Meer
Publicatiedatum: 07-11-2017

Inhoud

Programma onderdelen

Samenvatting

Inleiding

Inleiding

Voor u ligt de begroting 2018 en de meerjarenramingen voor de periode 2019 tot en met 2021 van de gemeente Montferland. Het gemeentelijk takenpakket kenmerkt zich onverminderd door grote uitdagingen. De komende periode staan we voor de opgave om de transitiekortingen binnen de rijksbudgetten budgettair neutraal te kunnen verwerken. De organisatie is druk doende om de transformatie (oftewel ‘anders denken’) rondom de transities in gang te zetten. Met name de Jeugdzorg is nog steeds een relatief onbekende. Dezelfde onzekerheid geldt in een iets minder mate voor de Participatiewet (met name de ontwikkelingen rond Laborijn). In de raad van oktober zijn aan u voorstellen gepresenteerd die er voor moeten zorgen dat de taakstelling in het sociaal domein concreet worden ingevuld.  

 

Wederom kunnen wij u een sluitende meerjarenbegroting 2018 - 2021 aanbieden. Zowel de jaarschijf 2018 als de meerjarenraming is positief (met uitzondering van het jaar 2020).

Echter, enig "vet op de botten" is meer dan wenselijk: de onvoorspelbare Gemeentefondsuitkering heeft ons de afgelopen jaren meermalen verrast. Daarnaast geeft het onze vermogenspositie een positieve impuls: onze Algemene reserve is voldoende, maar een injectie komt ons weerstandsvermogen ten goede. 

 

In de volgende figuur is de begrotingscyclus 2018 weergegeven.

 

De begroting 2018 is de laatste begroting in deze raadsperiode en is tot stand gekomen in een periode waarin de groei van de Nederlandse economie aanhoudt. De seinen voor de Nederlandse economie staan op groen. De economische groei bedraagt in 2018 naar verwachting 2%. De stijging wordt vooral bepaald door de toename van de werkgelegenheid. De stabiele groei van de economie zorgt voor extra werkgelegenheid. De werkloosheid daalt van 4,9% in 2017 naar 4,7% in 2018. Ook de overheidsfinanciën zijn gezond, met een overschot van 0,5% in 2017 en 0,7% in 2018. In combinatie met de economische groei zorgt dit voor een daling van de nationale schuldquote naar 55%. 

Het licht voor de Nederlandse economie kan op oranje springen, als internationale onzekerheden veranderen in tegenvallers. Voorbeelden van onzekerheden zijn de uitkomst van de Brexit-onderhandelingen, de financiële stabiliteit van een aantal Zuid-Europese landen, maar ook de koers van de VS en de economische ontwikkelingen van China blijven van belang.

De begroting die nu voor u ligt is gebaseerd op de septembercirculaire. De accressen voor alle jaren zijn positiever dan bij de begroting 2017 was voorzien. Vanwege de demissionaire status van het kabinet is sprake van een beleidsarm voorjaar. Dit maakt het dat de Algemene Uitkering een onzekere factor blijft in de gemeentebegrotingen. Onze begrotingssaldi worden sterk beïnvloed door het grillige verloop hiervan.

De conclusie op dit moment is in ieder geval dat we ruim € 840.000 meer Algemene uitkering gaan ontvangen dan gepresenteerd bij de begroting 2017 (jaarschijf 2018).

Zoals hierboven al aangegeven blijven de decentralisaties onverminderd van het grootste belang voor de gemeenten. Bij de meicirculaire kwam naar voren, dat de voorgenomen overheveling per 2018 van de integratie-uitkering Sociaal Domein naar de algemene uitkering is uitgesteld. Het Rijk heeft ingestemd met het verzoek van de VNG om eerst afspraken te maken over de structurele indexering van de betreffende budgetten. Besluitvorming daarover is aan een nieuw kabinet, zodat overheveling naar verwachting niet eerder dan met ingang van 2019 kan plaatsvinden. 

Vanaf 2018 ligt er een structurele taakstelling van circa € 2,1 miljoen om de transities in het sociaal domein budgettair neutraal te laten verlopen. Inmiddels is er een pakket aan maatregelen aan u aangeboden welke er voor moet zorgen dat de taakstelling binnen het sociaal domein concreet ingevuld gaat worden. In de raad van oktober a.s. heeft u hierover besloten. In de paragraaf transities gaan we hier verder op in.

 

Montferland investeert de komende periode in maatschappelijke behoeftes

Deze coalitieperiode is er hard gewerkt binnen de gemeente Montferland. Diverse belangrijke beleidsonderwerpen zijn (met succes) opgepakt en / of afgerond. We noemen hier onder andere de kerntakendiscussie en de implementatie van de transities in onze organisatie. 

