Meer
Publicatiedatum: 15-10-2019

Inhoud

Programma onderdelen

1. Samenvatting

1.1. Inleiding

1.1. Inleiding

Voor u ligt de begroting 2020 en de meerjarenramingen voor de periode 2021 tot en met 2023 van de gemeente Montferland. Deze begroting is de tweede begroting, welke in het teken staat van het concreet en reëel invullen van de taakstelling "Hervormen om vooruit te kunnen!". Naast het lopende beleid bevat deze begroting ook de vertaling van het coalitieprogramma.

 

Het gemeentelijk takenpakket kenmerkt zich door grote uitdagingen. Binnen het Sociaal Domein wordt een pakket aan hervormingen ter besluitvorming aan uw raad voorgelegd op die wijze dat er sprake is van 'budgetneutraliteit'. Dit markeert tevens het einde van het tijdperk 'budgetneutraliteit' in het Sociaal Domein, aangezien de geldstromen nu al grotendeels, maar met ingang van 2021, geheel in de Algemene Uitkering opgaan. 

Binnen het overige deel van de begroting wordt een pakket met hervormingen samengesteld, dat aan uw raad ter besluitvorming worden voorgelegd. In de begrotingsvergadering moet door u besloten worden hoe de hervormingsopdracht reëel en concreet ingevuld gaat worden.

 

Wij kunnen u een sluitende meerjarenbegroting 2020 - 2023 aanbieden met dien verstande dat de opgenomen taakstellingen van in totaal € 1,3 mln. voor 2020 oplopend tot € 3 mln. vanaf 2022 ook concreet en reëel worden ingevuld. Voor de jaarschijf 2020 tot en met 2023 is hiervoor een onttrekking uit onze Algemene Reserve van in totaal ruim € 2,2 miljoen noodzakelijk. Jaarschijf 2023 sluit met een positief saldo van € 421.000. Bij de invulling van de hervormingen is de ambitie om de incidentele tekorten voor de jaren 2020 tot 2022 te verlagen, zodat het beroep op onze Algemene Uitkering lager wordt. Deze voorstellen zullen tezamen met het pakket aan hervormingsvoorstellen aan u worden aangeboden.

 

De positieve saldi vanaf 2023 zijn broos. Hierbij wordt uitgegaan van daadwerkelijke realisatie van de taakstellingen. Meerjarig wordt weinig ruimte overgelaten voor onverwachte tegenvallers (m.n. de onvoorspelbare Gemeentefondsuitkering heeft ons de afgelopen jaren meermalen verrast). Echter de opgave waar we nu voor staan ligt niet alleen in hervormen. Die is al lastig genoeg. De opgave is breder: we willen over vier jaar niet opnieuw voor deze situatie staan. En dat vereist budgetdiscipline: van de organisatie, van het college en van de gemeenteraad. Alleen als wij gezamenlijk die discipline op kunnen brengen en eenzelfde uitstraling hebben, kunnen we spreken van meerjarige financiële stabiliteit. 

 

In de volgende figuur is de begrotingscyclus 2020 weergegeven.


De begroting 2020 is de tweede begroting in deze raadsperiode waarin de Nederlandse economische groei  terugvalt door de gure wind uit het buitenland tot een standaard groeitempo (1,5% in 2020).

 

De tegenwind hangt samen met het Amerikaanse handelsbeleid en de daarmee samenhangende omvangrijke onzekerheid die het vertrouwen van bedrijven en consumenten aantast. De groei van de Nederlandse uitvoer is hierdoor tanende, met negatieve gevolgen voor de bedrijfsinvesteringen. 

 

De werkloosheid blijft uitzonderlijk laag, maar loopt wel wat op in 2020. Met 3,3% is de werkloosheid lager dan net voor de financiële crisis (begin 2008).  De matiging van de economische groei betekent echter dat de werkloosheid in 2020 licht oploopt tot 3,7%. Zowel de groei van het arbeidsaanbod als die van de werkgelegenheid zwakken af in 2020. 

 

Het overschot op de overheidsbegroting houdt aan. Het begrotingsoverschot is naar verwachting 0,6% in 2020 (ten opzichte van 1,3% in 2019). Het overschot daalt door de afzwakking van de economische groei en het expansieve begrotingsbeleid. Omvangrijke intensiveringen op defensie en infrastructuur uit het Regeerakkoord worden niet volledig gerealiseerd, terwijl het kabinet het dit voorjaar eens werd over hogere uitgaven voor met name de jeugdzorg.

De begroting die nu voor u ligt is gebaseerd op de meicirculaire. De accressen voor alle jaren zijn lager dan bij de begroting 2019 was voorzien. In totaal gaat het om een bedrag van € 603 miljoen. Dit is voor Montferland een bedrag dat oploopt tot ruim € 1 miljoen structureel in 2023. De oorzaak zit het hem in een onderuitputting van de rijksuitgaven op de terreinen zorg, defensie en infrastructuur. Het is een vreemde constatering dat de rijksoverheid fors overhoudt op zorg, waar gemeenten dik tekort komen.

 

Het is wederom een bevestiging die we de afgelopen jaren meermalen hebben geconstateerd en jaarlijks met u hebben gedeeld tijdens de ambtelijke toelichting.  Onze Algemene Uitkering is de grootste risicofactor in onze begroting. Ofwel: de door het Rijk 'beloofde' begrote accressen voor navolgende jaren worden door het Rijk slechts deels gerealiseerd. Dit heeft een directe doorwerking voor de begroting 2020 en de daarbij behorende meerjarenraming dat 'gerepareerd' moet worden, in dit geval door de genoemde hervormingstaakstelling.  

De conclusie op dit moment is in ieder geval dat we netto circa € 700.000 minder Algemene uitkering gaan ontvangen dan gepresenteerd bij de begroting 2019 (jaarschijf 2020).

 

 

Er heeft een actualisatie plaatsgevonden van de budgetten Sociaal Domein op basis van de meicirculaire 2019 en de werkelijke uitgaven 2018 (en op onderdelen een doorkijk naar 2019).

Om de transities in het sociaal domein budgettair neutraal te laten verlopen is de taakstelling in het Sociaal Domein voor de komende jaren € 1 mln. voor 2020 oplopend tot € 1,5 mln. vanaf 2022 (dit is ook de genoemde hervormingstaakstelling).

