1. Samenvatting

Inhoud

1.1. Inleiding

1.1. Inleiding

Voor u ligt de begroting 2019 en de meerjarenramingen voor de periode 2020 tot en met 2022 van de gemeente Montferland. Deze begroting is de eerste begroting, opgesteld door het nieuwe college dat gevormd is na de verkiezingen op 21 maart 2018. Naast het lopende en nieuwe beleid waarop de begroting jaarlijks wordt gebaseerd bevat deze begroting ook de vertaling van het coalitieprogramma zoals dat is opgesteld door de coalitiepartijen CDA, LBM, VVD en D66 en behandeld is in de raadsvergadering van 26 april jl.

 

Het gemeentelijk takenpakket kenmerkt zich, nog meer dan voorgaande jaren, door grote uitdagingen. De komende periode staan we voor de opgave om de speerpunten uit het coalitieprogramma 2018 - 2022 "Samen krijgen wij het voor elkaar!" en de opgaven uit het Interbestuurlijk Programma gerealiseerd te krijgen. Ook de uitdaging om de transitiekortingen binnen de rijksbudgetten budgettair neutraal te kunnen verwerken, wordt nog een hele klus. De organisatie is druk doende om de transformatie (oftewel ‘anders denken’) rondom de transities verder vorm te geven. In de begrotingsvergadering moet door u besloten worden hoe u de aanvullende taakstelling in het sociaal domein concreet ingevuld wilt hebben.

 

Wij kunnen u een sluitende meerjarenbegroting 2019 - 2022 aanbieden. Voor de jaarschijf 2019 is hiervoor een onttrekking uit onze Algemene Reserve noodzakelijk van € 836.000. Meerjarig sluiten de saldi positief. 

De positieve saldi zijn meer dan welkom. Enig "vet op de botten" is meer dan wenselijk: de onvoorspelbare Gemeentefondsuitkering heeft ons de afgelopen jaren meermalen verrast. Daarnaast geeft het onze vermogenspositie een positieve impuls: onze solvabiliteit zit al jaren aan de ondergrens van matig. Als compensatie streven we wel naar een ratio van het weerstandsvermogen die valt in de categorie “uitstekend”. 

 

In de volgende figuur is de begrotingscyclus 2019 weergegeven.

 

De begroting 2019 is de eerste begroting in deze raadsperiode en is tot stand gekomen in een periode waarin de groei van de Nederlandse economie zich positief blijft ontwikkelen (2,6% in 2019).

De solide groei komt door de gunstige internationale conjunctuur, expansief begrotingsbeleid en een onstuimige woningmarkt. Aantrekkende werkgelegenheid, hoger beschikbaar inkomen, meer consumptie en meer investeringen hebben daarbij een positieve onderlinge dynamiek. 

De werkloosheid daalt verder tot het laagste niveau sinds 2001 (onder de 4%). De krapte op de arbeidsmarkt stimuleert het arbeidsaanbod. 

De overheid houdt voor 2019 een overschot op de begroting (1,0% bruto binnenlands product). De hoogconjunctuur is goed voor het overschot, terwijl het expansieve begrotingsbeleid het overschot dempt.

 

De begroting die nu voor u ligt is gebaseerd op de septembercirculaire. De accressen voor alle jaren zijn positiever dan bij de begroting 2018 was voorzien. Op dit moment is er nog weinig bekend over het Interbestuurlijk Programma (IBP) en wat dit voor de gemeenten precies (financieel) betekent. Beide ontwikkelingen maken de Algemene Uitkering een onzekere factor in de gemeentebegrotingen. Onze begrotingssaldi worden sterk beïnvloed door het grillige verloop hiervan.

De conclusie op dit moment is in ieder geval dat we netto ruim € 1.200.000 meer Algemene uitkering gaan ontvangen dan gepresenteerd bij de begroting 2018 (jaarschijf 2019).

 

Zoals hierboven al aangegeven blijven de transities in het Sociale Domein onverminderd van het grootste belang voor de gemeenten. Bij de meicirculaire is duidelijk geworden dat met ingang van 2019 het integreerbare deel van de integratie-uitkering Sociaal Domein opgaat in de algemene uitkering en daarmee deel gaat uitmaken van de trap-op-trap-af systematiek. De huidige integratie-uitkering Sociaal Domein houdt met ingang van 2019 op te bestaan. De loon- en prijsmutatie die in 2018 wordt toegekend bedraagt 2,6% en is toegevoegd aan de integratie-uitkering Sociaal Domein.  

 

Vanaf 2018 ligt er een structurele taakstelling om de transities in het sociaal domein budgettair neutraal te laten verlopen. Op dit moment is circa 28% daadwerkelijk gerealiseerd. Inmiddels is ook gebleken dat een 5-tal maatregelen niet gerealiseerd gaat worden voor een bedrag oplopend tot ruim € 0,6 miljoen. Daarnaast heeft er een actualisatie plaatsgevonden van de budgetten Sociaal Domein op basis van de meicirculaire 2018 en werkelijke uitgaven 2017 (en op onderdelen een doorkijk naar 2018). 

