opgenomen die is gebaseerd op het minimale onderhoudsniveau volgens de CROW-richtlijnen. Hierbij wordt eventuele aansprakelijkheid voorkomen.

 

Areaal wegennet

Onderdeel

Lengte (km)

Oppervlakte (m2)

Verharde wegen

359

 

Onverharde wegen

  53

 

Fietspaden

  53

 

Asfaltverharding

 

1.023.237

Elementenverharding

 

1.429.476

Betonverharding

 

     28.755

Onverhard/halfverhard

 

   160.218

 

Het gehele areaal aan wegen vertegenwoordigt een waarde, de vervangingswaarde. De vervangingswaarde geeft een globale indruk van de waarde van de verhardingen, ervan uitgaande dat het bestaande areaal opnieuw aangelegd zou moeten worden. De totale vervangingswaarde van alle verhardingen in beheer van de gemeente bedraagt rond de € 140.000.000 (140 miljoen euro).

Wegen.

Om wegbeheer op een juiste manier te kunnen uitvoeren is het van belang om te weten wat het totaal te onderhouden areaal is, wat de technische kwaliteitstoestand daarvan is en hoeveel geld er nodig is om het areaal op het vastgestelde kwaliteitsniveau te houden. In het  beleidsplan wegen is ook de invloed van het vastgestelde beeldkwaliteit verwerkt. Hierin worden de winkelgebieden en historisch centrum op beeldkwaliteit B onderhouden in plaats van alle overige gebieden op C-kwaliteit.

Om het aangegeven onderhoud  mogelijk te maken bedraagt  de jaarlijkse toevoeging aan de voorziening groot onderhoud wegen  € 901.238,=. De wegen worden eenmaal per  jaar visueel geïnspecteerd volgens de CROW richtlijnen. Op basis van die inspectie  wordt een actueel beeld verkregen van de conditie daarvan. Deze gegevens zijn het startpunt voor het opstellen en zo nodig bijstellen van een meerjarig onderhoudsplan. In 2019 zijn de wegen geïnspecteerd.

Kwaliteit.

De meeste wegen binnen de gemeente Montferland verkeren in goede tot zeer goede staat. Bij asfaltverharding is dit bijna 80% en bij elementenverharding ongeveer 88%, in beide gevallen boven het landelijk gemiddelde.

Verouderde verhardingen.

De storting in de voorziening voorziet niet in het vervangen van verouderde verhardingen. Het wegenareaal is zodanig aan het verouderen dat het noodzakelijk is de verhardingsmaterialen (asfalt en elementen) te vervangen. In 2018 is hiermee begonnen (Deel Dr J.H. van Heeklaan in ’s-Heerenberg) en dat wordt de komende jaren voortgezet. Dit om ook in de toekomst de onderhoudskosten beheersbaar te kunnen houden en de aantrekkelijkheid van onze kernen goed te houden en achteruitgang in uitstraling en beleving te voorkomen. Jaarlijks is hiervoor € 530.000,= beschikbaar.

Montestraat ’s-Heerenberg. 

Asfalt is aan vervanging toe en wordt vervangen door klinkers.

 

 

Bermen.

Naast het maaien van de bermen is onderhoud van de bermen noodzakelijk. Hiermee wordt bedoeld het uitvullen van gaten, het verhogen of verlagen van de berm of andere reparaties. In het beleidsplan wegen is voorgesteld jaarlijks van circa 10 km weglente  de bermen aan te pakken. Hiermee wordt de veiligheid te verbeterd en wordt schade aan de weg en plasvorming op de weg voorkomen. Kosten daarvoor waren eerder niet opgenomen.. Vanaf 2018 is jaarlijks € 50.000,= in de begroting opgenomen aan onderhoud aan de wegbermen.

 

Bermen Doesburgseweg Didam

 

 

Rioleringen

Algemeen.

In 2015 is het GRP (Gemeentelijk Riolering Plan) 2016 - 2020 vastgesteld. Dit plan is de basis voor het uitvoeren van de rioleringswerken en het onderhoud.

 

Areaal

Onderdeel

Lengte (km)

Aantal

Gemengde riolen

138.3

 

Vuilwaterriolen (dwa)

101.4

 

Regenwater riolen (rwa)

  31,0

 

Infiltratieriolen

  33,4

 

Kolken

 

12.503

Drukriolering

135.2

 

Persleidingen

    9,4

 

Overstorten

 

        36

Interne bergingen

 

           1

Randvoorzieningen

 

         10

Stelselgemalen

 

         39

Pompunits drukriolering

 

       596

Tunnelgemalen

 

           2

Waterelementen/vijverpomp

 

           1

Grondwatergemaal

 

           1

IBA’s

 

         44

Wadi’s

 

         16

Retentievijvers

 

           3

Groene bergingen

 

           2

 

Afvalwaterinzameling is een wettelijke taak van de gemeente. Daar zijn de laatste decennia nieuwe taken bij gekomen. Tegenwoordig proberen gemeenten ook wateroverlast en vervuiling van onze oppervlaktewateren zo veel mogelijk te voorkomen, bewuster om te gaan met hemelwater en rekening te houden met verwachte klimaatveranderingen. De manier waarop Montferland deze taken wil uitvoeren staat in het GRP 2016 – 2021.

Om de voorzieningen die deel uit maken van het rioolstelsel goed te kunnen beheren moet duidelijk zijn welke voorzieningen er zijn en wat de technische staat is. Gemalen, randvoorzieningen, riooloverstorten en grondwaterpeilbuizen zijn aangesloten op het Regionaal Meetsysteem, waardoor automatisch actuele informatie beschikbaar is over de werking van de riolering, storingen en grondwaterstanden. Zo kan accuraat gereageerd in het geval van een storing.

Door middel van camera-inspecties wordt jaarlijks de kwaliteit van een deel van de vrijvervalriolering bepaald. Dit gebeurd op basis van de leeftijd van het betreffende riool. Aan de hand van deze inspecties, en inspecties uit het verleden, wordt met behulp van het rioolbeheersysteem een vervangingsplanning opgesteld.

Vermeld moet worden dat in het GRP 2016-2021 er wordt uitgegaan van risico-gestuurd beheer wat betekent vaker repareren en relinen en minder vervangen van rioolbuizen. Het opbreken van de weg is dan niet nodig.

De onderdelen van de drukriolering in het buitengebied zoals de pompen en gemalen worden onderhouden volgens de maatregelen die in het GRP staan vermeld. Naast het reguliere onderhoud worden onderdelen vervangen op basis van technische levensduur.

Pompput De Kemp in Braamt.

Een van de 596 stuks

 

 

De komende planperiode wordt voor ruim € 3,8 miljoen geïnvesteerd in het verbeteren en vervangen van riolering. Voor het beheren en onderhouden van bestaande voorzieningen is jaarlijks bijna € 1,3 miljoen nodig. De inwoners van Montferland betalen de kosten voor de rioleringszorg via de rioolheffing.

 

Civieltechnische kunstwerken.

Algemeen

In 2018 is het beleidsplan civiele kunstwerken 2019-2023 vastgesteld.

 

Areaal

Onderdeel

Aantal

Bruggen

10

Tunnels

  2

Viaducten

  2

Vlonders

  2

Duikers

  3

 

 

Om de civiele kunstwerken veilig en beschikbaar te houden voor haar doel is het van belang om te weten wat het areaal is, wat de technische kwaliteitstoestand is en hoeveel geld er nodig is om dit te houden.

Door iedere vijf jaar een technische inspectie van de civiele kunstwerken uit te voeren wordt een actueel beeld verkregen van de conditie van de kunstwerken. Het beleidsplan is gebaseerd op de inspectie uitgevoerd in 2017 en de maatregelen hieruit voortvloeiend zijn de basis voor de benodigde financiële middelen de komende jaren.

Wegbeheerders hebben op grond van de Wegenwet de zorgplicht voor de civiele kunstwerken. Dit betekent dat zij ervoor moeten zorgen dat de kunstwerken in goede staat verkeren. Volgens artikel 6.174 van het Burgerlijk Wetboek is de wegbeheerder aansprakelijk voor het veroorzaken van schade als gevolg van mankementen aan het “geleverde product” civiele kunstwerk. Door de kunstwerken te inspecteren en de daaruit voortvloeiende maatregelen uit te voeren wordt voldaan aan deze zorgplicht.

De inspectie van 2017 heeft uitgewezen dat over het algemeen de kunstwerken binnen de gemeente Montferland in een redelijke staat verkeren. Het areaal is veilig voor de burgers en over het algemeen vertonen de kunstwerken vooral verouderingsdefecten. 

In de periode 2019-2023 is de vervanging noodzakelijk van de houten fiets-/voetgangersbrug aan de Elsepasweg in ’s-Heerenberg op basis van technische levensduur.

 

Brug Elsenpasweg ’s-Heerenberg.

 

 

 

Om het aangegeven onderhoud en de vervanging mogelijk te maken bedraagt  in de periode 2019 – 2023 de jaarlijkse toevoeging aan de voorziening groot onderhoud civiele kunstwerken € 19.130,=.

 

Groen.

Algemeen.

Het openbaar groen en de bomen worden met ingang van 1 januari 2017 onderhouden conform beeldkwaliteit. Dit na de vaststelling door de raad in 2014 waarbij het gewenste beeld van het groen in de diverse structuurgebieden (woonwijken, industrieterreinen, centra en buitengebied) is bepaald.

In praktische zin staan niet de frequenties en maatregelen van het beheer centraal maar de vooraf afgesproken beeldkwaliteit.

 

Areaal

Onderdeel

Oppervlak (m2)

Lengte (m)

Aantal

Bomen

 

 

18.377

Gazon

    367.201

 

 

Bermen

1.205.555

 

 

Kruidenvegetatie       58.540

 

 

Bodembedekkers

      34.428

 

 

Hagen/Blokhagen

 

39.138

                              

Sierheesters

      34.428

 

 

Bosplantsoen + houtwal

   319.591

 

 

Bos

      87.947

 

 

Rozen

     10.378

 

 

Vaste planten + prairiebeplanting

      12.502

 

 

Bloembakken

             119

 

 

 

Openbaar groen.

Naast het reguliere onderhoud wordt jaarlijks verouderd groen, groen dat ‘op’ is,  vervangen door een nieuwe aanplant. Dit gebeurd nog niet planmatig. Een groenbeleidsplan met bijbehorend beheerplan wordt in 2020 ter besluitvorming aangeboden.

 

Bomen.

Naast het reguliere onderhoud dat aan de bomen wordt gepleegd worden ook boomstructuren vervangen. Dit zijn vaak verouderde boomstructuren of bomen die te groot zijn geworden voor hun groeiplaats.

Gemeenten moeten in het kader van de zorgplicht voor bomen een BVC-inspectie (boomveiligheidscontrole volgens de methode VTA (Visual Tree Assessment) uitvoeren. In 2017 is hier een begin mee gemaakt. In een cyclus van 3 jaren worden alle bomen geïnspecteerd; attentie- en risico-bomen worden vaker gecontroleerd. Deze gegevens worden in het beheerpakket vastgelegd waarbij de onderhoudsmaatregel wordt bepaald.

Een bomenbeleidsplan als onderdeel van het groenbeleidsplan wordt in 2020 ter besluitvorming aangeboden. Met het bijbehorende beheerplan worden de benodigde budgetten voor planmatig onderhoud en vervangingen definitief onderbouwd.

 

 

Boom Sint Martinusstraat Beek

Monumentale boom die extra onderhoud behoeft

 

 

 

Een (financieel) risico wordt gevormd door ziektes. Specifieke ziekten aan bomen (o.a. de kastanje-, iep- en watermerkziekte) zijn moeilijk te beheersen en te genezen. Essentaksterfte is een boomziekte die vooral in het buitengebied voorkomt. Als een boom ziek wordt, is vaak een snelle verwijdering noodzakelijk. De roetschorsziekte is een bijzonder ziekte omdat deze bij mensen longproblemen kan veroorzaken. De bestrijding van eikenprocessierups wordt jaarlijks uitgevoerd vanwege de volksgezondheid.

 

Openbare verlichting.

In 2013 is het beleidsplan openbare verlichting 2014 – 2018 door de raad vastgesteld. In het najaar van 2019 zal het nieuwe beleidsplan ter vaststelling voorliggen. Naast een aantal beleidsmatige keuzes is in dit plan ook het beheer geregeld.

 

Areaal.

Onderdeel

Aantal

Lichtmasten

7.254

Armaturen

7.426

 

Jaarlijks worden masten van  40  jaar en ouder en armaturen van 20 jaar en ouder vervangen. Daarvoor worden stabiliteitsmetingen uitgevoerd om de sterkte van de lichtmasten te bepalen om zo na te gaan of vervanging ook daadwerkelijk nodig is.

Het beleid is er op gericht om een zo duurzaam mogelijk areaal aan lampen te hebben. Dit betekent toepassing van led lampen in het geval van nieuwe plaatsing en planmatig vervangen van aanwezige lampen door led. Doel is het terugbrengen van het totale energieverbruik van de openbare verlichting om zodoende een bijdrage te leveren aan de CO2 reductie.

 

 

Speelvoorzieningen.

In 2015 heeft de gemeenteraad het beleidsplan ‘Spelen in Montferland’ vastgesteld voor de periode 2015 – 2030. Hieraan gekoppeld is een beheerplan waarin het beheer en onderhoud planmatig is vertaald met de benodigde kosten. Ook de vervanging is in het beheerplan geregeld.

 

In het beleidsplan is er een verschuiving gaande naar avontuurlijke, toegankelijke en natuurlijke plekken (zoals Cool Nature), waarbij de speelplaatsen bewoners de mogelijkheid bieden om te spelen, te bewegen en elkaar te ontmoeten ongeacht de leeftijd (integraal spelen). Logisch gevolg hiervan is dat bestaande traditionele speellocaties voor een deel zullen verdwijnen.

 

Areaal.

