Meer
Publicatiedatum: 27-11-2018

Inhoud

2.0 Inleiding programma's

2.0 Inleiding programma's

De programmabegroting bestaat uit acht programma's:

1 Relatie inwoners en bestuur

2 Ruimtelijke ontwikkeling

3 Beheer leefomgeving

4 Economie en toerisme

5 Gezondheid en bevordering gezonde leefstijl

6 Jeugd, onderwijs en cultuur

7 Maatschappelijke ondersteuning en veiligheid

8 Werk en inkomen

 

Verder treft u de twee verplichte overzichten aan namelijk:

  • Algemene dekkingsmiddelen
  • Overhead, ondersteuning organisatie en bestuur

 

De bedrijfskosten worden zoveel mogelijk direct toegerekend aan de primaire taken/activiteiten/producten die gericht zijn op de externe klant.  De overheadkosten mogen daar niet meer aan toegerekend worden.  De overheadkosten worden verzameld  en verantwoord in bovengenoemd overzicht.

 

Samenstellen programmabegroting

Bij de voorbereiding van de programmabegroting speelt het programmateam een grote rol. De programmateams bestaan uit medewerkers die taakvelden beheren die in het betreffende programma zijn ondergebracht. De programmacoördinatoren stemmen belangrijke onderdelen van hun programma met elkaar af.  Een interne redactiecommissie doet een eerste screening van de voorstellen van de programmateams om de eenduidigheid waarmee de programmabegroting zelf wordt gevuld, te bewaken. Er is wederom nadrukkelijk gestuurd op het formuleren van meetbare doelen bij de eerste W-vraag en het daarbij aangeven van relevante indicatoren voor het realiseren van deze doelen. Van een aantal indicatoren moet nog een nulmeting worden uitgevoerd om een startsituatie te kunnen ijken. Dit speelt vooral in het sociaal domein omdat er nog veel nieuwe indicatoren moesten worden ontwikkeld waarvoor nog geen historische gegevens voorhanden zijn. Daarnaast is getracht de, op grond van het gewijzigde BBV,  verplichte indicatoren in te passen. 

 

Op verzoek van uw raad is vanaf deze programmabegroting een uitbreiding van de kengetallen te zien om uw taak als beleid vaststellend orgaan nog beter te kunnen uitoefenen.

De kengetallen bepalen voor een groot deel het speelveld van de gemeente op programma-niveau. Kengetallen bestaan voor een deel uit de prestatiegegevens, maar ook uit andere gegevens die

relevant zijn voor het programma (waarderingscijfers en bestandsgegevens).

Voor alle duidelijkheid wordt hier nogmaals vermeld dat deze gegevens niet verward mogen worden met de indicatoren die bij de eerste w-vraag horen.

Vindplaats van deze gegevens zijn onze eigen gemeentelijke administratie, gegevens van het CBS, maar ook zijn veel gegevens afkomstig van de website “Waar staat je gemeente”.

 

a. Indeling in kernen

Al langere tijd bestaat er behoefte in onze organisatie om een aantal programmagegevens te

verzamelen op kernenniveau. Aan deze wens is met deze inventarisatie invulling gegeven. Daarvoor moest wel een keuze worden gemaakt omtrent de omvang van het gebied dat tot de betreffende kern moest worden gerekend. Extra dilemma hierbij was dat de kernen Didam, Loil en Nieuw Dijk tot hetzelfde postcodegebied behoren. Er is in dit gebied voor gekozen het volledige buitengebied toe te rekenen aan de kern Didam en uitsluitend de bebouwde kommen te rekenen tot de kern zelf. Voor de indeling in kernen en buitengebieden verwijzen wij u naar de onderstaande kaart waarop de gebieden waarmee is gerekend zijn ingetekend. Aldus is in ieder geval per kern (bebouwde kom en buitengebied)aangegeven:

  • Het aantal inwoners;
  • De oppervlakte;
  • Het aantal woningen.

 

T.z.t. kan bijvoorbeeld het aantal inwoners worden ingedeeld naar leeftijdscategorie en kan het aantal woningen nader worden onderverdeeld.

 

b. Het actueel houden van de cijfers

Niet alle gegevens worden jaarlijks verzameld. Daarom is zo veel mogelijk bij de gegevens het

peiljaar en de vindplaats vermeld.

 

c. Is het overzicht compleet?

Deze keer is vooral onderzoek gedaan naar de al beschikbare gegevens. Er is geen eigen onderzoek gedaan. Als de komende jaren behoefte bestaat aan specifieke informatie moet hiervoor nader onderzoek plaatsvinden. Voor sommige taakvelden gebeurt dat al. Er wordt bijvoorbeeld met Plavei onderzoek gedaan naar de woningbehoefte de komende jaren. Ook wordt sinds kort gewerkt met een nieuwe monitor voor het sociaal domein.

 

Tot slot ontwikkelt de programmabegroting zich op deze wijze steeds meer als een instrument voor de gemeenteraad om haar strategische en beleid vaststellende rol te kunnen invullen. Daarnaast ontwikkelt de programmabegroting zich als instrument voor het college en het management om daadwerkelijk te kunnen sturen op de door de gemeenteraad vastgestelde strategische doelen. De concrete activiteiten van de gemeente om deze doelen te realiseren zijn direct gekoppeld aan de individuele werkplannen van onze medewerkers. Aldus is resultaatgericht werken niet alleen in de HRM-cyclus, maar ook in de beleidscyclus geborgd.

 

Het budgetrecht in relatie tot de "dagelijkse-gang-van-zaken" en bouwgrondexploitatie

De raad heeft het budgetrecht. Door het vaststellen van de begroting worden de in de programma's opgenomen totale baten, lasten en mutaties in de reserves geautoriseerd.

 

Deze totale baten, lasten en mutaties reserve hebben voor een groot deel betrekking op de  "dagelijkse-gang-van-zaken"  en niet op de geformuleerde doelstellingen (1e W-vraag) en activiteiten (2e W-vraag). Het is daardoor mogelijk dat een onderdeel van het programma niet voorzien is van een 1e en 2e W-vraag. 

 

De bouwgrondexploitatie (verder: GREX) kent een cyclus van meerdere jaren.  Bij het vaststellen van een exploitatieplan door de gemeenteraad wordt ook de exploitatieopzet vastgesteld.

Hiermee stelt de gemeenteraad de benodigde kredieten voor de gehele exploitatieduur vast. De GREX past als zodanig niet in de jaarcyclus van de programmabegroting.

In de programma's 2 Ruimtelijke ontwikkeling t.b.v. de woningbouw en 4 Economie en toerisme t.b.v. bedrijventerreinen zijn daarom op voorhand geen jaarbudgetten voor de GREX geraamd.  De jaarbudgetten worden gedurende het begrotingsjaar in de begroting verwerkt.

 

Dit geschiedt op basis van de bij de jaarrekening (jaar t-2: voor 2019 de jaarrekening 2017) geactualiseerde exploitatieopzetten.  De meerjarige kredieten voor o.a. grondverwerving, bouw- en woonrijp maken worden dan herzien. Het college is bevoegd dit uit te voeren met dien verstande dat er niet meer lasten of minder baten geraamd kunnen worden dan taakstellend door de gemeenteraad beschikbaar is gesteld via de vastgestelde (herziene) exploitatieopzetten.