2.5 Paragrafen

Inhoud

2.5 Paragrafen

A. Weerstandsvermogen
B. Onderhoud kapitaalgoederen
C. Financiering
D. Bedrijfsvoering
E. Verbonden partijen
F. Grondbeleid
G. Lokale heffingen
H. Transities Sociaal Domein 

Paragraaf A. Weerstandsvermogen en risicobeheersing

1. Missie

De missie van de gemeente Montferland is om over een weerstandsvermogen te beschikken van ten minste een ratio van 1,0 en maximaal 2,0.

2. Context en achtergronden

Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen zijn afgesloten. Het weerstandsvermogen van de gemeente wordt bepaald door de mate waarin de gemeente in staat is om in de toekomst aan haar financiële verplichtingen te kunnen voldoen.

waardering Ratio weerstandsvermogen Kwalificatie
A Groter dan 2,0 Uitstekend
B 1,4 tot 2,0 Ruim voldoende
C 1,0 tot 1,4 Voldoende
D 0,8 tot 1,0 Matig
E 0,6 tot 0,8 Onvoldoende
F Kleiner dan 0,6  Ruim onvoldoende

Het financieel beleid van de gemeente Montferland is gebaseerd op drie kernindicatoren voor het nastreven van een gezonde financiële gemeente:

  • een (materieel) sluitende meerjarenbegroting;
  • voldoende weerstandsvermogen;
  • een houdbare schuldpositie.

 

3. Kaderstellende (beleids)nota's

  • Nota reserves en voorzieningen (2018).

4. Ontwikkelingen

Beschikbare weerstandscapaciteit

Conform de nota reserves en voorzieningen 2018 bestaat onze weerstandscapaciteit uit de volgende componenten:

  1. De algemene reserve en de reserve "Verkoop aandelen Nuon;
  2. De reserve grondexploitatie (voor zover boven de minimale buffer van € 2,5 miljoen;
  3. Begrotingsruimte en de post onvoorzien.

Op grond van de begroting 2019 (en de bijbehorende meerjarenbegroting 2020-2022)  wordt de weerstandscapaciteit in Montferland als volgt berekend:

Verwachte weerstandscapaciteit 2019 2018
Algemene reserve € 5,9 mln. € 4,5 mln.
Reserve verkoop aandelen Nuon € 15,1 mln. € 0,0 mln.
Reserve grondexploitatie € 2,4 mln. € 0,0 mln.
Onbenutte belastingcapaciteit n.v.t. € 1,7 mln.
Totaal  23,7 mln.  € 6,2 mln.

 

Het saldo van de Algemene reserve bedraagt per eind 2022 € 5,9 mln. Dit is inclusief de verrekeningen van de begrotingssaldi in de komende jaren met de Algemene reserve.  

Het saldo van de reserve verkoop aandelen Nuon wordt ingaande 2019 betrokken bij de beschikbare weerstandscapaciteit, dit saldo bedraagt € 15,1 mln.

Het saldo van de Reserve Grondexploitatie bedraagt per ultimo 2022 ruim € 4,9 mln. Deze reserve dient als buffer voor specifieke risico's in de grondexploitatie. In de nota reserves en voorzieningen 2018 is de minimale omvang van deze reserve bepaald op € 2,5 mln. Het bedrag boven deze minimale buffer wordt meegenomen in de bepaling van de weerstandscapaciteit.

 

Op basis van de nota reserves en voorzieningen nemen we ingaande 2019 de onbenutte belastingcapaciteit niet meer mee bij de bepaling van de weerstandscapaciteit omdat deze niet direct beschikbaar is (wel latent aanwezig).  Hierbij sluiten we aan bij de lijn die de provincie hanteert.

Ten opzichte van 2018 is de weerstandscapaciteit toegenomen met € 17,5 mln., met name omdat we nu de reserve verkoop aandelen Nuon ook betrekken bij onze weerstandscapaciteit.

Benodigde weerstandscapaciteit

Voor de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit heeft er een inventarisatie van individuele risico’s plaatsgevonden. Omdat niet alle risico’s zich in de praktijk gelijktijdig en in volle omvang zullen voordoen is een minimaal risicobedrag berekend. Het reële risicobedrag is het gemiddeld verwachte risicobedrag dat nodig is op korte termijn. Op basis van de onlangs geactualiseerde risico-inventarisatie zijn 17 risico’s in beeld gebracht. Uit deze risico-inventarisatie en –analyse blijkt een reële risicobedrag van afgerond € 3,7 mln. Dit is de benodigde weerstandscapaciteit van de gemeente.  Dit risicobedrag is uit te splitsen in incidentele risico's voor een bedrag van € 2,8 mln. en structurele risico's van € 0,9 mln.

Indien de berekende weerstandscapaciteit (€ 23,4 mln.) wordt afgezet tegen de benodigde weerstandscapaciteit (€ 3,7 mln.) dan blijkt dat de ratio afgerond 6,3 is. Dit betekent dat de weerstandscapaciteit in Montferland per 1 januari 2019 het predicaat “uitstekend” krijgt. De omvang van het eigen vermogen en de voorzieningen zijn dus op uitstekend niveau om alle mogelijke risico’s op te vangen. De ontwikkeling van de weerstandsratio in de loop van de jaren is als volgt:

 

Risico's

Uit de risico-inventarisatie blijkt dat de drie risico’s met de grootste impact zijn:

 

Decentralisaties sociaal domein

Ingaande de meicirculaire 2018 zijn de bedragen voor 2019 en volgende jaren zijn de bedragen die de gemeenten de komende jaren zullen ontvangen voor de decentralisatie in het sociaal domein (WMO, participatiewet en jeugdzorg) geïntegreerd in de Algemene uitkering en derhalve niet meer te bepalen. Alleen het jaar 2019 valt bij benadering te bepalen en besloten is het niveau 2019 te bevriezen voor latere jaren (uitgezonderd jaarlijkse indexeringen).

In 2017 zijn door de gemeenteraad een 17 tal bezuinigingsmaatregelen vastgesteld die op termijn het tekort ten opzichte van de rijksbijdrage volledig moeten dekken.  In de begroting 2019 is dit bedrag (éénmalig) bijgesteld.

Er resteert een taakstelling van ca. € 1 mln. voor 2022 ev. Er blijft een risico bestaan dat de maatregelen niet of niet voldoende worden gerealiseerd. Daarnaast blijft het sociaal domein een open eind regeling. Het reëel risico schatten wij momenteel in op ca. € 0,5 mln..

 

Beheersmaatregel:
Uitvoeren maatregelen in plan van aanpak "Bezuinigingstaakstelling transities".

 

Intergemeentelijke samenwerking A18 bedrijvenpark/DocksNLD

Het risico voor de intergemeentelijke samenwerking A18 Bedrijvenpark schatten we, evenals in de jaarstukken 2017, nog steeds in op ca. € 500.000. In 2017 hebben we onze voorziening verhoogd tot € 3 mln. in verband met de afwaardering van het noordelijk deel.

 

Beheersmaatregel:
Marketing en acquisitie zoals vermeld in de risicoanalyse Samenwerking Bedrijventerreinen West Achterhoek.

 

Bouwgrondexploitaties

Voor bedrijventerreinen schatten we het maximale risico in op € 900.000. en voor de woongebieden  op € 600.000, totaal € 1,5 miljoen. Ook rekening houdend met de kansen die zich voor zullen doen schatten we de kans in op 20%. Dat deze risico’s zich voordoen. Het reële risico bedraagt derhalve € 300.000. Deze risico's kunnen worden gedekt middels onttrekkingen aan de reserve grondexploitatie. Het deel van deze reserve dat ligt boven de minimale buffer is meegenomen in de berekening van onze weerstandscapaciteit.

 

Beheersmaatregel:

Stimulering woningbouw d.m.v. verstrekking van duurzaamheidscheques, startersleningen.

Voor bedrijfsterreinen: marketing, acquisitie en prijsmaatregelen (Matjeskolk en Euregionaal Bedrijventerrein).

 

Ten opzichte van de vorige risico-inventarisatie (bij de jaarstukken 2017) is geen sprake van nieuw toegevoegde risico’s met een reëel risico > € 250.000).  Evenmin is sprake van stijgers en dalers (stijging/daling reëel risico > € 250.000).

5. Financiële kengetallen

%%<20%Toelichting financiële kengetallen

De vijf financiële kengetallen geven samen een beeld van de financiële ontwikkelingen in de gemeente. Eén los kengetal zegt echter weinig over de totale financiële positie. Of een hoge schuldquote voor een gemeente nadelig is, hangt bijvoorbeeld af van het eigen vermogen en hoe groot de kans is dat de schuld weer wordt afgelost. Onderstaande een toelichting op de verschillende kengetallen.

Weerbaarheid: kan de gemeente tegen een stootje?

Netto schuldquote (ongecorrigeerd): De niet gecorrigeerde netto schuldquote geeft het risico voor de gemeente weer als derden niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen. Denk bij voorbeeld aan een woningcorporatie, die geld heeft geleend bij de gemeente. Hoe lager, hoe beter.

Netto schuldquote (gecorrigeerd): De netto schuldquote geeft aan of de gemeente in staat is de schulden terug te betalen waarvoor zij volledig zelf aan de lat staat. Ook hier geldt: hoe lager, hoe beter

Solvabiliteit: De mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Dit wordt berekend op basis van het eigen vermogen en de bezittingen van de gemeente. Hoe hoger, hoe beter.

Grondexploitatie: Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Hier geldt: hoe lager, hoe minder risicovol.

Wendbaarheid: kan de gemeente zich relatief snel aanpassen aan veranderende omstandigheden?

Hierbij zijn de volgende kengetallen van belang:

Belastingcapaciteit: De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of ruimte is voor nieuw beleid. Hoe lager hoe beter.

Structurele exploitatieruimte: Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, door de structurele baten en structurele lasten te vergelijken met de totale baten. Hoe hoger, hoe beter.

 

 

       Indeling categorieën (%)
  Kengetal A 'Voldoende'  B 'Matig' C 'Onvoldoende'
1a Netto schuldquote < 90% 90-135% > 135%
1b

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

< 90% 90-135% > 135%
2 Solvabiliteitsratio > 50% 20-50% < 20%
3 Structurele exploitatieruimte > 0% 0<>0,6 < 0%
4 Grondexploitatie  < 20%  20-35% > 35%

5

Belastingcapaciteit 

< 95% 95-105% > 105%

 

       Financiële kengetallen Montferland (%)
  Kengetal Rek. 2017 Begr. 2018 Begr. 2019 Begr. 2020 Begr. 2021 Begr. 2022
1a Netto schuldquote 85% 97% 97% 105% 97% 92%
1b

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

79% 89% 86% 93% 86% 80%
2 Solvabiliteitsratio 24% 25% 24% 23% 24% 25%
3 Structurele exploitatieruimte 0,01% 0,23% -0,84% 0,27% 0,32% 0,78%
4 Grondexploitatie 17% 16% 9% 8% 3% 0%

5

Belastingcapaciteit 

106% 103% 107% 107% 107% 107%

 

Voldoende

Matig

Onvoldoende

De financiële kengetallen dienen in samenhang te worden bezien om onze financiële positie te beoordelen. In 2019 vallen twee kengetallen in de categorie voldoende (netto schuldquote gecorrigeerd en grondexploitatie), twee in de categorie matig (netto schuldquote en solvabiliteitsratio) en eveneens twee in de categorie onvoldoende (structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit). Ook rekening houdend met ons uitstekende weerstandsvermogen kunnen we concluderen dat de financiële positie van onze gemeente als matig kan worden gekwalificeerd op basis van de bovenstaande indeling.

Weerbaar zijn we wel, maar onze wendbaarheid is voor verbetering vatbaar.

Paragraaf B. Onderhoud kapitaalgoederen

Missie

De gemeente Montferland heeft een grote oppervlakte aan openbare ruimte in beheer. Veel activiteiten vinden plaats zoals wonen, recreëren en werken. Daarvoor zijn kapitaalgoederen nodig zoals wegen, rioleringen, kunstwerken, openbaar groen, verlichting en gebouwen. De kwaliteit van deze kapitaalgoederen en het onderhoudsniveau ervan is in grote mate bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard de (jaarlijkse) lasten. We streven hierbij naar een voldoende onderhoud van onze kapitaalgoederen.

Context en achtergronden

In het Coalitieprogramma 2018-2022 zijn onder meer de volgende onderwerpen opgenomen voor deze jaren die betrekking hebben op onze kapitaalgoederen:

  • Reactivering van het Groen Structuurplan.
  • Wateroverlast aanpakken in samenwerking met andere overheden en bewoners.
  • Samen met Euregio Rijn-Waal het openbaar vervoer via Duitsland naar Nijmegen optimaal maken.
  • De St. Jansgildestraat renoveren zodat deze ook voor voetgangers, welke minder goed ter been zijn, begaanbaar wordt.
  • Een verkeerscirculatieplan voor het centrum van Didam opstellen.
  • Een verkeerscirculatieplan opstellen voor 's-Heerenberg waarbij rekening gehouden wordt met de herinrichting van de Drieheuvelenweg en waarbij de 's-Heerenbergse bevolking vroegtijdig meegenomen wordt.
  • Goede ontsluiting voor landbouwverkeer.

Kaderstellende beleidsnota's

  • Het Coalitieprogramma 2018-2022.
  • Nota reserves en voorzieningen 2018
  • Budgetkader College 2017
  • Beleidsplan wegen 2018-2021
  • Beleidsplan civiele kunstwerken 2018-2023
  • Beleidsplan openbare verlichting 2014-2018
  • Groenstructuurplan 2011
  • Nota kunstgrasvelden
  • Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020
  • Integraal Verkeer en Vervoersplan (i-VVP)

Ontwikkelingen

Wegen en bermen.

Algemeen.

In 2017 is het wegenbeleidsplan 2018 – 2021 door de raad vastgesteld. Hierin is de onderhoudsplanning opgenomen die is gebaseerd op het minimale onderhoudsniveau volgens de CROW-richtlijnen. Hierbij wordt eventuele aansprakelijkheid voorkomen.

 

Areaal wegennet

Onderdeel

Lengte (km)

Oppervlakte (m2)

Verharde wegen

358

 

Onverharde wegen

  51

 

Fietspaden

  53

 

Asfaltverharding

 

1.023.237

Elementenverharding

 

1.429.476

Betonverharding

 

     28.755

Onverhard/half verhard

 

   160.218

Het gehele areaal aan wegen vertegenwoordigt een waarde, de vervangingswaarde. De vervangingswaarde geeft een globale indruk van de waarde van de verhardingen, ervan

uitgaande dat het bestaande areaal opnieuw aangelegd zou moeten worden. De totale vervangingswaarde van alle verhardingen in beheer van de gemeente bedraagt

rond de € 140.000.000 (140 miljoen euro).

 

Wegen

Om wegbeheer op een juiste manier te kunnen uitvoeren is het van belang om te weten wat het totaal te onderhouden areaal is, wat de technische kwaliteitstoestand daarvan is en hoeveel geld er

nodig is om het areaal op het vastgestelde kwaliteitsniveau te houden. In het  beleidsplan wegen is ook de invloed van het vastgestelde beeldkwaliteit verwerkt. Hierin worden de winkelgebieden en historisch centrum op beeldkwaliteit B onderhouden in plaats van alle overige gebieden op C-kwaliteit.

Om het aangegeven onderhoud  mogelijk te maken bedraagt  de jaarlijkse toevoeging aan de voorziening groot onderhoud wegen  € 907.152,=.

De wegen worden eenmaal per twee jaar visueel geïnspecteerd volgens de CROW richtlijnen. Op basis van die inspectie  wordt een actueel beeld verkregen van de conditie daarvan. Deze

gegevens zijn het startpunt voor het opstellen en zo nodig bijstellen van een meerjarig onderhoudsplan. In 2018 zijn de wegen geïnspecteerd.

 

Kwaliteit

De meeste wegen binnen de gemeente Montferland verkeren in goede tot zeer goede staat. Bij asfaltverharding is dit bijna 78% en bij elementenverharding ongeveer 94%, in beide gevallen net boven het landelijk gemiddelde.

 

Verouderde verhardingen

De storting in de voorziening voorziet niet in het vervangen van verouderde verhardingen. Het wegenareaal is zodanig aan het verouderen dat het noodzakelijk is de verhardingsmaterialen (asfalt en elementen) te vervangen. In 2018 is hiermee begonnen en dat wordt de komende jaren voortgezet. Dit om ook in de toekomst de onderhoudskosten beheersbaar te kunnen houden en de aantrekkelijkheid van onze kernen goed te houden en achteruitgang in uitstraling en beleving te voorkomen. Jaarlijks is hiervoor € 530.000,= beschikbaar.