Kern

Aantal speellocaties

Azewijn

4

Beek

4

Braamt

2

Didam

31 (vijf verwijderd in 2018)

Kilder

3

Loil

2

Nieuw Dijk

2

’s-Heerenberg

20 (vier verwijderd en drie vernieuwd in 2018)

Stokkum

2

Zeddam

3 (twee vernieuwd in 201)

Totaal

73

 

 

 

Volgens het Warenwetbesluit attractie en speeltoestellen (WAS) is de eigenaar/huurder van de grond onder het toestel verantwoordelijk voor de veiligheid. In de openbare ruimte is de gemeente in de regel beheerder van speeltoestellen of speelaanleidingen en dus verantwoordelijk voor het onderhoud.

In Montferland worden vier keer per jaar alle locaties bezocht voor een combinatie van het uitvoeren van een visuele inspectie van alle constructies, de ondergrond en de directe omgeving van het toestel. Klein onderhoud aan de speeltoestellen wordt direct uitgevoerd. De jaarlijkse technische inspectie van alle toestellen wordt uitgevoerd door een extern bedrijf. De registratie van de inspectie en het uitgevoerde kleine onderhoud wordt vanaf medio 2015 in het gemeentelijke beheersysteem verwerkt.

Gegevens uit het digitale systeem in combinatie met de inspectiegegevens zijn de basis voor vervanging of opheffing toestellen en locaties.

 

Sportvelden.

 De gemeente heeft een aantal sportvelden en accommodaties in eigendom en voert het beheer en onderhoud daarop uit.

 

Areaal.

Kern/accomodatie

Aantal voetbalvelden

Azewijn (Den Dam)

1

Lengel (VVL)

2

Braamt (St. Joris)

1

Stokkum

1

Kilder

1

Zeddam

2

’s-Heerenberg (MVR)

2

Beek (’t Peeske)

2

Didam (DVC ’26)

4

Nieuw Dijk (Sprinkhanen)

2

Loil

2

 

 

Naast het regulier en groot onderhoud dat jaarlijks op de natuurvelden wordt uitgevoerd, is renovatie soms nodig. In verband met gesprekken met verenigingen over bezuinigingen op het onderhoud en over mogelijke fusies van voetbalverenigingen zijn de renovaties voorlopig op "hold" gezet. Door extra aandacht aan regulier en groot onderhoud te schenken kunnen renovaties uitgesteld worden.

Bij de Kerntakendiscussie heeft u besloten tot een bezuiniging van € 200.000 op de voetbalaccommodaties ingaande 2018. Deze taakstelling is aan de voetbalvereniging opgelegd. In 2017 is na een tweetal moties van de gemeenteraad besloten de bezuiniging aan de verenigingen in 2018 en 2019 te verlagen met € 125.000. Vanaf 2020 is een bezuiniging van € 200.000 t.a.v. voetbalaccommodaties in de meerjarenbegroting ingeboekt. De verenigingen en de gemeente zijn in gesprek over de vraag op welke wijze de verenigingen invulling kunnen geven aan de bezuinigingsopdracht van de raad.

Naast het proces van bezuinigingen speelt voor de verenigingen een proces van clustering en spreiding van voorzieningen. Inmiddels zijn de voetbalclubs van Stokkum, Lengel en ’s-Heerenberg gefuseerd tot één club en gaan voetballen op sportpark ‘de Boshoek’ in ’s-Heerenberg. Ook de voetbalclubs Zeddam en Braamt zijn gefuseerd en gaan in Zeddam spelen. Dit vraagt om aanpassingen middels investering in kunstgras, inrichtingselementen, gebouwen en de ruimte om het sportpark heen (parkeerplekken).

De vrijkomende velden blijven in ons eigendom en daar vindt een aangepast onderhoudsregime plaats totdat de herbestemming bekend is.

Gemeentelijke gebouwen

In 2020 zal worden gewerkt met de nieuwe meerjaren onderhoudsplanning voor het gemeentelijk vastgoed.

Het gemeenschapshuis de Zomp in Loil is per 9 juli 2019 overgedragen aan de stichting Hart van Loil.

In het kader van de verduurzaming wordt de sporthal  't Raland in 2019 voorzien van zonnepanelen.

Het monumentale deel van het oude gemeentehuis in Didam is in de tweede helft van 2018 weer in gebruik genomen als 'infopunt' voor het Centrumplan Didam. De installaties zullen hiervoor nieuw worden aangelegd. Tevens zal het overig deel van het gebouw worden afgekoppeld van de nutsvoorzieningen en ontoegankelijk worden gemaakt.

 

Monumentale gedeelte oude gemeentehuis in Didam

 

De raadszaal en de werkruimte in Gouden Handen worden heringericht ten behoeve van de gewijzigde vergadermethode van de gemeenteraad in de zogenoemde PAM (Politieke Avond Montferland).

Uitgaven onderhoud kapitaalgoederen

De totale uitgaven voor het onderhoud van de verschillende soorten kapitaalgoederen worden in de begroting geraamd op:

(Bedragen x € 1.000,-)

Programma/product Begr 2019
(na wijz.)
Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023
Overige gronden (niet in exploitatie) 12 12 12 12 12
Ruimtelijke ontwikkeling 12 12 12 12 12
Groenvoorzieningen 2.047 1.861 1.861 1.861 1.861
Openbare verlichting 459 431 427 429 428
Riolering 2.946 3.115 3.657 3.288 3.490
Wegen, straten en pleinen 2.092 2.371 3.003 2.693 2.796
Beheer leefomgeving 7.544 7.777 8.947 8.271 8.575
Groene sportvelden en terreinen 1.076 389 406 418 415
Sportaccommodaties 1.463 1.349 1.270 1.283 1.277
Gezondheid en bevord. gezonde leefstijl 2.539 1.738 1.676 1.701 1.692
Accommodatiebeheer 607 333 333 333 333
Bibliotheek Montferland 737 746 746 746 746
Jeugd, onderwijs en cultuur 1.344 1.079 1.079 1.079 1.079
Brandweerzorg 80 80 171 80 171
Maatsch. ondersteuning en veiligheid 80 80 171 80 171
Huisvesting 1.392 1.391 1.357 1.381 1.375
Beheer ov. gebouwen en gronden 124 124 124 124 124
Overhead en ondersteuning 1.517 1.515 1.481 1.505 1.499
Totaal 13.035 12.200 13.366 12.648

13.028

Dit geeft voor het jaar 2020 de volgende verdeling.

 

Paragraaf C. Financiering

1. Missie

Voor de uitvoering van de programma’s zijn financiële middelen nodig. De treasuryfunctie omvat het sturen en beheersen van, het verantwoording afleggen over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de daaraan verbonden risico’s. Binnen de treasuryfunctie wordt gestreefd naar beperking van de financiële risico’s en de daaraan verbonden lasten.

2. Context en achtergronden

De missie en doelstellingen van het financieringsbeleid zijn vastgelegd in het treasurystatuut. De wettelijke basis ligt vast in de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO). Sinds de financiële crisis in 2008/2009 zijn de eisen verscherpt en is de beleidsvrijheid van de gemeenten aan strenge regels gebonden. Daarnaast zijn er regels met betrekking tot de treasury vastgelegd in de financiële verordening (ex art. 212 Gemeentewet).

Sinds 2013 is de regeling Schatkistbankieren van toepassing, die de gemeente verplicht om overtollige geldmiddelen, rekening houdend met een doelmatigheidsdrempel, te beleggen in de schatkist dan wel uit te zetten bij andere overheidsinstellingen (gemeenten, provincies, etc.). Tevens is sinds eind 2013 de wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF) van toepassing. De wet HOF is een nadere uitwerking van de Europese afspraken over de beperking van het EMU-saldo (3% Bruto Binnenlands Product). Het gemeentelijk aandeel, voor alle gemeenten tezamen, is   0,32% BBP.

Het netto-financieringssaldo van alle gemeenten bij elkaar mag in een jaar niet boven dit plafond uitkomen. Indien decentrale overheden de afgesproken norm structureel overschrijden en het niet mogelijk blijkt met elkaar passende maatregelen af te spreken om terug te keren naar het verbeterpad, kan het kabinet maatregelen nemen. Wel is er op basis van het macroplafond voor het financieringstekort van alle gemeenten een referentiewaarde per gemeente vastgesteld. Op individuele overschrijdingen van die referentiewaarde staat geen directe sanctie.

3. Kaderstellende (beleids) nota's

  • Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO)
  • Wet Houdbare Overheidsfinanciën
  • Wet Schatkistbankieren
  • Financiële verordening (ex art. 212 Gemeentewet)
  • Treasurystatuut 2016

4. Ontwikkelingen

In deze paragraaf wordt nader ingegaan op:

  • Renteontwikkeling
  • Financieringsbehoefte
  • Kasgeldlimiet
  • Renterisiconorm
  • Overige risico’s

a. Renteontwikkeling

Mede als gevolg van de financiële crisis zien we in de afgelopen jaren een historisch laag renteniveau, waarbij de rente voor kortlopende leningen nog steeds aanzienlijk lager (negatief) is dan de rente van langlopende leningen. Voor de rest van 2019 is hier geen grote verandering meer te verwachten, mede gelet op het opkoop beleid van de ECB ten aanzien van staatsobligaties. De inflatie als ook de economische groei binnen de EU stagneert. Het is ongewis wat de rente voor 2020 gaat doen voor 2019 verwachten wij dat het huidige historisch lage rentepercentage gehandhaafd blijft: (15-jr. leningen) 0,1 %, (30 jr. leningen) 0,5 %. Voor de 2e helft van 2020 gaan we toch uit van een zeer geleidelijk oplopende rente.
Deze zal onder het rentetarief voor langlopende geldleningen van 2% blijven, waarmee wordt gerekend bij nieuwe investeringen.
Binnen onze financieringsbehoefte zullen we, bij de huidige rentestructuur, tot het bedrag van de kasgeldlimiet kiezen voor kortlopende financiering.
 
Wijze van financiering Rente Toelichting
Rente rekening-courant 0% BNG rekening-courant
Rente kasgeldleningen - 0,25% tot 0,25% BNG kasgeldlening 1 tot 12 maanden
Rente op te nemen vaste geldlening tot 0,50% BNG lening met looptijd 20 jaar vast

 

b. Financieringsbehoefte

Eind 2018 hebben wij in het kader van herfinanciering en consolidatie een geldlening van 15 mln. aangetrokken. Op basis van de huidige liquiditeitspositie verwachten wij niet op korte termijn over te moeten gaan tot her financiering c.q. het aantrekken van een aanvullende geldlening. Indien wij toch over moeten gaan tot herfinanciering en/of consolidatie dan zullen we voor 10 mln. de kapitaalmarkt op gaan. Per saldo wordt voor 2020 een lichte verzwaring van de financieringspositie verwacht. De ontwikkelingen van de rente op de geld- en kapitaalmarkt volgen wij op de voet met als doel om zo economisch mogelijk in onze financieringsbehoefte te voorzien.

c. Kasgeldnorm

De Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden) geeft concrete richtlijnen voor gemeenten voor het beheersen van het renterisico in verband met de korte termijn financiering. De kasgeldlimiet is een wettelijk maximum (plafond) voor het volume geldleningen in de vorm van zogenaamde call- en kasgeldtransacties. De bovengrens is bij ministeriële regeling voor het jaar 2020 vastgesteld op 8,5% van het lastentotaal van de gemeentelijke begroting. De begroting van de gemeente Montferland voor het jaar 2020 heeft een omvang van € 88,5 miljoen en daarmee komt de kasgeldlimiet uit € 7,5 miljoen. Het Rijk geeft gemeenten voldoende ruimte om maximaal gebruik te maken van (goedkope) financiering met kasgeld. Hoewel het gemeenten niet is toegestaan de kasgeldlimiet te overschrijden (Wet FIDO, art. 4, lid 1), hoeven deze pas aan de toezichthouder te rapporteren wanneer de kasgeldlimiet drie kwartalen op rij wordt overschreden (art. 4, lid 2).

De gemeente Montferland stuurt erop onder de kasgeldlimiet te blijven en deze niet te overschrijden.

d. Renterisiconorm

Het renterisico betreft het risico dat de begroting van de gemeente geconfronteerd wordt met een verzwaring van de rentelasten als gevolg van herfinancieringen van bestaande activa of van herziening van rente van bestaande leningen. 

Het doel van de renterisiconorm is om dit risico te beperken tot een aanvaardbaar niveau. Bij een goed (gelijkmatig) opgebouwde leningenportefeuille blijft het renterisico binnen verantwoorde marges en zullen de renteaanpassingen zich geleidelijk voordoen en binnen de begroting opgevangen kunnen worden.

In de Wet FIDO is vastgelegd dat jaarlijks een volume ter grootte van 20% van het lastentotaal van de gemeentelijke begroting (peildatum 1 januari) mag worden geherfinancierd of een renteherziening mag ondergaan.

Omdat de gemeente voor de eigen financiering geen leningen heeft aangetrokken waarvan periodiek de rente wordt herzien, heeft voor Montferland de renterisiconorm alleen betrekking op herfinanciering van aflopende leningen. In Montferland ligt de omvang van de totale leningenportefeuille (€ 70 miljoen) op ongeveer 81% van het lastentotaal van de begroting (€ 88,5 miljoen). De renterisiconorm is € 17,7 miljoen, hetgeen betekent dat in principe ongeveer 20% van de leningenportefeuille mag worden geherfinancierd. Dat betekent weer dat de gemiddelde looptijd van de aan te trekken leningen niet korter mag zijn dan vijf jaar.