In de laatste begroting van deze raadsperiode is de uitvoering van het gemeentelijk (financieel) beleid de komende jaren aan te merken als solide.

Voor de langere termijn zijn de begrotingssaldi sluitend, maar bieden geen ruimte om structurele tegenvallers op te vangen. Wel is ons eigen vermogen van voldoende niveau om eventuele risico’s af te dekken. In de toekomst is het zaak te voorkomen dat we verder interen op ons vermogen. Dit kan alleen door te kiezen voor een behoedzaam en voorzichtig beleid de komende jaren. 

Nog steeds is en blijft de algemene uitkering de meest risicovolle post in onze gemeentebegroting. Ook dit jaar is er weer veel onduidelijkheid en onzekerheid geweest over het Rijksgeld door het uitblijven van een nieuw kabinet. Voor de korte termijn pakt dit positief uit. Maar gezien de wisselvalligheid van deze rijksuitkering kan het volgend jaar weer net zo goed anders zijn. 

Wij constateren dat de rijksuitkering voor de nieuwe taken uit het Sociaal Domein te laag zijn (m.n. voor de Jeugdzorg). Desondanks staat de gemeente voor de uitdaging om, binnen de beschikbare budgetten, de transities uit te voeren.

Inmiddels is er een pakket aan maatregelen aan de raad aangeboden dat ervoor moeten zorgen dat vanaf 2020 binnen de door het Rijk beschikbare budgetten zorg kan worden verleend. Daarnaast zijn we volop bezig slimme verbindingen te leggen binnen de zorg en meer verantwoordelijkheden bij de samenleving neer te leggen. Ook wordt er meer ingezet op informelere zorg en afname van geïndiceerde zorg. Hierbij blijft gelden dat de gemeente zorg hoog in het vaandel heeft staan. 

Ook in deze begroting staat Montferland nog steeds voor vitaliteit en eigenheid door de komende jaren te blijven investeren in de maatschappelijke vraag op het gebied van met name zorg en infrastructuur.

Projecten als "verbeteren leefbaarheid en uitstraling openbaar gebied”, “continuering van de starterslening binnen Montferland”, “verduurzaming van woningen / opwekking duurzame energie”, “saneren asbest uit woningen” en "mensen te stimuleren om langer zelfstandig te blijven wonen" zijn de pijlers voor de komende periode. Voor de langere termijn vinden onderzoeken plaats naar de toekomst van een nieuw zwembad in Didam en de realisatie van een nieuw schoolgebouw in ’s-Heerenberg. 

Tot slot zijn we wederom verheugd u een sluitende begroting 2018 – 2021 aan te kunnen bieden. 

Voor 2018 worden de belastingen voor onze burgers en bedrijven verlaagd met gemiddeld ruim 2%. 

De tarieven voor de afvalstoffenheffing gaan aanzienlijk omlaag. Daar staan lichte verhogingen voor de tarieven voor rioolheffing en OZB tegenover.

Tot slot zijn de tarieven voor de omgevingsvergunning en de toeristenbelasting op hetzelfde niveau gebleven als in 2017.

Financiën

Ons uitgangspunt is altijd geweest: een “gezonde financiële huishouding” . Dat wil zeggen: het beschikbaar hebben van voldoende middelen voor de benoemde taken.

De afgelopen jaren zijn we volop bezig geweest om onze financiële huishouding op orde te brengen.  Los van de uitdaging om de transities in het Sociaal Domein betaalbaar te maken / houden, ziet onze gemeentebegroting er stabiel uit en staan we er financieel solide voor. 

Het altijd fluctuerende Gemeentefonds lijkt voor de langere termijn positiviteit uit te stralen. Echter voor de komende jaren staat op stapel een verdere aanpassing van de verdeelsystematiek van de rijksuitkering BUIG (bijstandsuitkeringen), maar ook van de Integratie-uitkering Sociaal Domein (de transities). Dit zou de nodige gevolgen kunnen hebben voor de komende jaren. 

 

Kadernota 2018

Op 29 juni 2017 heeft u de Kadernota 2018 vastgesteld. Behalve de uitgangspunten voor de (meerjaren)begroting 2018 - 2021 zijn ook de te verwachten financiële ontwikkelingen voor de komende jaren vastgelegd.

De Kadernota 2018 liet een verslechtering zien ten opzichte van de begroting 2017. Voor 2018 werd een negatief saldo verwacht van € 116.000. De jaren daarna zou deze verbeteren tot een positief saldo van € 518.000 voor 2021 en volgende jaren.