Hieruit blijkt dat er, naar huidige inzichten, een aanvullende taakstelling ontstaat oplopend tot afgerond € 1 miljoen vanaf 2020 (conform uw amendement om vast te blijven aan budgetneutraliteit binnen het Sociaal Domein).

U wordt de komende maand uitgedaagd om keuzes te gaan maken om deze taakstelling concreet in te gaan vullen. Het college heeft u een pakket aan maatregelen aangeboden, waar u verdere invulling aan kunt geven. Bij de vaststelling van de begroting 2019 zal de aanvullende taakstelling van afgerond € 1 miljoen concreet ingevuld moeten zijn. In de paragraaf transities gaan we hier verder op in.

           

Samen krijgen we het voor elkaar

In de afgelopen vier jaar is er veel bereikt, maar is ook duidelijk geworden dat nog meer gekeken kan worden naar de kracht van de samenleving, naar de zelfredzaamheid, maar ook naar eventuele andere inzichten met betrekking tot diverse voorliggende vraagstukken (de zogenaamde bestuurlijke vernieuwing).

De kansen voor bestuurlijke vernieuwing liggen onder andere in de voorbereiding van de te nemen besluiten. Onze gemeentelijke organisatie moet oog hebben voor wat er leeft in de samenleving, gebruik maken van de oplossingskracht van deze samenleving en daar het beleidsproces op afstemmen.

 

Voor de komende raadsperiode is het coalitieprogramma Montferland 2018 - 2022 "Samen krijgen we het voor elkaar" leidend. Naast het ambitieuze coalitieprogramma hebben we te maken met grote uitdagingen zoals de opgaven uit het Interbestuurlijk Programma (IBP) en de budgetneutraliteit van het Sociaal Domein. Hierbij is het belangrijk om onze financiële huishouding en reserves op orde te houden.

 

In de eerste begroting van deze raadsperiode is de uitvoering van het gemeentelijk (financieel) beleid voor de langere termijn aan te merken als solide en biedt ruimte om structurele tegenvallers op te vangen.

Voor de korte termijn (lees 2019) is er een onttrekking uit de Algemene Reserve noodzakelijk om het jaar sluitend te krijgen. Ons eigen vermogen laat het op dit moment toe. Echter naar de toekomst toe is het zaak dit te voorkomen, waardoor we niet interen op ons vermogen.

Nog steeds is en blijft de algemene uitkering de meest risicovolle post in onze gemeentebegroting. De komende jaren ontvangen gemeenten veel extra geld van het Rijk. Echter, hier staan ook een aantal grote maatschappelijke opgaven uit het Interbestuurlijk Programma (IBP) tegenover waarbij verwacht wordt dat de gemeente hierin gaat participeren. Daarnaast is het de praktijk dat de meerjarige ramingen vaak positiever worden ingeschat, dan dat deze in werkelijkheid uiteindelijk zullen worden. Dus gezien de wisselvalligheid van deze rijksuitkering is het verstandig enig voorbehoud hierin te maken.

 

Wij constateren dat de rijksuitkering voor de nieuwe taken uit het Sociaal Domein te laag zijn (m.n. voor de Jeugdzorg). Desondanks staat de gemeente voor de uitdaging om, binnen de beschikbare budgetten, de transities uit te voeren.

Inmiddels is er een pakket aan maatregelen aan de raad aangeboden dat ervoor moeten zorgen dat vanaf 2020 binnen de door het Rijk beschikbaar gestelde budgetten zorg kan worden verleend.

Hierbij blijft het uitgangspunt gelden dat de gemeente zorg hoog in het vaandel heeft staan. 

 

Ook in deze begroting staat Montferland nog steeds voor vitaliteit en eigenheid door de komende jaren te blijven investeren in de maatschappelijke vraag.

Projecten als "energietransitie”, “centrumplan Didam”, “goede ruimtelijke inrichting centra van kernen” en “Bloemenbuurt Didam” zijn de pijlers voor de komende periode.

Voor de langere termijn vinden onderzoeken plaats naar de toekomst van een mogelijk nieuw zwembad in Didam, de realisatie van een brede school in ’s-Heerenberg en de bouw van een nieuwe brandweerkazerne in Didam. 

 

De tarieven voor leges omgevingsvergunning en marktgelden blijven gelijk aan het niveau van 2018. Daarnaast worden de tarieven voor de toeristenbelasting met € 0,25 verhoogd ten opzichte van 2018. Tot slot worden voor 2019 de woonlasten (afvalstoffenheffing, rioolheffing en OZB) voor onze burgers verhoogd met een kleine 6%.

1.1.1 Financiën

Ons uitgangspunt is altijd geweest: een “gezonde financiële huishouding” . Dat wil zeggen: het beschikbaar hebben van voldoende middelen voor de benoemde taken.