 

Bermen

Naast het maaien van de bermen is onderhoud van de bermen noodzakelijk. Hiermee wordt bedoeld het uitvullen van gaten, het verhogen of verlagen van de berm of andere reparaties. In het beleidsplan wegen is voorgesteld jaarlijks van circa 10 km weglengte  de bermen aan te pakken. Hiermee wordt de veiligheid verbeterd en wordt schade aan de weg voorkomen. Kosten daarvoor waren eerder niet opgenomen in de toevoeging aan de voorziening. Vanaf 2018 is jaarlijks
€ 50.000 vanuit de voorziening budget beschikbaar voor het onderhoud aan de wegbermen.

 

Rioleringen

 

Algemeen

In 2015 is het GRP (Gemeentelijk Riolering Plan) 2016 - 2020 vastgesteld. Dit plan is de basis voor het uitvoeren van de rioleringswerken en het onderhoud.

 

Areaal

Onderdeel

Lengte (km)

Aantal

Gemengde riolen

138.3

 

Vuilwaterriolen (dwa)

101.4

 

Regenwater riolen (rwa)

  31,0

 

Infiltratieriolen

  33,4

 

Kolken

 

12.503

Drukriolering

135.2

 

Persleidingen

    9,4

 

Overstorten

 

        36

Interne bergingen

 

           1

Randvoorzieningen

 

         10

Stelselgemalen

 

         39

Pompunits drukriolering

 

       596

Tunnelgemalen

 

           2

Waterelementen/vijverpomp

 

           1

Grondwatergemaal

 

           1

IBA’s

 

         44

Wadi’s

 

         16

Retentievijvers

 

           3

Groene bergingen

 

           2

 

Afvalwaterinzameling is een wettelijke taak van de gemeente. Daar zijn de laatste decennia nieuwe taken bij gekomen. Tegenwoordig proberen gemeenten ook wateroverlast en vervuiling van onze oppervlaktewateren zo veel mogelijk te voorkomen, bewuster om te gaan met hemelwater en rekening te houden met verwachte klimaatveranderingen. De manier waarop Montferland deze taken wil uitvoeren staat in het GRP 2016 – 2021.

 

Om de voorzieningen die deel uit maken van het rioolstelsel goed te kunnen beheren moet duidelijk zijn welke voorzieningen er zijn en wat de technische staat is. Gemalen, randvoorzieningen, riool-overstorten en grondwaterpeilbuizen zijn aangesloten op het Regionaal Meetsysteem, waardoor automatisch actuele informatie beschikbaar is over de werking van de riolering, storingen en grondwaterstanden. Zo kan accuraat gereageerd in het geval van een storing.

 

Door middel van camera-inspecties wordt jaarlijks de kwaliteit van een deel van de vrijvervalriolering bepaald. Dit gebeurt op basis van de leeftijd van het betreffende riool. Aan de hand van deze inspecties, en inspecties uit het verleden, wordt met behulp van het rioolbeheersysteem een vervangingsplanning opgesteld.

 

Vermeld moet worden dat in het GRP 2016-2021 er wordt uitgegaan van risico-gestuurd beheer wat betekent vaker repareren en relinen en minder vervangen van rioolbuizen. Het opbreken van de weg is dan niet nodig.

 

De onderdelen van de drukriolering in het buitengebied zoals de pompen en gemalen worden onderhouden volgens de maatregelen die in het GRP staan vermeld. Naast het reguliere onderhoud worden onderdelen vervangen op basis van technische levensduur.

 

De komende planperiode wordt voor ruim € 3,8 miljoen geïnvesteerd in het verbeteren en vervangen van riolering. Voor het beheren en onderhouden van bestaande voorzieningen is jaarlijks bijna € 1,3 miljoen nodig. De inwoners van Montferland betalen de kosten voor de rioleringszorg via de rioolheffing.

 

Civieltechnische kunstwerken.

Algemeen

In 2018 is het beleidsplan civiele kunstwerken 2019-2023 vastgesteld.

 

Areaal

Onderdeel

Aantal

Bruggen

10

Tunnels

  2

Viaducten

  2

Vlonders

  2

Duikers

  3

 

Om de civiele kunstwerken veilig en beschikbaar te houden voor haar doel is het van belang om te weten wat het areaal is, wat de technische kwaliteitstoestand is en hoeveel geld er nodig is om dit te houden.

 

Door iedere vijf jaar een technische inspectie van de civiele kunstwerken uit te voeren wordt een actueel beeld verkregen van de conditie van de kunstwerken. Het beleidsplan is gebaseerd op de inspectie uitgevoerd in 2017 en de maatregelen hieruit voortvloeiend zijn de basis voor de benodigde financiële middelen de komende jaren.

 

Wegbeheerders hebben op grond van de Wegenwet de zorgplicht voor de civiele kunstwerken. Dit betekent dat zij ervoor moeten zorgen dat de kunstwerken in goede staat verkeren. Volgens artikel 6.174 van het Burgerlijk Wetboek is de wegbeheerder aansprakelijk voor het veroorzaken van schade als gevolg van mankementen aan het “geleverde product” civiele kunstwerk. Door de kunstwerken te inspecteren en de daaruit voortvloeiende maatregelen uit te voeren wordt voldaan aan deze zorgplicht.

 

De inspectie van 2017 heeft uitgewezen dat over het algemeen de kunstwerken binnen de gemeente Montferland in een redelijke staat verkeren. Het areaal is veilig voor de burgers en over het algemeen vertonen de kunstwerken vooral verouderingsdefecten. 

In de periode 2019-2023 is de vervanging noodzakelijk van de houten fiets-/voetgangersbrug aan de Elsepasweg in ’s-Heerenberg op basis van technische levensduur.

 

Om het aangegeven onderhoud en de vervanging mogelijk te maken bedraagt  in de periode
2019 – 2023 de jaarlijkse toevoeging aan de voorziening groot onderhoud civiele kunstwerken
€ 19.000.

 

Groen

 

Algemeen

Het openbaar groen en de bomen worden met ingang van 1 januari 2017 onderhouden conform beeldkwaliteit. Dit na de vaststelling door de raad in 2014 waarbij het gewenste beeld van het groen in de diverse structuurgebieden (woonwijken, industrieterreinen, centra en buitengebied) is bepaald.

In praktische zin staan niet de frequenties en maatregelen van het beheer centraal maar de vooraf afgesproken beeldkwaliteit.

 

Areaal

Onderdeel

Oppervlak (m2)

Lengte (m)

Aantal

Bomen

 

 

18.500

Gazon

    360.000

 

 

Bermen

1.248.000

 

 

Bodembedekkers

      35.600

 

 

Hagen

 

46.855

 

Blokhagen

      

49.741

 

Sierheesters

       99.000

 

 

Bosplantsoen + houtwal

    300.000

 

 

Bos

       81.000

 

 

Rozen

       11.000

 

 

Vaste planten + prairiebeplanting

       13.000

 

 

Bloembakken

          4.000

 

 

 

Om de civiele kunstwerken veilig en beschikbaar te houden voor haar doel is het van belang om te weten wat het areaal is, wat de technische kwaliteitstoestand is en hoeveel geld er nodig is om dit te houden.

 

Door iedere vijf jaar een technische inspectie van de civiele kunstwerken uit te voeren wordt een actueel beeld verkregen van de conditie van de kunstwerken. Het beleidsplan is gebaseerd op de inspectie uitgevoerd in 2017 en de maatregelen hieruit voortvloeiend zijn de basis voor de benodigde financiële middelen de komende jaren.

 

Wegbeheerders hebben op grond van de Wegenwet de zorgplicht voor de civiele kunstwerken. Dit betekent dat zij ervoor moeten zorgen dat de kunstwerken in goede staat verkeren. Volgens artikel 6.174 van het Burgerlijk Wetboek is de wegbeheerder aansprakelijk voor het veroorzaken van schade als gevolg van mankementen aan het “geleverde product” civiele kunstwerk. Door de kunstwerken te inspecteren en de daaruit voortvloeiende maatregelen uit te voeren wordt voldaan aan deze zorgplicht.

 

De inspectie van 2017 heeft uitgewezen dat over het algemeen de kunstwerken binnen de gemeente Montferland in een redelijke staat verkeren. Het areaal is veilig voor de burgers en over het algemeen vertonen de kunstwerken vooral verouderingsdefecten. 

In de periode 2019-2023 is de vervanging noodzakelijk van de houten fiets-/voetgangersbrug aan de Elsepasweg in ’s-Heerenberg op basis van technische levensduur.

 

Om het aangegeven onderhoud en de vervanging mogelijk te maken bedraagt  in de periode
2019 – 2023 de jaarlijkse toevoeging aan de voorziening groot onderhoud civiele kunstwerken
€ 19.000.

 

 

 

Groen

 

Algemeen

Het openbaar groen en de bomen worden met ingang van 1 januari 2017 onderhouden conform beeldkwaliteit. Dit na de vaststelling door de raad in 2014 waarbij het gewenste beeld van het groen in de diverse structuurgebieden (woonwijken, industrieterreinen, centra en buitengebied) is bepaald.

In praktische zin staan niet de frequenties en maatregelen van het beheer centraal maar de vooraf afgesproken beeldkwaliteit.

 

Areaal.

Onderdeel

Aantal

Lichtmasten

7.200

Armaturen

7.200

 

Jaarlijks worden masten van 40  jaar en ouder en armaturen van 20 jaar en ouder vervangen. Daarvoor worden stabiliteitsmetingen uitgevoerd om de sterkte van de lichtmasten te bepalen om zo na te gaan of vervanging ook daadwerkelijk nodig is.

Het beleid is er op gericht om een zo duurzaam mogelijk areaal aan lampen te hebben. Dit betekent toepassing van led lampen in het geval van nieuwe plaatsing en planmatig vervangen van aanwezige lampen door led. Doel is het terugbrengen van het totale energieverbruik van de openbare verlichting om zodoende een bijdrage te leveren aan de CO2 reductie.

 

Speelvoorzieningen.

In 2015 heeft de gemeenteraad het beleidsplan ‘Spelen in Montferland’ vastgesteld voor de periode 2015 – 2030. Hieraan gekoppeld is een beheerplan waarin het beheer en onderhoud planmatig is vertaald met de benodigde kosten. Ook de vervanging is in het beheerplan geregeld.

In het beleidsplan is er een verschuiving gaande naar avontuurlijke, toegankelijke en natuurlijke plekken (zoals Cool Nature), waarbij de speelplaatsen bewoners de mogelijkheid bieden om te spelen, te bewegen en elkaar te ontmoeten ongeacht de leeftijd (integraal spelen). Logisch gevolg hiervan is dat bestaande traditionele speellocaties voor een deel zullen verdwijnen.

Areaal.

Kern

Aantal speellocaties

Azewijn

4

Beek

4

Braamt

2

Didam

31 (vijf verwijderd in 2018)

Kilder

3

Loil

2

Nieuw Dijk

2

’s-Heerenberg

20 (vier verwijderd en drie vernieuwd in 2018)

Stokkum

2

Zeddam

3 (twee vernieuwd in 201)

Totaal

73

 

Volgens het Warenwetbesluit attractie en speeltoestellen (WAS) is de eigenaar/huurder van de grond onder het toestel verantwoordelijk voor de veiligheid. In de openbare ruimte is de gemeente in de regel beheerder van speeltoestellen of speelaanleidingen en dus verantwoordelijk voor het onderhoud.

In Montferland worden vier keer per jaar alle locaties bezocht voor een combinatie van het uitvoeren van een visuele inspectie van alle constructies, de ondergrond en de directe omgeving van het toestel. Klein onderhoud aan de speeltoestellen wordt direct uitgevoerd. De jaarlijkse technische inspectie van alle toestellen wordt uitgevoerd door een extern bedrijf. De registratie van de inspectie en het uitgevoerde kleine onderhoud wordt vanaf medio 2015 in het gemeentelijke beheersysteem verwerkt.

Gegevens uit het digitale systeem in combinatie met de inspectiegegevens zijn de basis voor vervanging of opheffing toestellen en locaties.

Sportvelden.

 De gemeente heeft een aantal sportvelden en accommodaties in eigendom en voert het beheer en onderhoud daarop uit.

Areaal.

Kern/accommodatie

Aantal voetbalvelden

Azewijn (Den Dam)

1

Lengel (VVL)

2

Braamt (St. Joris)

1

Stokkum

1

Kilder

1

Zeddam

2

’s-Heerenberg (MVR)

2

Beek (’t Peeske)

2

Didam (DVC ’26)

4

Nieuw Dijk (Sprinkhanen)

2

Loil

2

Naast het regulier en groot onderhoud dat jaarlijks op de natuurvelden wordt uitgevoerd, is renovatie soms nodig. In verband met gesprekken met verenigingen over bezuinigingen op het onderhoud en over mogelijke fusies van voetbalverenigingen zijn de renovaties voorlopig op "hold" gezet. Door extra aandacht aan regulier en groot onderhoud te schenken kunnen renovaties uitgesteld worden.

Bij de Kerntakendiscussie heeft u besloten tot een bezuiniging van € 200.000 op de voetbalaccommodaties ingaande 2018. Deze taakstelling is aan de voetbalvereniging opgelegd. In 2017 is na een tweetal moties van de gemeenteraad besloten de bezuiniging aan de verenigingen in 2020 in te laten gaan. Vanaf 2020 is deze bezuiniging van € 200.00,- t.a.v. voetbalaccommodaties in de meerjarenbegroting ingeboekt. De verenigingen en de gemeente zijn in gesprek over de vraag op welke wijze de verenigingen invulling kunnen geven aan de bezuinigingsopdracht van de raad. Naast het proces van bezuinigingen speelt voor de verenigingen een proces van clustering en spreiding van voorzieningen. Ook dit proces vergt meerdere jaren, maar op een tweetal sportparken zijn 5 verenigingen voornemens om al per medio 2019 als twee nieuwe verenigingen verder te gaan. Dit vraagt om aanpassingen middels investering in kunstgras, inrichtingselementen, gebouwen en de ruimte om het sportpark heen (parkeerplekken).

Gemeentelijke gebouwen

In 2019 zal de nieuwe 3-jaarlijkse inspectie van het gemeentelijk vastgoed plaats vinden (in verband met personele wisselingen is de inspectie een jaar doorgeschoven) . Dit zal dan leiden tot een nieuwe bijgestelde Meerjaren Onderhoudsplanning. Het voormalige politiebureau aan het Stadsplein 71 in 's-Heerenberg is vorig jaar verkocht. De restauratie van 't Neije Raethuys is in het laatste kwartaal van 2018  afgerond. Het gemeenschapshuis de Meikever wordt per 1 mei 2019 verkocht aan de Stichting Dorpsvoorziening Nieuw-Dijk. In het kader van de verduurzaming van het vastgoed is het Willem van de Berghcentrum voorzien van zonnepanelen. De Antoniusschool in Nieuw-Dijk is gesloopt. De locatie is in ontwikkeling.  

 

Uitgaven onderhoud kapitaalgoederen

De totale uitgaven voor het onderhoud van de verschillende soorten kapitaalgoederen worden in de begroting geraamd op:

(Bedragen x € 1.000,-)

Programma/product Begroting 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022
Overige gronden (niet in exploitatie) 14 12 12 12 12
Ruimtelijke ontwikkeling 14 12 12 12 12
Groenvoorzieningen 2.358 1.973 2.093 2.093 2.093
Openbare verlichting 435 441 441 441 441
Riolering 2.903 2.976 3.284 3.479 3.139
Wegen, straten en pleinen 1.966 2.012 2.307 2.571 2.269
Beheer leefomgeving 7.662 7.402 8.125 8.585 7.943
Groene sportvelden en terreinen 433 454 447 445 416
Sportaccommodaties 1.395 1.313 1.246 1.243 1.311
Gezondheid en bevord. gezonde leefstijl 1.829 1.768 1.693 1.688 1.727
Accommodatiebeheer 1.312 334 334 334 334
Bibliotheek Montferland 720 737 737 737 737
Jeugd, onderwijs en cultuur 2.032 1.070 1.070 1.070 1.070
Brandweerzorg 104 79 169 171 79
Maatsch. ondersteuning en veiligheid 104 79 169 171 79
Huisvesting 1.459 1.392 1.372 1.367 1.382
Beheer ov. gebouwen en gronden 256 144 143 143 143
Overhead en ondersteuning 1.715 1.536 1.515 1.509 1.525
Totaal 13.356 11.868 12.584 13.035 12.357

Dit geeft voor het jaar 2019 de volgende verdeling.