 

Geconcludeerd kan worden dat we financieel in zwaar weer zitten mede veroorzaakt door factoren die door de gemeente weinig tot niet te beïnvloeden zijn. De invulling van de hervormingen dient voor de nodige lucht te zorgen. U wordt de komende maand uitgedaagd om haalbare en concrete keuzes te gaan maken . Het college gaat u een pakket aan hervormingen aanbieden, waar u verdere invulling aan kunt geven. Bij de vaststelling van de begroting 2020 zal de totale taakstelling van € 3 miljoen vanaf 2022 concreet ingevuld moeten zijn. In paragraaf 1.1.5 gaan we hier verder op in.

 

Hervormen om vooruit te kunnen

Voor u ligt de begroting 2020-2023. Een begroting met een stevige hervormingsopgave. Dat is geen verrassing. Bij eerdere momenten is al aangekondigd dat we binnen onze gemeente gaan hervormen. Dat is nodig omdat we – als zoveel gemeenten – worden geconfronteerd met een aantal (financiële) uitdagingen. Die gaan we het hoofd bieden. Wij doen voorstellen om te komen tot hervormingen in het sociaal domein. Hervormingen waar we in geloven. Maar ook hervormingen in de andere onderdelen van onze begroting. Die kunnen en zullen vragen om stevige bestuurlijke keuzes. Maar ze zijn nodig. Omdat we vooruit willen. En daarbij is de boodschap ook: leg de rekening niet bij de inwoner neer. De stijging van de woonlasten blijft wat ons betreft gematigd.

 

De begroting zal wat ons betreft niet worden beheerst door financiële kommer en kwel. Wij blijven ambitieus om Montferland elke dag een beetje mooier te maken. Wij blijven staan voor de beloften die we gedaan hebben in het coalitieprogramma. Wij blijven investeren in de wijze waarop we met onze inwoners in contact willen komen en blijven. Wij blijven inzetten op mooie ingrepen in diverse kernen. En we blijven gaan voor DocksNLD2. En dat alles in onze prachtige omgeving, waarin toerisme onze maximale aandacht verdient. We zijn wat ons betreft de groene poort naar Nederland. Die status willen we optimaal benutten. En daarom willen we hervormen om vooruit te komen!

1.1.1 Financiën

Ons uitgangspunt is een “gezonde financiële huishouding” . Dat wil zeggen: het beschikbaar hebben van voldoende middelen voor de benoemde taken.

Ter herinnering: De afgelopen jaren zijn we volop bezig geweest om onze financiële huishouding op orde te brengen. Na de magere crisisjaren schetste de begroting 2019 een positief beeld. Er was volop financiële ruimte om uitvoering te kunnen geven aan het Coalitieprogramma 2018 - 2022. Dit beeld is helaas teniet gedaan door met name de tegenvallende Algemene Uitkering, maar ook de kostenverhogingen in het Sociaal Domein. De prognoses uit de Kadernota 2020 worden in deze Programmabegroting werkelijkheid, voor alle jaren laten we forse tekorten zien. De uitkomsten van de "hervorming', zowel binnen het Sociaal Domein als op de overige taken, zullen bepalend zijn.

 

 

Kadernota 2020
Op 27 juni 2019 heeft u de Kadernota 2020 vastgesteld. Behalve de uitgangspunten voor de (meerjaren)begroting 2020 - 2023 zijn ook de te verwachten financiële ontwikkelingen voor de komende jaren vastgelegd.

De Kadernota 2020 laat een aanzienlijke verslechtering zien ten opzichte van de begroting 2019. Vanaf 2020 werd een negatief saldo verwacht van circa € 3,8 mln. De jaren daarna zou deze minder ongunstig worden tot een negatief saldo van afgerond € 2,6 mln. voor 2023 en volgende jaren.

 

Ontwikkelingen na de Kadernota 2020
Na vaststelling van de Kadernota 2020 zijn er diverse ontwikkelingen op ons afgekomen die onze financiële positie zowel positief als negatief hebben beïnvloed. Een grote ontwikkeling, waar we niet onderuit komen, is de meicirculaire.

 

De meicirculaire heeft een aanzienlijke impact op de begrotingssaldi. De accressen voor alle jaren zijn lager dan bij de begroting 2019 was voorzien. In totaal gaat het om een bedrag van € 603 miljoen. Dit is voor Montferland een bedrag dat oploopt tot ruim € 1 miljoen structureel in 2023. Daarnaast heeft de gemeente extra middelen voor de Jeugdzorg ontvangen. De gemeenten ontvangen drie éénmalige bedragen in de jaren 2019 tot en met 2021 van respectievelijk € 400 miljoen in 2019 en € 300 miljoen in de beide andere jaren. Dit is voor
Montferland € 728.000 in 2019 en € 550.000 in de beide andere jaren. Als we de plussen en de minnen salderen kunnen we concluderen dat we per saldo voor 2020 circa € 0,7 mln. minder ontvangen van het Rijk oplopend tot € 1,3 miljoen in 2022. Voor 2023 daalt deze tot € 0,8 mln.

 

Begrotingssaldo 2020 - 2023
Op basis van de bekend zijnde ontwikkelingen, sommige concreet en sommige op basis van aannames, is de conclusie dat onze begrotingssaldi aanzienlijk zijn verslechterd ten opzichte van de vorige begroting.

Onderstaand overzicht geeft het meerjarig begrotingsperspectief weer (incl. coalitieprogramma en "extra" nieuw beleid).           

               

  2020 2021 2022 2023
Begrotingssaldi bestaand beleid (incl. coalitieprogramma en 'extra' nieuw beleid) -3.224 -2.459 -3.095 -2.631
         
Hervormingen        
  • 'Sociaal Domein'
1.000 1.250 1.500 1.500
  • 'Overige taakvelden'
340 987 1.449 1.552
Te realiseren hervormingen 1.340 2.237 2.949 3.052
         
Begrotingssaldi na hervormingen -1.884 -222 -146 421

 

Bij de invulling van de hervormingstaakstelling is de ambitie om de incidentele tekorten voor de jaren 2020 tot 2022 te verlagen, zodat het beroep op onze Algemene Uitkering lager wordt. Deze voorstellen zullen tezamen met het pakket aan hervormingen aan u worden aangeboden.

1.1.2 Algemene reserve

De Algemene reserve is een belangrijke component binnen onze weerstandscapaciteit. In de nota Reserves en Voorzieningen 2018 is besloten dat de reserve NUON ook wordt betrokken bij onze weerstandscapaciteit.