De afgelopen jaren zijn we volop bezig geweest om onze financiële huishouding op orde te brengen. Los van de uitdaging om de transities in het Sociaal Domein betaalbaar te maken / houden, ziet onze gemeentebegroting er meerjarig goed uit en staan we er financieel solide voor. 

Het altijd fluctuerende Gemeentefonds lijkt voor de langere termijn positiviteit uit te stralen. Echter voor de komende jaren staat een nieuwe verdeling van het Gemeentefonds (per 2021) in de planning. Ook staat een verdere aanpassing van de verdeelsystematiek van de rijksuitkering BUIG (bijstandsuitkeringen) op stapel. Dit zou de nodige gevolgen kunnen hebben voor de komende jaren. 

 

Kadernota 2019
Op 5 juli 2018 heeft u de Kadernota 2019 vastgesteld. Behalve de uitgangspunten voor de (meerjaren)begroting 2019 - 2022 zijn ook de te verwachten financiële ontwikkelingen voor de komende jaren vastgelegd.

De Kadernota 2019 laat vanaf 2020 een aanzienlijke verbetering zien ten opzichte van de begroting 2018. Voor 2019 werd een negatief saldo verwacht van € 518.000. De jaren daarna zou deze verbeteren tot een positief saldo van € 1.400.000 voor 2022 en volgende jaren.

 

Ontwikkelingen na de Kadernota 2019
Na vaststelling van de Kadernota 2019 zijn er diverse ontwikkelingen op ons afgekomen die onze financiële positie zowel positief als negatief hebben beïnvloed. Een grote ontwikkeling, waar we niet onderuit komen, zijn de mei- en septembercirculaires.

De mei- en septembercirculaire hebben impact op de begrotingssaldi zoals we die in de Kadernota 2019 prognosticeerden. De accressen meerjarig zijn iets minder positief dan aangegeven bij de Kadernota 2019 (o.b.v. de maartcirculaire), maar in het geheel van de ontwikkelingen resulteert het in een hogere Algemene Uitkering.

 

Begrotingssaldo 2019 - 2022
Op basis van de bekend zijnde ontwikkelingen, sommige concreet en sommige op basis van aannames, is de conclusie dat onze begrotingssaldi aanzienlijk zijn verbeterd (met uitzondering van 2019) ten opzichte van de vorige begroting.

Onderstaand overzicht geeft het meerjarig begrotingsperspectief weer (incl. coalitieprogramma en "extra" nieuw beleid).

                                                                          

  2019 2020 2021 2022
Saldo begroting -836 4 266 621

1.1.2 Algemene reserve

De Algemene reserve is een belangrijke component binnen onze weerstandscapaciteit. In de nota Reserves en Voorzieningen 2018 wordt voorgesteld de reserve NUON ook te betrekken bij onze weerstandscapaciteit.

Onze solvabiliteit zit al jaren aan de ondergrens van “matig”. Als compensatie daarvoor streven we wel naar een ratio van het weerstandsvermogen met de kwalificatie “uitstekend”. Dat betekent een minimale ratio van 2,0 (hierbij wordt verwezen naar de nota Reserves en Voorzieningen 2018). De geraamde stand per 1 januari 2019 bedraagt afgerond € 20,7 mln., uitgesplitst naar algemene reserve € 5,6 en de reserve NUON € 15,1 mln. In de paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing” hebben wij de gewenste en werkelijke omvang van de Algemene reserve en reserve NUON geactualiseerd en zal nader worden ingegaan op de ontwikkeling van onze weerstandscapaciteit.

Zoals uit deze paragraaf blijkt is onze weerstandscapaciteit “uitstekend” (ratio komt op ruim 6).

 

Tot slot:

Onze begrotingssaldi 2019 – 2022 zijn meerjarig reëel en structureel sluitend (met uitzondering van het jaar 2019). Ook onze weerstandsratio is van een uitstekend niveau. Wel is het voor de komende jaren zaak onze financiële positie minimaal te handhaven om van "een gezonde financiële huishouding" te spreken. Dit kan alleen als we op een verantwoorde wijze met onze financiën omgaan. Hierbij passen financieel goed onderbouwde besluiten. De  maatschappelijke opgaven uit het IBP voor de komende jaren is er één die vraagt om investeringen en expansie van uitgaven. Deze ambitie gaat niet volledig samen met ons uitgangspunt om onze solvabiliteitspositie te verbeteren. De uitdaging is dan ook om hier een gezond evenwicht in te vinden.

Voor de komende jaren is het zaak om ons vermogen stabiel te houden. Om deze redenen hechten wij er waarde aan om de reserve NUON in stand te houden.

1.1.3 Coalitieprogramma 2018 - 2022

In de afgelopen vier jaar is er veel bereikt, maar is ook duidelijk geworden dat nog meer gekeken kan worden naar de kracht van de samenleving, naar de zelfredzaamheid, maar ook naar eventuele andere inzichten met betrekking tot de voor ons liggende vraagstukken.