 

Bedragen x € 1.000

  2020 2021 2022 2023
Renteherziening op vaste schuld o/g        
Renteherziening op vaste schuld u/g        
Netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b)        
         
Te betalen aflossingen 7.969 6.978 6.487 5.996
Te ontvangen aflossingen 155 155 0 0
Herfinanciering (2a-2b) 7.814 6.823 6.487 5.996
         
Renterisico op vaste schuld (1+2) 7.814 6.823 6.487 5.996
         
Begrotingstotaal 88.500 88.500 88.500 88.500
Het vastgesteld percentage 20 20 20 20
Renterisico norm 17.700 17.700 17.700 17.700
         
Toets renterisico norm        
Renterisico norm (4) 17.700 17.700 17.700 17.700
Renterisico op vaste schuld (3) 7.814 6.823 6.487 5.996
Ruimte onder renterisiconorm 9.886 10.877 11.213 11.704
Overschrijding renterisiconorm        

 

e. Overige risico's

Schatkistbankieren
In het najaar van 2013 is voor gemeenten en andere decentrale overheden verplicht schatkistbankieren ingevoerd. Decentrale overheden dienen banktegoeden, die een vooraf bepaalde drempelwaarde te boven gaan, af te storten naar een rekening-courant bij het ministerie van Financiën. Voor de gemeente Montferland bedraagt de drempelwaarde € 0,7 miljoen. Tegen deze drempelwaarde moet het gemiddelde van de banksaldi van de gemeente in een kwartaal worden afgezet. Binnen de treasuryfunctie wordt erop gestuurd dat de drempelwaarde niet wordt overschreden en dat de gemeente dus geen of heel beperkt financiële middelen hoeft te stallen bij het Rijk. Bij de controle van de jaarrekening zal de accountant de verplichting tot schatkistbankieren meenemen.

  

Overig
Gezien de samenstelling van de gemeentelijke leningenportefeuille en de kaderstelling vanuit de wet en het treasurystatuut (alleen leningen in euro’s) is er binnen de gemeente Montferland geen sprake van valutarisico en/of koersrisico.

Paragraaf D. Bedrijfsvoering

Inleiding

Het “Overzicht overhead, ondersteuning organisatie en bestuur” is een verplicht onderdeel van de programmabegroting. Hierin is een fors deel van de kosten van bedrijfsvoering opgenomen. In dit kader is de paragraaf bedrijfsvoering teruggebracht tot de kern.

Formatie en budget ambtelijke organisatie

De omvang van het salarisbudget en de formatie van de gehele ambtelijke organisatie is:

 

Bedragen x € 1.000

 

Werkelijk  

2018

Begroting na wijz.

2019

Begroting

2020

Budgetten (x € 1.000):

 

 

 

·         salariskosten eigen personeel

18.579

20.690

21.301

·         kosten inhuur tijdelijk/extern personeel

1.487

1.187 551

 

20.066

21.877 21.852

Formatie in fulltime eenheden (fte’s):

 

   

·         vaste formatie

282

306 306 

 

De loonkosten voor het vaste personeel nemen toe door loonindexeringen (CAO, maar ook stijging werkgeverslasten).

De raming van de loonkosten is gebaseerd op het akkoord CAO Gemeenten met een looptijd tot 1 januari 2021.

Apparaatskosten

De apparaatskosten zijn alle personele en materiële kosten  die verbonden zijn aan het functioneren van de organisatie, exclusief griffie en bestuur. De kosten eigen personeel bestaan uit de salariskosten (zie vorige tabel) en overige personeelskosten zoals kosten voor opleiding, bedrijfsgezondheidszorg, dienstkleding, enzovoort. 

Bedragen x € 1.000

 

Jaarrekening

2018

Begroting 2019

 na wijz.

Begroting

2020

·         loon- en overige personeelskosten

18.485

20.408 20.745

·         kosten externe inhuur

1.503 1.150 545

·         ICT-kosten

1.852 1.834 1.898

·         huisvestingskosten

1.512 1.451 1.449

·         facilitaire kosten

421 287 292

·         tractiekosten

413 425 496

·         overige organisatiekosten

341 415 333

 

24.527

25.970 25.758

 

 

 

Verdieping van enkele onderwerpen

Benchmark ambtelijk organisatie

Om de drie á vier jaar nemen we deel aan de benchmark formatie en kosten gemeenten van Berenschot. De laatste deelname dateert van 2018. De benchmark van Berenschot gaat uit van de volledige apparaatskosten (loonkosten, kosten inhuur, materiële kosten, kosten taken belegd bij derden inclusief gemeenschappelijke regelingen gecorrigeerd voor opbrengsten uit diensten voor derden). Met verschillen in uitbesteding door de gemeenten wordt hierdoor rekening gehouden.
Naast inzicht in deze kosten en de werklastbepalende indicatoren als ook feitelijke output van de gemeente geeft het ook inzicht in de formatie van zowel het primaire proces als de overhead en hou verhouden deze zich tot die van vergelijkbare gemeenten.
Het resultaat van de benchmark is objectieve vergelijkingsinformatie en niet het finale oordeel maar een eerste indruk. Het beeld van een goed en efficiënt georganiseerde ambtelijke organisatie komt hieruit naar boven, zoals uit onderstaand figuur blijkt.

Benchmark Berenschot

 

Bron: Berenschot Benchmark Platform

De percentages geven de afwijking van het gemiddelde van de referentiegroep aan. De referentiegroep bestaat uit twaalf gemeenten. Indeling is gebaseerd op het aantal inwoners, bevolkingsdichtheid, sociale structuur, centrum functie en % taken belegd bij derden.

 

Enkele constateringen zijn:

  • De totale apparaatskosten van Montferland liggen nagenoeg op het gemiddelde van € 936 per inwoner.
  • Montferland voert de taken meer in eigen beheer uit dan de referentiegroep (73% respectievelijk 62%). Hierdoor is er meer formatie (28%) nodig maar zijn de kosten van de taken belegd bij derden lager (33%). Per saldo zijn de kosten per inwoner circa 1% lager.
  • De overhead in Montferland is op basis van het bedrag per inwoner 3% hoger. De overheadkosten en –formatie afgezet tegen de werklast, namelijk de totale formatie, zijn 23% lager en 27% minder. De overhead is 23,2% van de totale organisatie terwijl het gemiddelde van de referentiegroep 31,6% is.

Lean management

Begin 2019 is besloten lean Management in te voeren als een van de leidende principes voor de gemeentelijke organisatie. Lean Management is gericht op het elimineren van verspilling in een werkproces. De focus in het proces wordt volledig op de klant gericht. Niet alleen is gebleken dat daardoor de klanttevredenheid aanmerkelijk toeneemt, maar bovendien gaan de medewerkers beter presteren en met meer plezier naar hun werk omdat de organisatie de lean filosofie “Samenwerken” en “Respect voor Medewerkers” centraal stelt. Lean Management bestaat uit een aantal eenvoudige principes.

Een groot deel van de te behalen winst is gebaseerd op het gebruik van wat wel wordt genoemd “gezond boerenverstand”. Er is geen uitgebreide theoretische opleiding nodig om de principes van Lean te kunnen toepassen. Het vraagt veel meer om een bepaalde mindset, daadkracht en commitment om de klantvraag centraal te stellen en de eigen positie of “belangen” daaraan ondergeschikt te maken (LEAN = Leer Echt Anders Nadenken).

Lean management bestaat uit vijf eenvoudige principes:

Bij het screenen van gemeentelijke werkprocessen op basis van Lean Management wordt concreet de toegevoegde waarde vanuit het perspectief van de klant gedefinieerd. Vervolgens wordt beschreven welke activiteiten worden uitgevoerd om het product of de dienst te leveren. Daarna worden alle activiteiten die niet direct bijdragen aan de toegevoegde waarde voor de klant uit het proces gehaald. De overgebleven activiteiten worden ingericht zodat het product of de dienst ‘vrij kan stromen’ richting de klant, zonder tijdverlies en met de gespecificeerde kwaliteit.

Lean Management omvat ook het principe “precies op tijd”. De klantvraag haalt de ‘trigger’ over om het bedrijfsproces te starten. De veranderingen die in stappen 1 t/m 4 zijn bepaald worden daadwerkelijk doorgevoerd en de resultaten daarvan geborgd. Het is veel effectiever gebleken om elke dag kleine stapjes te zetten en dat continu vol te houden.

In 2019 hebben alle medewerkers spelenderwijs kennis gemaakt met de principes van leanmanagement en zijn organisatorische randvoorwaarden gecreëerd om lean als operationele werkwijze ook daadwerkelijk in onze organisatie te borgen. Lean management is effectief voor die onderdelen van de organisatie die primair zijn gericht op de directe dienstverlening aan onze inwoners.

 

Integriteit

Ook in 2020 wordt aan het onderwerp integriteit weer aandacht besteed door verder in te zetten op de bewustwording en het bespreekbaar maken van dit onderwerp zowel ambtelijk als bestuurlijk. Iedereen moet er namelijk zonder meer van uit kunnen gaan dat de gemeente betrouwbaar en integer is. Dat is ook van belang bij de aanpak van ondermijning. Hierbij wordt o.a. tot en met 2023 gebruik gemaakt worden van de " Integriteitsmodule", een online omgeving om het integriteitsbewustzijn scherp te houden. Alle medewerkers nemen hieraan deel.

Ondermijning is infiltratie van de (criminele) onderwereld in het lokaal bestuur en andere vitale sectoren in de samenleving. Montferland wil zichzelf en de medewerkers weerbaarder maken en neemt o.a. actief deel aan het programma Ondermijning van het RIEC. Het is de bedoeling om in 2020 de aanpak van ondermijning zowel op regionaal als op lokaal niveau in de huidige organisatie te borgen. Hiervoor wordt door het college een Plan van Aanpak Ondermijning vastgestel. Daarnaast is de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) een instrument waarmee ondermijnende activiteiten kan worden voorkomen. Het college heeft ingaande 2018 daarvoor nieuw Bibob-beleid vastgesteld.
 

Accountantscontrole en (verbijzonderde) interne controle

De inspanningen in 2020 zullen zijn gericht op de voorbereidingen om te komen tot een opzet voor de In Control Statement. Ingaande het boekjaar 2021 wordt een eigen verantwoordingsrapportage van het college over de financiële rechtmatigheid in de jaarrekening ingevoerd. De accountant zal deze verantwoording toetsen.

De VNG werkt samen met de NBA aan de vernieuwde interne en externe controleaanpak. Dit moet leiden tot een efficiënter controleproces, onder meer door gebruik van nieuwe technieken en duidelijke keuzes door gemeenten om ‘in control’ te zijn op het gebied van gemeentelijke bedrijfsvoering.

Informatiebeveiliging

Net zoals in andere sectoren is informatiegestuurd en datagedreven werken steeds belangrijker geworden. ICT is inmiddels met alle gemeentelijke processen verweven. Systemen en informatie vormen onze spreekwoordelijke slagader en moeten als kroonjuwelen beschermd worden.

Het doel van informatiebeveiliging is het beschermen van de beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van de informatie(systemen) van onze gemeente. Daarnaast heeft de komst van de AVG wetgeving de focus gericht op de juiste omgang met persoonsgegevens en is het begrip Privacy nieuw leven ingeblazen.

De meeste informatiebeveiligingsincidenten worden veroorzaakt door menselijk handelen. Bewuste medewerkers zijn de beste beveiligingsmaatregel. In 2020 zetten we daarom in op bewustwording van medewerkers in de omgang met ICT middelen en informatie. Daarnaast bereiden we ons aan de hand van een ‘crisisgame’ voor op een mogelijke ICT-crisissituatie.

De Informatieveiligheid is geborgd in de organisatie via de “Governance Informatieveiligheid” en de “Expertisegroep Privacy”. Hierin zijn contactpersonen uit diverse afdelingen vertegenwoordigd. Op deze manier is de organisatie breed betrokken en groeit de bewustwording rondom veiligheid van informatie. De gemeente heeft de rollen van CISO (Chief Information Security Officer) en FG (Functionaris Gegevensbescherming) structureel ingevuld. De Functionaris Gegevensbescherming vormt de linking-pin met de Autoriteit Persoonsgegevens.

Informatiebeveiliging wordt steeds meer ‘risicomanagement’. Zo is er risico op uitval van ICT of op het vlak van privacy van onze inwoners. Techniek kan daarbij niet alles oplossen. 100% Veilig bestaat niet maar optimale beveiliging wel. Bij nieuwe ontwikkelingen van processen of informatiesystemen is het cruciaal dat informatieveiligheid de juiste aandacht krijgt en risico’s gemitigeerd worden. Risico’s worden gesignaleerd en daarover wordt geadviseerd aan bestuur en management. Uiteindelijk kunnen risico’s geaccepteerd worden, zolang het bewust gebeurt.

In 2020 gaan zowel gemeenten als de landelijke overheden over op een nieuw normenkader voor Informatieveiligheid. Deze Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO) vervangt de gemeente-specifieke richtlijn (BIG). Daarbij maken we gebruik van de ondersteuning die de Informatiebeveiligingsdienst van de VNG daarvoor biedt.

De verantwoording van de gemeente via ENSIA (Eénduidige Normatiek Single Information Audit) over het gebruik en inzet van de systemen BRP, PUN, SUWI, BAG, BGT en DigiD is over het jaar 2018 door de auditor opnieuw positief beoordeeld. In de nieuwe ENSIA-cyclus zal de verantwoording over de Basisregistratie Ondergrond (BRO) daaraan toegevoegd worden. In 2020 leggen we via ENSIA verantwoording af over het jaar 2019.

Paragraafgegevens

Prestatiegegevens / indicatoren

Jaarrekening

2018

Begroting na wijz.

2019

Begroting 

2020

Formatie (fte per 1.000 inwoners)

8,4 8,5 8,5

Bezetting (fte per 1.000 inwoners)

7,8 - -

Apparaatskosten per inwoner

€ 688 € 721 € 708

Externe inhuur (% van totale loonsom + totale kosten inhuur externen)

8% 5% 3%

Overhead (% van totale lasten)

11,4% 12,6% 12,6%

Ziekteverzuim *

6,6% 6% <4%

Factuurbetaling binnen 2 weken

85% 85% > 75%

Uitstroom medewerkers (alleen bij jaarrekening)

27 - -

Doorstroom medewerkers (idem)

5 - -

Instroom medewerkers (idem)

48 - -

* Voor 2019 en 2020 is het ziekteverzuimpercentage excl. het verzuim van het personeel met een WSW-dienstverband (vm Laborijn).