 

Onze solvabiliteit zit al jaren aan de ondergrens van “matig”. Als compensatie daarvoor streven we wel naar een ratio van het weerstandsvermogen met de kwalificatie “uitstekend”. Dat betekent een minimale ratio van 2,0 (hierbij wordt verwezen naar de nota Reserves en Voorzieningen 2018). De geraamde stand per 1 januari 2020 bedraagt afgerond € 18,2 mln., uitgesplitst naar algemene reserve € 3,1 en de reserve NUON € 15,1 mln. In de paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing” hebben wij de gewenste en werkelijke omvang van de Algemene reserve en reserve NUON geactualiseerd en zal nader worden ingegaan op de ontwikkeling van onze weerstandscapaciteit.

Zoals uit deze paragraaf blijkt is onze weerstandscapaciteit “uitstekend” (ratio komt uit op 4,9).

 

Tot slot:

Onze begrotingssaldi 2020 – 2023 vertonen op dit moment op basis van bestaand beleid forse tekorten. Onze nabije financiële toekomst is afhankelijk van het welslagen van de "hervormingen". De uitkomsten hiervan, zowel binnen het Sociaal Domein als op de overige taakvelden, zullen bepalend zijn en zullen er voor moeten zorgen dat een structureel sluitende begroting kan worden gepresenteerd (en dus repressief toezicht).

 

Onze weerstandsratio is van een uitstekend niveau. Echter alertheid moet zeker in acht worden genomen als we kijken naar de onttrekkingen die in 2019 zijn gedaan (ruim € 3,5 miljoen). Als er in de exploitatie niets gebeurt, neemt onze Algemene Reserve de komende jaren flink af als er geen of onvoldoende invulling wordt gegeven aan de hervormingstaakstelling.

 

Het is het voor de komende jaren zaak onze financiële positie minimaal te handhaven om van "een gezonde financiële huishouding" te spreken. Dit kan alleen als we op een verantwoorde wijze met onze financiën omgaan. Hierbij passen financieel goed onderbouwde besluiten. Maar ook budgetdiscipline. Alleen als wij gezamenlijk die discipline op kunnen brengen en eenzelfde uitstraling hebben kunnen we spreken van meerjarige financiële stabiliteit. Daarom willen wij het volgende voorstellen:

 

Voor 2020 staat een onttrekking aan de Algemene Reserve opgenomen ad € 514.000,- i.v.m. bijdragen van de gemeente voor de aanleg van 2 kunstgrasvelden, bij vv Sprinkhanen in Nieuw-Dijk en RKSV 'te Peeske in Beek. Deze onttrekking is gebaseerd op een toezegging aan beide verenigingen van 2015, waarin zij op een later moment dan 1 januari 2016 alsnog een bijdragen kunnen ontvangen voor de aanleg van kunstgras. Er is sindsdien geen beroep gedaan op deze bijdrage, terwijl deze al jaren als verplichting in de gemeentelijke begroting is opgenomen.
Deze forse bijdrage van de gemeente voor kunstgras is gebaseerd op een notitie "kunstgrasvelden in Montferland", vastgesteld door de gemeenteraad in 2014 en geldend voor 2 jaar. Aangezien de verenigingen binnen deze 2 jaar nog geen keuze konden maken t.a.v. veldkeuze, heeft het college op 24 november 2015 toegezegd dat zij ook na 1 januari 2016 nog gebruik kunnen maken van de bijdrageregeling. Verenigingen hebben tot nu toe geen beroep gedaan op deze bijdrage. Aangezien er geen sprake is van een tekort aan veldcapaciteit (beide verenigingen beschikken over ruim voldoende natuurgrasvelden) en de gemeente leefbaarheid ook op andere wijze stimuleert dan met een kunstgrasveld in een kern, kan deze mogelijke uitgave vervallen.  Hiermee wordt onze Algemene Reserve ruim een € 0,5 miljoen hoger.
 
 

Voor de komende jaren is het zaak om ons vermogen stabiel te houden. Om deze redenen hechten wij er waarde aan om de reserve NUON in stand te houden.

1.1.3 Coalitieprogramma 2018 - 2022

In 2018 is het ambitieuze coalitieprogramma financieel vertaald in de begroting 2019. In 2019 zijn er nieuwe ontwikkelingen die een financiële claim leggen op onze begrotingspositie: brede school ’s-Heerenberg, actualisatie centrumplan Didam, goede ruimtelijke inrichting centra van kernen. Hiervan hebben we melding gemaakt in de Kadernota 2020 en zijn nu, in de begroting 2020, financieel vertaald.

Het betreffen de volgende onderwerpen (incl. mutaties t.o.v. de begroting 2019):

 

 

2020

2021

2022

2023

Coalitieprogramma 2018 – 2022 (Programmabegroting 2019)

-1.220

-1.372

-1.589

-1.589

Mutaties Programmabegroting 2020

69

171

118

-150

Coalitieprogramma 2018 – 2022 (Programmabegroting 2020)

-1.151

-1.201

-1.471

-1.739

 

Ten opzichte van de begroting 2019 zijn de ramingen uit het coalitieprogramma voor de jaren 2020 – 2022 lager geworden dan verwacht. Voor de jaarschijf 2023 zijn deze met € 150.000 hoger bijgesteld.

Het coalitieprogramma 2018 – 2022 loopt door tot en met 2022. Voor de jaarschijf 2023 hebben wij aangenomen dat de structurele budgetten doorlopen.

 

De mutaties betreffen o.a. de volgende onderwerpen:

 

Bestuurlijke vernieuwing

Bijraming van € 11.000 voor het jaar 2020 voor éénmalige kosten en inhuur project adviseur.

 

Centrumplan Didam

Voor diverse deelgebieden zijn op basis van kengetallen bedragen geraamd en opgenomen in de begroting 2019 en verdere jaren. Inmiddels zijn de uitvoeringskosten nauwkeuriger in beeld gebracht en is een kredietvoorstel aan uw raad voorgelegd op basis van geactualiseerde gegevens, inclusief opgave van de blauwe ader / riolering.
Voor de herinrichting openbare ruimte betekent dit extra aan aanvullende kapitaallasten € 86.000. Een deel van de aanvullende kapitaallasten wordt voor € 50.000 gedekt middels een jaarlijkse onttrekking aan de dekkingsreserve Centrumplan Didam. Aan deze reserve is bij de jaarrekening 2015 een bedrag van € 1 miljoen toegevoegd. Voor het onderdeel riolering betekent dit ook extra een aanvullende kapitaallast van € 55.000. De extra kapitaallasten voor de riolering zullen binnen de rioolheffingen worden opgevangen.

 

Goede ruimtelijk inrichting centra voor kernen

Het krediet goede ruimtelijke inrichting centra wordt pas op z'n vroegst in 2022 afgerond. Daarom zijn de kapitaallasten van € 84.000 afgeraamd in de jaren 2020 tot en met 2022.