Het uitgangspunt blijft dat de besluiten, waar politieke afwegingen bij nodig zijn, genomen worden door de gemeenteraad van Montferland. Dat is de grondwettelijke basis van het lokaal bestuur. De kansen voor bestuurlijke vernieuwing liggen in de voorbereiding van de te nemen besluiten.

Daarnaast willen we een gemeentelijke organisatie die oog heeft voor wat er leeft in de samenleving, gebruik maakt van de oplossingskracht van deze samenleving en daar het beleidsproces op afstemt.

Verder dragen we  zorg voor een bestuur dat zich middels een herkenbare route van beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming op dezelfde wijze openstelt voor wat de samenleving heeft in te brengen t.a.v. een geagendeerd onderwerp. We zijn bereid ons hiervoor verder hard te maken en voort te borduren op stappen die in dit kader reeds zijn gezet.

 

Bestuurlijke vernieuwing is de ‘kapstok’ waaraan wij de grote uitdagingen voor de komende vier jaar wil ophangen. Met deze ‘kapstok’ gaan we aan de slag in de context van een samenleving die in transitie is:

 

De veranderende samenleving: Er is beweging op veel gebieden. De inwoner is mondig, heeft kennis van zaken, uit zich anders en sneller.

 

Tot slot maken we afspraken over een aantal onderwerpen en zoeken, daar waar nodig, ook naar procesafspraken. Exacte uitkomsten nastreven zou voorbijgaan aan de constatering over de veranderende samenleving. Het zou ook teveel een maakbare samenleving suggereren die er niet is.

 

Als extra bijlage is de nadere uitwerking van het coalitieprogramma 2018 - 2022 bijgevoegd. De voortgang van het coalitieprogramma zal gedurende de komende vier jaar worden gemonitord en separaat zichtbaar worden gemaakt via de reguliere Planning & Controlcyclus.

1.1.4 "Extra" nieuw beleid 2019 -2022

Het coalitieprogramma 2018 – 2022 is voor de komende jaren het uitgangspunt voor de komende begrotingen. De ervaring leert dat, naast het coalitieprogramma, zich ieder jaar “nieuw beleid” aandient die niet direct voortvloeit uit het coalitieprogramma.

 

Ook nu, dus los van het coalitieprogramma, leven er reeds een aantal beleidswensen voor nieuw beleid voor 2019 en verder. Het zijn beleidswensen (breed, dus niet alleen met budgettaire gevolgen) die ontstaan door:

 

  • Het in werking treden van nieuwe of gewijzigde regelgeving;
  • Noodzakelijk/aanvullende maatregelen om de beoogde doelstellingen te realiseren;
  • Actualisatie/bijstelling van beoogde doelstellingen, bijvoorbeeld omdat deze niet meer actueel/realistisch zijn.

Daarnaast zijn er al enkele wensen in uw raad besproken en zijn ambtelijk projecten reeds opgestart.

 

Voor een volledig overzicht coalitieprogramma 2018 – 2022, "extra" nieuw beleid en investeringsprogramma verwijzen we naar bijlage 4.1 e.v..

1.1.5 Interbestuurlijk Programma (IBP)

Het kabinet Rutte III staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven met een wederzijdse afhankelijkheid tussen de verschillende overheidslagen. De vervlechting tussen die opgaven vraagt om samenwerking. Het opereren als één overheid draagt bij aan het vertrouwen van de burger. Daarom hebben op 14 februari 2018 het kabinet, VNG, IPO en Unie van Waterschappen een zgn. Interbestuurlijk Programma afgesproken, genaamd ‘Samen meer bereiken’. De overheidslagen werken samen op basis van gelijkwaardig partnerschap.

 

Het gaat om volgende opgaven:

  1. Samen aan de slag voor het klimaat
  2. Toekomstbestendig wonen
  3. Regionale economie als versneller
  4. Naar een vitaal platteland
  5. Merkbaar beter in het sociaal domein
  6. Problematische schulden voorkomen en oplossen
  7. Nederland en migrant voorbereid
  8. Goed openbaar bestuur in een veranderende samenleving
  9. Passende financiële verhoudingen
  10. Overkoepelende thema’s

 

Wat betreft de financiële uitgangspunten is afgesproken dat alle overheden zich financieel inzetten voor de opgaven. Daartoe stelt de rijksoverheid accres en andere middelen (Integratie-uitkering / Decentralisatie-uitkering, enveloppen) beschikbaar in het gemeentefonds.

Het kabinet gaat er van uit dat gemeenten vanuit eigen middelen een bijdrage zullen leveren. Echter, gemeenten moeten zelf kunnen bepalen hoe ze geld uit het gemeentefonds willen inzetten, omdat de problematiek zich in elke gemeente in een andere omvang voordoet en dus een andere (financiële) aanpak vergt. De uitkomsten van de gezamenlijke afspraken worden gemonitord.