 

Paragraaf C. Financiering

1. Missie

Voor de uitvoering van de programma’s zijn financiële middelen nodig. De treasuryfunctie omvat het sturen en beheersen van, het verantwoording afleggen over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de daaraan verbonden risico’s. Binnen de treasuryfunctie wordt gestreefd naar beperking van de financiële risico’s en de daaraan verbonden lasten.

2. Context en achtergronden

De missie en doelstellingen van het financieringsbeleid zijn vastgelegd in het treasurystatuut. De wettelijke basis ligt vast in de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO). Naar aanleiding van de financiële crisis zijn begin 2009 de eisen verscherpt. Verdere regels met betrekking tot de treasury zijn vastgelegd in de financiële verordening (ex art. 212 Gemeentewet).

Eind 2013 is de wet Schatkistbankieren in werking getreden, die de gemeente verplicht om overtollige geldmiddelen, rekening houdend met een doelmatigheidsdrempel, te beleggen in de schatkist dan wel uit te zetten bij andere overheidsinstellingen (gemeenten, provincies, etc.). Tevens is eind 2013 de wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF) in werking getreden. De wet HOF is een nadere uitwerking van de Europese afspraken over de beperking van het EMU-saldo (3% Bruto Binnenlands Product). Het gemeentelijk aandeel, voor alle gemeenten tezamen, is   0,32% BBP.

Het netto-financieringssaldo van alle gemeenten bij elkaar mag in een jaar niet boven dit plafond uitkomen. Indien decentrale overheden de afgesproken norm structureel overschrijden en het niet mogelijk blijkt met elkaar passende maatregelen af te spreken om terug te keren naar het verbeterpad, kan het kabinet maatregelen nemen. Wel is er op basis van het macroplafond voor het financieringstekort van alle gemeenten een referentiewaarde per gemeente vastgesteld. Op individuele overschrijdingen van die referentiewaarde staat geen directe sanctie.

3. Kaderstellende (beleids) nota's

  • Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO)
  • Wet Houdbare Overheidsfinanciën
  • Wet Schatkistbankieren
  • Financiële verordening (ex art. 212 Gemeentewet)
  • Treasurystatuut 2016

4. Ontwikkelingen

In deze paragraaf wordt nader ingegaan op:

  • Renteontwikkeling
  • Financieringsbehoefte
  • Kasgeldlimiet
  • Renterisiconorm
  • Overige risico’s

a. Renteontwikkeling

Mede als gevolg van de financiële crisis zien we in de afgelopen jaren een historisch laag renteniveau, waarbij de rente voor kortlopende leningen nog steeds aanzienlijk lager is dan de rente van langlopende leningen. Voor de rest van 2018 is hier geen grote verandering meer te verwachten, mede gelet op het feit dat het ruime beleid van de ECB ter stimulering van de economie  slechts geleidelijk wordt afgebouwd. Daarbij zien we een zeer geleidelijke toename van de inflatie, die in de ogen van de ECB zou moeten uitkomen op ca. 2%. Voor de middellange termijn is daarvan een opwaartse druk op de rentetarieven te verwachten. In de 1e helft van 2018 is de langlopende rente voor gemeenten geleidelijk opgelopen naar 1% (15-jr. leningen) tot 1,5% (30  jr. leningen). Echter aan die stijging lijkt voor dit moment (juli 2018) voorlopig een einde te zijn gekomen. Voor 2019 gaan we toch uit van een zeer geleidelijk verder oplopende rente. 

Deze zal echter nog onder het rentetarief voor langlopende geldleningen van 2% blijven, waarmee wordt gerekend bij nieuwe investeringen. Bij de verdere noodzakelijke financiering zullen we, bij de huidige rentestructuur, tot het bedrag van de kasgeldlimiet kiezen voor kortlopende financiering. Bij vaste financiering zullen we, gelet op de genoemde discrepantie in termijnen van afschrijving versus aflossing kiezen voor leningen met langere looptijden. Daarbij is ook van belang dat de rente zich nog steeds op een historisch laag niveau bevindt. Daarmee wordt voor langere tijd zekerheid gegeven over de rentelasten.

 

Wijze van financiering Rente Toelichting
Rente rekening-courant 2,45% BNG rekening-courant
Rente kasgeldleningen 0,0% tot 0,25% BNG kasgeldlening 1 tot 12 maanden
Rente op te nemen vaste geldlening 1,40% BNG lening met looptijd 20 jaar vast

Voor 2019 worden verder geen significante ontwikkelingen verwacht.

b. Financieringsbehoefte

In het voorjaar van 2018 is een geldlening van € 10 miljoen vervallen. Gelet op de huidige ontwikkeling van de liquiditeiten leidt dit nog in 2018 tot herfinanciering. Ook de investeringen leiden tot een aanvullende financieringsbehoefte. Uit de grondexploitatie verwachten we voor 2018 nog een positieve bijdrage aan de financieringspositie. Door de verbeterde economische situatie is er een toename van de investeringsbereidheid van het bedrijfsleven. Autonoom is er een voortdurende financieringsbehoefte door een verschil tussen de gemiddelde afschrijvingstermijn en de gemiddelde resterende looptijd van de opgenomen financieringsmiddelen. Per saldo wordt voor 2019 een lichte verbetering van de financieringspositie verwacht.

 

c. Kasgeldnorm

De Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden) geeft concrete richtlijnen voor gemeenten voor het beheersen van het renterisico in verband met de korte termijn financiering. De kasgeldlimiet is een wettelijk maximum (plafond) voor het volume geldleningen in de vorm van zogenaamde call- en kasgeldtransacties. De bovengrens is bij ministeriële regeling voor het jaar 2019 vastgesteld op 8,5% van het lastentotaal van de gemeentelijke begroting. De begroting van de gemeente Montferland voor het jaar 2019 heeft een omvang van € 87,1 miljoen en daarmee komt de kasgeldlimiet uit € 7,4 miljoen. Het Rijk geeft gemeenten voldoende ruimte om maximaal gebruik te maken van (goedkope) financiering met kasgeld. Hoewel het gemeenten niet is toegestaan de kasgeldlimiet te overschrijden (Wet FIDO, art. 4, lid 1), hoeven deze pas aan de toezichthouder te rapporteren wanneer de kasgeldlimiet drie kwartalen op rij wordt overschreden (art. 4, lid 2).

De gemeente Montferland stuurt erop onder de kasgeldlimiet te blijven en deze niet te overschrijden.

d. Renterisiconorm

Het renterisico betreft het risico dat de begroting van de gemeente geconfronteerd wordt met een verzwaring van de rentelasten als gevolg van herfinancieringen van bestaande activa of van herziening van rente van bestaande leningen. 

Het doel van de renterisiconorm is om dit risico te beperken tot een aanvaardbaar niveau. Bij een goed (gelijkmatig) opgebouwde leningenportefeuille blijft het renterisico binnen verantwoorde marges en zullen de renteaanpassingen zich geleidelijk voordoen en binnen de begroting opgevangen kunnen worden.

In de Wet FIDO is vastgelegd dat jaarlijks een volume ter grootte van 20% van het lastentotaal van de gemeentelijke begroting (peildatum 1 januari) mag worden geherfinancierd of een renteherziening mag ondergaan.

Omdat de gemeente voor de eigen financiering geen leningen heeft aangetrokken waarvan periodiek de rente wordt herzien, heeft voor Montferland de renterisiconorm alleen betrekking op herfinanciering van aflopende leningen. In Montferland ligt de omvang van de totale leningenportefeuille (€ 70 miljoen) op ongeveer 81% van het lastentotaal van de begroting (€ 87,1 miljoen). De renterisiconorm is € 17,4 miljoen, hetgeen betekent dat in principe ongeveer 24,8 % van de leningenportefeuille mag worden geherfinancierd. Dat betekent weer dat de gemiddelde looptijd van de aan te trekken leningen niet korter mag zijn dan vijf jaar.

 

Bedragen x € 1.000

 

2019

2020

2021

2022

Renteherziening op vaste schuld o/g

       

Renteherziening op vaste schuld u/g

       

Netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b)

       
         

Te betalen aflossingen

7.361

7.369

6.378

5.887

Te ontvangen aflossingen

205

214

222

231

Herfinanciering (2a-2b)

7.156

7.155

6.156

5.656

         

Renterisico op vaste schuld (1+2)

7.156

7.155

6.156

5.656

         

Begrotingdtotaal

87.104

85.562

85.813

86.071

Het vastgesteld percentage

20

20

20

20

Renterisico norm

17.421

17.112

17.163

17.214

         

Toets renterisico norm

       

Renterisico norm (4)

17.421

17.112

17.163

17.214

Renterisico op vaste schuld (3)

7.156

7.155

6.156

5.656

Ruimte onder renterisiconorm

10.265

9.957

11.007

11.558

Overschrijding renterisiconorm

       

e. Overige risico's

Schatkistbankieren
In het najaar van 2013 is voor gemeenten en andere decentrale overheden verplicht schatkistbankieren ingevoerd. Decentrale overheden dienen banktegoeden, die een vooraf bepaalde drempelwaarde te boven gaan, af te storten naar een rekening-courant bij het ministerie van Financiën. Voor de gemeente Montferland bedraagt de drempelwaarde € 0,6 miljoen. Tegen deze drempelwaarde moet het gemiddelde van de banksaldi van de gemeente in een kwartaal worden afgezet. Binnen de treasuryfunctie wordt erop gestuurd dat de drempelwaarde niet wordt overschreden en dat de gemeente dus geen of heel beperkt financiële middelen hoeft te stallen bij het Rijk. Bij de controle van de jaarrekening zal de accountant de verplichting tot schatkistbankieren meenemen.

  

Overig
Gezien de samenstelling van de gemeentelijke leningenportefeuille en de kaderstelling vanuit de wet en het treasurystatuut (alleen leningen in euro’s) is er binnen de gemeente Montferland geen sprake van valutarisico en/of koersrisico.

Paragraaf D. Bedrijfsvoering

Inleiding

Ingaande de begroting 2017 is op grond van de gewijzigde voorschriften het “Overzicht overhead, ondersteuning organisatie en bestuur” een verplicht onderdeel van de programmabegroting. Hierin is een fors deel van de kosten van bedrijfsvoering opgenomen. In dit kader is de paragraaf bedrijfsvoering teruggebracht tot de kern.

Formatie en budget ambtelijke organisatie

De omvang van het salarisbudget en de formatie van de gehele ambtelijke organisatie is:

 

Bedragen x € 1.000

 

Werkelijk  

2017

Begroting na wijz.

2018

Begroting

2019

Budgetten (x € 1.000):

 

 

 

·         salariskosten eigen personeel

17.449

19.403

20.837 

·         kosten inhuur tijdelijk/extern personeel

2.053

1.192 855 

 

19.502

20.595 21.692 

Formatie in fulltime eenheden (fte’s):

 

   

·         vaste formatie

260

302 306 

 

Vaste formatie en loonkosten nemen toe. Dit wordt nagenoeg in z´n geheel veroorzaakt door de volgende ontwikkelingen:

  • In verband met de transities is de organisatie ingaande 2015 aangepast om de nieuwe taken adequaat uit te voeren. De invulling en bezetting van de taken is een geleidelijk proces dat zich over meerdere jaren uitspreid. Aanvankelijk is een deel van het werk uitgevoerd door ingehuurde dan wel bij de gemeente gedetacheerde krachten.
  • Per 1 januari 2018 is de zgn. Groenploeg van Laborijn, voorheen op detacheringsbasis, in dienst getreden.

Tegenover bovenstaande toenames van vaste loonkosten staan dus verlagingen van externe kosten:

  • Uitbreiding formatie ter uitvoering maatregelen uit het Coalitieakkoord.

 

De raming van de loonkosten is nog gebaseerd op het akkoord CAO Gemeenten met een looptijd van 1 mei 2017 tot 1 januari 2019. Voor 2019 is verder uitgegaan van een stijging met 3% (premiestijgingen, nieuwe cao). Dit percentage is cf. de ramingen van het Centraal Planbureau.

Apparaatskosten

De apparaatskosten zijn alle personele en materiële kosten  die verbonden zijn aan het functioneren van de organisatie, exclusief griffie en bestuur. De kosten eigen personeel bestaan uit de salariskosten (zie vorige tabel) en overige personeelskosten zoals kosten voor opleiding, bedrijfsgezondheidszorg, dienstkleding, enzovoort. 

Bedragen x € 1.000

 

Jaarrekening

2017

Begroting 2018

 na wijz.

Begroting

2019

·         kosten eigen personeel

17.743

19.403 20.837

·         kosten externe inhuur

1.867 1.192 855

·         ICT-kosten

1.771 1.705 1.827

·         huisvestingskosten

1.404 1.422 1.355

·         facilitaire kosten

284 278 326

·         tractiekosten

367 449 431

·         overige organisatiekosten

301 363 542

 

23.879

24.822 26.173

 

 

 

Verdieping van enkele onderwerpen

Benchmark ambtelijk organisatie

Om de drie á vier jaar nemen we deel aan de benchmark ambtelijke organisatie gemeenten van Berenschot. De laatste  deelname dateert van 2014.  Nu de nieuwe taken van de transities in het Sociaal Domein in de organisatie zijn ingedaald inclusief de bemensing van de functies, wordt de benchmark in het vierde kwartaal van 2018 uitgevoerd. De benchmark van Berenschot gaat uit van de apparaatskosten. Naast inzicht in deze kosten en de werklastbepalende indicatoren al ook feitelijke output van de gemeente geeft het ook inzicht in de formatie van zowel het primaire proces als de overhead.

 

Integriteit

In 2018 heeft het onderwerp integriteit volop in de schijnwerpers gestaan. Binnen de diverse ambtelijke gremia is er veel aandacht besteed om de bewustwording rondom dit onderwerp te activeren en te vergroten. In 2019 zal er verder worden ingezet op de bewustwording van dit onderwerp zowel ambtelijk als bestuurlijk. Iedereen moet er namelijk zonder meer van uit kunnen gaan dat de gemeente betrouwbaar en integer is. Dat is ook van belang bij de aanpak van ondermijning (zie hierna).

 

  • Gedragscode integriteit raadsleden, raadscommissieleden niet zijnde raadslid, wethouders en burgemeester van de gemeente Montferland;
  • Protocol bij (een vermoeden van een) integriteitsschending raadsleden, raadscommissieleden niet zijnde raadslid, wethouders en burgemeester gemeente Montferland;
  • Gedragscode integriteit medewerkers gemeente Montferland;
  • Beleidsregels integriteit ambtelijke organisatie gemeente Montferland;
  • Regeling melden van (het vermoeden van) een misstand en/of schending integriteit.

 

Ondermijning is infiltratie van de (criminele) onderwereld in het lokaal bestuur en andere vitale sectoren in de samenleving. Montferland neemt daarom actief deel aan het programma Ondermijning van het RIEC. In de aanpak van de verschillende uitingsvormen van ondermijning zijn bestuurlijke instrumenten natuurlijk onmisbaar. De Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) is een instrument waarmee ondermijnende activiteiten kan worden voorkomen. Het college heeft medio 2017 nieuw en actueel Bibob-beleid vastgesteld.

  

Accountantscontrole en (verbijzonderde) interne controle

De berichtgeving over de vernieuwing van de accountantscontrole bij de gemeenten lijkt evenals vorig jaar verstomd. Aangekondigd is dat een aantal aspecten met betrekking tot de accountantscontrole aangepast worden, zoals:

  • het invoeren van een eigen verantwoordingsrapportage van het college over de financiële

    rechtmatigheid in de jaarrekening, en

  • opstellen van een specifieke interpretatie voor decentrale overheden van de accountantscontrolestandaarden.

     

De VNG werkt samen met de NBA aan de vernieuwde interne en externe controleaanpak. Dit moet leiden tot een efficiënter controleproces, onder meer door gebruik van nieuwe technieken en duidelijke keuzes door gemeenten om ‘in control’ te zijn op het gebied van gemeentelijke bedrijfsvoering.

Het proces aanbesteding van de jaarrekening 2018 en verder is inmiddels in gang gezet. Zoals te doen gebruikelijk zal de Auditcommissie een belangrijke rol spelen in dit proces.

 

Inkoop

Op 24 oktober 2017 heeft het college het "inkoop- en aanbestedingsbeleid gemeente Montferland 2017, tezamen met de klachtenregeling voor ondernemers" vastgesteld.