 

Ontwikkelingen na de Kadernota 2018

Na vaststelling van de Kadernota 2018 zijn er diverse ontwikkelingen op ons afgekomen die onze financiële positie zowel positief als negatief hebben beïnvloed. Een grote ontwikkeling waar we niet onder uitkomen is de meicirculaire.

De mei- en in mindere mate de septembercirculaire, die vanwege de demissionaire status van het kabinet beleidsluw is opgesteld, heeft een stevige impact op onze begrotingssaldi zoals we die op dit moment kennen. De accressen meerjarig zijn positiever dan aangegeven bij de begroting 2017. Deze variëren van ruim € 0,8 miljoen in 2018 tot ruim € 0,6 miljoen in 2021. Het moge duidelijk zijn dat de raming van het acres een momentopname is. Dus hoe verder in de tijd, hoe minder zeker de raming van het accres. De grilligheid van de Algemene uitkering is sowieso een aandachtspunt en voorkomen dient te worden dat we hierin verrast worden (met negatieve bijstellingen en daardoor financieel in de problemen komen). 

 

Begrotingssaldo 2018 - 2021

Op basis van de bekend zijnde ontwikkelingen, sommige concreet en sommige op basis van aannames, is de conclusie dat onze begrotingssaldi zijn verslechterd ten opzichte van de vorige begroting (met uitzondering van het jaar 2018).

Onderstaand overzicht geeft het meerjarig begrotingsperspectief weer (incl. nieuw beleid).

Tabel 1: Begrotingsuitkomsten 2018- 2021 (bedrag x € 1.000, “-“= nadeel)                                                                          

  2018 2019 2020 2021
Saldo begroting 103 42 -123 0

Algemene reserve

De Algemene reserve is een belangrijke component binnen onze weerstandscapaciteit. De geraamde stand per 1 januari 2018 bedraagt afgerond € 5,1 mln. In de paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing” hebben wij de gewenste en werkelijke omvang van de Algemene reserve geactualiseerd.

Zoals uit deze paragraaf blijkt is onze weerstandscapaciteit “voldoende” (ratio is afgerond 1,3).

 

Tot slot:

Onze begrotingssaldi 2018 – 2021 zijn meerjarig reëel en structureel sluitend (met uitzondering van het jaar 2020). Ook onze Algemene Reserve is van voldoende niveau. Wel is het voor de komende jaren zaak onze financiële positie minimaal te handhaven om van "een gezonde financiële huishouding" te spreken. Dit kan alleen als er behoudend met de financiën wordt omgegaan waar goed onderbouwde en gemotiveerde besluiten aan ten grondslag liggen. Echter de maatschappelijke vraag is er één die vraagt om investeringen in met name de zorg en infrastructuur. Die wens prevaleert boven de wens om te werken aan een verbetering van onze solvabiliteit. Beide uitgangspunten gaan moeilijk samen. Het is wel gelukt om in belangrijke mate te voldoen aan de maatschappelijke vraag en de komende periode de begroting sluitend te krijgen. Dit kan niet zonder inzet van reserves.

In de toekomst is het zaak te voorkomen dat we blijven interen op ons vermogen.

Nieuw beleid 2018 - 2021

Deze raadsperiode wordt gekenmerkt door grote uitdagingen en veel nieuwe taken. Voor de kortere termijn wordt gekoerst op een solide begroting. Voor de langere termijn is de begroting sluitend, maar biedt weinig flexibiliteit om structurele tegenvallers op te vangen.

Bij de Kadernota 2018 heeft u ingestemd om voor nieuw beleid de "optie A" wensen op te nemen in deze begroting. Dit betreffen projecten als onderzoek toekomst zwembad in Didam, clustering voetbalaccommodaties en realisatie centrale huisvesting basisonderwijs in 's-Heerenberg. 

Daarnaast zijn er al enkele wensen in uw raad besproken geweest en zijn ambtelijk projecten al reeds opgestart. Voor de komende jaren is ruimte gecreëerd voor projecten zoals Masterplan Didam, starters- en blijverslening, reconstructie wegen, bomenbeleidsplan, herinrichting Graaf Hendrikstraat in Braamt, duurzaamheidslening, stimuleringslening asbest verwijderen etc.

Voor een volledig overzicht verwijzen we naar bijlage 4.1.