 

De inhoud hiervan en de consequenties voor de gemeente zullen in 2019 verder geconcretiseerd worden. Aan het eind van dit jaar verwachten we meer duidelijkheid over bv. “Het Klimaat akkoord”, waaronder de verplichting om uiterlijk in 2021 een transitievisie `Warmte` vast te stellen.

Per wijk besluit de gemeenteraad in een uitvoeringsplan op wijkniveau over de alternatieve energie infrastructuur van een wijk (met uiteraard de nodige financiële consequenties) .

 

Dit is maar een voorbeeld, maar geeft wel aan dat wij de komende jaren flinke opgaven op ons bordje krijgen. In deze begroting zijn vooralsnog geen concrete bedragen gereserveerd voor het IBP, omdat op het moment van opstellen van deze begroting er nog teveel onduidelijk is wat de financiële impact voor de gemeente is. Wel anticipeert ons coalitieprogramma (op onderdelen) op de diverse opgaven uit het IBP.

1.1.6 Budget neutraliteit transities

Met een amendement op de programmabegroting 2017 (in november 2016) heeft de raad besloten om vast te houden aan budgetneutraliteit voor de transities sociaal domein 2015. De taakstelling transities sociaal domein liet tot 2020 een oplopend tekort zien van € 2,1 miljoen. Op 25 oktober 2017 heeft uw raad besloten om 17 maatregelen door te voeren die gezamenlijk moesten leiden tot budgetneutraliteit in 2020. In 2018 is met de uitvoering van deze maatregelen begonnen (op dit moment is 28% daadwerkelijk gerealiseerd). Uit de voortgang van de uitvoering van deze maatregelen blijkt inmiddels ook dat de doelstelling van budgetneutraliteit in 2020 niet gerealiseerd gaat worden.

 

Van de 17 voorgestelde maatregelen zijn er 5 niet (of minder dan verwacht) gerealiseerd. De oorzaken hiervan zijn verschillend. Het bleek juridisch niet mogelijk om van Hulp bij het huishouden een algemene voorziening te maken. Van de maatregelen op het terrein van transformatie (bijvoorbeeld de Sprong voorwaarts) en preventie was het niet mogelijk om (op korte termijn) een verband aan te tonen tussen deze maatregelen en besparingen. De versobering van de dienstverlening (stoppen met brede intake en beperken telefonische bereikbaarheid) blijkt (op korte termijn) minder besparingen op te leveren dan verwacht. Mede ook gezien het feit dat deze versobering niet ten koste mocht gaan van de meest kwetsbare burger.

Financieel betekent dit dat voor 2019 een bedrag van €225.000 en vanaf 2020 een bedrag van €625.000 in de begroting 2019 en verder is afgeboekt Het voorgestelde pakket extra maatregelen dekt niet alleen het afgeboekte bedrag van €625.000 maar ook een nog openstaande stelpost van €114.000 en de actualisatie van de meicirculaire van €262.000.

Inmiddels is een extra takenpakket van ruim € 1,4 miljoen aan u voorgelegd om de aanvullende taakstelling van circa € 1 miljoen concreet in te vullen.

 

Waar zit de pijn?

Het tekort op de transities 2015 wordt hoofdzakelijk veroorzaakt op de uitvoering van de Jeugdwet. De Jeugdwet is – net als de Wmo – een wettelijke taak en een open-einderegeling. Vanaf 2015 zijn er maatregelen genomen om de uitgaven voor de Jeugdwet in de pas te laten lopen met de rijksmiddelen. Deze maatregelen hebben de stijging van de kosten weliswaar beperkt, maar het tekort op de Jeugdzorg blijft.

 

Voor het structurele tekort op de Jeugdzorg zijn een aantal oorzaken aan te wijzen. In de eerste plaats werd het budget voor de Jeugdzorg naar de gemeente overgeheveld met een korting van 4%. In de tweede plaats heeft het verdeelmodel, dat het rijk gebruikt voor de verdeling van de budgetten, onvoordelig uitgepakt voor Montferland. Dit heeft te maken met het ongunstige verschil tussen de historische uitgaven voor de Jeugdzorg en de inkomsten op basis van het verdeelmodel. En in de derde plaats de autonome groei van de vraag naar Jeugdzorg die (vooralsnog) niet of onvoldoende verdisconteerd wordt in het verdeelmodel.

De gemeente Montferland is niet de enige gemeente met een tekort op de Jeugdzorg. Binnen de Achterhoek worden ook gemeenten als Oude IJsselstreek, Berkelland, Oost Gelre en Bronckhorst hiermee geconfronteerd.

 

De mogelijkheden van de gemeente om de kosten voor de Jeugdzorg te beheersen zijn beperkt. Het betreft, zoals gezegd, een wettelijke taak en een open-einderegeling. Hierbij komt dat circa 60% van de verwijzingen naar Jeugdzorg zich aan gemeentelijke controle onttrekt. Wettelijk is namelijk geregeld dat (huis)artsen en rechters zonder tussenkomst van de gemeente jongeren naar hulp kunnen verwijzen.