 

 

Informatiebeveiliging

Bij nieuwe ontwikkelingen van processen of informatiesystemen is het cruciaal dat informatieveiligheid de juiste aandacht krijgt en de risico’s gemitigeerd worden. Tevens heeft de komst van de AVG wetgeving de focus gericht op de juiste omgang met persoonsgegevens en het begrip Privacy nieuw leven ingeblazen.

 

Om verdere invulling te geven aan Informatieveiligheid heeft de gemeente in 2018 de rollen van CISO (Chief Information Security Officer) en FG (Functionaris Gegevensbescherming) structureel ingevuld. Daarnaast is de organisatie van de Informatieveiligheid vormgegeven door de opzet van de “Governance Informatieveiligheid” en de “Expertisegroep Privacy”. Hierin zijn contactpersonen van diverse afdelingen vertegenwoordigd. Op deze manier is de organisatie breder betrokken en groeit de bewustwording rondom veiligheid van informatie.

 

Voor de verantwoording van de gemeente over de kwaliteit van de Informatieveiligheid is in 2017 voor de eerste keer ervaring opgedaan met de ENSIA methodiek (Eenduidige Normatiek Single Information Audit). Met ENSIA wordt de verantwoording over BRP, PUN, SUWI, BAG, BGT en DigiD gebundeld. Ook de normen uit de BIG (Baseline Informatieveiligheid Gemeenten) worden hiermee getoetst. Bovendien sluit hiermee de horizontale verantwoording over informatieveiligheid aan op de gemeentelijke planning en control cyclus. Inmiddels heeft de externe auditor de ENSIA cyclus over 2017 positief beoordeeld en wordt gewerkt aan de structurele inbedding van de systematiek over 2018 en 2019.

 

De gemeente volgt via de Informatiebeveiligingsdienst (IBD) van de VNG de landelijke ontwikkelingen op het gebied van Informatieveiligheid. Daarnaast fungeert de Functionaris Gegevensbescherming als linking-pin met de Autoriteit Persoonsgegevens.

 

In 2019 zal speciale aandacht uitgaan naar de mogelijkheden en risico’s van de inzet van Business Intelligence tools en de komst van de E-privacy verordening die naar verwachting medio 2019 van kracht wordt.

Paragraafgegevens

Prestatiegegevens / indicatoren

Jaarrekening

2017

Begroting na wijz.

2018

Begroting 

2019

Formatie (fte per 1.000 inwoners)

7,4 8,48 8,46

Bezetting (fte per 1.000 inwoners)

7,2 - -

Apparaatskosten per inwoner

€ 676 € 670 € 724

Externe inhuur (% van totale loonsom + totale kosten inhuur externen)

11% 6% 4%

Overhead (% van totale lasten)

11,4% 11,9% 12,6%

Ziekteverzuim

4,7% <4% <4%

Factuurbetaling binnen 2 weken

80% 75% 75%

Uitstroom medewerkers (alleen bij jaarrekening)

9 - -

Doorstroom medewerkers (idem)

5 - -

Instroom medewerkers (idem)

28 - -

 

Paragraaf E. Verbonden partijen

Inleiding

Verbonden partijen zijn, volgens artikel 1 Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), die partijen (privaat- of publiekrechtelijk) waarin een gemeente zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft. Van een financieel belang is sprake indien aan de verbonden partij een bedrag beschikbaar is gesteld dat niet verhaalbaar is wanneer de partij failliet gaat of wanneer de gemeente aansprakelijk is voor een bepaald bedrag in de situatie dat de verbonden partij zijn verplichtingen jegens derden niet nakomt. Van een bestuurlijk belang is sprake indien een wethouder, raadslid of ambtenaar van de gemeente namens de gemeente plaatsneemt in het bestuur van de verbonden partij of namens de gemeente stemt in bijvoorbeeld een aandeelhoudersvergadering. 

 

Opdrachtgever en eigenaar

De gemeente vervult twee rollen richting de verbonden partijen namelijk de rol van opdrachtgever en de rol van eigenaar.

  • opdrachtgever: de gemeente is afnemer/opdrachtgever van de verbonden partij.  De verbonden partij levert diensten of producten, is uitvoerder van gemeentelijk beleid. Vaak gaat dit in de vorm van een basispakket dat door alle deelnemers in de samenwerking wordt afgenomen met daarnaast een aanvullend (maatwerk) pakket dat voor afzonderlijke deelnemers op maat wordt afgesproken;
  • eigenaar: in de eigenaarsrol beslist de gemeente over de oprichting, missie, de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de verbonden partij. Het gemeentebestuur is  mede eigenaar  van de verbonden partij en draagt bestuurlijke verantwoordelijkheid (de gemeente neemt deel aan het bestuur). De rol van eigenaar richt zich vooral op de continuïteit  en de levensvatbaarheid van de (samenwerking)organisatie.

Het is belangrijk dat de (beleids)doelstellngen van de gemeente ook via de verbonden partijen worden gerealiseerd. De gemeente zelf houdt uiteindelijk de  verantwoordelijkheid voor het realiseren van de beoogde doelstellingen van de programma's in de begroting. In de programma's is al aangegeven welke bijdrage een verbonden partij hieraan levert. Telkens moet worden beoordeeld of een taak wordt uitgevoerd zoals de gemeente dat voor ogen staat en of er voldoende inhoudelijk en financieel toezicht is op het uitvoeren van deze taak.

 

Kaders

De Wet gemeenschappelijke regeling (Wgr) is er ook op gericht de invloed van de raad op het samenwerkingsverband sterk te maken. Enkele  belangrijke punten zijn:

  • De algemene en financiële kaders voor het volgende begrotingsjaar moeten door het samenwerkingsverband uiterlijk vóór 15 april aangeboden worden aan de raden van de deelnemers (artikel 34b Wgr). Voor de gemeente Montferland betekent dit dat deze informatie beschikbaar tijdens de behandeling van de Kadernota;
  • De jaarrekening en het verslag van de accountant moet eveneens uiterlijk 15 april worden aangeboden aan de raad;
  • De termijn waarbinnen de raad een zienswijze kan indienen op de ontwerpbegroting van een samenwerkingsverband is acht weken. De vastgestelde begroting van het samenwerkingsverband moet daarom uiterlijk 1 augustus toegezonden worden aan de provincie. In de praktijk betekent dit overigens dat in verband met het zomerreces dat de huidige termijn van 6 weken uitgangspunt blijft;
  • Lokale rekenkamers en rekenkamercommissies kunnen ook onderzoek doen bij samenwerkingsverbanden die op grond van de Wgr zijn ingesteld;
  • Een bestuur van een samenwerkingsverband kan de overgedragen bevoegdheden niet zelf uitbreiden;
  • Bij een openbaar lichaam dat uitsluitend is ingesteld door de raad, is het niet toegestaan dat leden van het college zitting nemen in het algemeen bestuur;
  • Een nieuwe samenwerkingsvorm is ingevoerd: de bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO).

In het Coalitieprogramma 2018-2022 is o.a. voor het samenwerken in gemeenschappelijke regelingen en/of andere samenwerkingsverbanden een aantal uitgangspunten opgenomen namelijk:  de oriëntatie van de inwoners  is leidend, helder, de te leveren resultaten moeten transparant en navolgbaar zijn met duidelijke prestatieafspraken en een zo hoog mogelijk democratische legitimiteit. Wij willen u in 2019 een nieuwe nota Verbonden Partijen, de huidige stamt uit 2012, aanbieden waarin die uitgangspunten zijn uitgewerkt.

 

Indexeringsmethodiek begroting gemeenschappelijke regelingen

De Achterhoekse gemeenten passen één gemeenschappelijk systeem van indexering voor de begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen toe.  Als norm voor de beoordeling passen we de prijsontwikkeling van het bruto binnenlands product toe. Deze prijsontwikkeling wordt ook gebruikt bij de basisindexatie van het gemeentefonds en wordt in de circulaires van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gepubliceerd.

De prijsontwikkeling van het bruto binnenlands product voor het jaar 2019 is geraamd op 1,60%. Deze raming is, aldus de septembercirculaire 2017, gebaseerd op de geactualiseerde middellange termijn raming 2019-2022 van het Centraal Plan Bureau.

Dit betekent dat de gemeentelijke bijdrage voor 2019 maximaal met genoemde percentage mag stijgen ten opzichte van die van 2018.

 

Procedure zienswijzen begrotingen gemeenschappelijke regelingen

Bij alle gemeenschappelijke regelingen stelt het algemeen bestuur de begroting vast. College en gemeenteraad hebben vooraf de mogelijkheid een zienswijze op de begroting te geven. De procedures van de diverse gemeenschappelijke regelingen lopen, ondanks de verruiming, qua tijdsperiode niet parallel aan elkaar en aan die van de reguliere besluitvormingsprocedure van de gemeenteraad. Er is daarom een extra raadsvergadering medio juni gepland met een specifieke advies- en besluitvormingsprocedure. In deze procedure adviseert de Auditcommissie de gemeenteraad een zienswijze in te dienen of niet en of daarvoor de extra geplande raadsvergadering daarvoor gebruikt moet worden.

 

De Auditcommissie en uiteindelijk de gemeenteraad doen dit op basis van een door het college vastgestelde notitie waarin kort en bondig geïnformeerd wordt over:

  • belangrijke beleidsinhoudelijke ontwikkelingen die aanleidingen geven tot aanpassing van de koers van de regeling
  • de gevolgen voor de financiën en/of financiële bijdrage
  • financiële kerngegevens als verdeelsleutel financiële bijdrage, het bedrag per eenheid en het totaal, de reserve- en schuldpositie en de risico’s en de beheersing daarvan
  • concept advies zienswijze. 

 Voor de begrotingen 2019 zijn geen zienswijzen ingediend.

Bestuurlijk belang - bezetting bestuurszetels

De benoeming van een bestuurslid kan een bevoegdheid van de raad (raadsregeling) zijn of van het college (collegeregeling).

 

Gemeenschappelijke regelingen

Programma

Burgemeester de Baat

Wethouder Som

Wethouder Sinderdinck

Wethouder van Leeuwen

Wethouder Gerritsen

Wethouder Mijnen

 

Raadslid

Regio Arnhem Nijmegen (C)

1,2 en 4

bestuur pfo economie   pfo mobiliteit en pfo duurzaamheid pfo wonen    

Euregio Rijn-Waal (R)

1

lid euregioraad plv lid euregioraad         euregioraad 2 leden + 2 plv leden

Euregio Gronau (R)

1

            AB 3 leden + 1 plv lid

Omgevingsdienst Achterhoek (C)

3

      plv AB AB+DB    

Reinigingsdienst de Liemers (R)

3

      plv AB AB+DB   AB 3 leden + 3 plv leden

Vervoersorganisatie regio Arnhem Nijmegen (C)

3 en 7

    plv bestuur bestuur      

GGD Gelre IJssel (C)

5 en 6

    AB     plv AB  

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers (C)

6

AB en BC         plv AB  

Huisvesting Voortgezet Onderwijs in de Liemers (C)

6

  plv AB       AB  

Veiligheidsregio Noord en Oost Gelderland (C)

7

AB       plv AB    

Laborijn (C)

8

  AB+DB AB     plv AB  

Stadsbank Oost Nederland (C)

8

  plv AB AB+DB        

Vennootschappen en coöperaties

Alliander (C)

Alg

 

AA

plv AA    

 

 

Vitens (C)

Alg

 

AA

plv AA    

 

 

Bank Nederlandse Gemeenten (C)

Alg

 

AA

plv AA    

 

 

CV AGEM (C)

3

 

 

  AL plv AL

 

 

NV Cultuur Centrum Amphion (C)

6

 

plv GV

     

GV

 

Overige

Samenwerkingsovereenkomst West Achterhoek (C)

4

 

 

 

 

stuurgroep

 

 

 

Legenda

AA

afgevaardigde algemene aandeelhoudersvergadering

AB

algemeen bestuur

AL

afgevaardigde algemene ledenvergadering

BC

bestuurscommissie

(C)

benoemd door het college

DB

dagelijks bestuur

(R)

benoemd door de raad

GV

gemeentelijk vertegenwoordiger

plv

plaatsvervangend

Gemeenschappelijke regelingen

 

Gemeenschappelijk Orgaan Regio Arnhem Nijmegen gevestigd te Arnhem

Financieel belang

De deelnemende gemeenten dragen bij op basis van het aantal inwoners (per 1 januari voorgaand kalenderjaar).

 

Jaarrekening 2016

Jaarrekening 2017

Begroting 2019

-       saldo van baten en lasten

€ 58.194

€ 10.528 -

€ 0

-       gerealiseerd resultaat

€ 58.194

€ 10.528 -

€ 0

-       eigen vermogen

€ 0

€ 58.194

€ 0

-       vreemd vermogen

€ 0

€ 0

€ 0

-       oordeel accountant

goedkeurend

goedkeurend

n.v.t.

-       bijdrage per inwoner

€ 1,50

€ 1,50

€ 0,88

-       idem totaal

€ 52.728

€ 52.761

€ 20.665

Risico’s

Er kan nog geen nauwkeurig financieel beeld gegeven worden. Een evaluatie is nog gaande. Eind van dit jaar zal dan ook pas een doorkijk mogelijk zijn van na 2018.

 

Euregio Rijn-Waal gevestigd te Kleve (Duitsland)

Financieel belang

De bijdrage van de deelnemende gemeenten is gebaseerd op het aantal inwoners.

 

Jaarrekening 2016

Begroting 2017

Begroting 2018

-       saldo van baten en lasten

€ 45

€ 9.429

€ 3.906

-       eigen vermogen

€ 1.315.072

€ 1.307.696

n.v.t.

-       vreemd vermogen

€ 1.202.609

n.v.t. 

n.v.t.

-       oordeel accountant

goedkeurend

n.v.t.

n.v.t.

-       bijdrage per inwoner

 

 

 

-       idem totaal

€ 7.200

€ 7.200

€ 7.200

Risico’s

Geen informatie.

 

Euregio gevestigd te Gronau (Duitsland)

Financieel belang

De bijdrage van de deelnemers is gebaseerd op het aantal inwoners.

 

Jaarrekening 2016

Jaarrekening 2017

Begroting 2018

-       saldo van baten en laste1.202.609n

€ 1.307.696

€ 299.570

€ 49.269

-       eigen vermogen

€ 0

€ 1.307.696

€ 1.123.936

-       vreemd vermogen

€ 35.629.718

€ 47.295.495

 

-       bijdrage per inwoner[1]

€ 0,29 minus 10%

€ 0,29 minus 10%

€ 0,29 minus 10%

-       idem totaal

€ 9.174

€ 9.180

€ 9.218

Risico’s

De financiële risico’s zijn geïnventariseerd met behulp van een risicotabel. Hieruit blijkt dat de risico’s matig zijn en zich beperken tot personeelskosten en financiële afwikkeling van Interreg IV A-projecten van circa € 2,1 miljoen.

Vanaf 2019 wordt er van uitgegaan dat de INTERREG projecten UNLOCK en Grenzeloze Toeristische Innovatie zijn beëindig en dat er geen vervolgprojecten zijn. Om een sluitende begroting met een gelijkblijvend niveau van de lidmaatschapsbijdrage te kunnen presenteren, moet bijzonder aandacht worden gelegd bij het afslanken van het algemeen bedrijfsbeheer.

 

[1] Omdat de gemeente Montferland deelneemt aan twee Euregio ’s ontvangen we een korting van 10% op de inwonersbijdrage.

Omgevingsdienst Achterhoek gevestigd te Hengelo (Gld)

Financieel belang

Met ingang van 2017 is er sprake van outputfinanciering op basis van af te nemen / afgenomen diensten.

 

Jaarrekening 2016

Jaarrekening 2017

Begroting 2019

-       saldo van baten en lasten

€ 345.398

€ 931.774 -

€ 0

-       gerealiseerd resultaat

€ 667.439

€ 96.831 -

€ 0

-       eigen vermogen

€ 300.309

€ 162.142

€ 66.000

-       vreemd vermogen

€ 370.935

€ 359.168

€ 359.000

-       oordeel accountant

Goedkeurend

nog niet bekend

n.v.t.

-       overige bijdragen

€ 316.548

€ 224.826

€ 236.132

Risico's

De ODA heeft de geïnventariseerd en berekende risico’s ultimo 2017 transparant weergegeven. Deze risico's zijn grotendeels normale bedrijfsrisico's.  De ratio weerstandsvermogen is 1,11 en is voldoende (2016 nog 0,92 zijnde matig).