Woonlasten

De woonlasten (afvalstoffenheffing, rioolheffing en OZB) dalen in 2018 met ruim 2%. De daling wordt veroorzaakt door een verlaging van de tarieven voor de afvalstoffenheffing. Dit laatste is mogelijk door enerzijds een bijstelling van de uitgangspunten, i.c. een hoger aantal ledigingen dan eerder aangenomen en anderzijds gaan we de egalisatiereserve "Afvalstoffenheffing" voor een aanzienlijk bedrag aanspreken en aan onze inwoners teruggeven in de vorm van een lagere aanslag. Daar staat tegenover dat de rioolheffing conform vastgestelde GRP stijgt met 4% en de OZB met 1%. Dit laatste percentage is overigens lager dan de verwachte inflatie van 1,6%.    

Financiële uitkomsten

Financiële uitkomsten

Het begrotingsperspectief 2018 - 2021 is als volgt opgebouwd.

Tabel 2: Begrotingsuitkomsten 2018 - 2021, (bedrag x € 1.000, "-" = nadeel)

  2018 2019 2020 2021
Bestaand beleid 373 431 316 476
Af: Nieuw beleid -270 -389 -439 -476
Saldo begroting 103 42 -123 0

De voornaamste uitgangspunten en enkele kanttekeningen zijn, dat:

  • De lopende bezuinigingstaakstellingen volledig worden gerealiseerd (dus met uitzondering van hetgeen reeds als verlies is afgeboekt);
  • De lasten en baten geraamd zijn in constante prijzen, prijsniveau 2018;
  • De transities budgettair neutraal zijn opgenomen in de begroting (inclusief de korting meerjarig).

Hierna gaan we in op de onderdelen bestaand beleid.

Bestaand beleid

De Kadernota 2018, vastgesteld op 29 juni 2017, toonde aan dat het structurele begrotingsbeeld verslechterde ten opzichte van het meerjarenbeeld in de begroting 2017.

De uitkomsten van de begroting 2018 zijn voor de jaren 2018 en 2019 beter dan het geschetste beeld bij de Kadernota 2018. Vanaf 2020 is het beeld slechter.

Daarnaast wijzen we er op dat door de doorgevoerde maatregelen / taakstellingen het risico van overschrijden van budgetten groter wordt als er geen of onvoldoende maatregelen worden getroffen. Via de gebruikelijke rapportages wordt u hiervan op de hoogte gehouden.  

In de navolgende analyse geven wij de ontwikkelingen weer sinds de vaststelling van de begroting 2017. We richten ons hierbij op de jaarschijf 2018. De conclusie is dat het saldo van het bestaande beleid met € 188.000 is verbeterd.

Tabel 3: van begroting 2017 naar begroting 2018, (bedrag x € 1.000, "-" = nadeel)

Analyse t.o.v. begroting 2017 (jr. 2018)
Verwacht saldo jaarschijf 2018 185 V
Reeds voorzien in de Kadernota 2018 (blz. 11 en 12) 98 V
     
Loonkosten personeel (CAO en stijging wettelijke premies) -675 N
Prijsstijgingen (incl. budgetsubsidies) -456 N
- dekking door verhoging OZB 165 V
- compensatie gemeentefonds (hoger accres) 644 V
Subtotaal nominale ontwikkelingen -322 N
Hogere kosten informatie: uitbreiding diverse hardware en software modules -116 N
Peuterspeelzalen: minder subsidieverstr aan ouders door bijdr Belastingdienst 145 V
Vervallen bijdrage Topsportevenementen i.v.m. overschrijding NK wielrennen 100 V
Extra uitgaven wegenbeleidsplan -77 N
Realistisch ramen WMO-oude taken, incl. gevolgen doelgroepenvervoer -240 N
Bijstelling WMO-HbH, gesaldeerd met hogere IU HbH -200 N
Uitv. WSW: begeleid werken groenploeg/dekkingsbijdrage doelgroep Presikhaaf -400 N
Doorberekening overhead investeringen/grondexploitatie -120 N
Verschuivingen in de budgetten Masterplan Didam 77 V
Netto Algemene uitkering, prijsniveau 2017 846 V
Afvalstoffenheffing: bijdrage reserve en lagere kosten 74 V
Incidentele afboeking risicostelpost KTD (restant voor 2018) 73 V
Neerwaartse bijstelling ontvangsten begraafrechten -93 N
Screening begroting 2017 - 2020 338 V
Overig 5 V
Totaal mutaties 188 V
Saldo bestaand beleid begroting 2017 373 V

  

De afwijkingen zullen we toelichten:

 

Loon- en prijsstijgingen (incl. formatiebesluiten)

Algemeen:

In de Kadernota 2018 is opgenomen dat de (netto) meerkosten ten opzichte van de begroting 2017 € 322.000 structureel bedragen. De begroting 2018 loopt hier mee in de pas. 