 

Politieke Avond Montferland

De investering die hier mee gemoeid is bedraagt € 48.000. Deze zal geactiveerd moeten worden en in 10 jaar worden afgeschreven. De kapitaallast bedraagt ingaande 2020 € 5.200.

 

Achterhoek in Beweging

Voor Achterhoek in Beweging is vanaf 2020 een bijdrage nodig van de gemeente Montferland van € 35.000 per jaar. Voor de open club is vanaf 2020 geen bijdrage meer nodig, dus deze € 15.000 welke nog beschikbaar is, kan overgeheveld worden naar Achterhoek in Beweging.
Dus per saldo is vanaf 2020 nog € 10.000 extra nodig.

 

Brede school 's-Heerenberg

Eerst zal er een locatie bekend moeten zijn, voordat er daadwerkelijk gestart kan worden met de bouw van de brede school. Er wordt gekoerst op realisatie van de school in 2021. Dit levert een incidenteel voordeel op van € 268.000 in 2021.

 

Verkeerscirculatieplan

Fase 2 komt pas na deze begrotingsperiode aan de orde. In eerste instantie (met de Kadernota 2020) zou er een nieuw krediet gevoteerd gaan worden. Meerkosten € 77.000 structureel ingaande 2021.
Dit gaat niet door. Het bestaande krediet voor fase 1 is bij de bestuursrapportage 2019 verhoogd met € 165.000. De aanvullende kapitaallasten hiervoor bedragen € 10.725. Deze zijn ingaande 2022 verwerkt in bovenstaand overzicht.

 

In bijlage 4.1 vindt u een nadere uitwerking van het coalitieprogramma 2018 - 2022.

1.1.4 "Extra" nieuw beleid 2019 -2022

Naast het coalitieprogramma is ook “extra” nieuw beleid financieel vertaald in de begroting 2019. Ook hier zijn nieuwe ontwikkelingen die een financiële claim leggen op de toekomst: fusies voetbalverenigingen, Aanjaagfonds duurzame energieopwekking, Bloemenbuurt etc. Deze zijn ook gemeld in de Kadernota 2020 en zijn nu, in de begroting 2020, financieel vertaald.

 

Het betreffen de volgende onderwerpen (incl. mutaties t.o.v. de begroting 2019):

 

 

2020

2021

2022

2023

"Extra" nieuw beleid (Programmabegroting 2019)

-339

-474

-479

-479

Mutaties Programmabegroting 2020

-191

-73

-149

-144

"Extra" nieuw beleid (Programmabegroting 2020)

-530

-547

-628

-623

 

Ten opzichte van de begroting 2019 zijn de ramingen uit het "extra" nieuw beleid voor de jaren 2020 – 2023 hoger geworden dan verwacht.

 

De mutaties betreffen o.a. de volgende onderwerpen:

 

Bloemenbuurt Didam

Om een goede financiële indicatie te geven voor kosten nodig voor de herinrichting van de Bloemenbuurt moet de scope van het project worden vastgesteld. Deze is afhankelijk van nog te maken keuzes (o.a. m.b.t. tot de energievoorziening van de woningen en de gevolgen hiervan voor de netwerken van nutsbedrijven in het openbare gebied). De ambitie is uitgesproken om de Bloemen-buurt om te vormen tot een klimaatbestendige wijk. Het tegengaan van hittestress en wateroverlast kan gecombineerd worden door meer groen aan te leggen. Verwachting is dat voor realisatie - zoals reeds aangekondigd via een raadsbrief - een verhoging van budget noodzakelijk zal zijn. Eén en ander zal later dit jaar worden uitgewerkt. Ten opzichte van voorgaande begroting zijn de investeringen iets naar achteren geschoven, waardoor kosten van 2019 deels zijn doorgeschoven naar 2021.

 

Brandweerkazerne Didam

Na de zomer zal aan de raad een voorstel worden aangeboden. Naar huidige inzichten zijn de geraamde middelen toereikend. Realisatie van de brandweerkazerne staat gepland voor 2021. Kapitaallasten gaan in vanaf 2022. De kapitaallasten starten een jaar eerder vanwege aangepaste fasering van het project.

 

Dekking verhoging leges omgevingsvergunning

Extra leges flora en fauna onderzoek kunnen pas ingaande 2022 worden gerealiseerd. In de begroting 2019 was deze verhoging ingaande 2020 opgenomen.

 

Aanjaagfonds duurzame energieopwekking

De besluitvorming in uw raad is in april 2019 geweest. Het betreft het aanjaagfonds duurzame energieopwekking. Een krediet beschikbaar stellen van maximaal 1,2 miljoen verdeeld over 8 jaar voor de invulling van dit fonds.

 

Fusie voetbalverenigingen

De gemeenteraad heeft op 28 maart jl. besloten, dat op sportpark De Boshoek in 's-Heerenberg en op sportpark De Padevoort in Zeddam geïnvesteerd wordt in velden en gebouwen. Hierdoor wordt het mogelijk om van 5 naar 2 fusieverenigingen te gaan in het voetballandschap.

  • De volgende financiële consequenties zijn opgenomen in de ramingen (raadbesluit 28 maart j.l.):
  • Voor éénmalige bijdragen € 574.000 met als dekking een onttrekking uit de Algemene Reserve;
  • Voor investeringen € 1.033.000, inclusief parkeervoorziening. Structurele kapitaallasten hiervan bedragen € 94.000 voor 2020, voor 2021 e.v. € 68.000;
  • Een besparing op de onderhoudskosten van € 67.500 is verrekend met de taakstelling van € 200.000.

 

Voor een volledig overzicht "extra" nieuw beleid en investeringsprogramma verwijzen we naar bijlage 4.2 en 4.3.

1.1.5 'Hervormen om vooruit te kunnen'

Aanleiding

Op 27 juni is bij de behandeling over de Kadernota 2020 het volgende besloten;

  • hervorming binnen het Sociaal Domein en bij de begroting 2020 en de meerjarenraming 2021 – 2023 een pakket aan maatregelen aanbieden om te voldoen aan het uitgangspunt “budget neutraliteit in het Sociaal Domein”;
  • het, bij begroting 2020 en de meerjarenraming 2021 - 2023, aanbieden van een structureel meerjarig pakket aan maatregelen op de overige terreinen voor een minimaal bedrag van 1,25 miljoen;

Om de majeure opdracht ambtelijk te kunnen voorbereiden heeft het college op 23 juli jl. de opdracht 'Hervormen om vooruit te kunnen' vastgesteld.

 

Wat willen we bereiken?