Paragraaf E. Verbonden partijen

Inleiding

Verbonden partijen zijn, volgens artikel 1 Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), die partijen (privaat- of publiekrechtelijk) waarin een gemeente zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft. Van een financieel belang is sprake indien aan de verbonden partij een bedrag beschikbaar is gesteld dat niet verhaalbaar is wanneer de partij failliet gaat of wanneer de gemeente aansprakelijk is voor een bepaald bedrag in de situatie dat de verbonden partij zijn verplichtingen jegens derden niet nakomt. Van een bestuurlijk belang is sprake indien een wethouder, raadslid of ambtenaar van de gemeente namens de gemeente plaatsneemt in het bestuur van de verbonden partij of namens de gemeente stemt in bijvoorbeeld een aandeelhoudersvergadering. 

 

Opdrachtgever en eigenaar

De gemeente vervult twee rollen richting de verbonden partijen namelijk de rol van opdrachtgever en de rol van eigenaar.

  • opdrachtgever: de gemeente is afnemer/opdrachtgever van de verbonden partij.  De verbonden partij levert diensten of producten, is uitvoerder van gemeentelijk beleid. Vaak gaat dit in de vorm van een basispakket dat door alle deelnemers in de samenwerking wordt afgenomen met daarnaast een aanvullend (maatwerk) pakket dat voor afzonderlijke deelnemers op maat wordt afgesproken;
  • eigenaar: in de eigenaarsrol beslist de gemeente over de oprichting, missie, de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de verbonden partij. Het gemeentebestuur is  mede eigenaar  van de verbonden partij en draagt bestuurlijke verantwoordelijkheid (de gemeente neemt deel aan het bestuur). De rol van eigenaar richt zich vooral op de continuïteit  en de levensvatbaarheid van de (samenwerking)organisatie.

Het is belangrijk dat de (beleids)doelstellngen van de gemeente ook via de verbonden partijen worden gerealiseerd. De gemeente zelf houdt uiteindelijk de  verantwoordelijkheid voor het realiseren van de beoogde doelstellingen van de programma's in de begroting. In de programma's is al aangegeven welke bijdrage een verbonden partij hieraan levert. Telkens moet worden beoordeeld of een taak wordt uitgevoerd zoals de gemeente dat voor ogen staat en of er voldoende inhoudelijk en financieel toezicht is op het uitvoeren van deze taak.

 

Kaders

De Wet gemeenschappelijke regeling (Wgr) is er ook op gericht de invloed van de raad op het samenwerkingsverband sterk te maken. Enkele  belangrijke punten zijn:

  • De algemene en financiële kaders voor het volgende begrotingsjaar moeten door het samenwerkingsverband uiterlijk vóór 15 april aangeboden worden aan de raden van de deelnemers (artikel 34b Wgr). Voor de gemeente Montferland betekent dit dat deze informatie beschikbaar tijdens de behandeling van de Kadernota;
  • De jaarrekening en het verslag van de accountant moet eveneens uiterlijk 15 april worden aangeboden aan de raad;
  • De termijn waarbinnen de raad een zienswijze kan indienen op de ontwerpbegroting van een samenwerkingsverband is acht weken. De vastgestelde begroting van het samenwerkingsverband moet daarom uiterlijk 1 augustus toegezonden worden aan de provincie. In de praktijk betekent dit overigens dat in verband met het zomerreces dat de huidige termijn van 6 weken uitgangspunt blijft;
  • Lokale rekenkamers en rekenkamercommissies kunnen ook onderzoek doen bij samenwerkingsverbanden die op grond van de Wgr zijn ingesteld;
  • Een bestuur van een samenwerkingsverband kan de overgedragen bevoegdheden niet zelf uitbreiden;
  • Bij een openbaar lichaam dat uitsluitend is ingesteld door de raad, is het niet toegestaan dat leden van het college zitting nemen in het algemeen bestuur;
  • Een nieuwe samenwerkingsvorm is ingevoerd: de bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO).

De huidige nota Verbonden Partijen stamt uit 2012.  Door dient te worden geactualiseerd. Onder andere om invulling te geven aan Coalitieprogramma 2018-2022. Hierin  is o.a. voor het samenwerken in gemeenschappelijke regelingen en/of andere samenwerkingsverbanden een aantal uitgangspunten opgenomen:  de oriëntatie van de inwoners  is leidend, helder, de te leveren resultaten moeten transparant en navolgbaar zijn met duidelijke prestatieafspraken en een zo hoog mogelijk democratische legitimiteit. Ook vanuit financieel oogpunt is een actualisatie wenselijk: de gemeentelijke bijdragen de afgelopen en komende jaren stijgen dermate dat het gevoel van "grip hebben op" in toenemende mate aan het vervagen is. Wij willen u in 2020 een nieuwe nota Verbonden Partijen aanbieden waarin die uitgangspunten zijn uitgewerkt.

 

Indexeringsmethodiek begroting gemeenschappelijke regelingen

De Achterhoekse gemeenten passen één gemeenschappelijk systeem van indexering voor de begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen toe.  Als norm voor de beoordeling passen we de prijsontwikkeling van het bruto binnenlands product toe. Deze prijsontwikkeling wordt ook gebruikt bij de basisindexatie van het gemeentefonds en wordt in de circulaires van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gepubliceerd.

De prijsontwikkeling van het bruto binnenlands product voor het jaar 2020 is geraamd op 2,0%. Deze raming is, aldus de septembercirculaire 2018, gebaseerd op de geactualiseerde middellange termijn raming 2020-2023 van het Centraal Plan Bureau.

Dit zou betekenen dat de gemeentelijke bijdrage voor 2020 maximaal met genoemde percentage mag stijgen ten opzichte van die van 2019.

In de praktijk is het bijna onmogelijk gebleken om dit Achterhoekse standpunt te laten verwerken in de begrotingen van de diverse GR 's.  Voor een deel is hiervan de reden dat de Achterhoekse gemeenten een minderheid vertegenwoordigen in het AB van enkele regelingen. Tevens worden de deelnemende gemeenten geconfronteerd  met exploitatietekorten bij diverse GR's die op korte termijn niet of slechts gedeeltelijk zijn op te lossen met de opgelegde bezuinigstaakstellingen.

Dit gegeven vraagt om een herbezinning op de Achterhoekse indexeringsmethodiek. We gaan hier in 2019 nog mee aan de slag.

 

Procedure zienswijzen begrotingen gemeenschappelijke regelingen

Bij alle gemeenschappelijke regelingen stelt het algemeen bestuur de begroting vast. College en gemeenteraad hebben vooraf de mogelijkheid een zienswijze op de begroting te geven. De procedures van de diverse gemeenschappelijke regelingen lopen, ondanks de verruiming, qua tijdsperiode niet parallel aan elkaar en aan die van de reguliere besluitvormingsprocedure van de gemeenteraad. Er is daarom een extra raadsvergadering medio juni gepland met een specifieke advies- en besluitvormingsprocedure. In deze procedure adviseert de Auditcommissie de gemeenteraad een zienswijze in te dienen of niet en of daarvoor de extra geplande raadsvergadering daarvoor gebruikt moet worden.

 

De Auditcommissie en uiteindelijk de gemeenteraad doen dit op basis van een door het college vastgestelde notitie waarin kort en bondig geïnformeerd wordt over:

  • belangrijke beleidsinhoudelijke ontwikkelingen die aanleidingen geven tot aanpassing van de koers van de regeling
  • de gevolgen voor de financiën en/of financiële bijdrage
  • financiële kerngegevens als verdeelsleutel financiële bijdrage, het bedrag per eenheid en het totaal, de reserve- en schuldpositie en de risico’s en de beheersing daarvan
  • concept advies zienswijze. 

 Voor de begrotingen 2020 zijn twee zienswijzen ingediend, te weten de VNOG en de ODA.

Bestuurlijk belang - bezetting bestuurszetels

De benoeming van een bestuurslid kan een bevoegdheid van de raad (raadsregeling) zijn of van het college (collegeregeling).

 

Gemeenschappelijke regelingen

Programma

Burgemeester de Baat

Wethouder Som

Wethouder Sinderdinck

Wethouder van Leeuwen

Wethouder Gerritsen

Wethouder Mijnen

 

Raadslid

1. Regio Arnhem Nijmegen (C)

1

bestuur pfo economie   pfo mobiliteit en pfo duurzaamheid pfo wonen    

2. Euregio Rijn-Waal (R)

1

lid euregioraad plv lid euregioraad         euregioraad 2 leden + 2 plv leden

3. Euregio Gronau (R)

1

            AB 3 leden + 1 plv lid

4. Omgevingsdienst Achterhoek (C)

3

      plv AB AB+DB    

5. Reinigingsdienst de Liemers (R)

3

      plv AB AB+DB   AB 3 leden + 3 plv leden

6. Vervoersorganisatie regio Arnhem Nijmegen (C)

3 en 7

    plv bestuur bestuur      

7. GGD Gelre IJssel (C)

5 en 6

    AB     plv AB  

8. Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers (C)

6

AB en BC         plv AB  

9. Huisvesting Voortgezet Onderwijs in de Liemers (C)

6

  plv AB       AB  

10. Veiligheidsregio Noord en Oost Gelderland (C)

7

AB       plv AB    

11. Laborijn (C)

8

  AB+DB AB     plv AB  

12. Stadsbank Oost Nederland (C)

8

  plv AB AB        

Vennootschappen en coöperaties

Alliander (C)

Alg

 

AA

plv AA    

 

 

Vitens (C)

Alg

 

AA

plv AA    

 

 

Bank Nederlandse Gemeenten (C)

Alg

 

AA

plv AA    

 

 

CV AGEM (C)

3

 

 

  AL plv AL

 

 

NV Cultuur Centrum Amphion (C)

6

 

plv GV

     

GV

 

Overige

Samenwerkingsovereenkomst West Achterhoek (C)

4

 

 

 

 

stuurgroep

 

 

 

Legenda

AA

afgevaardigde algemene aandeelhoudersvergadering

AB

algemeen bestuur

AL

afgevaardigde algemene ledenvergadering

BC

bestuurscommissie

(C)

benoemd door het college

DB

dagelijks bestuur

(R)