Wel is inmiddels een praktijkondersteuner bij de huisartsen aangesteld. Deze hulpverlener voert gesprekken met kwetsbare jongeren en gezinnen in de hoop dat verwijzing naar dure Jeugdzorg voorkomen kan worden. Het is nog te vroeg om te bepalen of deze inzet financieel voordeel oplevert, maar de verwachtingen zijn – op basis van landelijke gegevens – hoopvol.

 

Verdere proces

Voor goedkeuring van onze gemeentebegroting 2019 vereist de provinciale toezichthouder een concreet pakket aan maatregelen. Het opnemen van alleen een stelpost voldoet niet.

Concreet betekent dit dat bij de vaststelling van de begroting 2019 in november u als raad ook de taakstelling van afgerond € 1 miljoen met reële en haalbare voorstellen concreet ingevuld moet hebben.

1.1.7 Woonlasten

De woonlasten (afvalstoffenheffing, rioolheffing en OZB) stijgen in 2019 met ruim 5%. De stijging wordt met name veroorzaakt door een verhoging van de tarieven voor de afvalstoffenheffing. Dit komt doordat we de egalisatiereserve "Afvalstoffenheffing" voor een aanzienlijk lager bedrag aanspreken en aan onze inwoners teruggeven dan dat we in 2017 en 2018 hebben gedaan. Daarnaast is er een lastentoename, m.n. door de invoering van de afvalstoffenbelasting en hebben we te maken met inflatieaanpassingen. Verder stijgt ook de rioolheffing conform vastgestelde GRP met 4% en de OZB met 1,4%.

1.2. Financiële uitkomsten

1.2. Financiële uitkomsten

Het begrotingsperspectief 2019 - 2022 is als volgt opgebouwd.

Tabel 2: Begrotingsuitkomsten 2019 - 2022

(bedrag x € 1.000, "-" = nadeel)

  2019 2020 2021 2022
Bestaand beleid 238 1.563 2.112 2.689
Af: Coalitieprogramma 2018 - 2022 -834
-1.220
-1.372
-1.589
Af: "Extra" nieuw beleid -240 -339 -474 -479
Saldo begroting -836 4 266 621

De voornaamste uitgangspunten en enkele kanttekeningen zijn, dat:

  • De lopende bezuinigingstaakstellingen uit de kerntakendiscussies volledig worden gerealiseerd (dus met uitzondering van hetgeen reeds als verlies is afgeboekt);
  • De lasten en baten geraamd zijn in constante prijzen, prijsniveau 2019;
  • De transities budgettair neutraal zijn opgenomen in de begroting (inclusief de korting meerjarig).

Hierna gaan we in op de onderdelen bestaand beleid.

1.2.1. Bestaand beleid

De Kadernota 2019, vastgesteld op 5 juli 2018, toonde aan dat het structurele begrotingsbeeld vanaf 2020 verbeterde ten opzichte van het meerjarenbeeld in de begroting 2018.

De uitkomsten van de begroting 2019 zijn voor alle jaren beter dan het geschetste beeld bij de Kadernota 2019.

 

Daarnaast wijzen we er op dat door de doorgevoerde maatregelen / taakstellingen het risico van overschrijden van budgetten groter wordt als er geen of onvoldoende maatregelen worden getroffen. Via de gebruikelijke rapportages wordt u hiervan op de hoogte gehouden.  

 

In de navolgende analyse geven wij de ontwikkelingen weer sinds de vaststelling van de begroting 2018. We richten ons hierbij op de jaarschijf 2019. De conclusie is dat het saldo van het bestaande beleid met € 196.000 is verbeterd.

Tabel 3: van begroting 2018 naar begroting 2019, (bedrag x € 1.000, "-" = nadeel)

Analyse t.o.v. begroting 2018 (jr. 2019)
Verwacht saldo jaarschijf 2019 42 V
Reeds voorzien in de Kadernota 2019 (blz. 12, 13 en 14) 130 V
     
Loonkosten personeel (CAO en stijging wettelijke premies) -653 N
Prijsstijgingen (incl. budgetsubsidies) -484 N
- dekking door verhoging OZB 1,4% en overig cf. Kadernota 120 V
- compensatie gemeentefonds (hoger accres) 680 V
Subtotaal nominale ontwikkelingen -337 N
Kosten organisatie (formatie datalek en privaatrechtelijke handhaving) -112 N
Kosten bestuur (extra wethouder en raadsleden), incl. indexering -139 N
Hogere kosten informatie: indexering, extra modules/implementatiekosten website AVG -58 N
Grondopbrengst van grond bij de Meiboom is afgeraamd -168 N
WMO-oude taken, incl. gevolgen doelgroepenvervoer -245 N
WMO-HbH, tariefsverhoging (AmvB reële prijs) en volumetoename -427 N
Verschuivingen in de budgetten Masterplan Didam -50 N
Verschuivingen in de budgetten Innovatiefonds -75 N
Netto Algemene uitkering 1.218 V
Afval/rioolheffing: toename loonkosten / overhead / overig 140 V
OZB: toename WOZ-areaal 200 V
Geen rentetoevoeging (inflatiecorrectie) aan reserves 175 V
Overig -56 N
Totaal mutaties 196 V
Saldo bestaand beleid begroting 2019 238 V