Wij willen - mede door de hervormingsaakstelling - aan het college van Gedeputeerde Staten een begroting 2020 en meerjarenraming 2021-2023 aanbieden die 1) wordt goedgekeurd en 2) onder het repressief toezicht van de provincie valt. Om dit aan te kunnen bieden dient er flink te worden omgevormd. Deze hervormingen vinden plaats binnen het Sociaal Domein en de rest van de begroting.

  • Omvang Sociaal Domein bedraagt: 2020 € 1 mln, 2021 € 1,25 mln, 2022 en 2023 € 1,5 mln.
  • Omvang overige taakvelden binnen de begroting bedraagt: 2020 € 0,3 mln, 2021 € 1 mln,  2022 en 2023  € 1,5 mln.

 

Wat gaan we daarvoor doen?

Sociaal Domein

Binnen het Sociaal Domein wordt door de reeds ingestelde taskforce een pakket aan maatregelen ter besluitvorming aan uw raad voorgelegd op die wijze dat per 2020 er sprake is van ‘budgetneutraliteit’. Dit markeert tevens het einde van het tijdperk ‘budgetneutraliteit’ in het Sociaal Domein aangezien de geldstromen nu al grotendeels - maar met ingang van 2021 - geheel in de  Algemene Uitkering opgaan. Dit impliceert dat de begrote budgetten leidend worden zoals dit nu ook al bij andere budgetten het geval is.  We hanteren de taakstelling die resteert na de meicirculaire zijnde € 1,5 mln. per 2022 en verdere budgetbijstellingen n.a.v. de actualisatie van de begroting 2020. Dit trekken we meerjarig door.

 

Overige taakvelden

Binnen het overige deel van de begroting worden drie thematische pakketten met hervormingen samengesteld. Deze thematische pakketten zijn ieder samengesteld op de keus om ergens voor te gaan. De pakketten met hervormingen zijn getoetst of en in welke mate dit reëel en realiseerbaar is binnen het gegeven tijdpad. Dit zal onze toezichthouder immers ook doen.

In het verdere bestuurlijke proces zal het pakket op de informatieavond van 30 september a.s. aan de raads- en commissieleden worden gepresenteerd/toegelicht. Uw keuze wordt vertaald in een 1e begrotingswijziging die gezamenlijk met de begroting in de PAM van 24 oktober ter beeldvorming  worden voorgelegd en in de raad van 7 november aan de raad ter oordeels- besluitvorming worden voorgelegd.

 

PAKKET 1 – EIGEN KRACHT SAMENLEVING

Het coalitieprogramma ‘Samen krijgen we het voor elkaar’ geeft uiting aan een groot vertrouwen in onze inwoners: de kracht van de samenleving, zelfredzaamheid en oplossingskracht van deze samenleving. Zelfredzaamheid betekent: het vermogen van de samenleving om voor zichzelf te zorgen.

Niet alleen in autonomie in keuzen en de medewerking van de gemeente daarin, maar ook in financiële zin. In de eerste zin zetten we als gemeente al stappen; bestuurlijke vernieuwing heeft betekenis in het ‘luisteren naar de samenleving’. In financiële zin lukt dat nog niet zo. Terwijl het coalitieprogramma toch spreekt over het bevorderen van eigen verantwoordelijkheid. De koppeling tussen zelfredzaamheid en financiële ondersteuning door de gemeente is er nog niet. Wij zijn van mening dat – zolang voorzieningen en diensten van gemeentelijke financiering afhankelijk zijn – geen sprake is van zelfredzaamheid. Zelfredzaamheid veronderstelt dus wederkerigheid: de samenleving redt zichzelf, maar dan ook in financieel opzicht. Een terugtredende overheid hoort hierbij.

 

PAKKET 2 – ÉÉN MONTFERLAND

De herindeling ligt natuurlijk al ver achter ons. Toch zien we aspecten waarin de herindeling amper geëffectueerd is in een gemeentelijk voorzieningen- en dienstenniveau. Zo is in het onlangs vastgestelde voorzieningenbeleid bepaald dat ’s-Heerenberg en Didam ieder een eigen en volledig voorzieningenpakket kennen. De visie die daarin is vastgesteld is prima. De financiële opdracht waarvoor we op dit moment staan noopt echter nu tot heroverweging.

In dit kader adviseren wij de kleine kernen (dus de andere kernen dan ’s-Heerenberg en Didam) ‘met rust te laten’. Deels als gevolg van de vorige kerntakendiscussie, deels als gevolg natuurlijke/demografische ontwikkelingen zijn voorzieningen verdwenen of overgedragen. Betreffende kernen zijn vaak bezig met een dorpsvisie waarbij het niet reëel is deze halverwege te staken. Overigens zijn voor deze kernen eenmalige bedragen beschikbaar.

Eén Montferland heeft in de oude gebiedsdelen ’s-Heerenberg en Didam niet geleid tot één voorziening. Er zijn twee overdekte zwembaden, twee muziekscholen, twee bibliotheken, twee welzijnsaccommodaties, twee culturele ruimten, twee jongerencentra, twee gemeentelocaties. De vraag mag worden gesteld of dit wel past/te dragen is voor een gemeente van 36.000 inwoners. Het kan misschien best een onsje minder. Niet omdat het kan, maar omdat het moet. De nabijheid van Doetinchem en Zevenaar – met een uitgebreid voorzieningenniveau – speelt hierbij een rol. Daarbij komt dat dit voorzieningenniveau is gebaseerd op autonomie. Geen wet verplicht ons deze voorzieningen in stand te houden.

 

PAKKET 3 – COALITIEPROGRAMMA

In de zomer van 2018 startte het begrotingsproces vanuit een financieel positieve stemming. De eerste doorrekeningen duidden op een structureel overschot van afgerond € 2,7 mln..

De juist nieuw gevormde coalitie had vanzelfsprekend nieuwe ambities die duidelijk richting zijn gegeven in het coalitieprogramma 2018-2022: Samen krijgen we het voor elkaar.

De nieuwe (en ook al bestaande) ambities zijn doorgerekend en verwerkt in de begroting 2019 e.v.. daarvoor was ook ruimte: de begroting liet zoals aangegeven ruimte voor nieuwe ambities. Hoe anders is het gelopen. Met name als gevolg van autonome (rijks)ontwikkelingen is het saldo negatief beïnvloed.

Het is een – op papier –  eenvoudige stap om de gunstige financiële positie van medio 2018 te benaderen: de maatregelen uit het coalitieprogramma terugdraaien of te faseren.

 

Welke randvoorwaarden zijn van toepassing?