Loonkosten:
De stijging van de loonsom wordt volledig veroorzaakt door niet-beïnvloedbare cao-ontwikkelingen en stijging van wettelijke premies. Deze gaan uit boven de prognoses uit de Kadernota 2018, maar voor deze meerkosten vindt compensatie plaats middels de Algemene uitkering.   

Prijsstijgingen:

Voor de inflatiegevoelige uitgaven zijn we uitgegaan van een inflatieaanpassing met 1,6% en een prijsaanpassing van de budgetsubsidies met 2,13%, beide cf. Kadernota 2018. 

Hogere kosten informatie

Vanaf 2017 hebben we hogere kosten door uitbreiding van diverse modules voor een bedrag van € 34.000. Daarnaast is structureel € 20.000 benodigd voor informatiebeveiliging (o.a. datalek) en
€ 5.500 in verband met de aanschaf van een tool voor online media monitoring en webcare. Ook voor nieuwe ontwikkelingen als E-facturen, berichtenverkeer WOZ en Mijnoverheid Datab zijn aanvullend bedragen geraamd.

Tenslotte wordt in 2018 incidenteel een bedrag van € 20.000 geraamd voor begeleiding rond de aanbesteding van telefonie. 

Peuterspeelzalen

Het structurele voordeel wordt met name veroorzaakt doordat er minder subsidie verstrekt wordt. Bij de berekening van het subsidie wordt rekening gehouden met de bijdrage die ouders van de Belastingdienst ontvangen. In de praktijk blijken meer ouders een bijdrage van de Belastingdienst te krijgen, dan oorspronkelijk geraamd. Hierdoor wordt ruim € 100.000 minder uitgegeven aan subsidie.

Vervallen bijdrage topsportevenementen

Ter compensatie van de overschrijding van het budget NK wielrennen is het budget voor 2018 en 2019 afgeraamd met € 100.000. In de bestuursrapportage 2017 is een stelpost opgenomen van
€ 400.000 als gevolg van de organisatie van het NK Wielrennen. De budgetten voor de komende jaren zijn reeds in 2017 ingezet. Daarom wordt zowel het budget voor 2018 als voor 2019 afgeraamd. 

Extra uitgaven wegenbeleidsplan

In de jaren 2015 en 2016 is, als bezuinigingsmaatregel, respectievelijk € 200.000 en € 300.000 minder toegevoegd aan de voorziening groot onderhoud wegen. In 2017 is het beheerplan geactualiseerd, mede ook om de consequenties van de bezuinigingsmaatregel inzichtelijk te maken. De éénmalige kosten voor het actualiseren van de wegenlegger bedragen € 25.000 in 2018. De jaarlijkse investering van € 530.000 voor het vervangen / herinrichten van verhardingen is betrokken bij het onderdeel nieuw beleid begroting 2018. De bijbehorende kapitaallasten bedragen € 37.100 in 2019, € 74.200 in 2020 en € 111.300 in 2021. 

Realistisch ramen WMO-oude taken (incl. gevolgen doelgroepenvervoer)

Betreft hier m.n. uitgaven voor de vm. gehandicaptenvoorzieningen. De afgelopen jaren zijn deze uitgaven gedaald en is de raming aangepast. Helaas zien we nu weer een stijging van de uitgaven. We schatten de structurele bijstelling in op € 100.000. Daarnaast zorgt het nieuwe Doelgroepenvervoer regio Arnhem-Nijmegen (DRAN) voor meerkosten: voorlopig ramen we € 140.000 bij.  

Bijstelling WMO-HbH

O.b.v. het eerste halfjaar 2017 hebben we zicht gekregen op de uitgavenontwikkeling, dus na het loslaten van de resultaatfinanciering bij een “Schoon en leefbaar huis”. De reeds ingecalculeerde netto meerkosten van € 500.000 zijn nog ca. € 325.000 hoger. Via de Integratie-uitkering HbH (onderdeel van Gemeentefonds) wordt een hogere uitkering ontvangen van ca. € 125.000. Netto meerkosten derhalve € 200.000.  