  

De afwijkingen zullen we toelichten:

 

Loon- en prijsstijgingen

Algemeen:

Loon- en prijsindexering zorgen er voor dat de ramingen toenemen ten opzichte van de begroting 2018. In totaliteit zijn de netto meerkosten € 337.000. In de Kadernota 2019 is hier grotendeels rekening mee gehouden. Het uiteindelijke nadeel ten opzichte van deze Kadernota is € 55.000.

 

Loonkosten:

De stijging van de loonsom met 3% wordt volledig veroorzaakt door niet-beïnvloedbare cao-ontwikkelingen en stijging van wettelijke premies. In de Kadernota 2019 was hier reeds op geanticipeerd.    

 

Prijsstijgingen:

Voor de inflatiegevoelige uitgaven zijn we uitgegaan van een inflatieaanpassing met 1,4% en een prijsaanpassing van de budgetsubsidies met 2,47%. Bij de begroting 2019 hebben we de budgetten op detailniveau geïndexeerd, waarbij deze € 45.000 gunstiger uitvallen ten opzichte van de Kadernota 2019.

 

Kosten organisatie (formatie datalek en privaatrechtelijke handhaving)

Op 25 mei jl. is de Europese regelgeving met betrekking tot de privacybescherming (de Algemene Verordening Gegevensbescherming – AVG) in werking getreden. Hiervoor zijn de personeelsinformatiesystemen bij de gemeente in beeld gebracht en zijn deze op een adequaat en

handhaafbaar niveau van de AVG gebracht. Onderdeel hiervan is de verplichte benoeming van een functionaris gegevensbescherming (0,5 fte).

Daarnaast was het noodzakelijk om de formatie te versterken (tijdelijk, voor 2018 en 2019) i.v.m. de privaatrechtelijke handhaving m.b.t. de fysieke leefomgeving.

 

Kosten bestuur (extra wethouder en raadsleden), incl. indexering

Na de verkiezingen 2018 is een college gevormd met één wethouder meer dan het vorige college (0,8 fte). Ook, door het passeren van de 35.000 inwoner-grens, hebben 2 extra leden plaatsgenomen in de gemeenteraad.

Hogere kosten informatie: indexering, extra modules/implementatiekosten website AVG

Ingaande 2019 worden er extra modules afgenomen. Deze extra modules betreffen: licenties Adobe cc, Windows 10 licenties, extra licenties software Soza en live chat productie. Daarnaast is er in 2019 incidenteel een bedrag benodigd voor implementatiekosten van de website als gevolg van de AVG aanbesteding. De totale verhoging voor 2019 is een bedrag van € 58.000.

 

Grondopbrengst van grond bij de Meiboom is afgeraamd

De grondopbrengst van grond bij de Meiboom is afgeboekt. Deze is opgenomen bij de grondexploitatie.

 

WMO-oude taken, incl. gevolgen doelgroepenvervoer

Het betreft hier de voorzieningen voor mensen met een beperking, die in 2017 en 2018 weer een stijgende tendens laat zien. De ramingen zijn hier op aangepast. Ook vallen hieronder de vervoersvoorziening voor mensen met een WMO-indicatie. Deze kosten zijn sterk gestegen sinds de overname van het regiovervoer door de GR Vervoersorganisatie regio Arnhem Nijmegen.

 

WMO-HbH, tariefsverhoging (AmvB reële prijs) en volumetoename

Zoals bekend zijn er de afgelopen jaren pogingen ondernomen om HBH op een afdoende, maar meer efficiënte manier in te zetten. Zoals bij meer gemeenten het geval is, heeft de rechter hier een streep doorgezet. Dit betekent dat er op dit vlak minder beheersing van budget mogelijk is dan gewenst. Wij constateren t.o.v. 2017 een sterke toename van het beroep op de regeling.

De beheersing van de kosten voor HBH worden nog verder bedreigd door de wettelijke eis dat de gemeente gehouden is aan de Algemene maatregel van bestuur (Amvb) reële kostprijs. Hierdoor stijgen de kosten per geleverd uur HBH.

 

Verschuivingen in de budgetten Masterplan Didam

Voor 2019 is geen bedrag beschikbaar voor de voorbereiding van het Masterplan Didam. Voor 2018 is een bedrag van ruim € 216.000 hiervoor beschikbaar. Dit volledige budget is voor 2018 niet geheel benodigd, waardoor bij de Bestuursrapportage 2018 een bedrag van € 50.000 wordt afgeraamd. In 2019 wordt het zelfde bedrag bijgeraamd.