  • Het krappe tijdvenster heeft tot gevolg dat er geen sprake kan zijn van burgerparticipatie. Dit proces leent zich ook niet om b.v. het burgerpanel ‘Montferland Spreekt’ in te zetten. In tegenstelling tot de kerntakendiscussie 2014 wordt dit een volledig intern gelopen proces.
  • Het pakket die aan u wordt voorgelegd is gebaseerd op resultaat verplichtingen; van inspanningsverplichtingen is (mede door ervaringen uit het verleden) géén sprake.
  • Wij gaan geen salamitactiek toepassen. Er zullen echte keuzes gemaakt moeten worden.
  • Alleen aan afgebakende taken kunnen wij, direct, een relatie leggen met bedrijfsvoering, anders kan er geen sprake zijn van resultaat verplichtingen.
  • Alles wordt integraal beschouwd, getoetst aan juridische en financiële haalbaarheid (waar mogelijk) en voorzien van reële planningen.

 

Risico's

  • De trajecten kunnen aan alle vastgestelde kaders voldoen, uiteindelijk is het aan uw raad om ook daadwerkelijk te besluiten. Besluitvaardigheid wordt onder de risico’s geschaard.
  • Daarnaast gaat de ambtelijke organisatie de uitdaging tot budget neutraliteit binnen het Sociaal Domein aan, echter hier dient wel een voorbehoud in te worden gemaakt. De opgave is stevig, maar zal – het is al zo vaak genoemd – zekerheid in zich moeten hebben in een omgeving die wordt beheerst door wettelijke bepalingen.

 

Proces

Hieronder worden de tijdpaden weergegeven van de begroting gespiegeld aan het tijdpad van de hervormingen. Hoewel er zowel in tijd als qua inhoud parallellen zijn, kennen ze ieder hun eigen dynamiek en processnelheid met dien verstande dat beide weer tezamen komen in de oordeelsvormende raad.

 

Begroting Hervormingen
19 september --> verzending raad  
  30 september --> infoavond hervormingen
  3 oktober --> verzending raad
  10 oktober --> agendacommissie
14 oktober --> begrotingsmarkt      14 oktober --> begrotingsmarkt     
24 oktober --> beeldvormende raad      24 oktober --> beeldvormende raad     
7 november --> vaststelling begroting 2020 7 november --> vaststelling 1e begrotingswijziging

1.1.6 Budget neutraliteit transities

In het kader van de hervormingstaakstelling hebben we de tekorten op de gedecentraliseerde taken Sociaal Domein geactualiseerd.

 

Tekorten gedecentraliseerde taken Sociaal Domein                                        

            (Bedragen x € 1.000)

In de Berap 2019 hebben wij reeds melding gemaakt van de laatste ontwikkelingen, i.c. het rijksbudget (via de Algemene uitkering) is toegenomen maar ook de uitgaven. Wij zoomen hier kort op in.

 

Rijksbijdrage 

De ontwikkelingen sinds de behandeling van de voorstellen van april 2019 (waaronder een themabijeenkomst voor de gemeenteraad, de effecten van de meicirculaire en de vaststelling  van de Kadernota) hebben niet geleid tot een veranderend beeld. Wel heeft de rijksoverheid extra middelen ter beschikking gesteld. Hierdoor is de taakstelling voor het sociaal domein (gelukkig) wat geslonken. Toch is duidelijk dat er een nieuwe stap moet worden gezet. Deze wordt aan de gemeenteraad voorgelegd bij de vaststelling van de begroting 2020 en is becijferd op € 1,5 mln. (structureel).

 

De extra middelen voor het sociaal domein die het rijk beschikbaar heeft gesteld bedragen (opgesomd en afgerond):

(bedrag x € 1.000, "-" = nadeel)

 

2020

2021

2022

2023

Meicirculaire

1.200

1.200

600

550

 

Inmiddels heeft de provincie Gelderland aangegeven hoe zij omgaat met de extra gelden voor de Jeugdwet:

  • de extra middelen voor de jaren 2019 tot en met 2021 (die onderdeel uitmaken van de algemene uitkering) worden als structureel dekkingsmiddel aangemerkt;
  • voor de jaren 2022 en 2023 kan door de gemeente een stelpost ‘Uitkomst onderzoek jeugdzorg’ worden geraamd – per gemeente naar rato van de € 300 mln. in 2021 (voor Montferland ca. € 550.000);
  • deze stelpost kan als structureel worden opgenomen;
  • voorwaarde is dat daarnaast de gemeente zelf maatregelen neemt in het kader van de transformatie rondom jeugdzorg en ggz, mede gericht op beheersing van de kosten.

 

Aan die laatste voorwaarde voldoet Montferland, althans daar wordt met dit voorstel een voorzet voor gegeven. De vraag die wel moet worden beantwoord is in hoeverre de optie van de provincie om betreffende stelpost structureel op te nemen wordt overgenomen. Het betreft een bedrag van € 550.000 vanaf 2022. Voor alle duidelijkheid: deze middelen zijn door het rijk níet toegekend. Om de volgende redenen adviseren wij om als Montferland niet mee te gaan in de optie die de provincie aanbiedt:

  • zoals aangegeven: de middelen zijn vanaf 2022 vooralsnog niet toegekend;
  • in algemene zin hebben wij al vaak aangegeven dat de circulaires/de algemene uitkering voor onze gemeente het grootste financiële risico vormen;
  • het uitgavenpatroon in het sociaal domein kent vanwege het openeindkarakter een grillig verloop; geen vastliggend uitgavenpatroon per jaar dus. Om dit grillige verloop op te kunnen vangen zijn eventuele meevallers meer dan welkom.

 

Uitgaven

Voor wat betreft het uitgaven niveau moet er € 1,2 mln. worden bijgeraamd. Hier zien we een stijging van de tarieven bij gecontracteerde zorg. Omdat de jeugdzorg een openeind regeling is valt het moeilijk te zeggen op basis van ervaringscijfers of de budgetten op een redelijk niveau zijn ingeschat. De jeugdzorg kenmerkt zich door een hoge mate van fluctuaties in het uitgavenpatroon; één of enkele trajecten kunnen leiden tot aanzienlijke uitgaven in een jaar (> € 100.000 per traject is geen uitzondering).

 

Conclusie

Onverminderd blijven we een grote uitdaging houden (naast de reeds lopende taakstellingen) om de transities binnen de rijksbudgetten te kunnen bekostigen. De nieuwe taakstelling loopt vanaf 2020 op van € 1 mln. tot € 1,5 mln. vanaf 2022. Dat betekent dat de gemeenteraad nu concrete keuzes moeten gaan maken hoe deze taakstelling ingevuld gaat worden. Vanuit de organisatie zal wederom een pakket aan maatregelen worden aangeboden. Bij de vaststelling van de begroting 2020 e.v. op 7 november a.s. zal de taakstelling concreet moeten worden ingevuld.