Uitvoering WSW: begeleid werken groenploeg / dekkingsbijdrage doelgroep Presikhaaf

Begeleid werken groenploeg

De lasten en baten van de begeleid werken constructie voor de groenploeg zijn afgezet tegen de huidige lasten en baten van de detacheringsovereenkomst van de groenploeg. Door te kiezen voor begeleid werken vervallen de bestaande lasten van de detacheringsovereenkomst. Daar komen de salariskosten en werkgeverslasten (samen: loonkosten) voor in de plaats. Naast loonkosten, brengt begeleid werken ook kosten voor begeleiding met zich mee en kosten voor ondersteunende diensten. Voorbeelden hiervan zijn P&O, bedrijfsmaatschappelijk werk en Arbo-ondersteuning. Een inschatting van deze kosten is opgesteld. Tot slot ontvangt Montferland bij begeleid werken een loonkostensubsidie van Laborijn. Er is uitgegaan van een gemiddelde loonkostensubsidie van 50% voor de hele groenploeg. De meerkosten bedragen circa € 241.000 structureel. De kosten van de groenploeg zal de komende jaren afnemen, doordat het aantal Wsw-ers gestaag zal dalen. Nieuwe instroom vindt plaats vanuit de Participatiewet. Daarmee wordt de groenploeg een gemeentelijk instrument gericht op arbeidsintegratie van mensen met onder andere een arbeidsbeperking. 

Dekkingsbijdrage doelgroep Presikhaaf

Met Laborijn is de principe-afspraak gemaakt dat de overgang van de Wsw-werknemers van Presikhaaf geen nadelige financiële effecten voor Laborijn mag opleveren. Omdat de verhouding tussen de opbrengsten en kosten van de Wsw-werknemers van Presikhaaf negatiever is in vergelijking met de doelgroep van Laborijn, moeten Laborijn en Montferland een aanvullende dekkingsbijdrage overeenkomen. Dit is momenteel onderwerp van gesprek. In de prognose wordt rekening gehouden met een voorlopige bandbreedte voor deze kosten van tussen de € 87.000 en de € 350.000. Voorlopig doen we in deze begroting een aanname voor een bedrag van € 159.000 voor 2018 en deze wordt de jaren erop afgebouwd met € 50.000 per jaar.

 

Doorberekening overhead investeringen / grondexploitatie

De verminderde ambtelijke inzet voor projectplannen Grondexploitatie en overige investeringsprojecten gaat gepaard met een verschuiving van deze inzet naar de exploitatiesfeer (dus reguliere begroting). Dientengevolge komen meer loonkosten en overhead voor rekening van de reguliere begroting.  

Verschuivingen in de budgetten Masterplan Didam

In 2018 is € 200.000 beschikbaar voor de voorbereiding van het Masterplan Didam. Voor 2017 is het budget niet toereikend. Bij de bestuursrapportage 2017 wordt een bedrag van € 77.000 bijgeraamd. In 2018 wordt hetzelfde bedrag afgeraamd. 

Netto Algemene uitkering (excl. loon- en prijscorrecties 2018)

Voorlopig ziet het er financieel gezien goed uit voor de gemeenten voor wat betreft de Algemene uitkering uit het gemeentefonds. 

Voor Montferland betekent de septembercirculaire de volgende netto positieve bijstellingen ten opzichte van de Kadernota 2018: 
2018: € 846.000
2019: € 701.000
2020: € 522.000
2021: € 609.000

 

Afvalstoffenheffing

De bijstellingen (aantal ledigingen Diftar, aanwending reserve Afvalstoffenheffing) leiden er toe dat de heffing 100% kostendekkend is (was in 2017 96%). Hierdoor kunnen de volledige lasten worden gedekt uit de opbrengsten.

Incidentele afboeking risicostelpost Kerntakendiscussie (restant voor 2018)

In de begroting is een stelpost van € 250.000 structureel verwerkt als opvang voor de kerntakendiscussie. De laatste stap van de kerntakendiscussie stokt op enkele onderdelen, maar onveranderd wordt uitgegaan van realisering. Naar de huidige inzichten kan van de stelpost in 2018 € 73.000 vrijvallen. 

Neerwaartse bijstelling ontvangsten begraafrechten

De begraafrechten zijn neerwaarts bijgesteld aangezien het aantal verlengingen lager ligt dan we oorspronkelijk hadden begroot. Deze ontwikkeling heeft zich ook in de eerste helft van 2017 laten zien en de verwachting is dat deze tendens structureel zal worden. 

Screening begroting 2017 - 2020

Bij de Kadernota 2018 is gemeld dat er een screening heeft plaatsgevonden op beheersniveau (laagste niveau), waarbij geraamde budgetten zijn afgezet tegen de werkelijke uitgaven 2014 – 2016. Hierbij is gesteld dat enkele onderwerpen nog nader moesten worden onderzocht.