benoemd door de raad

GV

gemeentelijk vertegenwoordiger

plv

plaatsvervangend

Gemeenschappelijke regelingen

Bedragen x € 1
Gemeenschappelijk Orgaan Regio Arnhem Nijmegen gevestigd te Arnhem
Financieel belang De deelnemende gemeenten dragen bij op basis van het aantal inwoners (per 1 januari voorgaand kalenderjaar).
Jaarrekening 2017 Jaarrekening 2018 Begroting 2020
saldo van baten en lasten -10.528 81.177 0
gerealiseerd resultaat -10.528 81.177 0
eigen vermogen 58.194 136.734 n.v.t.
vreemd vermogen 0 0 n.v.t.
oordeel accountant goedkeurend goedkeurend n.v.t.
bijdrage per inwoner 1,50 1,50 1,77
idem totaal 52.761 52.967 67.733
Risico’s De solvabiliteit van de Economic Board is eind 2018 59%
Bedragen x € 1
Euregio Rijn-Waal gevestigd te Kleve (Duitsland)
Financieel belang De deelnemende gemeenten dragen bij op basis van het aantal inwoners.
Jaarrekening 2017 Jaarrekening 2018 Begroting 2019
saldo van baten en lasten 145.143 -801 9.369
eigen vermogen 1.315.068 1.460.206 1.473.000
vreemd vermogen 1.122.510 1.302.043 1.410.760
oordeel accountant goedkeurend goedkeurend n.v.t.
bijdrage per inwoner
idem totaal 7.200 7.225 7.275
Risico’s Geen informatie
Bedragen x € 1
Euregio gevestigd te Gronau (Duitsland)
Financieel belang De deelnemende gemeenten dragen bij op basis van het aantal inwoners.
Jaarrekening 2017 Jaarrekening 2018 Begroting 2019
saldo van baten en lasten 299.570 272.822 33.419
eigen vermogen 1.307.696 1.607.266 1.676.133
vreemd vermogen 47.295.495 34.244.155 150.000
bijdrage per inwoner [1] 0,29 minus 10%  0,29 minus 10% 0,29 minus 10%
idem totaal 9.180 9.217 9.299
Risico’s De financiële risico’s zijn geïnventariseerd met behulp van een risicotabel. Hieruit blijkt dat de risico’s matig zijn en zich beperken tot personeelskosten en financiële afwikkeling van Interreg IV A-projecten van circa € 2,1 miljoen. Vanaf 2019 wordt er van uitgegaan dat de INTERREG projecten UNLOCK en Grenzeloze Toeristische Innovatie zijn beëindig en dat er geen vervolgprojecten zijn. Om een sluitende begroting met een gelijkblijvend niveau van de lidmaatschapsbijdrage te kunnen presenteren, moet bijzonder aandacht worden gelegd bij het afslanken van het algemeen bedrijfsbeheer.
Bedragen x € 1
Omgevingsdienst Achterhoek gevestigd te Hengelo (Gld)
Financieel belang Met ingang van 2017 is er sprake van outputfinanciering op basis van af te nemen / afgenomen diensten.
Jaarrekening 2017 Jaarrekening 2018 Begroting 2020
saldo van baten en lasten -931.774 68.000 0
gerealiseerd resultaat -96.831 86.000 0
eigen vermogen 162.142 134.000 134.000
vreemd vermogen 359.168 336.000 313.000
oordeel accountant goedkeurend goedkeurend n.v.t.
overige bijdrage 224.826 298.485 331.400
Risico’s Outputfinanciering is rechtvaardig maar herbergt ook het risico van grote fluctuatie jaarlijkse gemeentelijke bijdrage als gevolg van verandering economische omstandigheden.
Bedragen x € 1
Reinigingsdienst de Liemers gevestigd te Zevenaar
Financieel belang De kosten van de RDL worden toegerekend op basis van nacalculatie. De kosten in de begroting vormen de basis voor de voorschotten die de gemeenten Montferland en Zevenaar betalen, de uiteindelijke afrekening volgt op grond van de jaarrekening.
Jaarrekening 2017 Jaarrekening 2018 Begroting 2020
saldo van baten en lasten 0 0 0
gerealiseerd resultaat 0 0 0
eigen vermogen 0 0 0
vreemd vermogen 0 0 0
oordeel accountant goedkeurend Nog niet beschikbaar n.v.t.
bijdrage totaal 1.300.675 1.378.873 1.473.629
Risico’s De RDL is een uitvoerende regeling. De lasten en baten zijn daardoor zeer nauwkeurig te ramen en vast te stellen. Een exploitatieoverschot of –tekort wordt verrekend met de deelnemende gemeenten. De regeling beschikt daarom niet over een algemene reserve.
Bedragen x € 1
Vervoersorganisatie regio Arnhem Nijmegen
Financieel belang De kosten worden jaarlijks verdeeld: - Organisatie o.b.v. van aantal inwoners met een drempelbedrag van € 5.000 per deelnemer - Regiecentrale, vraagafhankelijk vervoer o.b.v. gebruik en route gebonden vervoer een vaste vergoeding en o.b.v. gebruik - Vervoer o.b.v. gebruik
Jaarrekening 2017 Jaarrekening 2018 Begroting 2020
saldo van baten en lasten 0 nog niet afgerond 0
gerealiseerd resultaat -19.004 nog niet afgerond 0
eigen vermogen 109.000 nog niet afgerond 0
vreemd vermogen 0 nog niet afgerond 0
oordeel accountant nog niet afgerond nog niet afgerond n.v.t.
bijdrage totaal 449.952 527.467 551.507
Risico’s De inrichting van het vervoer is gebaseerd op een “open einde” systematiek. Dit betekent dat de kosten oplopen wanneer een gemeente meer inbrengt of dat er in een periode meer ritten hebben plaatsgevonden dan begroot. Dit brengt een financieel risico met zich mee. In de meerjarenbegroting van de BVO DRAN is voor 2021 uitgegaan van dezelfde provinciale subsidie voor Wmo vervoer en bijdrage beheerkosten als voor 2020. De samenwerkingsovereenkomst loopt formeel tot en met 2020. Vanaf 2021 vormt dit een financieel risico van € 1.869.333 op jaarbasis voor de BVO DRAN.
Bedragen x € 1
GGD Noord- en Oost-Gelderland gevestigd te Apeldoorn
Financieel belang De indeling van de GGD-taken is: A. Wettelijke GGD-taken (gemeentelijke bijdrage: o.b.v. bedrag per inwoner); B. Wettelijke gemeentelijke taken (gemeentelijke bijdrage: o.b.v. bedrag per inwoner); C. Autonome gemeentelijke taken (gemeentelijke bijdrage: o.b.v. aantal geleverde producten/diensten tegen de kostprijs); D. Externe taken (kosten worden doorberekend aan de externe opdrachtgevers)
Jaarrekening 2017 Jaarrekening 2018 Begroting 2020
saldo van baten en lasten -1.119.000 -128.000 -210.000
gerealiseerd resultaat 193.000 213.000 0
eigen vermogen 2 963.000 2.815.000 2.652.000
vreemd vermogen  299.000 138.000 125.000
oordeel accountant goedkeurend goedkeurend n.v.t.
bijdrage per inwoner
Publieke GGZ 7,08 7,15 7,83
JGZ 6,88 6,87 7,93
Totaal * 14,02 14,02 15,76
Bijdrage totaal 448.460 498.998 567.941
Risico’s De GGD werkt (volgens afspraak) met een vuistregel. Daarbij is bij elk risico ingeschat wat de kans is dat een risico zich voor doet en wat de impact is. In deze systematiek wordt uitgegaan van een vierjaarstermijn. Daarnaast wordt onderscheid gemaakt in overhead kosten en kosten in het primaire proces. Uit deze rekensom komt € 1.612.000. Beschikbaar is € 1.618.000 zodat de ratio weerstandsvermogen 1,0 is. Een nieuwe notitie over risicomanagement en weerstandsvermogen is, op advies van de accountant, in april 2019 vastgesteld door het AB.
Bedragen x € 1
Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers gevestigd te Doetinchem
Financieel belang De bijdrage van de deelnemende gemeenten is op basis van het aantal meters overgedragen archief. De bijdrage voor de jaren 2019 tot en met 2022 is bepaald op € 131,75 per meter per jaar. Voor Montferland betekent dit afgerond 1.265 meter namelijk: - in beheer 565,750 m - over te brengen t/m 2018 380.625 m - over te brengen 2019-2022 295,250 m - collectie 23,345 m totaal 1.264,970 m
Jaarrekening 2017 Jaarrekening 2018 Begroting 2020
saldo van baten en lasten -39.174 -8.475 24.676
gerealiseerd resultaat -255 0 24.676
eigen vermogen 54.894 46.419 127.874
vreemd vermogen 579.327 545.283 471.936
oordeel accountant goedkeurend goedkeurend n.v.t.
bijdrage per meter archief (= inclusief omzetbelasting) 115,00 115,00  131,75
idem totaal (exclusief compensabele omzetbelasting) 150.000 152.000 157.500
Risico’s Een buffer van 10% van de omzet wordt noodzakelijk geacht. De relevante risico’s zijn gering voor het Erfgoedcentrum. Een vermogen van € 20.000 wordt als voldoende geacht. Het eigen vermogen dekt dit bedrag ruimschoots.
Bedragen x € 1
Huisvesting Voortgezet Onderwijs in de Liemers gevestigd te Zevenaar
Financieel belang De bijdrage van de deelnemende gemeenten is afhankelijk van het aantal leerlingen van het voortgezet onderwijs dat in gemeente, voor wat betreft het voortgezet onderwijs, is gehuisvest op de teldatum 1 oktober van het voorgaande kalenderjaar. Jaarlijks wordt bij de begroting het aantal leerlingen voor het begrotingsjaar vastgesteld. Daarbij wordt de weging van de soort voortgezet onderwijs in acht genomen. Onder weging wordt verstaan de factor die het Rijk hanteert bij de berekening van de vergoeding per leerling voor huisvestingslasten in de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds.
Jaarrekening 2017 Jaarrekening 2018* Begroting 2020*
saldo van baten en lasten 0 0  0
gerealiseerd resultaat 0 0  0
eigen vermogen - - -
vreemd vermogen - - -
oordeel accountant goedkeurend nog niet afgerond n.v.t.
bijdrage 440.301 411.804 343.945
Risico’s De verrekening van de werkelijke kosten met de door de afzonderlijke gemeenten Montferland, Duiven en Zevenaar verschuldigde bijdragen aan de gemeenschappelijke regeling geschiedt via de centraal aangehouden “egalisatiereserve huisvesting VO” bij de gemeente Zevenaar.
* Zowel jaarrekening 2018 als begroting 2020 is ten tijde van samenstellen van deze begroting nog niet vastgesteld. De vermelde cijfers zijn nog niet officieel
Bedragen x € 1
Veiligheidsregio Noord en Oost Gelderland gevestigd te Apeldoorn
Financieel belang De deelnemende gemeenten dragen vanaf het jaar 2016 bij op basis van het nieuw ontwikkelde verdeelmodel met een overgangsperiode van vier jaren. Het aandeel van Montferland is 2018 4,07%, 2019 4,12%, 2020 4,17% en 2021 4,22%
Jaarrekening 2017 Jaarrekening 2018 Begroting 2020
saldo van baten en lasten 389.288 -2.210.748 -852.400
gerealiseerd resultaat 929.910 -2.854.917 -539.400
eigen vermogen 845.210 1.919.288 1.809.000
vreemd vermogen 32.389.418 42.889.459 52.672.000
oordeel accountant goedkeurend nog niet afgerond n.v.t.
bijdrage 1.571.690 1.604.991 1.925.277
+ (incl. effect Kadernota
116.176 2020 € 192.844 en
(Bijdrage in nadeel) indexering € 51.361)
Risico’s Landelijk is beleid in ontwikkeling over ‘arbeidshygiëne van brandweerlieden’. Mogelijk volgt een nieuwe brancherichtlijn, op basis waarvan nieuwe taken en materialen moeten worden ingevoerd. Dit brengt onvermijdelijke verplichtingen met zich mee, die nu nog niet inzichtelijk zijn. Landelijk worden hierbij bedragen genoemd tussen € 800.000 en € 3,5 miljoen per veiligheidsregio. Samen met zes andere veiligheidsregio’s is een nieuwe ongevallenverzekering aanbesteed. In deze nieuwe verzekering zijn vijf typen risico’s niet opgenomen, omdat uit ervaring blijkt dat de kans dat hierop een beroep wordt gedaan, zeer gering is. Mocht dit onverhoopt wel zo zijn, dan wordt de claim door de veiligheidsregio gedragen. Mocht het budget niet toereikend zijn, zal een beroep worden gedaan op het weerstandsvermogen. Dit risico is echter zeer gering en daarom niet gekwantificeerd.
Bedragen x € 1
Laborijn gevestigd te Doetinchem
Financieel belang De uitvoeringslasten worden op basis van twee verdeelsleutels doorberekend n.l.: 1. sociale werkvoorziening (Wsw) voor alle vier gemeenten: op basis van het aantal Wsw’ers in fte per gemeente, 2. niet-Wsw activiteiten voor Aalten, Doetinchem en Oude IJsselstreek: - 50% op basis van aantal personen dat een uitkering ontvangt uit de gemeente en - 50% op basis van het aantal inwoners uit de gemeente. De rijkssubsidie sociale werkvoorziening die de gemeente ontvangt wordt aan Laborijn doorbetaald op basis van de in dienst zijnde Wsw’ers uit de gemeente
Jaarrekening 2017 Jaarrekening 2018 Begroting 2020 *
saldo van baten en lasten 393.000 -305.000 -728.000
gerealiseerd resultaat 107.000 -104.000 0
eigen vermogen 6.925.000 6.619.000 n.v.t.
vreemd vermogen 1.989.000 1.828.000 n.v.t.
oordeel accountant goedkeurend goedkeurend n.v.t.
doorbetaling rijkssubsidie 4.138.983 4.887.332 4.411.665
bijdrage in dekkingstekort uitvoeringslasten 0 11.207 0
Risico’s V.w.b. de WSW: de exploitatietekorten lopen op door de stijgende loonkosten en de dalende rijksbijdrage.
Bedragen x € 1
Stadsbank Oost Nederland gevestigd te Enschede
Financieel belang De gemeente betaald vanaf 1 januari 2016 aan de Stadsbank a. Voor het programma Algemeen bestuur (de bestaanskosten) naar rato van de afgenomen dienstverlening (75%) en het aantal huishoudens (25%); b. Voor de afgenomen diensten tegen het vastgestelde tarief dus P x Q.
Jaarrekening 2017 Jaarrekening 2018 Begroting 2020
saldo van baten en lasten -377.200 -272.800 1.700
gerealiseerd resultaat -113.200 -199.800 0
eigen vermogen 1.434.300 1.080.500 1.082.200
vreemd vermogen 3.334.900 0 0
oordeel accountant Goedkeurend Goedkeurend n.v.t.
bijdrage / kosten:
standaard dienstverlening 178.088 160.627 122.937
bestaanskosten 139.992 140.915 147.435
additionale dienstverlening 3.835 1.876 3.408
totaal 321.915 303.418 273.780
Risico’s De ratio van het beschikbaar weerstandsvermogen ten opzichte van het benodigde weerstandsvermogen komt eind 2020 uit op 1,12. De ratio wordt hiermee gekwalificeerd als voldoende (tussen 1,0 en 1,4).