Door diverse oorzaken kan het volume van door de gemeente af te nemen / afgenomen producten/diensten van de ODA groter uitvallen dan ingeschat. Hierdoor ontstaat bij de huidige outputfinanciering het risico van (achteraf) bijbetalen door de gemeente.

 

Reinigingsdienst de Liemers gevestigd te Zevenaar

Financieel belang

De kosten van de RDL worden toegerekend op basis van nacalculatie. De kosten in de begroting vormen de basis voor de voorschotten die de gemeenten Montferland en Zevenaar

betalen, de uiteindelijke afrekening volgt op grond van de jaarrekening.

 

Jaarrekening 2016

Jaarrekening 2017

Begroting 2019

-       saldo van baten en lasten

€ 44.967

€ 0

€ 0

-       gerealiseerd resultaat

€ 0

€ 0

€ 0

-       eigen vermogen

€ 0

€ 0

€ 0

-       vreemd vermogen

€ 0

€ 0

€ 0

-       oordeel accountant

goedkeurend

goedkeurend

n.v.t.

-       bijdrage totaal

€ 1.200.645

 € 1.300.675

€ 1.316.063

Risico’s

De RDL is een puur uitvoerende regeling. De lasten en baten zijn daardoor zeer nauwkeurig te ramen en vast te stellen. Een exploitatieoverschot of –tekort wordt verrekend met de deelnemende gemeenten. De regeling beschikt daarom niet over een algemene reserve.

De vaste activa zijn gefinancierd via een rekening-courant van de gemeente Zevenaar en banksaldi ; eind 2017 is de boekwaarde circa € 1.413.000.

 

Vervoersorganisatie regio Arnhem Nijmegen

Financieel belang

De kosten worden jaarlijks verdeeld:

·         Organisatie o.b.v. van aantal inwoners met een drempelbedrag van € 5.000 per deelnemer

·         Regiecentrale, vraagafhankelijk vervoer o.b.v. gebruik en route gebonden vervoer een vaste vergoeding en o.b.v. gebruik

·         Vervoer o.b.v. gebruik

 

Jaarrekening 2016

Jaarrekening 2017

Begroting 2019

-       saldo van baten en lasten

€ 0

€ 0

€ 0

-       gerealiseerd resultaat

€ 0

€ 0

€ 0

-       eigen vermogen

€ 19.004 -

€ 90.815

n.v.t.

-       vreemd vermogen

€ 0

€ 0

n.v.t.

-       oordeel accountant

 

nog niet bekend

n.v.t.

-       bijdrage totaal

€ 161.787

€ 494.952

€ 606.324

Risico’s

De afbouw van de provinciale subsidie gaat sneller dan de verlaging van kosten door samenwerking binnen de vervoersorganisatie.

De discussie over de verdeelsleutel van de kosten en het ontbreken van ervaringsgegevens van het volledige vervoerpakket veroorzaken een gebrek aan inzicht in de feitelijk kosten en de ontwikkeling daarvan.

De vervoersorganisatie is een zuivere bedrijfsvoeringsregeling. Alle kosten en risico's zijn daarom voor rekening van de deelnemende gemeenten.

 

GGD Noord- en Oost-Gelderland gevestigd te Apeldoorn

Financieel belang

De indeling van de GGD-taken is:

A.    Wettelijke GGD-taken

B.    Wettelijke gemeentelijke taken

C.    Autonome gemeentelijke taken

D.    Externe taken

De gemeentelijke bijdrage voor de A- en B-taken wordt berekend op basis van een bedrag per inwoner.

De C-taken worden aan de gemeente doorberekend op basis van het aantal geleverde producten/diensten tegen de kostprijs.

De D-taken worden doorberekend aan de externe opdrachtgevers.

 

Jaarrekening 2016

Jaarrekening 2017

Begroting 2019

-       saldo van baten en lasten

€ 123.000 -

€ 1.119.000-

€ 0

-       gerealiseerd resultaat

€ 53.000 -

€ 193.000

€ 0

-       eigen vermogen

€ 2.878.000

€ 2 963.000

€ 2.581.000

-       vreemd vermogen

€ 337.000

€ 299.000

€ 300.000

-       oordeel accountant

Goedkeurend

goedkeurend

n.v.t.

-       bijdrage per inwoner

€ 12,75[1]

Publieke GZ €   7,08

Publieke GZ €   7,34

 

 

JGZ             €   6,88

JGZ             €   6,98

 

 

€ 14,02

€ 14,32

-       idem totaal

€ 448.460

€ 492.933

€ 510.123

Risico’s

-       De GGD werkt (volgens afspraak) met een vuistregel. De benodigde buffer (capaciteit) om risico’s op te vangen wordt geschat op een vast % van de omzet. Uit deze rekensom komt € 1.596.000

-       Beschikbaar is € 1.618.000 zodat de ratio weerstandsvermogen 1,01 is. Dit lijkt daardoor redelijk, niet meer dan nodig is.

-       Opgemerkt moet worden dat van de basisproducten 50% van de benodigde weerstandscapaciteit aangehouden moet worden bij de gemeenten (samen € 257.500).

-       Een nieuwe notitie risicomanagement en weerstandsvermogen  is in voorbereiding.

[1] Inclusief de uitkering uit de bestemmingsreserve ontwikkelkosten GGD van € 797.000 in totaal (is € 0,9781 per inwoner).

 


Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers gevestigd te Doetinchem

Financieel belang

De bijdrage van de deelnemende gemeenten is op basis van het aantal meters overgedragen archief. De bijdrage voor de jaren 2019 tot en met 2022 is bepaald op € 131,75 per meter per jaar. Voor Montferland is dat:

 

-       in beheer

565,750 m

 

 

-       collectie

23,345 m

 

 

-       over te brengen t/m 2018

380,625 m

 

 

-       over te brengen 2019-2022

295,250 m

 

 

totaal

1.264,970 m

 

 

Jaarrekening 2016

Jaarrekening 2017

Begroting 2019

-       saldo van baten en lasten

€ 19.422-

€ 39.177-

€ 56.782

-       gerealiseerd resultaat

€ 11.793-

€ 258-

€ 0

-       eigen vermogen

€ 121.584

€54.894

€ 91.072

-       vreemd vermogen

€ 436.445

€ 579.327

€ 305.042

-       oordeel accountant

goedkeurend

nog niet afgerond

n.v.t.

-       bijdrage per meter archief (= inclusief omzetbelasting)

€ 115,00

€ 115,00

€ 131,75

-       idem totaal (exclusief compensabele omzetbelasting)

€ 150.204

€ 150.000

€ 166.660

Risico’s

Een buffer van 10% van de omzet wordt noodzakelijk geacht. De relevante risico’s zijn gering voor het ECAL. Een vermogen van € 20.000 wordt als voldoende geacht. Het eigen vermogen ultimo 2017 dekt ruim twee keer dit bedrag.

 

Huisvesting Voortgezet Onderwijs in de Liemers gevestigd te Zevenaar

Financieel belang

De bijdrage van de deelnemende gemeenten is afhankelijk van het aantal leerlingen van het voortgezet onderwijs dat in gemeente, voor wat betreft het voortgezet onderwijs, is gehuisvest op de teldatum 1 oktober van het voorgaande kalenderjaar. Jaarlijks wordt bij de begroting het aantal leerlingen voor het begrotingsjaar vastgesteld. Daarbij wordt de weging van de soort voortgezet onderwijs in acht genomen. Onder weging wordt verstaan de factor die het Rijk hanteert bij de berekening van de vergoeding per leerling voor huisvestingslasten in de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds.

 

Jaarrekening 2015

Jaarrekening 2017

Begroting 2019

-       saldo van baten en lasten

€ 0

€ 0

€ 0

-       gerealiseerd resultaat

€ 0

€ 0

€ 0

-       eigen vermogen

-

-

-

-       vreemd vermogen

-

-

-

-       oordeel accountant

goedkeurend

 

 

-       bijdrage aan

€ 438.135

€ 440.301

€ 396.857

Risico’s

De verrekening van de werkelijke kosten met de door de afzonderlijke gemeenten Montferland, Duiven en Zevenaar verschuldigde bijdragen aan de gemeenschappelijke regeling geschiedt via de centraal aangehouden “egalisatiereserve huisvesting VO” bij de gemeente Zevenaar.

 

Veiligheidsregio Noord en Oost Gelderland gevestigd te Apeldoorn

Financieel belang

De deelnemende gemeenten dragen vanaf het jaar 2016 bij op basis van het nieuw ontwikkelde verdeelmodel met een overgangsperiode van vier jaren. Het aandeel van Montferland is

2018 4,07%, 2019 4,12%, 2020 4,17% en 2021 4,22%

 

Jaarrekening 2016

Jaarrekening 2017

Begroting 2019

-       saldo van baten en lasten

€ 4.932.755 -

€ 389.288

€ 0

-       gerealiseerd resultaat

€ 211.500 -

€ 929.9100

€ 0

-       eigen vermogen

€ 1.597.331

€ 845.210

€ 1.386.000

-       vreemd vermogen

€ 32.569.466

€ 32.389.418

€ 38.436.000

-       oordeel accountant

goedkeurend

goedkeurend

n.v.t.

-       bijdrage

€ 1.663.328

€ 1.571.690

€ 1.604.991

Risico’s

Op dit moment is landelijk beleid in ontwikkeling over ‘arbeidshygiëne van brandweerlieden’. Naar verwachting komt er een nieuwe brancherichtlijn en moeten nieuwe taken en materialen worden ingevoerd. Deze ontwikkelingen brengen onvermijdelijke verplichtingen met zich mee, die op dit moment niet inzichtelijk zijn. In het land worden bedragen genoemd tussen € 800.000 en  € 3,5 miljoen per veiligheidsregio.

Vooruitlopend op de begroting 2019 is de Kadernota 2019-2022 VNOG toegezonden. In deze Kadernota is aangegeven dat dit jaar mogelijk nog wijzigingen op de begroting 2019 kunnen volgen. De evaluatie jaarrekening 2017 en de uitvoering van bestuursopdrachten, voortvloeiend uit de Strategische Agenda 2017-2020, leiden mogelijk tot voorstellen voor bijstelling van de begroting 2019. Mocht het totale pakket aan voorstellen effecten hebben voor de gemeentelijke bijdrage, dan wordt dit voor een zienswijze aan de gemeenten voorgelegd.

 


Laborijn gevestigd te Doetinchem

Financieel belang

De uitvoeringslasten worden op basis van twee verdeelsleutels doorberekend n.l.:

1.    sociale werkvoorziening (Wsw) voor alle vier gemeenten: op basis van  het aantal Wsw’ers in fte per gemeente,

2.    niet-Wsw activiteiten voor Aalten, Doetinchem en Oude IJsselstreek:

·         50% op basis van aantal personen dat een uitkering ontvangt uit de gemeente en

·         50% op basis van het aantal inwoners uit de gemeente.

De rijkssubsidie sociale werkvoorziening die de gemeente ontvangt wordt aan Laborijn doorbetaald op basis van de in dienst zijnde Wsw’ers uit de gemeente.

 

Jaarrekening 2016

Jaarrekening 2017

Begroting 2019

-       saldo van baten en lasten

€ 183.000 -

€ 393.000

€ 0

-       gerealiseerd resultaat

€ 342.000

€ 108.000

€ 0

-       eigen vermogen

€ 6.191.000

€ 6.817.000

n.v.t.

-       vreemd vermogen

€ 1.172.000

€ 1.989.000

n.v.t.

-       oordeel accountant

goedkeurend

goedkeurend

n.v.t.

-       dekkingstekort uitvoeringslasten

€ 0

€ 0

€ 0

-       doorbetaling rijkssubsidie

€ 4.331.720

€ 4.138.953

€ 3.561.000

Risico’s

 Laborijn voert meer taken uit voor de andere gemeenten dan de sociale werkvoorzieningen waaraan de gemeente Montferland wel deelneemt. Een uitsplitsing van de bedrijfsvoering en financiële administratie en beheer sociale werkvoorziening en overige is daardoor niet meer mogelijk.

Wij kunnen niet beoordelen in hoeverre de kosten van de bedrijfsvoering t.b.v. de sociale werkvoorziening rechtmatig, doelmatig en doeltreffend zijn.

De risico’s kunnen daardoor ook alleen in totaliteit beschouwd worden. Een herberekening moet nog plaats vinden. Op basis van de oude methode is een benodigd weerstandsvermogen berekend op € 4,1 miljoen. De weerstandscapaciteit is € 4,4 miljoen, dus voldoende.

De rijksbijdrage sociale werkvoorziening (onderdeel Participatiewet) wordt afgebouwd. Dit gaat sneller dan de afbouw van het aantal WSW-medewerkers. Dit betekent een oplopend negatief subsidieresultaat.

 


Stadsbank Oost Nederland gevestigd te Enschede

Financieel belang

De gemeente betaald vanaf 1 januari 2016 aan de Stadsbank naar rato van de afgenomen dienstverlening (75%) en het aantal huishoudens (25%).

 

Jaarrekening 2016

Jaarrekening 2017

Begroting 2019

-       saldo van baten en lasten

€ 192.500 -

€ 377.200-

€ 2.800

-       gerealiseerd resultaat

€ 5.700 -

€ 113.200-

€ 0

-       eigen vermogen

€ 1.704.000

€ 1.434.300

€ 1.323.900

-       vreemd vermogen

€ 3.102.700

€ 3.334.900

€ 2.698.300

-       oordeel accountant

Goedkeurend

goedkeurend

n.v.t.

-       bijdrage/kosten:

 

 

 

standaard dienstverlening

€ 120.610

€ 124.059

€ 150.474

beschermingsbewind

 

€ 31.762

€ 54.029

€ 51.325

bestaanskosten

€ 132.655

€ 139.992

€ 138.937

additionele dienstverlening

€ 3.314

€ 3.835

€ 1.812

totaal

€ 288.341

€ 321.915

€ 342.548

Risico’s

De kaders voor het weerstandsvermogen en de risicobeheersing zijn in de beleidsnota "Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Stadsbank Oost Nederland 2016-2019" vastgesteld. Periodiek wordt een integrale risicoanalyse gemaakt. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in een ratio. Een ratio tussen 1,0 en 1,4 wordt als voldoende gekwalificeerd.

Ultimo 2017 is het ratio 1,27; als het voorstel tot dekking van het jaarrekeningsaldo over 2017 van € 113.200 ten laste van de algemene reserve wordt aangenomen komt de ratio uit op 1,12. Eind 2019 wordt een ratio van 1,1 verwacht.

Het bestaande financiële verrekenmodel is complex en vergt veel administratieve en technisch verwerkingstijd. Er wordt daarom een nieuw financieel model ontwikkeld. Gesteld wordt dat een nieuw model niet tot kostenverhoging bij gemeenten mag leiden. Risico op verschuiving is echter aanwezig.

 

Vennootschappen en coöperaties

 135.041.000Alliander gevestigd te Arnhem

Financiën

Jaarverslag 2015

Jaarverslag 2016

Jaarverslag 2017

-       aandelen

o    aantal

o    waarde

491.120 =0,36%

€ 5,00

491.120 =0,36%

€ 5,00

491.120 =0,36%

€ 5,00

-       jaarresultaat

€ 234.800.000

€ 282.000.000

€ 203.000.000

-       dividenduitkering

o    per aandeel

 

€ 0,62

 

€ 0,759

 

€ 0,669

o    totaal

€ 305.166

€ 372.662

€ 328.502

-       eigen vermogen

€ 3.687.000.000

€ 3.864.000.000

€ 3.942.000.000

-       vreemd vermogen

€ 2.970.000.000

€ 3.308.000.000

€ 3.393.000.000 

-       solvabiliteit

56%

58%

57%

 

Vitens gevestigd te Zwolle

Financiën

Jaarverslag 2015

Jaarverslag 2016

Jaarverslag 2017

-       aandelen

o   aantal

o   waarde

 

34.716 =0,601%

€ 1,00

 

34.716 =0,601%

€ 1,00

 

34.716 =0,601%

€ 1,00

-       jaarresultaat

€ 55.400.000

€ 48.500.000

€ 47.700.000 

-       dividenduitkering

o    per aandeel

 

€ 3,83

 

€ 3,36

 

€ 3,30

o    totaal

€ 132.962

€ 116.646

€ 114.562

-       eigen vermogen

€ 471.700.000

€ 489.100.000

€ 533.700.000  

-       vreemd vermogen

€ 1.026.000.000

€ 1.048.500.000

€ 973.300.000 

-       solvabiliteit

27,5%

28,1%

30,9% 

 

Bank Nederlandse Gemeenten gevestigd te Den Haag

Financiën

Jaarverslag 2015

Jaarverslag 2016

Jaarverslag 2017

-       aandelen

o    aantal

o    waarde

 

19.756 =0,035%

€ 2,50

 

19.756 =0,035%

€ 2,50

 

19.756 =0,035%

€ 2,50

-       jaarresultaat

€ 226.000.000

€ 369.000.000

€ 393.000.000

-       dividenduitkering

o    per aandeel

o    totaal

 

€ 1,02

€ 20.151

 

€ 1,64

€ 32.400

 

€ 2,53

€ 49.982

-       eigen vermogen(exclusief hybride kapitaal)

€ 3.739.000.000

€ 3.753.000.000

€ 4.220.000.000

-       vreemd vermogen

€ 145.348.000.000

€ 149.514.000.000

€ 135.041.000.000

-       solvabiliteit (Trier 1-ratio conform de Basel II regelgeving)

27%

32%

37%

 

Achterhoekse Groene Energie Maatschappij (coöperatie u.a.)