In de Kadernota  is een bedrag van structureel € 250.000 hiervoor ingeboekt. Bij de begroting 2018 – 2021 is gebleken dat de screening hoger is uitgevallen, namelijk € 338.000. Ten opzichte van de Kadernota 2018 een voordeel van € 88.000.

Kerntakendiscussie - eindrapportage

Voorgeschiedenis

In 2014 werd duidelijk dat de begroting in meerjarig perspectief uit het lood ging lopen: er werden structurele tekorten begroot, waardoor het gemeentelijke huishoudboekje geen gezond perspectief meer bood. Om adequaat te reageren op die situatie is besloten een kerntakendiscussie te starten waaruit ombuigingen zouden voortvloeien die weer zouden leiden tot een evenwichtig financieel perspectief. 

De afgelopen periode bent u – met name via de P&C-cyclus – telkens geïnformeerd over de vorderingen van de diverse activiteiten om de gestelde (financiële) doelstellingen te realiseren. Wij zijn van mening dat de tijd rijp is om de kerntakendiscussie 2014-2018 (KTD) financieel en bestuurlijk af te ronden. 

Het besluit van de kerntakendiscussie en de bezuinigingstaakstelling is door uw raad geformuleerd tijdens de behandeling van de begroting 2015 en meerjarenbegroting 2016-2018. Het KTD-besluit is vooraf gegaan door een uitgebreid besluitvormingstraject waarbij uw raad ook een (vertegenwoordiging uit) de samenleving heeft betrokken. 

In november 2014 heeft u uiteindelijk (geamendeerd) besloten in te stemmen met de hoofdpunten van de kerntakendiscussie. De taakstellingen die hieruit volgden zijn verwerkt in de begroting 2015 en verder. De totale te realiseren ombuigingen beliepen een bedrag van € 2,7 mln.

Resultaten

De taakstellingen vielen uiteen in zeven hoofdthema’s. De hoofdlijnen van de resultaten van de kerntakendiscussie rapporteren wij in volgorde van de destijds gebruikte indeling. Voor een gedetailleerde rapportage verwijzen wij naar de monitor (zie 4 Bijlagen, 4.6 Monitor KTD 2014).

Accommodaties

Het thema accommodaties viel uiteen in zwembaden, accommodaties en voetbalaccommodaties. De boodschap was in feite tweeledig: het in eigendom hebben en beheren van vastgoed is geen gemeentelijke kerntaak en er dient een ombuiging te worden gerealiseerd van € 586.000 (structureel). De realisering (al dan niet) van de taakstellingen hebben veel aandacht gekregen binnen en buiten uw raad en hebben zeker ook veel inzet gevraagd. Als voorbeelden hiervan worden genoemd de discussie omtrent zwembad De Hoevert, de dorpshuizen in bijvoorbeeld Loil, Nieuw-Dijk en Zeddam, het Stichting Senioren Kontakt te Didam en de voetbalaccommodaties. Inmiddels zijn we zo ver dat door uw raad besluiten zijn genomen over vijf welzijnsaccommodaties en over zwembad De Hoevert. Uitwerking vindt op dit moment plaats. 

Ook is een aantal van onze gebouwen afgestoten, waarbij bijvoorbeeld kunnen worden genoemd het mortuarium in Didam, de voormalige basisschool in Loerbeek  en het voormalige NME-gebouw in ’s-Heerenberg. 

Helaas hebben we moeten constateren dat voor het realiseren van de taakstelling op de voetbalaccommodaties nog een lange weg te gaan is. Uw raad heeft de realisatiedatum doorgeschoven naar eind 2019. Het initiatief voor de volgende fase ligt bij de voetbalverenigingen. In deze meerjarenbegroting is de besparing ingaande 2020 nog steeds opgenomen. 

De uitwerking van overdracht van accommodaties/gebouwen in en aan de kernen is zowel ambtelijk, bestuurlijk als maatschappelijk een weerbarstig proces. Er is geen blauwdruk, het is maatwerk per kern, het creëren van draagvlak vergt tijd en financiële mogelijkheden zijn beperkt. Het uitgangspunt dat het vervreemden van een gebouw ook een verkoopopbrengst genereert, is maar in een enkel geval gerealiseerd. 

Subsidies

Binnen het gemeentelijke subsidiepakket is voor € 468.000 aan ombuigingen neergelegd. Deze zijn neergelegd bij zowel de vrijwilligers- als bij de professionele organisaties. Het leeuwendeel, circa
€ 319.000, is neergelegd bij instellingen als Welcom, de Bibliotheek en de Muziekschool. In dezelfde periode is ook de gemeentelijke subsidiesystematiek aan een update onderworpen. Uiteindelijk hebben beide acties geleid tot de realisering van 95% van de taakstelling als geformuleerd in de KTD. Met een enkele instelling bestaat nog discussie over de wijze van realisering (Muziekschool Oost-Gelderland), maar voor het overige zijn de bedragen gerealiseerd. 