1.1.7 Woonlasten

De belastingverordeningen 2020 liggen op 28 november 2019 aan de gemeenteraad ter vaststelling voor. De berekeningen van de belastingopbrengsten in deze begroting is gebaseerd op de tariefvoorstellen uit deze belastingverordeningen 2020. 

 

De totale woonlasten (afvalstoffenheffing, rioolheffing en OZB) stijgen in 2020 met afgerond 4% ten opzichte van de geraamde woonlasten voor 2019.  Hierbij plaatsen we de kanttekening dat de werkelijke woonlasten over 2019 voor de belastingbetaler incidenteel lager uitvallen. Dit geldt dan ook voor de belastingopbrengsten en in de Bestuursrapportage 2019 is hierover gerapporteerd. 

 

De stijging in 2020 wordt met name veroorzaakt door een verhoging van de tarieven voor de afvalstoffenheffing. De kostenstijgingen,  alsmede het gegeven dat we niet meer kunnen putten uit de "egalisatiereserve Afvalstoffenheffing", zijn hiervan voorname oorzaken.

Om de totale woonlastenstijging enigszins te beperken gaan wij in de begroting niet uit van een verhoging van het tarief voor de rioolheffing. De tarieven voor de  OZB zijn nog niet bekend. Wel gaan wij uit van een inflatieaanpassing met 1,5%.

 

1.2. Financiële uitkomsten

1.2. Financiële uitkomsten

Het begrotingsperspectief 2020 - 2023 is als volgt opgebouwd.

  

Begrotingsuitkomsten 2020 - 2023

(bedrag x € 1.000, "-" = nadeel)

  2020 2021 2022 2023
Begrotingssaldi bestaand beleid (incl. coalitieprogramma en 'extra' nieuw beleid) -3.224 -2.459 -3.095 -2.631
         
Hervormingen        
  • 'Sociaal Domein'
1.000 1.250 1.500 1.500
  • 'Overige taakvelden'
340 987 1.449 1.552
Te realiseren hervormingen 1.340 2.237 2.949 3.052
         
Begrotingssaldi na hervormingen -1.884 -222 -146 421

 

De voornaamste uitgangspunten en enkele kanttekeningen zijn, dat:

  • De lasten en baten geraamd zijn in constante prijzen, prijsniveau 2020;
  • De transities budgettair neutraal zijn opgenomen in de begroting (inclusief de korting meerjarig).

Hierna gaan we in op de onderdelen bestaand beleid.

1.2.1. Bestaand beleid

De Kadernota 2020, vastgesteld op 27 juni 2019, toonde aan dat het structurele begrotingsbeeld vanaf 2020 aanzienlijk verslechterde ten opzichte van het meerjarenbeeld in de begroting 2019.

De uitkomsten van de begroting 2020 zijn voor de eerste jaren minder ongunstig dan het geschetste beeld bij de Kadernota 2020.

 

Daarnaast wijzen we er op dat door de doorgevoerde maatregelen / taakstellingen het risico van overschrijden van budgetten groter wordt als er geen of onvoldoende maatregelen worden getroffen. Via de gebruikelijke rapportages wordt u hiervan op de hoogte gehouden.  

 

In de navolgende analyse geven wij de ontwikkelingen weer sinds de vaststelling van de begroting 2019. We richten ons hierbij op de jaarschijf 2020. De conclusie is dat het saldo van het bestaande beleid met € 196.000 is verbeterd.

 

Tabel 3: van begroting 2019 naar begroting 2020,                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                 

 (bedrag x € 1.000, "-" = nadeel)

Analyse t.o.v. begroting 2019 (jr. 2020)
Verwacht saldo jaarschijf 2020 4 V
Reeds voorzien in de Kadernota 2020 (blz. 37 - 40) -2.048 N
     
Loonkosten personeel (CAO en stijging wettelijke premies) -676 N
Prijsstijgingen (incl. budgetsubsidies) -527 N
- dekking door verhoging OZB 1,5% en overig cf. Kadernota 100 V
- compensatie gemeentefonds (hoger accres) 930 V
Subtotaal nominale ontwikkelingen -173 N
Sociale werkvoorziening (Laborijn) -203 N
Goede ruimtelijke inrichting centrum van kernen 84 V
Goed onderhoud onverharde buitenwegen 50 V
Extra leges flora-en fauna onderzoek -20 N
Doorschuiven onderzoek realisatie centrale huisv basisonderw ’s-Heerenberg -35 N
Doorschuiven onderzoek toekomst zwembad -20 N
Doorschuiving in de budgetten Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid -250 N
Doorschuiven natuurproject windmolens/realisatie ecologische verbindingszone -25 N
Netto Algemene uitkering -670 N
Meer doorbelasting van interne uren aan grondexploitatie / investeringen / tarieven 190 V
Overig -108 N
Totaal mutaties -3.228 N
Saldo bestaand beleid begroting 2020 -3.224 N

  

De afwijkingen zullen we toelichten:

 

Loon- en prijsstijgingen

Algemeen:

Loon- en prijsindexering zorgen er voor dat de ramingen toenemen ten opzichte van de begroting 2019. In totaliteit zijn de netto meerkosten € 173.000. In de Kadernota 2020 is hier grotendeels rekening mee gehouden. Het uiteindelijke nadeel ten opzichte van deze Kadernota is € 63.000.

 

Loonkosten:
De stijging van de loonsom wordt volledig veroorzaakt door niet-beïnvloedbare cao-ontwikkelingen en stijging van wettelijke premies. In de Kadernota 2020 was hier grotendeel reeds op geanticipeerd.   

 

Prijsstijgingen:

Voor de inflatiegevoelige uitgaven zijn we uitgegaan van een inflatieaanpassing met 1,5% en een prijsaanpassing van de budgetsubsidies met 1,77% conform vastgesteld in de Kadernota 2020.

 

Sociale werkvoorziening (Laborijn)

Bijstelling heeft plaatsgevonden o.b.v. de voorliggende conceptbegroting 2020 van Laborijn. In deze conceptbegroting wordt invulling gegeven aan taakstellende bezuinigingen. Zonder taakstellende bezuinigingen was onze bijdrage circa € 250.000 hoger.