Financieel belang

De gemeente heeft een startkapitaal ingebracht van € 105.000 in een periode van vijf jaren (2012 tot en met 2016).

 

 

Jaarverslag 2014

Jaarverslag 2015

Jaarverslag 2016

-       jaarresultaat

€ 247.732 -

€ 245.698 -

€ 115.588 -

-       eigen vermogen

€ 387.414

€ 228.944

€ 126.783

-       vreemd vermogen

€ 0

€ 0

€ 0

-       oordeel accountant

goedkeurend

goedkeurend

goedkeurend

De AGEM heeft het jaarverslag 2017 nog niet opgesteld.

N.V. Cultureel Centrum Amphion te Doetinchem

Financiën

Jaarrekening 2015

Jaarrekening 2016

Jaarrekening 2017

-       aandelen

o    aantal

o    waarde

 

22

€ 450

 

22

€ 450

 

22

€ 450

-       jaarresultaat

€ 57.534 - € 55.792

€ 111.992-

-       eigen vermogen

€ 409.309 €465.101

€353.109

-       vreemd vermogen

€ 51.116 € 36.414

€ 24.147

 

Overig

Samenwerkingsovereenkomst bedrijventerreinen West Achterhoek

Financieel belang

De gemeenten zijn verantwoordelijk en dragen financiële risico’s bij een negatieve grondexploitatie na verevening tussen RBT en EBT volgens de verdeelsleutel:

 

·         Doetinchem

·         Montferland

·         Oude IJsselstreek

·         Bronckhorst

35%

25%

20%

20%

 

Jaarrekening 2016

Jaarrekening 2017

Begroting 2019

-       verwacht verlies A18 Bedrijventerrein Doetinchem

 

 

€ 7.960.000

 

 

€ 13.900.000

 

 

€ 13.900.000

-       storting in verliesvoorziening A18 Bedrijventerrein (25%)

 

 

€ 1.968.000

 

 

€ 3.468.000

 

 

€ 3.468.000

 

Paragraaf F. Grondbeleid

1. Missie

We willen een efficiënt en rechtvaardig verloop van activiteiten op de grondmarkt bereiken, met het oog op het realiseren van publieke doelstellingen als bevordering van het maatschappelijk gewenst ruimtegebruik, het bevorderen van een rechtvaardige verdeling van kosten en opbrengsten bij gebiedsontwikkeling en het verhogen van de kwaliteit van het ruimtegebruik, de zeggenschap voor de burger en de marktwerking op de grondmarkt.

2. Context en achtergronden

Gemeentelijk grondbeleid

De hoofdlijnen van het gemeentelijk grondbeleid zijn vastgesteld in de Nota Grondbeleid 2011. In deze nota wordt nader ingegaan op:

  1. Een visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van de doelstellingen van de programma's die zijn opgenomen in de begroting;
  2. een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid uitvoert;
  3. een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie;
  4. een onderbouwing van de winstneming;
  5. de beleidsuitgangspunten betreffende de reserves voor grondzaken in relatie tot de risico's voor de grondzaken.

 

Het grondbeleid heeft met name grote invloed op programma 2 Ruimtelijke ontwikkeling, programma 3 Beheer leefomgeving en programma 4 Economie en toerisme. De geformuleerde ambities vertalen zich vaak in een vraag naar ruimte en daarmee dus ook naar een vraag over de verdeling van gronden.

 

Daarnaast heeft het grondbeleid een grote financiële impact. Het gaat in het grondbeleid om grote belangen en grote hoeveelheden geld. De eventuele baten, maar vooral de financiële risico's zijn van belang voor de algemene financiële positie van de gemeente. Een belangrijk uitgangspunt is, dat de gemeente afhankelijk van de financiële risico’s en eigendomsverhoudingen voor een actief of een faciliterend grondinstrument kiest. Zo zal op uitbreidingslocaties bij voorkeur een actief beleid worden gevoerd. Voor herstructurerings- en inbreidingslocaties zal meer gebruik worden gemaakt van de mogelijkheden, die de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de daarin opgenomen afdeling grondexploitatie te bieden heeft. De gemeente zal in die gevallen over het algemeen een (actieve) faciliterende insteek kiezen en de kaders stellen.

 

Bij een faciliterend grondbeleid moeten de gemaakte kosten worden verhaald op de grondontwikkelaar. Waar noodzakelijk kan de gemeente binnen de beschikbare financiële bandbreedte een bijdrage leveren.

 

De besluitvorming over ontwikkelingslocaties vindt daarom plaats op basis van de volgende overwegingen:

  • Wat wil de gemeente bereiken?
  • Kunnen de beoogde doelen gehaald worden?
  • Wat kan de gemeente financieel en organisatorisch aan?
  • Hoeveel risico kan en mag de gemeente lopen in relatie tot het weerstandsvermogen?
  • Over welke grondposities beschikt de gemeente en over welke posities kan de gemeente beschikken?

 

Planning & control grondexploitatie

Gebiedsontwikkeling en het voeren van een grondexploitatie gaat in fasen en heeft een

(door)looptijd van meerdere jaren. Het past daardoor niet goed in de jaarlijkse budgetcyclus. Gelet op de grote financiële impact is planning & control binnen de grondexploitatie essentieel.

 

 

In verband hiermee zijn in zowel de nota Grondbeleid 2011 als het Budgetkader College de volgende afspraken gemaakt:

  1. De gemeenteraad stelt voor aanvang van de realisatiefase van een plan de opzet van de

    grondexploitatie vast en stelt dan tevens de benodigde kredieten / budgetten voor de uitvoering van het plan beschikbaar.

  2. De vastgestelde grondexploitaties worden jaarlijks geactualiseerd en verwerkt in de jaarrekening. Door het vaststellen van de jaarrekening, stelt de raad ook de (herziende) exploitatieopzetten vast evenals de eventuele bijstelling van de kredieten / budgetten grondexploitatie.
  3. Voor het in ontwikkeling nemen van gronden is in de begroting een budget ten aanzien van voorbereidingskosten opgenomen.
  4. Het college kan strategische grondaankopen doen. Hiertoe is in de begroting een jaarbudget opgenomen van € 500.000.
  5. Met in achtneming van de budgethouders regeling wijst het college op basis van de (herziene) grondexploitaties de jaarbudgetten toe aan de budgethouders binnen de door de raad gestelde budgettaire kaders.
  6. Binnen de grondexploitatie wordt actief risicomanagement gevoerd door:
    • De uitgangspunten van de planexploitatie continu te monitoren en zo nodig voorstellen tot bijstelling te doen;
    • risicobeheersing standaard onderwerp van gesprek te maken bij projectgroep overleg;
    • de onderdelen van de planontwikkeling realistisch in te schatten;
    • activiteiten in het planontwikkelingsproces te toetsen aan vastgestelde financiële kaders en het planresultaat te toetsen aan de mogelijkheden en onmogelijkheden met betrekking tot het weerstandsvermogen van de gemeente.

 

Grondprijsbeleid

Bij gemeente Montferland past marktconforme uitgifteprijzen toe. In de programmabegroting wordt jaarlijks een voorstel gedaan de uitgifteprijzen aan te passen en vast te stellen voor de lopende exploitaties.

De vergelijkingsmethode (vaste prijs per m2) geldt in principe voor grondgebonden woningen en bedrijventerreinen. Voor woningbouw wordt onderscheid gemaakt in sociale / betaalbare woningbouw en overige woningen. Bij stapelbouw (woningbouw en commerciële ruimten) wordt de grondprijs situationeel bepaald met gebruikmaking van de residuele methode c.q. grondquote.

Bij nieuwe exploitaties worden eventuele afwijkende uitgifteprijzen ter vaststelling aan u voorgelegd. Hierbij kunnen de prijsmethodieken en prijsdifferentiaties aan de orde komen (te denken valt aan ligging, oppervlaktes, bestemming en andere waarde bepalende factoren). De afgelopen jaren is de afwijkende methodiek toegepast voor P.370 Kerkwijk.

De uitgifteprijzen per m2 met prijspeil 2019 en exclusief belastingen zijn:

Woningbouw vast (sociaal) € 175,00  (was € 175)
Woningbouw vast (overig) € 231,00 (was € 231,00)

Woningbouw gedifferentieerd (Kerkwijk)

€ 251,50 (was € 251,50)
Bedrijventerrein (Matjeskolk)  € 105,00 (was € 129,00)
Bedrijventerrein (EBT) € 124,00 (was € 129,00)
Bedrijventerrein (DocksNLD) € 125,00  (was € 125,00)

 

Winst- en verliesneming

Bij de jaarrekening wordt de grondexploitatie per complex geactualiseerd en - indien van toepassing - worden de ramingen van de nog te verwachten lasten en baten bijgesteld. De geraamde verliezen worden verantwoord op het moment dat deze voorzienbaar en onafwendbaar zijn. Er wordt dan per balansdatum een voorziening 'verlies' gevormd. Tot en met 2016 werd op basis van het voorzichtigheidsbeginsel de winst van een complex genomen en verantwoord als deze was gerealiseerd.

Met ingang van 2017 dient volgens de richtlijnen van het BBV de geraamde winst van een complex tussentijds te worden genomen op basis van het realiteitsbeginsel.

Voor winstneming geldt de methode "Percentage of Completion". Voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd wordt tussentijds winst genomen naar rato van de voorgang van de grondexploitatie.

 

De tussentijdse winstneming is een waarde correctie die leidt tot een neerwaartse bijstelling van de waarde van het complex en wordt door toekomstige opbrengsten geëgaliseerd.

Tussentijdse winstneming is alleen aan de orde indien voldaan wordt aan de volgende drie randvoorwaarden, namelijk:

  • Het resultaat op de grondexploitatie kan betrouwbaar worden ingeschat; én
  • De opbrengsten zijn voldoende zeker;
  • De nog te maken kosten en risico's zijn goed in te schatten.

Weerstandsvermogen

Ten behoeve van de grondexploitaties zijn twee reserves gevormd, zijnde:

 

Reserve grondexploitatie

die wordt gevoed door de gerealiseerde winsten van de complexen en kent een ondergrens van € 1 mln. en een bovengrens van € 3 mln.

 

Reserve Masterplan

die dient ter (gedeeltelijke) dekking van het tekort van het Masterplan Centrum ’s-Heerenberg;
Binnen de algemene reserve zijn middelen geoormerkt, die kunnen dienen als buffer voor het opvangen van risico’s. De risico’s in de grondexploitatie moeten, indien het saldo van de reserve grondexploitatie onvoldoende is, mede hieruit gedekt worden.

 

 

3. Kaderstellende (beleids)nota's

  • Raadsprogramma 2014 - 2018
  • Nota Grondbeleid 2011
  • Budgetkader College
  • Nota reserves en voorzieningen 2015
  • De structuurvisie Montferland
  • De structuurvisie Didam
  • Het Masterplan Centrum ’s-Heerenberg
  • Het Masterplan Centrum Didam
  • De vigerende bestemmingsplannen

4. Doelstellingen

Het grondbeleid is geen doel op zich. Het is een instrument om andere gemeentelijke beleidsvelden (programma’s) te ondersteunen. Binnen de kaders van het gemeentelijk grondbeleid moeten op economisch verantwoorde wijze onroerende zaken worden beheerd en (nieuwe) bouwlocaties worden (her)ontwikkeld. En wel op een zodanige manier dat ruimtelijk beleid en sectoraal beleid op het gebied van wonen, werken en recreëren kunnen worden gerealiseerd.

5. Ontwikkelingen

Economische situatie en meerjarenperspectief

De economie groeit in 2019 door in een bovengemiddeld tempo, net als in 2017 en 2018 het geval was. De consumptie van huishoudens, de overheidsbestedingen, uitvoer en bedrijfs- en woninginvesteringen dragen hieraan bij. De werkloosheid daalt in 2019 verder naar een historisch laag niveau van 3,5%. Hogere arbeidskosten en de verhoging van het lage btw-tarief werken door in een hoger inflatiecijfer. Door (vooral fiscale) maatregelen uit het Regeerakkoord stijgt de doorsnee statische koopkracht niettemin met 1,3% in 2019 (bron CPB).

 

In lijn met de economische groei is de tendens van een toegenomen interesse in woning- en bedrijfskavels goed te verklaren.

Deze tendens heeft in 2017 reeds geresulteerd in de verkoop van een groot aantal woningbouw kavels. Geconcludeerd kan worden dat, op hoofdlijnen, de uitgifte van kavels conform planning verloopt en dat op de middellange termijn ook mag worden verondersteld dat deze lijn zich zal voortzetten.

 

Als gevolg van de verkoop van woningbouwkavels en de beperkte toevoeging van nieuwe kavels daalt het aanbod logischerwijs.

Het verwachte totaal aanbod per 1-1-2019 van 156 beschikbare woningbouw kavels zal naar verwachting met enkele jaren zijn uitgegeven. Op de middellange termijn zal, naast de mogelijkerwijs nieuw toe te voegen locaties, enkel in Kerkwijk nog woningbouw kavels kunnen worden aangeboden.    

 

Het totaal van de verwachte exploitatieresultaten wordt in de begroting 2019 geprognosticeerd op: € 16,732 mln. (tabel exploitatieresultaten per complex, zie uitgebreide toelichting) - € 10,758 mln. (P.840 DocksNLD verevening met A18 Bedrijvenpark te Doetinchem, conform SOK) is € 5,974 mln.

 

Bouwgrond in exploitatie (BIE)

Hieronder wordt ingegaan op de in exploitatie genomen gronden gesplitst in woningbouw, Masterplan Centrum 's-Heerenberg en bedrijventerreinen. Het resultaat en de prognose zijn per complex gespecificeerd in de tabellen 1 en 2 "Financiële bijlagen grondexploitatie".

 

Woningbouw

In 2018 zijn 15 complexen voor woningbouw actief, inclusief de nog resterende twee complexen behorende tot het Masterplan Centrum 's-Heerenberg. In totaal wordt een batig saldo geraamd van

€ 0,901 mln. Het exploitatieresultaat is per complex opgebouwd door het salderen van de kolommen "Waardecorrectie 2019" en "Verwacht resultaat" (zie hoofdstuk 6, tabel 1). Hieronder lichten we één complex toe met enkele specifieke risico's:

 

P.370 Kerkwijk-Didam

De ontwikkeling van de woonwijk Kerkwijk is al enige tijd in ontwikkeling en heeft sinds december 2010 een actieve grondexploitatie.

 

Vanwege een omvangrijke wijzigingen in de planvorming (aanpassing omvang plangebied en een herverkaveling) is de geactualiseerde grondexploitatie ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad (geplande behandeling september 2018).  

 

In deze geactualiseerde grondexploitatie maakt de oorspronkelijke fase 8 van circa 1 hectare en een gedeelte van fase 1 van circa 0,5 hectare geen onderdeel meer uit van de grondexploitatie. Geraamde bedragen voor zaken als het bouw- en woonrijpmaken, plankosten en andere investeringen, maar ook de opbrengstpotentie zijn hierdoor gewijzigd.

 

De actualisatie van de grondexploitatie van Kerkwijk komt als gevolg van de diverse wijzigingen uit op een negatief exploitatieresultaat van € 247.291 Netto Contante Waarde (NCW). In de oorspronkelijke opzet met de gehele fase 1 en 8 was de het exploitatieresultaat rond nihil (cijfers jaarrekening 2017). De toename van het verlies wordt in hoofdzaak veroorzaakt doordat circa 1,5 hectare minder grond wordt uitgegeven.