Overig

Vennootschappen en coöperaties
Bedragen x € 1
Alliander gevestigd te Arnhem
Financiën Jaarverslag 2016 Jaarverslag 2017 Jaarverslag 2018
aandelen
aantal 491.120 st. = 0,36% 491.120 st. = 0,36% 491.120 st. = 0,36%
waarde 5,00 5,00 5,00
jaarresultaat 282.000.000 203.000.000 334.000.000
dividenduitkering
per aandeel 0,859 0,669 1,100
totaal 372.662 328.502 538.529
eigen vermogen 3.864.000.000 3.942.000.000 4.129.000.000
vreemd vermogen 3.308.000.000 3.393.000.000 3.363.000.000
solvabiliteit 58% 57% 57%
Bedragen x € 1
Vitens gevestigd te Zwolle
Financiën Jaarverslag 2016 Jaarverslag 2017 Jaarverslag 2018
aandelen
aantal 34.716 st. =0,601% 34.716 st. =0,601% 34.716 st. =0,601%
waarde 1,00 1,00 1,00
jaarresultaat 48.500.000 47.700.000 13.000.000
dividenduitkering
per aandeel 3,36 3,30 0,90
totaal 116.646 114.562 31.244
eigen vermogen 489.100.000 533.700.000 533.000.000
vreemd vermogen 1.048.500.000 975.800.000 989.100.000
solvabiliteit 28,1% 30,9% 30,2%
Bedragen x € 1
Bank Nederlandse Gemeenten gevestigd te Den Haag
Financiën Jaarverslag 2016 Jaarverslag 2017 Jaarverslag 2018
aandelen
aantal 19.756 st. = 0,035% 19.756 st. = 0,035% 19.756 st. = 0,035%
waarde 2,50 2,50 2,50
jaarresultaat 369.000.000 393.000.000 337.000.000
dividenduitkering
per aandeel 1,64 2,53 2,85
totaal 32.400 49.982 56.305
eigen vermogen (exclusief hybride kapitaal) 3.753.000.000 4.220.000.000 4.257.000.000
vreemd vermogen 149.514.000.000 135.072.000.000 132.518.000.000
solvabiliteit (Trier 1-ratio conform de Basel II regelgeving) 32% 37% 38%
Bedragen x € 1
Achterhoekse Groene Energie Maatschappij (coöperatie u.a.)
Financieel belang De gemeente heeft een startkapitaal ingebracht van € 105.000 in een periode van vijf jaren (2012 tot en met 2016).
Jaarverslag 2016 Jaarverslag 2017 Jaarverslag 2018
jaarresultaat -115.588 -1.836 nnb
eigen vermogen 126.783 124.719 nnb
vreemd vermogen - - -
oordeel accountant goedkeurend goedkeurend nnb
Bedragen x € 1
N.V. Cultureel Centrum Amphion te Doetinchem
Financiën Jaarrekening 2016 Jaarrekening 2017 Jaarrekening 2018
aandelen
aantal 22 st. 22 st. 22 st.
waarde 450 450 450
jaarresultaat 55.792 -111.992 4.773
eigen vermogen 465.101 353.109 357.882
vreemd vermogen 36.414 24.147 10.791
Stichtingen en verenigingen
Bedragen x € 1
Fonds Stimulering Energietransitie Achterhoek
Jaarrekening 2017 Jaarrekening 2018 Begroting 2020
Financieel belang De gemeenten Doetinchem, Winterswijk, Bronckhorst en Montferland hebben gekozen voor de oprichting van een fonds ter ondersteuning en de versnelling van de Energietransitie in de Achterhoek. Gedurende de jaren 2019-2027 voeden de gemeenten het Fonds. De bijdrage van de gemeente Montferland voor de eerste 4 jaren is geraamd op € 200.000 per jaar.
jaarresultaat nvt nvt nnb
eigen vermogen nvt nvt nnb
vreemd vermogen nvt nvt nnb
oordeel accountant nvt nvt nnb
Overig
Bedragen x € 1
Samenwerkingsovereenkomst bedrijventerreinen West Achterhoek
Financieel belang De gemeenten zijn verantwoordelijk en dragen financiële risico’s bij een negatieve grondexploitatie na verevening tussen RBT en EBT volgens de verdeelsleutel: - Doetinchem 35% - Montferland 25% - Oude IJsselstreek 20% - Bronckhorst 20%
Jaarrekening 2017 Jaarrekening 2018 Begroting 2020
verwacht verlies A18 Bedrijventerrein Doetinchem 13.900.000 6.400.000 6.400.000
storting in verliesvoorziening A18 Bedrijventerrein (25%) 3.468.000 1.600.000 1.600.000

Paragraaf F. Grondbeleid

1. Missie

We willen een efficiënt en rechtvaardig verloop van activiteiten op de grondmarkt bereiken, met het oog op het realiseren van publieke doelstellingen als bevordering van het maatschappelijk gewenst ruimtegebruik, het bevorderen van een rechtvaardige verdeling van kosten en opbrengsten bij gebiedsontwikkeling en het verhogen van de kwaliteit van het ruimtegebruik, de zeggenschap voor de burger en de marktwerking op de grondmarkt.

2. Context en achtergronden

Gemeentelijk grondbeleid

De hoofdlijnen van het gemeentelijk grondbeleid zijn vastgesteld in de Nota Grondbeleid 2011. In deze nota wordt nader ingegaan op:

  1. Een visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van de doelstellingen van de programma's die zijn opgenomen in de begroting;
  2. een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid uitvoert;
  3. een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie;
  4. een onderbouwing van de winstneming;
  5. de beleidsuitgangspunten betreffende de reserves voor grondzaken in relatie tot de risico's voor de grondzaken.

 

Het grondbeleid heeft met name grote invloed op programma 2 Ruimtelijke ontwikkeling, programma 3 Beheer leefomgeving en programma 4 Economie en toerisme. De geformuleerde ambities vertalen zich vaak in een vraag naar ruimte en daarmee dus ook naar een vraag over de verdeling van gronden.

 

Daarnaast heeft het grondbeleid een grote financiële impact. Het gaat in het grondbeleid om grote belangen en grote hoeveelheden geld. De eventuele baten, maar vooral de financiële risico's zijn van belang voor de algemene financiële positie van de gemeente. Een belangrijk uitgangspunt is, dat de gemeente afhankelijk van de financiële risico’s en eigendomsverhoudingen voor een actief of een faciliterend grondinstrument kiest. Zo zal op uitbreidingslocaties bij voorkeur een actief beleid worden gevoerd. Voor herstructurerings- en inbreidingslocaties zal meer gebruik worden gemaakt van de mogelijkheden, die de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de daarin opgenomen afdeling grondexploitatie te bieden heeft. De gemeente zal in die gevallen over het algemeen een (actieve) faciliterende insteek kiezen en de kaders stellen.

 

Bij een faciliterend grondbeleid moeten de gemaakte kosten worden verhaald op de grondontwikkelaar. Waar noodzakelijk kan de gemeente binnen de beschikbare financiële bandbreedte een bijdrage leveren.

 

De besluitvorming over ontwikkelingslocaties vindt daarom plaats op basis van de volgende overwegingen:

  • Wat wil de gemeente bereiken?
  • Kunnen de beoogde doelen gehaald worden?
  • Wat kan de gemeente financieel en organisatorisch aan?
  • Hoeveel risico kan en mag de gemeente lopen in relatie tot het weerstandsvermogen?
  • Over welke grondposities beschikt de gemeente en over welke posities kan de gemeente beschikken?

 

Planning & control grondexploitatie

Gebiedsontwikkeling en het voeren van een grondexploitatie gaat in fasen en heeft een

(door)looptijd van meerdere jaren. Het past daardoor niet goed in de jaarlijkse budgetcyclus. Gelet op de grote financiële impact is planning & control binnen de grondexploitatie essentieel.

 

 

In verband hiermee zijn in zowel de nota Grondbeleid 2011 als het Budgetkader College de volgende afspraken gemaakt:

  1. De gemeenteraad stelt voor aanvang van de realisatiefase van een plan de opzet van de

    grondexploitatie vast en stelt dan tevens de benodigde kredieten / budgetten voor de uitvoering van het plan beschikbaar.

  2. De vastgestelde grondexploitaties worden jaarlijks geactualiseerd en verwerkt in de jaarrekening. Door het vaststellen van de jaarrekening, stelt de raad ook de (herziende) exploitatieopzetten vast evenals de eventuele bijstelling van de kredieten / budgetten grondexploitatie.
  3. Voor het in ontwikkeling nemen van gronden is in de begroting een budget ten aanzien van voorbereidingskosten opgenomen.
  4. Het college kan strategische grondaankopen doen. Hiertoe is in de begroting een jaarbudget opgenomen van € 500.000.
  5. Met in achtneming van de budgethouders regeling wijst het college op basis van de (herziene) grondexploitaties de jaarbudgetten toe aan de budgethouders binnen de door de raad gestelde budgettaire kaders.
  6. Binnen de grondexploitatie wordt actief risicomanagement gevoerd door:
    • De uitgangspunten van de planexploitatie continu te monitoren en zo nodig voorstellen tot bijstelling te doen;
    • risicobeheersing standaard onderwerp van gesprek te maken bij projectgroep overleg;
    • de onderdelen van de planontwikkeling realistisch in te schatten;
    • activiteiten in het planontwikkelingsproces te toetsen aan vastgestelde financiële kaders en het planresultaat te toetsen aan de mogelijkheden en onmogelijkheden met betrekking tot het weerstandsvermogen van de gemeente.

 

Grondprijsbeleid

Bij gemeente Montferland past marktconforme uitgifteprijzen toe. In de programmabegroting wordt jaarlijks een voorstel gedaan de uitgifteprijzen aan te passen en vast te stellen voor de lopende exploitaties. De vergelijkingsmethode (vaste prijs per m2) geldt in principe voor grondgebonden woningen en bedrijventerreinen. Voor woningbouw wordt onderscheid gemaakt in sociale / betaalbare woningbouw en overige woningen. Bij stapelbouw (woningbouw en commerciële ruimten) wordt de grondprijs situationeel bepaald met gebruikmaking van de residuele methode c.q. grondquote. Bij nieuwe exploitaties worden eventuele afwijkende uitgifteprijzen ter vaststelling aan u voorgelegd. De laatste aanpassing op het grondprijsbeleid heeft per 1 december 2018 plaats gevonden waarbij 2 nieuwe woningbouw categorieën zijn toegevoegd. De gedachten is hierbij is dat wordt voorzien in meer variëteit in woningtypes en uitstraling en dat woningtypologieën qua  prijsstelling beter op elkaar aan zullen sluiten. Daarnaast wordt ingespeeld op de groeiende behoefte aan kleine woonéénheden voor 1 en 2 persoons huishoudens. 

 

De uitgifteprijzen per m2 met prijspeil 2020 en exclusief belastingen zijn:

woningbouw (sociaal max. VON € 172.000) € 175,00   
woningbouw (sociaal max. VON € 210.000) € 180,00  Nieuw per 1 december 2018
woningbouw (sociaal max. VON € 280.000) € 190,00 Nieuw per 1 december 2018
woningbouw (overig) € 231,00   
woningbouw gedifferentieerd (Kerkwijk) € 251,50  
Bedrijventerrein (Matjeskolk)  € 105,00  
Bedrijventerrein (EBT) € 124,00  
Bedrijventerrein (DocksNLD) € 125,00   

 

Winst- en verliesneming

Bij de jaarrekening wordt de grondexploitatie per complex geactualiseerd en - indien van toepassing - worden de ramingen van de nog te verwachten lasten en baten bijgesteld. De geraamde verliezen worden verantwoord op het moment dat deze voorzienbaar en onafwendbaar zijn. Er wordt dan per balansdatum een voorziening 'verlies' gevormd.

Het voorzichtigheidsbeginsel leidt ertoe dat realisatie van winst moet worden uitgesteld tot daarover voldoende zekerheid bestaat. Dit betekent echter niet dat pas winst moet worden genomen bij het afsluiten van het grondexploitatiecomplex. Voor winstneming geldt de percentage of completion methode (POC): voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd kan tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst op basis van de eindwaarde worden genomen. Hiervoor moet het resultaat op de grondexploitatie wel op betrouwbare wijze kunnen worden ingeschat. Dit is mogelijk wanneer het waarschijnlijk is dat de economische voordelen die aan het project zijn verbonden naar de gemeente zullen toevloeien. Indien aan de volgende voorwaarden is voldaan, bestaat er voldoende zekerheid om winst te kunnen nemen:

1. het resultaat op de grondexploitatie kan betrouwbaar worden ingeschat; én

2. de grond (of het deelperceel) moet zijn verkocht; én

3. de kosten zijn gerealiseerd (winst wordt naar rato van de realisatie genomen).

 

Weerstandsvermogen

Ten behoeve van de grondexploitaties zijn twee reserves gevormd, zijnde:

de reserve grondexploitatie

De toevoeging van de reserve vindt plaats door tussentijdse winstneming volgens de methode “Percentage of Completion” en bij het afsluiten van een complex de gerealiseerde winst respectievelijk vrijval voorziening verliesgevend complex. Daar in tegen vindt een onttrekking van de reserve plaats als gevolg van een dotatie aan de voorziening verliesgevend complex. De reserve kent een ondergrens van € 2,5 mln. en een bovengrens van € 5 mln.

de reserve Masterplan

die dient ter (gedeeltelijke) dekking van het tekort van het Masterplan Centrum ’s-Heerenberg;

Binnen de algemene reserve zijn middelen geoormerkt, die kunnen dienen als buffer voor het opvangen van risico’s. De risico’s in de grondexploitatie moeten, indien het saldo van de reserve grondexploitatie onvoldoende is, mede hieruit gedekt worden.

 

 

 

3. Kaderstellende (beleids)nota's

•          Coalitieprogramma Montferland 2018 - 2022
•          Nota Grondbeleid 2011
•          Budgetkader College
•          Nota reserves en voorzieningen 2015
•          De structuurvisie Montferland
•          De structuurvisie Didam
•          Het Masterplan Centrum ’s-Heerenberg
•          Het Centrumplan Didam
•          De vigerende bestemmingsplannen

4. Doelstellingen

Het grondbeleid is geen doel op zich. Het is een instrument om andere gemeentelijke beleidsvelden (programma’s) te ondersteunen. Binnen de kaders van het gemeentelijk grondbeleid moeten op economisch verantwoorde wijze onroerende zaken worden beheerd en (nieuwe) bouwlocaties worden (her)ontwikkeld. En wel op een zodanige manier dat ruimtelijk beleid en sectoraal beleid op het gebied van wonen, werken en recreëren kunnen worden gerealiseerd.

5. Ontwikkelingen

Economische situatie en meerjarenperspectief

De Nederlandse economische groei valt in 2020 door de gure wind uit het buitenland terug tot 1,4%. De werkloosheid bereikt zijn laagste punt in 2019, maar blijft volgend jaar nog steeds uitzonderlijk laag. De koopkracht ontwikkelt zich in 2020 positief door de stijging van de reële lonen en in iets mindere mate beleidsmaatregelen. Er blijft een overschot op de overheidsbegroting, maar dit overschot wordt wel minder groot. Het Amerikaanse handelsbeleid, de kans op een no-deal Brexit en de instabiele situatie in Italië zijn belangrijke neerwaartse risico’s voor de Nederlandse economie (bron CPB).

 

In lijn met de economische groei van de afgelopen jaren en ook met de aanwezige groei in 2020 kan worden veronderstelt dat de aanwezige interesse in woning- en bedrijfskavels in 2020 zal aanhouden. Op korte termijn is er nog aanbod van woningbouw- en bedrijfskavels. Op de middellange termijn zal zonder de toevoeging van nieuwe kavels het aanbod voor zowel woningbouwkavels als ook bedrijfskavels schaars worden.  