 

Verschuivingen in de budgetten Innovatiefonds

Voor 2019 is een bedrag van € 100.000 beschikbaar voor het Innovatiefonds. Voor 2018 was hiervoor ook een bedrag van € 150.000 beschikbaar.

Dit volledige budget is voor 2018 niet geheel benodigd, waardoor bij de Bestuursrapportage 2018 een bedrag van € 75.000 wordt afgeraamd. In 2019 wordt het zelfde bedrag bijgeraamd.

 

Netto Algemene uitkering

De septembercirculaire is al de derde circulaire dit jaar. We hebben al twee circulaires met grote consequenties achter de rug. De maartcirculaire bevatte de vertaling van het regeerakkoord  van het nieuwe kabinet en gaf hoge accressen. De meicirculaire stond met name in het teken van de integratie van het sociaal domein in de algemene uitkering.

 

De septembercirculaire staat in het teken van de vertaling van de Miljoenennota en levert voor alle jaren een nadeel op ten opzichte van de gepresenteerde cijfers in de meicirculaire.

 

Ten opzichte van de Kadernota 2019 betekent de mei- en septembercirculaire een verder voordeel voor alle jaarschijven.

 

Septembercirculaire

Op de valreep heeft de septembercirculaire nog voor een verslechtering van de begrotingssaldi gezorgd. Voor Montferland betekent de septembercirculaire de volgende netto nadelige bijstellingen ten opzichte van de meicirculaire:

2019: -/- € 299.000

2020: -/- € 150.000

2021: -/- € 215.000

2022: -/- € 113.000

 

De nadelen worden met name veroorzaakt doordat de ruimte onder het BCF (BTW compensatiefonds) neerwaarts is bijgesteld. Gemeenten declareren hun BTW op overheidstaken bij het BTW compensatiefonds. Om te voorkomen dat er een open eind regeling ontstaat heeft de rijksoverheid een plafond aangebracht in de declaraties van ca. € 3,2 miljard.

Blijven de gezamenlijke gemeenten onder het plafond dan wordt het verschil aan het gemeentefonds toegevoegd, wordt het plafond overschreden dan wordt het verschil uit het gemeentefonds genomen. De ruimte onder het plafond is nog niet meegenomen in de gemeentefondsuitkering voor de jaren 2019 tot en met 2022. Toch mogen gemeenten hier van de provincie een voorzichtige inschatting maken, bijvoorbeeld 50 procent van de ruimte. In de meicirculaire hebben we op basis van deze lijn een structurele ruimte geraamd van € 445.000. Omdat gemeenten als gevolg van de toenemende investeringen steeds meer BTW declareren heeft het Rijk de ruimte onder het plafond neerwaarts bijgesteld met ruim € 200 miljoen. Dit betekent voor Montferland een structureel nadeel ingaande 2019 van € 181.000 ten opzichte van de meicirculaire.

Overigens is de ontwikkeling van het gemeentefonds de komende jaren vrij vlak blijkens de septembercirculaire.

 

Afval/rioolheffing: toename loonkosten / overhead / overig

Door een aantal ontwikkelingen nemen de in het tarief te verwerken kosten toe. O.a. door reguliere indexeringen, een toename van werkzaamheden door de ambtelijke organisatie, de verdubbeling van de afvalstoffenbelasting, maar ook door een hoger bedrag aan BTW bij de RDL.  

 

OZB: toename WOZ-areaal

De uitbreidingen (m.n. bij de niet-woningen) hebben geleid tot een hogere WOZ-waarde dan geraamd. De opbrengsten zijn derhalve ook hoger.  

 

Geen rentetoevoeging (inflatiecorrectie) aan reserves

De Commissie BBV heeft in de notitie rente 2017 (van juli 2016) aangegeven dat in het BBV vooralsnog de mogelijkheid blijft bestaan om een rentevergoeding (of een vergoeding voor de inflatie) aan reserves toe te rekenen en deze door te belasten aan de taakvelden. Toch adviseert de Commissie BBV in een aanbeveling om de rentevergoeding aan reserves vanwege het verlangde inzicht, de eenvoud en transparantie niet (meer) toe te passen. Op deze wijze wordt de exploitatie niet onnodig belast. Een uitzondering vormen bestemmingsreserves ter dekking van kapitaallasten.

Hier geldt dan dat de rentetoevoeging aan de reserve gelijk is aan het percentage dat bij de berekening van de kapitaallasten wordt gehanteerd.

 

Voorgesteld wordt om deze lijn van de commissie BBV te volgen. Dit betekent voor de gemeente Montferland dat we alleen nog rente toerekenen aan de reserves die dienen om kapitaallasten van te dekken (de zgn. dekkingsreserves). Dit betreffen de volgende bestemmingsreserves:

  • Kapitaallasten sportcomplex Montferland.
  • Reserve onderwijshuisvesting
  • Centrumplan Didam

 

 

De financiële consequenties bedragen afgerond € 175.000 voordelig structureel ingaande 2019.

Publicatiedatum: 27-11-2018

Inhoud