 

Conform de BBV voorschriften dient op voorhand een voorziening getroffen te worden voor een tekort. Het tekort kan worden gedekt door een onttrekking aan de reserve grondexploitatie.

 

De twee voornaamste risico’s bij de ontwikkeling van Kerkwijk zijn het achterblijven op de gestelde uitgifteprognose en een verstoring in de samenwerking met de ontwikkelende partijen. Indien de uitgifte van woningbouwkavels achterblijft op de gestelde prognose dan lopen kosten zoals rente en interne uren op. Om dit risico beheersbaar te maken is ingezet op een uitgifte van circa 20 woningen per jaar (voorraad van 137 woningbouwkavels per 1 jan. 2018 - looptijd Kerkwijk 7 jaar). Een verstoring in de samenwerking resulteert in het oplopen van plankosten en een mogelijke vertraging in de uitgifte. De samenwerking met ontwikkelende partijen is vastgelegd middels een gesloten Bouwclaim overeenkomst. Het vast hebben liggen van afspraken geeft zekerheid, maar garanties zijn er niet vandaar dat de samenwerking met de ontwikkelende partijen een risico is.  

 

 

 

Masterplan Centrum 's-Heerenberg

Na de vaststelling van het Masterplan Centrum ’s-Heerenberg (door de raad van de voormalige gemeente Bergh op 5 maart 2003) wordt sinds vele jaren met veel inzet gewerkt aan de uitvoering van de diverse deelgebieden. Nagenoeg alle deelgebieden zijn inmiddels afgerond. Enkel in de deelgebieden 7 en 9 is de gemeente nog actief grond aan het uit geven. Het betreft hier de locaties Emmerikseweg en Stadspark Noord.

 

Naar verwachting zal binnen het complex Emmerikseweg (P.504) in 2018 het laatste woningbouw kavel worden verkocht waarna aansluitend in 2019 de laatste werkzaamheden rondom het woonrijp staan gepland.

 

Voor het complex Stadspark Noord  (P.507) worden thans afspraken gemaakt met een ontwikkelaar over de afname van alle 11 woningbouwkavels voor de realisatie van 11 grond gebonden woningen. Het betreft hier een 2^1 kap woning en 9 levensloop bestendige woningen (blok van 6 en 3 aaneengesloten woningen,  alle 1 bouwlaag met kap). De afname van de grond zal naar verwachting in 2018 plaats vinden waarna, na de realisatie van de woningen in 2019, de afrondende werkzaamheden voor wat betreft het woonrijp maken zullen plaats vinden.     

 

Voor het Masterplan Centrum ’s-Heerenberg wordt bij afsluiting in 2019 een voordelig resultaat verwacht van € 97.000.

 

Bedrijventerreinen

In 2018 zijn 3 complexen voor bedrijventerreinen actief. In totaal wordt een batig saldo geraamd

van € 8,387 mln. Het exploitatieresultaat is per complex opgebouwd door het salderen van de

kolommen "Waardecorrectie 2019", "Verwacht resultaat" en “Genomen Winst” (zie hoofdstuk 6). Hieronder lichten we de drie bedrijvencomplexen toe:

 

P.810 Euregionaal bedrijventerrein

Met enkele partijen worden gesprekken gevoerd. De verwachting is dat minimaal 1 kavel zal worden verkocht in 2018. Vanwege de beperkte lasten zijn geen risico’s aanwezig anders dan het algemeen omschreven risico van het RPW zoals benoemd aan het einde van dit hoofdstuk. In 2018 zal naar verwachting de winstneming neerwaarts moeten worden bijgesteld met € 162.000. In 2019 kan naar verwachting € 152.000 euro aan winst worden genomen. 

 

P.830 Matjeskolk

Met enkele partijen is al geruime tijd contact over de afname van kavels. De verwachting is dat in 2018 minimaal 1 kavel wordt verkocht. Vanwege de beperkte lasten (lage rentelasten) zijn geen risico’s aanwezig anders dan het algemeen omschreven risico van het RPW zoals benoemd aan het einde van dit hoofdstuk.

 

P.840 DocksNLD

De gemeenten Bronckhorst, Doetinchem, Montferland en Oude IJsselstreek hebben een Samenwerkingsovereenkomst Bedrijventerrein West-Achterhoek gesloten voor het ontwikkelen van het A18 Bedrijvenpark en DocksNLD. De resultaten van beide terreinen worden onderling verevend. In de overeenkomst is vastgelegd, dat de exploitaties minimaal sluitend moeten zijn en het voordelig resultaat in het zogenaamde HRT-fonds wordt gestort. Uit het fonds, waarin de provincie Gelderland €10 mln. heeft gestort, worden Herstructurering-, Revitalisering- en Transformatieprojecten gefinancierd. De gemeente Montferland heeft een trekkingsrecht van 25% uit dit fonds.

 

Het bedrijventerrein DocksNLD zal naar verwachting in 2018 geen grond verkopen. De verwachting is dat in 2019 wel grond wordt verkocht. In de loop van 2019 lopen immers 2 opties af waardoor  het risico voor de optiehouders aanwezig is dat indien ze niet overgaan tot de aankoop van de grond de grond wordt verkocht aan een derde. De mogelijkheid om de bedrijfsvoering geclusterd uit te breiden vervalt dan.

Vanwege de beperkte lasten (lage rentelasten) zijn geen risico's aanwezig voor het bedrijventerrein DocksNLD.

 

A18 Bedrijvenpark

Met betrekking tot het A18 Bedrijvenpark is de geprognosticeerde verkoop jaren op rij achter gebleven.

Wordt sec gekeken naar de grondtransacties van de afgelopen 7 jaren, dan dient gesteld dat de geraamde verkopen van 3 ha per jaar op het A18 Bedrijvenpark niet zijn gerealiseerd. Het gemiddelde is 1,7 ha per jaar.

 

In 2018 is de verwachting dat deze lijn, van het achterblijven van de verkoop van grond op de prognose, wordt doorbroken. In het eerste halfjaar van 2018 is circa 2 hectare uitgegeven. Daarnaast is circa 14 hectare in optie uitgegeven, waarvan verwacht wordt dat circa 2,5 hectare nog in 2018 zal worden verkocht.

 

1e fase (zuidelijke deel)

Het negatieve exploitatieresultaat voor de 1e fase is per 1-1-2018 circa 2,2 mln. Het aandeel van de gemeente Montferland bedraagt conform de gesloten Samenwerkingsovereenkomst Bedrijventerreinen West-Achterhoek 25%, zijnde circa € 0,55 mln.

 

2e fase (noordelijke deel)

Op basis van de boekhoudkundige voorschriften is fase 2 (A18 BP Noord) niet meer in exploitatie. De 2e fase A18 Bedrijvenpark is opgenomen onder de balansrubricering “materiële vaste activa”.  tegen de balanswaarde van € 6,7 mln. (= boekwaarde minus bestaande voorziening) wat neerkomt op € 30 euro per vierkante meter.

 

Het risico blijft aanwezig dat de 2e fase wordt afgewaardeerd. Het verlies voor de 2e fase wordt geraamd op circa € 11,5 mln. uitgaande van een restwaarde van € 6 euro per vierkante meter. Het aandeel van de gemeente Montferland bedraagt conform de gesloten Samenwerkingsovereenkomst Bedrijventerreinen West-Achterhoek 25%, zijnde € 2,9 mln.

 

De verlies voorziening A18 Bedrijvenpark heeft een omvang van circa € 3,5 mln.

 

Algemeen risico bedrijventerreinen - Regionaal Programma Werklocaties

Op 6 februari 2018 hebben GS het Regionaal Programma Werklocaties (RPW) voor de onderdelen kantoren, perifere detailhandel en bedrijventerreinen vastgesteld. Voor het onderdeel bedrijventerreinen komt het er kort samengevat op neer dat er in de regio Arnhem – Nijmegen (18 gemeenten) een over programmering aanwezig is van circa 148 hectare aan bedrijventerreinen. De redenering van de provincie is dat deze overprogrammering de ontwikkeling van nieuwe ontwikkelingen in de weg staat doordat de verplicht uit te voeren ‘RO toets’, zijnde de ladder voor duurzame verstedelijking, niet met succes kan worden doorlopen. De ambitie van de provincie is om per 2021 deze overprogrammering weg te werken door simpelweg bedrijventerreinen uit de markt te nemen. Concreet wordt hierbij de bestemming bedrijventerreinen omgezet in een andere bestemming en zijn kosten zoals bijvoorbeeld de boekwaarde voor de betreffende gemeente. Door een zogeheten voorzienbaarheid te creëren zijn er ook geen kosten te verhalen op de provincie.

 

Overeenkomstig het RPW komt het er voor Montferland op neer dat wij 3,7 hectare aan lokale bedrijventerrein in voorraad mogen hebben per 2021. Het betreft hier zowel particulier als gemeentelijk eigendom waarbij het Integrale Bedrijventerrein Informatie Systeem (IBIS) van de Provincie leidend is. Het bovenregionale bedrijventerrein DocksNLD blijft buiten schot.

 

Per medio 2018 is er volgens IBIS nog circa 5,5 hectare beschikbaar (1 hectare particulier – 4,5 hectare gemeente). Om buiten de verplichte schrapopgave te vallen dient derhalve (gemeente/particulier) tot aan 2021 circa 5,5 hectare – 3,7 hectare = 1,8 hectare te worden verkocht. Conform onze meer jarenprognose is het reëel om te veronderstellen dat enkel de gemeente voor 2021 al 1,8 hectare zal verkopen. Het aanwezige risico is derhalve beperkt van omvang. 

 

6. Financiële bijlagen grondexploitatie

 

Paragraaf G. Lokale heffingen

Beleid

Het beleid is beschreven in het raadsprogramma 2019-2022 en uitgewerkt in de Kadernota 2019, die op 5 juli 2018 door de raad is vastgesteld.

Tarieven

De belastingverordeningen 2019 liggen op 29 november 2018 aan de gemeenteraad ter vaststelling voor. De berekeningen van de belastingopbrengsten is gebaseerd op de tariefvoorstellen uit deze belastingverordeningen 2019. 

In de Kadernota 2019 zijn de uitgangspunten vastgelegd. Eén van de uitgangspunten is een 100% kostendekkend tarief voor de riool- en afvalstoffenheffing. Ingaande 2017 is het Besluit Begroten en Verantwoorden aangepast. Deze aanpassing behelst o.a. het verplicht opnemen van de mate van kostendekking van de volgende tarieven :

  • Afvalstoffenheffing
  • Rioolheffing
  • Marktgelden
  • Begraafrechten
  • Leges

Onroerende zaakbelastingen

De tarieven voor 2019 worden berekend aan de hand van de nieuwe vastgestelde waarde naar peildatum 1 januari 2018. Deze nieuwe waarde zal in februari 2019 vermeld worden op het gecombineerde aanslagbiljet. Naar huidige inzichten zal de gemiddelde vastgestelde waarde bij de woningen 6% hoger zijn dan op de vorige peildatum, bij de niet-woningen is de gemiddelde waarde ongewijzigd. Het verloop van de WOZ-waarde (en het aantal woningen) over de jaren is als volgt.

Tarieven 2019
   
Eigendom woningen  0,1397% van de WOZ-waarde (was 0,1460% van de WOZ-waarde)
Eigendom niet-woningen 0,2144% van de WOZ-waarde  (was 0,2119% van de WOZ-waarde)
Gebruik niet-woningen 0,1727% van de WOZ-waarde (was 0,1708% van de WOZ-waarde)

 

De mutatie in de tarieven dient ter compensatie van de gemiddelde waardestijging met 6% (woningen) en bevatten tevens een (gedeeltelijke) inflatiecorrectie (+1,4%).

 De totale opbrengst onroerendezaakbelastingen is geraamd op € 6.844.000 (was € 6.523.000). Dit is inclusief nieuwbouw van woningen en niet-woningen (areaal ontwikkelingen).

Afvalstoffenheffing

Vanaf 1 januari 2019 kunnen inwoners gratis hun groente-, fruit- en tuinafval (gft) tweewekelijks aanbieden in een aparte container (180 liter). Verwacht wordt dat dit leidt tot minder restafval en een verhoging van de hoeveelheid gft-afval. De duobak kunnen inwoners dan gebruiken voor alleen restafval. Naast het gratis maken van aanbieden van het gft-afval, gaat ook de aanbiedingsfrequentie van het restafval omlaag. Voor hoogbouwbewoners verandert er voorlopig niets.
Het restafval dat wordt ingezameld wordt doorberekend volgens het “Diftar-principe”. Dat betekent dat naast een vast bedrag tevens een bedrag per lediging in rekening wordt gebracht. De tarieven voor hoogbouw worden vooralsnog gebaseerd op de gezinsgrootte.

Onderstaande tabel schets de situatie per 1 januari 2019:

 

GFT-afval

Restafval

PMD

Oud papier

Ledigingsfrequentie

1 x per 2 weken

1x per 3 weken

1 x per 2 weken

maandelijks

Containervolume

nieuwe container van 180 liter

bestaande duobak

geen container maar zakken

papiercontainer

240 liter

Tarief per lediging

gratis

duobak 180 liter € 6,00 per lediging

duobak 280 liter € 8,00 per lediging

gratis

gratis

Onderstaande tabel schets de situatie per 1 januari 2019:

In de berekening van de tarieven voor 2019 is rekening gehouden met:

  • (Gedeeltelijke) leegstand van 628 objecten;
  • Een gemiddeld aantal ledigingen van 8 per jaar (2018: 17 ledigingen);
  • Areaaluitbreiding cf. prognose toename aantal woningen;
  • De inkomstenderving wegens kwijtschelding (ca. € 95.000);
  • Een bijdrage van € 150.000 uit de egalisatiereserve Afvalstoffenheffing (2020: € 75.000; 2021: € 50.000, 2022 e.v.: € 0.

 

Tarieven 2019    
Vast bedrag 280 liter container € 128,00 (was € 104,00)
Bedrag per lediging per 280 liter container (restafval) € 8,00 (was € 3,50)
Vast bedrag per 180 liter container € 128,00  (was € 104,00)
Bedrag per lediging per 180 liter container (restafval) € 6,00 (was € 2,20)
Hoogbouw meerpersoonshuishouden € 172,00 (was € 149,00)
Hoogbouw éénpersoonshuishouden € 158,00  (was € 135,00)

 

De opbrengst afvalstoffenheffing wordt geraamd op € 2.828.000 (was € 2.388.000).

 

    Bedragen x € 1.000
 Directe kosten taakveld    
 Kosten  - 2.739  
 Inkomsten  531  
 Netto directe kosten    - 2.208
     
Toe te rekenen kosten     
Overhead  -313  
 BTW  -457  
 Toe te rekenen kosten   - 770
     
Totale netto kosten   - 2.978
     
 Opbrengst belastingen  2.828  
 Overige opbrengsten (bijdrage egalisatiereserve) 150  
     
 Totale opbrengsten    2.978
     
Dekking   100%

Rioolheffing

Voor de vaststelling van het tarief rioolheffing zijn de volgende elementen van belang:

  • de tariefstijging, zoals vastgesteld in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020 (GRP);
  • de verwachte hoeveelheid waterverbruik;
  • een areaaluitbreiding;
  • de inkomstenderving van kwijtschelding ( € 115.000).

In het GRP 2016-2020 is voor 2019 en 2020 een jaarlijkse verhoging voorzien van 4%

Het tariefvoorstel rioolheffing 2019 wordt als volgt:

Tarief 2019    
Bedrag per kubieke meter waterverbruik € 2,30 per m3 (was € 2,21)

 

De totale opbrengst rioolheffing wordt voor 2019 geraamd op € 4.112.000 (was € 3.978.000).

 

    Bedragen x € 1.000
 Directe kosten taakveld     
 Kosten -3.390  
 Inkomsten  12  
 Netto directe kosten    - 3.378
     
 Toe te rekenen kosten     
 Overhead     -227  
 BTW  -393  
Storting in reserve onderhoud riolering en rioolrenovaties - 114  
  Toe te rekenen kosten    - 734
     
 Totale netto kosten   - 4.112
     
 Opbrengst belastingen  4.112  
 Overige opbrengsten   
     
  Totale opbrengsten    4.112
     
Dekking   100%

 

Hondenbelasting

Overeenkomstig de vastgestelde Kadernota 2019 worden de tarieven hondenbelasting in 2019 met 1,4% verhoogd. 