 

Goede ruimtelijke inrichting centrum van kernen

In het coalitieprogramma is een bedrag gereserveerd voor een goede ruimtelijke inrichting van het centrum in diverse kernen. Dit krediet wordt pas op z'n vroegst in 2022 afgerond. Daarom zijn de kapitaallasten van € 84.000 afgeraamd in de jaren 2020 tot en met 2022.

 

Goed onderhoud onverharde buitenwegen

In september 2019 wordt het beleidsplan onverharde wegen door de gemeenteraad behandeld. Voorgesteld wordt om in 2020 een krediet te voteren van € 1.250.000. Dit is verwerkt in de Kadernota 2020 en conceptbegroting 2020. Als gevolg hiervan kunnen de onderhoudslasten voor het onderhoud van de onverharde wegen structureel worden verlaagd met € 50.000.

 

Extra leges flora-en fauna onderzoek

In het coalitieprogramma is als dekking extra leges opgenomen voor het flora-en fauna onderzoek. Deze extra leges kunnen pas ingaande 2022 worden gerealiseerd. In de begroting 2019 was deze verhoging ingaande 2020 opgenomen.

 

Doorschuiven onderzoek realisatie centrale huisvesting basisonderwijs ’s-Heerenberg

Door vertraging in de locatiekeuze van de realisatie van de centrale huisvesting basisonderwijs ’s-Heerenberg kan een bedrag van € 35.000 worden doorgeschoven van 2019 naar 2020. Dit bedrag is bestemd voor Pentaro.

 

Doorschuiven onderzoek toekomst zwembad

Bij de begroting 2018 is een bedrag geraamd voor onderzoek naar de toekomst van zwembad in Didam. Nu besluitvorming over de toekomst van het zwembad in Didam is gekoppeld aan het nieuwe sportbeleid, kan een bedrag van € 20.000 worden doorgeschoven van 2019 naar 2020.

 

Doorschuiving in de budgetten Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid

Het kabinet heeft het geld voor onderwijsachterstanden beter verdeeld. Dit heeft voor de gemeente Montferland geleid tot aanzienlijke verhoging van de rijksbijdrage. Op dit moment wordt hard gewerkt aan een nieuw onderwijsachterstandenbeleid en de vorming van schakelklassen. Voor 2019 worden er daardoor minder uitgaven verwacht in relatie tot deze specifieke uitkering, die verantwoord moet worden in de SiSa verantwoording. Hiervan wordt een bedrag van 250.000 euro doorgeschoven van 2019 naar 2020.

 

Doorschuiven natuurproject windmolens/realisatie ecologische verbindingszone

Het ontvangen bedrag van het natuurproject windmolens Azewijn ad. € 10.000 wordt dit jaar nog niet aan de Azewijnse gemeenschap uitgekeerd. Dit bedrag wordt doorgeschoven van 2019 naar 2020.

Daarnaast wordt een bedrag van € 15.000 voor de realisatie van de ecologische verbindingszone doorgeschoven van 2019 naar 2020. Hier is namelijk nog geen besluit genomen over grond aankoop.

 

Netto Algemene uitkering

De accressen 2019 tot en met 2023 dalen ten opzichte van de septembercirculaire 2018. In totaal gaat het om een bedrag van € 603 miljoen. Dit is voor Montferland een bedrag dat oploopt tot ruim € 1 miljoen structureel in 2023.

Dit is een bevestiging van de lijn die we de afgelopen jaren meermalen hebben geconstateerd en jaarlijks met u hebben gedeeld in de startbijeenkomsten van de begrotingsbehandeling.

Ofwel: de door het Rijk ‘beloofde’ begrote accressen voor navolgende jaren worden door het Rijk slechts deels gerealiseerd.

In relatie tot de begroting 2019 en daarbij behorende meerjarenraming heeft dat voor de begroting 2020 en de daarbij behorende meerjarenraming de directe werking dat we dit moeten ‘repareren’, in dit geval o.a. door hervormingen.

 

Extra middelen jeugdhulp / LPO Sociaal Domein / verhoging IU voogdij / 18+

De gemeenten ontvangen drie eenmalige bedragen in de jaren 2019 tot en met 2021 van

respectievelijk € 400 miljoen in 2019 en € 300 miljoen in de beide andere jaren. Dit is voor

Montferland € 728.000 in 2019 en € 550.000 in de beide andere jaren. Daarna wordt gekeken of en in welke mate er een structureel element moet komen. Inmiddels heeft het Ministerie van VWS (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) in overleg met de provinciaal toezichthouders een richtlijn opgesteld hoe om te gaan met de jaren na 2021. Gemeenten mogen een stelpost voor de jaren na 2021 opnemen welke niet door de Provincie wordt gecorrigeerd. Op voorhand hebben we nog geen ramingen opgenomen voor de jaren na 2021.

 

In de meicirculaire 2018 is ingaande 2019 voor een bedrag van € 7,0 miljard van de integratie uitkering sociaal domein ingeweven in de maatstaven van de algemene uitkering. In 2019 wordt voor het laatst nog apart een structurele loon/prijsmutatie (LPO) gecompenseerd. Voor 2020 en volgende jaren zit deze compensatie opgenomen in de accressen. De LPO bedraagt voor de WMO 2015 € 200.000 structureel ingaande 2019 en voor het onderdeel jeugd € 198.000 structureel ingaande 2019.

 

Door de nieuwe gegevens neemt het budget voor Voogdij/18+ vanaf uitkeringsjaar 2020 met € 17

miljoen structureel toe. Daarnaast is vanaf 2020 structureel € 20 miljoen gereserveerd om de compensatieregeling Voogdij/18+ te continueren. De compensatieregeling was

voor drie jaren (2017-2019) met gemeenten overeengekomen. Als gevolg van het uitstel van de ingangsdatum van het nieuwe woonplaatsbeginsel en daarmee het uitstel van de overheveling van integratie-uitkering Voogdij/18+ naar de algemene uitkering wordt het budget voor de compensatieregeling ook voor latere jaren gereserveerd.

Als laatste neemt het budget van Voogdij/18+ toe omdat, op verzoek van de VNG-commissie Zorg,

Jeugd en Onderwijs, de financiering van de Plaatsingscoördinatie gesloten jeugdhulp met drie jaar

is verlengd (€ 0,55 miljoen per jaar in de periode 2020 – 2022). Voor Montferland betekent dit structureel € 190.000.

 

Meer doorbelasting van interne uren aan grondexploitatie / investeringen / tarieven

Voor de begroting 2020 worden, ten opzichte van de begroting 2019, meer interne uren doorbelast aan de grondexploitatie en investeringen. Voor onze exploitatie betekent dit een voordeel van
€ 190.000.