 

Het totaal exploitatieresultaat wordt in de begroting 2020 geprognosticeerd op € 12,424 mln. Dit exploitatieresultaat is opgebouwd uit de te nemen winst in 2020 van € 0,507 mln. en het verwachte resultaat € 11.917 mln. (zie hoofdstuk 6; tabel 1).

 

Bouwgrond in exploitatie (BIE)

Hieronder wordt ingegaan op de in exploitatie genomen gronden gesplitst in woningbouw, Masterplan Centrum 's-Heerenberg en bedrijventerreinen. Het resultaat en de prognose zijn per complex gespecificeerd in de tabellen 1 en 2 "Financiële bijlagen grondexploitatie".

 

Woningbouw

In 2020 zijn 16 complexen voor woningbouw actief, inclusief de nog twee resterende complexen behorende tot het Masterplan Centrum ’s-Heerenberg. In totaal wordt een batig saldo geraamd van € 1,338 mln. Het exploitatieresultaat is opgebouwd uit de kolommen “winstneming POC” en “Verwacht resultaat”, zie hoofdstuk 6, tabel 1, subtotaal woningbouw.

 

Hieronder lichten we van Kerkwijk enkele specifieke risico’s toe en staan we stil bij de stand van zaken van het Masterplan ‘s-Heerenberg:

 

Kerkwijk-Didam (P.370)

De twee voornaamste risico’s bij de ontwikkeling van Kerkwijk zijn het achterblijven op de gestelde uitgifteprognose van het aantal te verkopen woningbouwkavels en een verstoring in de samenwerking met de ontwikkelende partijen.

 

Voor wat betreft het achterblijven op de gestelde uitgifteprognose kan worden geconcludeerd dat voor nagenoeg alle woningbouwkavels in fase 3, 4 en 5 concrete interesse aanwezig is. Onder deze interesse, van hard naar zacht, wordt verstaan dat sprake is van een getekende koopovereenkomst tot aan het toegewezen hebben gekregen van een woningbouwkavel (bijvoorbeeld fase 5, alle 12 woningbouwkavels met loting toegewezen). Vanwege deze interesse lijkt de opgenomen uitgifteprognose reëel.

 

In 2018 zijn met de drie ontwikkelende partijen nieuwe afspraken gemaakt voor wat betreft de afname van woningbouwkavels in fase 5, 6 en 7. Op dit moment lopen de voorbereidingen om te komen tot realisatie van de fase 5, 6 en 7. Conform afspraak dienen uiterlijk in 2021 de eerste kavels door de ontwikkelende partijen te worden afgenomen. Veronderstelt wordt echter dat nadat medio 2020 het terrein bouwrijp is opgeleverd en indien de verkoop voldoende spoedig verloopt, de ontwikkelende partijen in het najaar van 2020 starten met de bouw. Het vast hebben liggen van afspraken geeft zekerheid, maar garanties zijn er niet vandaar dat de samenwerking met de ontwikkelende partijen al een risico dienst te worden gezien.

 

Masterplan ‘s-Heerenberg

Het Masterplan Centrum ‘s-Heerenberg is een in 2003 vastgestelde toekomstvisie voor het centrum van ’s-Heerenberg en directe omgeving. Het plan beoogt de sterke kanten van ’s-Heerenberg verder te ontwikkelen, de kansen te benutten en de zwakke kanten om te zetten in sterke kanten.

 

In het Masterplan gebied zijn nog twee grondexploitaties actief. Dit betreft de locatie Emmerikseweg en Kloosterhof. Op 1 kavel na zijn alle grondopbrengsten binnen deze twee complexen gerealiseerd. Daarnaast is goed inzage in de nog uit te voeren werkzaamheden waardoor beperkt sprake is van het lopen van risico. De verwachting is dat de laatste werkzaamheden in 2021 zijn afgerond, zie hoofdstuk 6, tabel 2.

 

 

 

Bedrijventerreinen

In 2018 zijn 3 complexen voor bedrijventerreinen actief. In totaal wordt een batig saldo geraamd van € 11,086 mln., zie hoofdstuk 6, tabel 1, subtotaal bedrijventerreinen.

 

Hieronder lichten we van DocksNLD (gemeentelijke grondexploitatie) en van het A18 Bedrijvenpark (grondexploitatie Doetinchem) enkele specifieke risico’s toe. De gemeenten Bronckhorst, Doetinchem, Montferland en Oude IJsselstreek hebben een Samenwerkingsovereenkomst Bedrijventerrein West-Achterhoek gesloten voor het ontwikkelen van het A18 Bedrijvenpark en DocksNLD. De resultaten van beide terreinen worden onderling verevend. De gemeente Montferland heeft een aandeel van 25% in deze samenwerking. 

 

DocksNLD (P.840)

In 2019 is aan twee partijen respectievelijk 5 en 7 hectare grond verkocht. Met deze beide transacties is inmiddels 23 hectare verkocht op een totaal van 27 hectare. De verwachting is aanwezig dat deze resterende 4 hectare uiterlijk in 2021 zal zijn verkocht. Als gevolg van deze beide transacties in 2019 dient het positieve resultaat van circa 11 mln. te worden bijgesteld in een positief resultaat van circa 13 mln. De voornaamste redenen van deze positieve bijstelling zijn:

  • terrein optimalisatie, binnen de aanwezige bandbreedte kan niet zoals aanvankelijk circa 26 hectare, maar nu bijna 27 hectare bedrijventerrein worden uitgegeven 
  • mede door de stand van de economie zijn de beide transacties in 2019 gunstig verlopen
  • door de nu verwachte kortere looptijd van de exploitatie worden minder kosten gemaakt

Vanwege de beperkte lasten zijn geen risico's aanwezig voor het bedrijventerrein DocksNLD.

 

A18 Bedrijvenpark

Met de verkoop van circa 10 hectare aan bedrijfskavels verloopt de verkoop in 2019 voorspoedig. Tevens is voor nagenoeg alle zuidelijk gelegen kavels volop interesse. De vooruitzichten voor 2020 zijn gezien de stand van de economie en de aanwezige interesse derhalve ook rooskleurig. Een kanttekening dient te worden geplaats bij het met succes doorlopen van de ruimtelijke uitwerking voor het noordelijk deel van het A18 Bedrijvenpark vanwege de aanwezige PAS problematiek. Nadat per 29 mei 2019 de RvS een streep heeft gezet door het Programma Aanpak Stikstof (PAS) is de haalbaarheid van de ruimtelijke uitwerking voor dit onderdeel er niet eenvoudiger op geworden. Een risico dat hierdoor ontstaat is dat niet bijtijds bedrijfsgronden in dit noordelijk deel geleverd kunnen worden aan geïnteresseerde partijen.   

 

 

6. Financiële bijlagen grondexploitatie

Tabel 1: prognose resultaten lopende exploitaties

 

 

 

Paragraaf G. Lokale heffingen

Beleid

Het beleid is beschreven in het raadsprogramma 2019-2022 en uitgewerkt in de Kadernota 2020, die op 27 juni 2019 door de raad is vastgesteld.

Tarieven

De belastingverordeningen 2020 liggen op 28 november 2019 aan de gemeenteraad ter vaststelling voor. De berekeningen van de belastingopbrengsten is gebaseerd op de tariefvoorstellen uit deze belastingverordeningen 2020. 

In de Kadernota 2020 zijn de uitgangspunten vastgelegd. Eén van de uitgangspunten is een 100% kostendekkend tarief voor de riool- en afvalstoffenheffing. Ingaande 2017 is het Besluit Begroten en Verantwoorden aangepast. Deze aanpassing behelst o.a. het verplicht opnemen van de mate van kostendekking van de volgende tarieven :

  • Afvalstoffenheffing
  • Rioolheffing
  • Marktgelden
  • Begraafrechten
  • Leges

Onroerende zaakbelastingen

De tarieven voor 2020 worden berekend aan de hand van de nieuwe vastgestelde waarde naar peildatum 1 januari 2019. Deze nieuwe waarde zal in februari 2020 vermeld worden op het gecombineerde aanslagbiljet.
Onze gebruikelijke handelswijze is om de gemiddelde waardestijging of -daling in de waarde van woningen en niet-woningen te compenseren door een even hoge tariefdaling of -stijging. Anders dan voorgaande jaren vermelden wij in deze programmabegroting de tarieven nog niet. Dit zal bij de vaststelling van de belastingverordening plaats vinden. De reden hiervan is dat de gemiddelde waardestijgingen momenteel nog niet definitief bekend zijn. De prognose op dit moment komt uit op een stijging bij de woningen van ca. 4,5%. Naast deze tariefmutatie als gevolg van de stijging van de waarde van de woningen en niet-woningen zal het tarief stijgen door de inflatie-aanpassing met 1,5%.

Het verloop van de WOZ-waarde (en het aantal woningen) over de jaren is als volgt.

Tarieven 2020
   
Eigendom woningen  nog niet bekend
(was 0,1460% van de WOZ-waarde)
Eigendom niet-woningen  nog niet bekend (was 0,2119% van de WOZ-waarde)
Gebruik niet-woningen  nog niet bekend (was 0,1708% van de WOZ-waarde)

 

De mutatie in de tarieven zal dus dienen ter compensatie van de gemiddelde waardestijging en bevatten tevens een inflatiecorrectie (+1,5%).

 De totale opbrengst onroerendezaakbelastingen is geraamd op € 6.988.000 (was € 6.844.000 in de primaire begroting 2019). Dit is inclusief nieuwbouw van woningen en niet-woningen (areaal ontwikkelingen).

Afvalstoffenheffing

Vanaf 1 januari 2019 kunnen inwoners gratis hun groente-, fruit- en tuinafval (gft) tweewekelijks aanbieden in een aparte container (180 liter). Verwacht wordt dat dit leidt tot minder restafval en een verhoging van de hoeveelheid gft-afval. De duobak kunnen inwoners dan gebruiken voor alleen restafval. Naast het gratis maken van aanbieden van het gft-afval, gaat ook de aanbiedingsfrequentie van het restafval omlaag. Voor hoogbouwbewoners verandert er voorlopig niets.
Het restafval dat wordt ingezameld wordt doorberekend volgens het “Diftar-principe”. Dat betekent dat naast een vast bedrag tevens een bedrag per lediging in rekening wordt gebracht. De tarieven voor hoogbouw worden vooralsnog gebaseerd op de gezinsgrootte.

Onderstaande tabel schets de situatie per 1 januari 2020:

 

GFT-afval

Restafval

PMD

Oud papier

Ledigingsfrequentie

1 x per 2 weken

1x per 3 weken

1 x per 2 weken

maandelijks

Containervolume

Container van 180 liter

bestaande duobak

geen container maar zakken

papiercontainer

240 liter

Tarief per lediging

gratis

duobak 180 liter € 6,00 per lediging

duobak 280 liter € 8,00 per lediging

gratis

gratis

 

Om de afvalinzameling- en verwerking 100% kostendekkend te kunnen blijven uitvoeren is een verhoging van het vaste bedrag afvalstoffenheffing noodzakelijk. De belangrijkste redenen zijn

  • Een toename  van de inzamel- en verwerkingskosten. Dit speelt m.n. bij het afvalaanbiedstation RDL en bij de gft-verwerking  (volume en verwerkingsprijzen);
  • Ingaande 2020 is de egalisatiereserve "Afvalstoffenheffing" leeg. We kunnen hier geen bedragen meer aan onttrekken om het tarief te drukken;
  • De inzamelfrequentie is lager dan eerder aangenomen: gemiddeld bedraagt deze 6x. In de begroting 2019 was uitgegaan van een gemiddelde inzamelfrequentie van 8.

Om de stijging van het tarief enigszins te beperken zetten wij een deel van het budget voor klimaat en duurzaamheid in ten gunste van de afvalstoffenheffing. Het gaat om een bedrag van € 40.000 voor 2020 en € 60.000 voor 2021 en volgende jaren. Dit moet worden gezien als een tegemoetkoming om de verbeterde afvalscheiding te waarderen.

In de berekening van de tarieven voor 2020 is rekening gehouden met:

  • (Gedeeltelijke) leegstand van 671 objecten;
  • Een gemiddeld aantal ledigingen van 6 per jaar (In begroting 2019 uitgegaan van 8 ledigingen);
  • Areaaluitbreiding cf. prognose toename aantal woningen;
  • De inkomstenderving wegens kwijtschelding € 75.000.

 

Tarieven 2020    
Vast bedrag 280 liter container € 172,00 (was € 128,00)
Bedrag per lediging per 280 liter container (restafval) € 8,00 (was € 8,00)
Vast bedrag per 180 liter container € 172,00  (was € 128,00)
Bedrag per lediging per 180 liter container (restafval) € 6,00 (was € 6,00)
Hoogbouw meerpersoonshuishouden € 232,00 (was € 172,00)
Hoogbouw éénpersoonshuishouden € 213,00  (was € 158,00)

 

De opbrengst afvalstoffenheffing wordt geraamd op € 3.306.000 (was € 2.828.000 in de primaire begroting 2019).

 

Bedragen x € 1.000

 Afvalstoffenheffing     
 Directe kosten taakveld     
 Kosten   -2.995  
 Inkomsten   574  
 Netto directe kosten    -2.421
     
 Toe te rekenen kosten     
 Overhead  -361  
 BTW  -524  
 Toe te rekenen kosten    -885
     
Totale netto kosten   -3.306
     
 Opbrengst belastingen  3.306  
 Overige opbrengsten (bijdrage egalisatiereserve)  -    
 Totale opbrengsten   3.306
     
Dekking   100%

Rioolheffing

In het GRP 2016-2020 is voor 2020 een verhoging van het tarief voorzien van 4%. Echter, gelet  op de toename van de totale woonlasten (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing) stellen wij voor om voor het jaar 2020 geen stijging van het tarief rioolheffing door te voeren. Het financiële gevolg hiervan is dat in 2020 hierdoor geen toevoeging aan de reserve Riolering zal plaatsvinden. In afwachting van het nieuwe GRP beschouwen wij dit, met de kennis van nu, als verantwoord.