Het tariefvoorstel hondenbelasting voor 2019 worden als volgt:

Tarief 2019      
Eerste hond € 65,28 (was € 64,38)
Tweede en volgende hond € 93,72 (was € 92,43)
Kennel € 211,65 (was € 208,73)

 

 De totale opbrengst hondenbelasting wordt voor het jaar 2019 geraamd op € 260.000 (was € 248.000).

Toeristenbelasting

In de gemeente Montferland wordt toeristenbelasting geheven ter zake van het houden van verblijf met overnachten in o.a. recreatiebungalows in bungalowparken / op campings, tegen een vergoeding in welke vorm dan ook, door personen die niet in het persoonsregister van de gemeente zijn opgenomen.

Conform raadsbesluit van 30 juni 2016 wordt met ingang van 2017 een bedrag van € 100.000 structureel beschikbaar gesteld voor (top) sportevenementen. De verwachting dat dit bedrag voor € 70.000 gedekt zou worden door een verwachte toename van het aantal overnachtingen is helaas maar ten dele gerealiseerd. Mede gelet op onze verdere impulsen op toeristisch gebied en het feit dat de uitgaven de inkomsten overstijgen stellen wij voor het tarief te verhogen naar € 1,25 per persoon per overnachting.

Het tariefvoorstel toeristenbelasting 2019 wordt als volgt:

Tarief 2019    
Bedrag per overnachting

€ 1,25

(was € 1,00)

 
De totale opbrengst wordt geraamd op € 375.000 (was € 345.000).

Reclamebelasting

Voor het centrum Didam is vanaf 2014 een reclamebelasting ingesteld. Alle ondernemers die een reclame uiting hebben worden in de heffing betrokken. Dit zijn ongeveer 110 belastingplichtigen. Per ondernemer wordt een bedrag van € 404,00 (was € 399,00) in rekening gebracht. Het bedrag gaat minus de kosten naar Stichting ondernemersvereniging Didam.

Rechten en leges

Onder de naam leges worden rechten geheven ter zake van het door de gemeente verlenen van diensten, bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. In de legesverordening is een limitatieve lijst opgenomen van diensten waarover men leges verschuldigd is. Voor de tarieven van leges is, behoudens de leges voor omgevingsvergunning, een algemene verhoging van 1,4% aangehouden ter compensatie van prijsstijgingen. Voor de leges omgevingsvergunningen wordt ingaande 2010 een degressief “variabel legestarief aanvraag omgevingsvergunning” gehanteerd. In het kader van de Kerntakendiscussie 2010 zijn de tarieven in 2011 verhoogd met ca. 20%. Vanaf 2012 zijn de tarieven niet verder verhoogd. Ook voor 2019 stellen we voor geen verdere verhoging door te voeren.

Kostendekkendheid leges

Op 29 november 2018 liggen de legesverordeningen ter vaststelling voor.  In verband met de aanpassingen van de BBV nemen wij ingaande 2017 kostendekkingsoverzichten integraal op in de paragraaf Lokale Heffingen.

Op grond van de huidige wet- en regelgeving en naar aanleiding van jurisprudentie is het niet toegestaan dat de legesopbrengst per titel van de legestabel hoger is dan de kosten van het voortbrengen van de in de leges genoemde dienst.
Kruissubsidiëring in de legesverordening is wel toegestaan. Onder kruissubsidiëring wordt verstaan: het hoger vaststellen van tarieven van leges voor sommige diensten om daarmee de tarieven voor andere diensten laag te kunnen houden. Uit het hierna volgende overzicht blijkt dat we aan de criteria voldoen. Het dekkingspercentage van het totaal van de leges bedraagt 73% (was 88%). De grootste veroorzaker van deze afname betreft de legesopbrengsten van te verstrekken reisdocumenten. Ingaande 2019 is het aantal fors neerwaarts bijgesteld, omdat met ingang van 2014 de reisdocumenten 10 jaar geldig zijn in plaats van 5 jaar. De kosten nemen weliswaar af, maar niet evenredig.

           (- = inkomst cq positief saldo)
Titel Hfdst. Hfdst. Omsch. Directe lasten Overhead Totale lasten Baten Kosten dekking in %
1 Algemene dienstverlening          
  1 Burgerlijke stand 40 14 55 - 62  
  2 Reisdocumenten 333 161 494 - 307  
  3 Rijbewijzen 151 64 215 - 204  
  4 Verstrekkingen uit Wet Basisregistratie Personen 3 1 4 -  12  
  8 Overige publiekszaken 18 1 19 -  21  
  9 Gemeentearchief 1 1 1 -  1  
  10 Winkeltijdenwet 2 1 3    
  11 Kansspelen 2 1 3    
  12 Kabels en leidingen 29 23 53 -  20  
  13 Verkeer en vervoer 22 10 32 -  20  
  14 Leegstandwet       -  1  
  15 Diversen 5   5    
Totaal 1 Algemene dienstverlening 606 279 884 - 648 73%
               
2 Dienstverlening vallend onder Wabo          
  3 Omgevingsvergunning 761 580 1.341 - 1.251  
  7 Planologische maatregelen zonder activiteiten 187 123 309 -  92  
  10 In deze titel niet benoemde beschikking 3 3 6 -  1  
Totaal 2 Dienstverlening vallend onder Wabo 951 705 1.656 - 1.344 81%
               
3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn          
  1 Horeca 16 12 28 -3  
  2 Organiseren evenementen of markten 17 14 31 -2  
Totaal 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn 33  26 59 -5 8%
               
Eindtotaal   1.590 1.010 2.600 - 1.997 77%

 

Hoewel er theoretisch ruimte aanwezig is voor verdere tariefsverhogingen zijn er wettelijke en maatschappelijke begrenzingen aan verdere verhogingen, waardoor het voorstel is om vast te houden aan de huidige mate van kostendekkendheid en geen extra tariefsverhogingen door te voeren.

 

 

Marktgelden

In het gebiedsdeel Bergh kennen we een wekelijkse markt. In Didam heeft de gemeente geen bemoeienis met de wekelijkse markt. In Didam worden uitsluitend leges geheven voor de jaarmarkt. De tarieven worden niet verhoogd. De opbrengst marktgelden wordt voor 2019 geraamd op € 29.000 (was € 32.000). Hiermee is de raming in overeenstemming gebracht met de feitelijke situatie in 2017/2018. 

 

    Bedragen x € 1.000
 Directe kosten taakveld    
 Kosten  - 35  
 Inkomsten  Nvt   
 Netto directe kosten    - 35 
     
 Toe te rekenen kosten     
 Overhead  - 24  
 Toe te rekenen kosten    - 24
     
Totale netto kosten   - 59
     
 Opbrengst belastingen  29  
 Overige opbrengsten  -  
     
  Totale opbrengsten    29
     
Dekking   54%

Rechten begraafplaats

4a de herindeling zijn de tarieven voor de begraafplaatsen van voormalig Bergh en Didam gelijkgetrokken.  In het kader van de Kerntakendiscussie 2010 is besloten tot een trendmatige stijging die uiteindelijk moet leiden tot kostendekkende tarieven. Daarom zijn de tarieven t/m 2015 jaarlijks met 6% verhoogd. Vanaf 2016 vindt een verdere indexering plaats aan de hand van de verwachte inflatie en wel 1,4% voor 2019. Anders dan de verwachting constateren we dat verwachte hausse aan verlengingen uitblijft en ook dat het aantal begraving afneemt. De rechten zijn derhalve maar ten dele kostendekkend.

 

    Bedragen x € 1.000
 Directe kosten taakveld    
 Kosten  - 170  
 Inkomsten     
 Netto directe kosten    - 170
     
 Toe te rekenen kosten     
 Overhead  - 104  
  Toe te rekenen kosten    - 104
     
 Totale netto kosten   - 274
     
 Opbrengst belastingen  108  
 Overige opbrengsten  -  
     
  Totale opbrengsten    108
     
Dekking   39%

Opbrengst lokale heffingen

Belastingen, rechten en leges

a. Belastingen Rekening 2017 Raming 2018 Raming 2019
Onroerende zaakbelasting 6.455 6.658 6.844
Hondenbelasting 243 258 260
Baatbelasting 3 3 3
Reclamebelasting 41 42 42
Toeristenbelasting 300 345 385
Totaal belastingen 7.042 7.306 7.534
b. Rechten en leges      
Afvalstoffenheffing 2.856 2.397 2.828
Rioolheffing 3.862 3.978 4.112
Rechten begraafplaats 166 173 108
Marktgelden 30 29 29
Leges 2.607 2.435 1.999
Totaal rechten en leges 9.521 9.012 9.076

 

Kwijtscheldingsbeleid 2019

Voor het jaar 2019 wordt wederom voorgesteld om uit te gaan van het Rijksbeleid, inclusief een kwijtscheldingsnorm van 100% van het sociaal minimum. Kwijtschelding van hondenbelasting is eveneens uitgesloten omdat het een keuzevrijheid van de bewoner(s) is om een hond aan te schaffen. Vanaf 1 januari 2011 is ook de Diftar (ledigingen) voor kwijtschelding uitgesloten.

De inwoners van de gemeente Montferland met een periodieke WWB-uitkering krijgen tegelijk met de aanslag 2019 een brief waarin vermeld staat dat zij de aanslag niet hoeven te betalen maar dat zij kwijtschelding krijgen. Daarnaast krijgen de inwoners met een A.O.W., W.A.O. of A.N.W.- uitkering, die voorheen al in aanmerking kwamen voor kwijtschelding, eveneens automatisch kwijtschelding.

Paragraaf H. Transities Sociaal Domein

Inleiding

Op 1 januari 2015 heeft de gemeente een groot aantal nieuwe taken gekregen door de invoering van de Jeugdwet, de uitbreiding van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de  Participatiewet. De uitvoering van deze nieuwe taken zijn gepaard gegaan met in tijd oplopende bezuinigingsopgaven. De budgetten die beschikbaar zijn gesteld voor deze nieuwe taken, zijn gebundeld in  één budget voor het sociaal domein. Uit dit budget moet de gemeente de volgende uitgaven bekostigen:

  • Uitgaven voor re-integratie/participatie van de gemeentelijke doelgroep (o.a. burgers met een uitkering op basis van de Participatiewet).
  • Uitgaven voor werknemers met een lopend SW-dienstverband (groep die voor 1-1-2015 is ingestroomd).
  • Uitgaven aan nieuwe taken Wmo 2015 (o.a. individuele- en groepsondersteuning).
  • Uitgaven op het vlak van de Jeugdwet (lokaal, (boven-)regionaal en landelijke ondersteuning/zorg).

Business Intelligence Tool

Begin 2016 heeft het college een monitor vastgesteld aan de hand waarvan het gebruik van voorzieningen en bijbehorende kosten wordt gevolgd. In juni 2018 is de monitor vervangen door de Business Intelligence Tool (BI-tool). Met dit instrument hebben we steeds beter inzage in het gebruik van voorzieningen en de kosten hiervan. Dit is een noodzakelijke voorwaarde voor de beheersing van de uitgaven.

Stand van zaken budgetten en ontwikkelingen transities

We kunnen op dit moment een beeld geven van de taakstellingen met betrekking tot de verschillende transities. Hiervoor is als maatstaf aangehouden dat het werkelijke uitgavenniveau 2017 (en op onderdelen een doorkijk naar 2018) representatief is voor de uitgaven 2018 – 2022.  Hierbij dient opgemerkt te worden dat reeds genomen maatregelen laten zien dat op onderdelen de uitgaven zorg teruglopen en de verwachting is dat er een taakstelling resteert van afgerond circa € 1 mln.

De belangrijkste financiële uitdagingen wat betreft de nieuwe taken liggen, uitgaande van dit overzicht, op het vlak van de Jeugdwet en de Participatiewet (de ontwikkelingen rond Laborijn). Dit neemt niet weg dat er sprake is van een ontschot budget. Onder de streep hebben wij dan ook een taakstelling sociaal domein breed. De Wmo-budgetten worden betrokken bij de taakstelling sociaal domein. 

 

U wordt de komende maand uitgedaagd om keuzes te gaan maken om deze taakstelling concreet in te gaan vullen. Het college heeft u een pakket aan maatregelen aangeboden, waar u verdere invulling aan kunt geven. Bij de vaststelling van de begroting 2019 zal de aanvullende taakstelling van afgerond € 1 miljoen concreet ingevuld moeten zijn.

 

 

 

Wmo nieuwe taken

De nieuwe taken Wmo zijn in de periode 2015-2018 met de daarvoor beschikbare middelen uitgevoerd. Ook voor 2019 verwachten wij deze taken met de daarvoor beschikbare middelen uit te kunnen voeren. De bezuinigingstaakstelling op dit onderdeel loopt voor 2019 en verder minder fors op dan die voor de Jeugdwet en Participatiewet.

 

Hoewel de inschatting is dat wij uitkomen met de middelen willen wij verder inzetten op meer informele zorg en een afname van geïndiceerde zorg. Deze transformatie past immers ook bij onze visie om, los van financiële prikkels, meer verantwoordelijkheden bij de burger zelf neer te leggen. Wel verwachten wij door vergrijzing een toenemende vraag naar ondersteuning. Gelijkblijvende uitgaven zijn door deze autonome ontwikkeling al een opgave.

 

Jeugdwet

Net als voor de Wmo gold 2015 als een overgangsjaar waarin bestaande cliënten recht hielden op hulp. Dit is een belangrijke nuancering bij het overzicht waarin 2015 als uitgangspunt is gebruikt voor de uitgaven 2017 – 2020. Voor 2015, 2016 en 2017 is voor de Jeugdzorg regionaal afgesproken de kosten te verevenen. Mede hierdoor is het alle gemeenten gelukt om binnen de beschikbare budgetten te blijven. Vanaf 2018 wordt de verevening niet langer toegepast.

 

Het begrote tekort voor de periode 2017 - 2020 wordt vooral veroorzaakt door de korting op de inkomsten. De transformatie verloopt langzamer dan gedacht, waardoor kosten daling op korte termijn nog niet te verwachten is. Een ander probleem is dat een groot aantal verwijzingen van zeer complexe gevallen, en daardoor kostbare, verwijzingen naar Jeugdzorg gebeurt door rechters en huisartsen, dus buitende gemeente om, waardoor we geen controle hebben op de uitgaven.

 

Het sociaal team stuurt erop om de duurdere zorg te vermijden en te vervangen door de goedkopere, ambulante zorg. Dit zal geleidelijk een positief resultaat hebben, waardoor de kosten teruggedrongen worden. Hierdoor zal het resultaat er anders uit komen te zien. Naast financieel voordeel past deze vorm van ondersteuning bij onze visie: kortdurende ondersteuning biedt de gemeente in de rol van regisseur zelf. Wel dient benadrukt te worden dat bij de Jeugdwet ook sprake is van gerechtelijke uitspraken, die een bepaalde vorm van hulpverlening voorschrijven. Deze moet de gemeente opvolgen. 

 

Participatiewet; uitgaven uitvoering Wsw

Per 1 januari 2018 is het dienstverband van de medewerkers van Presikhaaf, die afkomstig zijn uit Montferland, overgenomen door Laborijn. Tevens werd per deze datum het dienstverband van de  groenploeg van Laborijn overgenomen door de gemeente. De gemeente heeft deze medewerkers

een vast dienstverband binnen de constructie begeleid werken aangeboden.

 

De gemeente blijft deel uitmaken van de Gr Laborijn voor wat betreft de uitvoering van de Wsw. Het aanwijzingsbesluit wordt gecontinueerd.  De rijksbijdrage loopt in 2019 terug met een bedrag van circa € 0,9 mln. Laborijn zal dit verlies aan inkomsten voor een groot deel (€ 700.000,00) compenseren in hun bedrijfsvoering.  Een bedrag van circa € 200.000,- zal ten laste van de gemeente blijven. 

 

Dit is overigens exclusief de extra kosten  die de gemeente moet maken voor de overname van de Wsw-werknemers van Presikhaaf en de organisatiekosten van de gemeente door overname van de groenploeg. Met Laborijn is de afspraak gemaakt dat de overname van de groenploeg door de gemeente onder begeleid werken en de overname van het personeel van Presikhaaf voor Laborijn budgettair neutraal zal verlopen. Eventuele extra kosten zullen de eerste jaren voor rekening van de gemeente komen. Omdat het aantal Wsw’ers de komende jaren zal afnemen mogen we ervan uitgaan dat de gemeentelijke bijdrage voor de Wsw geleidelijk zal afnemen.

Publicatiedatum: 27-11-2018

Inhoud