Voor de vaststelling van het tarief rioolheffing zijn de volgende elementen van belang:

  • geen tariefstijging;
  • de verwachte hoeveelheid waterverbruik;
  • een areaaluitbreiding;
  • de inkomstenderving van kwijtschelding ( € 100.000).

Het tariefvoorstel rioolheffing 2020 wordt als volgt:

Tarief 2020    
Bedrag per kubieke meter waterverbruik € 2,30 per m3 (was € 2,30)

 

De totale opbrengst rioolheffing wordt voor 2020 geraamd op € 4.140.000 (was € 4.112.000).

 

Bedragen x € 1.000

 Rioolheffing     
 Directe kosten taakveld     
 Kosten    -3.559  
 Inkomsten  15  
 Netto directe kosten    -3.544
     
 Toe te rekenen kosten     
 Overhead  -192  
 BTW  -406  
 Toe te rekenen kosten    -598
     
Totale netto kosten   -4.142
     
 Opbrengst belastingen  4.140  
 Overige opbrengsten  -  
     
 Totale opbrengsten   4.140
     
Dekking   100%

Hondenbelasting

Overeenkomstig de vastgestelde Kadernota 2020 worden de tarieven hondenbelasting in 2020 met 1,5% verhoogd. 

Het tariefvoorstel hondenbelasting voor 2020 worden als volgt:

Tarief 2020    
Eerste hond € 66,26 (was € 65,28)
Tweede en volgende hond € 95,13 (was € 93,72)
Kennel € 214,83 (was € 211,65)

 

 De totale opbrengst hondenbelasting wordt voor het jaar 2020 geraamd op € 261.000 (was € 260.000).

Toeristenbelasting

In de gemeente Montferland wordt toeristenbelasting geheven ter zake van het houden van verblijf met overnachten in o.a. recreatiebungalows in bungalowparken / op campings, tegen een vergoeding in welke vorm dan ook, door personen die niet in het persoonsregister van de gemeente zijn opgenomen.

Conform raadsbesluit van 30 juni 2016 wordt met ingang van 2017 een bedrag van € 100.000 structureel beschikbaar gesteld voor (top) sportevenementen. De verwachting dat dit bedrag voor € 70.000 gedekt zou worden door een verwachte toename van het aantal overnachtingen is helaas maar ten dele gerealiseerd. Mede gelet op onze verdere impulsen op toeristisch gebied en het feit dat de uitgaven de inkomsten overstijgen stellen wij voor het tarief te handhaven op € 1,25 per persoon per overnachting.

Het tariefvoorstel toeristenbelasting 2020 wordt als volgt:

 

Tarief 2020    
Bedrag per overnachting € 1,25 € 1,25

 
De totale opbrengst wordt geraamd op € 385.000 (was € 385.000).

Reclamebelasting

Voor het centrum Didam is vanaf 2014 een reclamebelasting ingesteld. Alle ondernemers die een reclame uiting hebben worden in de heffing betrokken. Dit zijn ongeveer 110 belastingplichtigen. Per ondernemer wordt een bedrag van € 410,00 (was € 404,00) in rekening gebracht. Het bedrag gaat minus de kosten naar Stichting ondernemersvereniging Didam.

Rechten en leges

Onder de naam leges worden rechten geheven ter zake van het door de gemeente verlenen van diensten, bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. In de legesverordening is een limitatieve lijst opgenomen van diensten waarover men leges verschuldigd is. Voor de tarieven van leges is, behoudens de leges voor omgevingsvergunning, een algemene verhoging van 1,5% aangehouden ter compensatie van prijsstijgingen. Voor de leges omgevingsvergunningen wordt ingaande 2010 een degressief “variabel legestarief aanvraag omgevingsvergunning” gehanteerd. In het kader van de Kerntakendiscussie 2010 zijn de tarieven in 2011 verhoogd met ca. 20%. Vanaf 2012 zijn de tarieven niet verder verhoogd. Ook voor 2020 stellen we voor geen verdere verhoging door te voeren.

Kostendekkendheid leges

Op 28 november 2019 liggen de legesverordeningen ter vaststelling voor.  In verband met de aanpassingen van de BBV nemen wij ingaande 2017 kostendekkingsoverzichten integraal op in de paragraaf Lokale Heffingen.

Op grond van de huidige wet- en regelgeving en naar aanleiding van jurisprudentie is het niet toegestaan dat de legesopbrengst per titel van de legestabel hoger is dan de kosten van het voortbrengen van de in de leges genoemde dienst.
Kruissubsidiëring in de legesverordening is wel toegestaan. Onder kruissubsidiëring wordt verstaan: het hoger vaststellen van tarieven van leges voor sommige diensten om daarmee de tarieven voor andere diensten laag te kunnen houden. Uit het hierna volgende overzicht blijkt dat we aan de criteria voldoen. Het dekkingspercentage van het totaal van de leges bedraagt 76% (was 77%). De grootste veroorzaker van deze afname betreft de legesopbrengsten van te verstrekken reisdocumenten. Ingaande 2019 is het aantal fors neerwaarts bijgesteld, omdat met ingang van 2014 de reisdocumenten 10 jaar geldig zijn in plaats van 5 jaar. De kosten nemen weliswaar af, maar niet evenredig.

Titel Hfdst. Hfdst. Omsch. Directe lasten Overhead Totale lasten Baten Kosten
dekking
in %
1  Algemene dienstverlening          
  1 Burgerlijke stand 47 19 67 -65  
  2 Reisdocumenten 273 123 396 -278  
  3 Rijbewijzen 146 64 210 -208  
  4 Verstrekkingen uit Wet Basisregistratie Personen 3 1 4 -11  
  8 Overige publiekszaken 18 1 19 -21  
  9 Gemeentearchief 1 1 1 -1  
  10 Winkeltijdenwet 1 1 2 -0  
  11 Kansspelen 1 1 2 -0  
  12 Kabels en leidingen 31 24 55 -20  
  13 Verkeer en vervoer 27 14 40 -20  
  14 Leegstandwet       -1  
  15 Diversen 8   8    
Totaal 1  Algemene dienstverlening 555 249 804 -624 78%
               
2  Dienstverlening vallend onder Wabo          
  3 Omgevingsvergunning 699 536 1.235 -1.081  
  7 Planologische maatregelen zonder activiteiten 165 105 271 -82  
  10 In deze titel niet benoemde beschikking 3 3 6 -1  
Totaal 2  Dienstverlening vallend onder Wabo 867 644 1.511 -1.164 77%
               
3  Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn          
  1 Horeca 11 9 19 -4  
  2 Organiseren evenementen of markten 11 9 20 -2  
Totaal 3  Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn 22 17 39 -6 16%
               
Eindtotaal   1.444 910 2.354 -1.795 76%

 

Hoewel er theoretisch ruimte aanwezig is voor verdere tariefsverhogingen zijn er wettelijke en maatschappelijke begrenzingen aan verdere verhogingen, waardoor het voorstel is om vast te houden aan de huidige mate van kostendekkendheid en geen extra tariefsverhogingen door te voeren.

Marktgelden

In het gebiedsdeel Bergh kennen we een wekelijkse markt. In Didam heeft de gemeente geen bemoeienis met de wekelijkse markt. In Didam worden uitsluitend leges geheven voor de jaarmarkt. De tarieven worden niet verhoogd. De opbrengst marktgelden wordt voor 2020 geraamd op € 29.000 (was € 29.000). Hiermee is de raming in overeenstemming gebracht met de feitelijke situatie in 2017/2018. 

 

    Bedragen x € 1.000
 Directe kosten taakveld    
 Kosten  - 33  
 Inkomsten  Nvt   
 Netto directe kosten    - 33
     
 Toe te rekenen kosten     
 Overhead  - 22  
 Toe te rekenen kosten    - 22
     
Totale netto kosten   - 55
     
 Opbrengst belastingen  29  
 Overige opbrengsten  -  
     
  Totale opbrengsten    29
     
Dekking   53%

Rechten begraafplaats

4a de herindeling zijn de tarieven voor de begraafplaatsen van voormalig Bergh en Didam gelijkgetrokken.  In het kader van de Kerntakendiscussie 2010 is besloten tot een trendmatige stijging die uiteindelijk moet leiden tot kostendekkende tarieven. Daarom zijn de tarieven t/m 2015 jaarlijks met 6% verhoogd. Vanaf 2016 vindt een verdere indexering plaats aan de hand van de verwachte inflatie en wel 1,5% voor 2020. Anders dan de verwachting constateren we dat verwachte hausse aan verlengingen uitblijft en ook dat het aantal begraving afneemt. De rechten zijn derhalve maar ten dele kostendekkend.

 

    Bedragen x € 1.000
 Directe kosten taakveld    
 Kosten  - 194  
 Inkomsten     
 Netto directe kosten    - 194
     
 Toe te rekenen kosten     
 Overhead  - 109  
  Toe te rekenen kosten    - 109
     
 Totale netto kosten   - 303
     
 Opbrengst belastingen  120  
 Overige opbrengsten  -  
     
  Totale opbrengsten    120
     
Dekking   40%

Opbrengst lokale heffingen

Belastingen, rechten en leges

  Rekening 2018 Raming 2019 Raming 2020
a.      Belastingen      
onroerende zaakbelastingen 6.673 6.686 6.988
hondenbelasting 257 260 261
baatbelasting 3 3 3
reclamebelasting 41 42 42
toeristenbelasting 303 385 385
totaal belastingen 7.277 7.376 7.679
       
b.      rechten en leges      
afvalstoffenheffing 2.386 2.618 3.306
rioolheffing 4.135 4.128 4.140
rechten begraafplaats 244 108 120
marktgelden 30 29 29
leges 2.451 2.045 1.795
totaal rechten en leges 9.246 8.928 9.390

Kwijtscheldingsbeleid

Voor het jaar 2020 wordt wederom voorgesteld om uit te gaan van het Rijksbeleid, inclusief een kwijtscheldingsnorm van 100% van het sociaal minimum. Kwijtschelding van hondenbelasting is eveneens uitgesloten omdat het een keuzevrijheid van de bewoner(s) is om een hond aan te schaffen. Vanaf 1 januari 2011 is ook de Diftar (ledigingen) voor kwijtschelding uitgesloten.

De inwoners van de gemeente Montferland met een periodieke WWB-uitkering krijgen tegelijk met de aanslag 2020 een brief waarin vermeld staat dat zij de aanslag niet hoeven te betalen maar dat zij kwijtschelding krijgen. Daarnaast krijgen de inwoners met een A.O.W., W.A.O. of A.N.W.- uitkering, die voorheen al in aanmerking kwamen voor kwijtschelding, eveneens automatisch kwijtschelding.

Paragraaf H. Transities Sociaal Domein

Inleiding

Met de invoering van de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de participatiewet op 1 januari 2015 werd de gemeente verantwoordelijk voor de begeleiding en ondersteuning van nieuwe doelgroepen en de daarbij horende financiële verplichtingen. De nieuwe taken zijn gepaard gegaan met in de tijd oplopende bezuinigingsopgaven. De budgetten die beschikbaar gesteld zijn, zijn gebundeld in een budget voor het sociaal domein. Uit dit budget moet de gemeente de volgende uitgaven bekostigen:

  • Re-integratie/participatie (onder andere burgers met een uitkering)
  • Werknemers met een Wsw-verband (de groep die voor 1-1-2015 is ingestroomd)
  • Wmo 2015 (onder andere individuele- en groepsbegeleiding)
  • Jeugdwet (lokaal, boven-regionaal en landelijke ondersteuning).

 

SOCIAAL DOMEIN 2020-2024         

De doelgroep van het sociaal domein betreft een relatief kleine, maar kwetsbare groep inwoners.  Terwijl de verwachtingen met betrekking tot de mogelijkheden binnen het sociaal domein vaak hooggespannen zijn, is de beleidsvrijheid van de gemeente echter beperkt.   De dienstverlening aan onze inwoners in de vorm van maatwerkvoorzieningen Wmo en Jeugd zijn bijvoorbeeld wettelijk gegarandeerd (openeinde regelingen).

In samenspraak met gebruikers (de sociale raad) en een breed pallet aan samenwerkingspartners willen we de komende periode het beleid uitzetten voor de periode 2020-2024. Hierbij houden we rekening met een aantal randvoorwaarden. In de eerste plaats met wettelijke verplichtingen. Tegelijkertijd  is kostenbeheersing absoluut noodzakelijk, omdat we op de uitvoering van het sociaal domein een structureel tekort hebben. De belangrijkste reden hiervoor is de korting die het rijk heeft opgelegd bij de transities in 2015. Als gevolg van de toepassing AMvB reële prijs voor Hulp bij het huishouden (HBH) en de Wmo en de invoering van het abonnementstarief is het structureel tekort nog verder opgelopen.

In onze visie op het sociaal domein zullen in ieder geval de volgende thema’s een belangrijke rol spelen:

  • Hoe om te gaan met maatschappelijke ondersteuning en Jeugd (zorg)
  • Hoe de samenwerking, zowel binnen als buiten de gemeentelijke organisatie, met alle stakeholders op een krachtige en samenhangende manier uit te voeren
  • Hoe preventie een prominente rol kan hebben en hoe hierbij de juiste partners betrekken. Met de kanttekening dat de doelgroep van de Wmo niet eenduidig is, maar zeer divers en dat van generieke preventie dus geen sprake kan zijn.
  • Hoe de regionale samenwerking zo in te richten dat onze inwoners hiervan profiteren en tegelijkertijd de kosten van bijvoorbeeld inkoop worden teruggedrongen.
  • Hoe aansluiting te vinden bij externe verwijzers van jeugdzorg, bijvoorbeeld jeugdbescherming.