Openbare ruimte

Op het gebied van de openbare ruimte zijn diverse besluiten genomen die tot een kostenverlaging moesten leiden. Voorbeelden hiervan zijn iBor (waarover u nadien een afzonderlijk besluit heeft genomen), het terugbrengen van onderhoud en veegronden en minder reiniging (afval en hondenpoep). Deze acties zijn doorgevoerd in de werkprocessen van onze buitendienst. Dit heeft een besparing van € 235.000 gegenereerd. 

Een drietal begrotingen verder zien we wel dat de budgetten wegenonderhoud weer stijgen. Dit baart ons vanuit een financieel perspectief zorgen. 

Ruimtelijke ordening

Deregulering was het toverwoord binnen de ruimtelijke ordening; zo hebben we minder eisen gesteld aan archeologie en is de welstandscommissie opgeheven. Een administratieve lastenvermindering voor onze inwoners ging gepaard met een kostenverlaging van € 36.000. 

Regionale samenwerking

Na een aantal jaren onderdeel te hebben uitgemaakt van twee regio’s (Arnhem-Nijmegen en Achterhoek) is bij de KTD besloten hier een definitieve keuze in te maken. Inmiddels is met de regiogemeenten overeenstemming bereikt over uittreding uit de GR Achterhoek. Daarnaast is de Stadsregio Arnhem-Nijmegen opgeheven. Daarvoor in de plaats is het gemeenschappelijk orgaan regio Arnhem-Nijmegen in het leven geroepen waaraan de gemeente deelneemt. 

Overige

Tot slot is besloten op een aantal andere fronten besparingen te realiseren. Zo is op het minimabeleid een taakstelling van € 75.000 opgelegd en is de financiering ter grootte van € 67.000 van de NME beëindigd. 

Bedrijfsvoering

Aan de organisatie is een taakstelling van € 800.000 opgelegd. Deze is per jaarschijf opgebouwd van € 200.000 in 2015 tot € 800.000 (structureel) vanaf 2018. Direct na vaststelling van uw besluit is het management van de organisatie aan de slag gegaan met deze uitdaging. Inmiddels kunnen wij stellen dat we geslaagd zijn in de opzet; het gevraagde bedrag is structureel vrijgevallen, namelijk € 805.000. Invulling was mogelijk zonder frictiekosten door gebruik te maken van natuurlijk verloop, het intern opvullen van openstaande vacatures en het afscheid nemen van medewerkers. Hiervoor hebben wij de reserve kwaliteit personeel ingezet.

KTD – niet gerealiseerd

In eerste instantie was de bezuinigingstaakstelling op de taken € 2,0. In de aanloop naar de begroting 2015 en gedurende de operationele fase van de KTD werd duidelijk dat een hogere taakstelling onvermijdelijk was. De meerjarencijfers toonden vanaf 2018 een begrotingstekort van ruim € 2,2 miljoen. Daarnaast  was het noodzakelijk voldoende buffer in de taakstelling op te nemen om tegenvallende ombuigingen op te kunnen vangen. De taakstelling van de KTD is daarom minimaal op € 2,6 miljoen vastgesteld; het definitieve KTD-besluit kwam uit op € 2,7 miljoen.

In de onderstaande tabel is per thema de taakstelling, de realisatie en het resultaat weergegeven.

 

Tabel: Financiële uitkomsten KTD

Thema

KTD-besluit

Gerealiseerd

Resultaat

Accommodaties

554.000

274.000

49%

Subsidies

436.000

444.000

102%

Openbare Ruimte

235.000

235.000

100%

Ruimtelijke Ordening

36.000

36.000

100%

Regiokeuze

270.000

217.000

80%

Overige

326.000

200.000

61%

Bedrijfsvoering

800.000

805.000

101%

Totaal

2.657.000

2.211.000

83%

 

Op een aantal onderdelen is de taakstelling dus niet gerealiseerd. Het spreekt voor zich dat hierover in het kader van de P&C-cyclus aan uw raad is gerapporteerd.

Het meest in het oog springen:

  • VNOG:

    • korting van 5% € 55.000
    • ‘inverdieneffecten MOED’ € 50.000;
  • Voetbalaccommodaties, de bundeling en/of kostenbesparing € 200.000;
  • Zwembaden, de exploitatie van de sporthal annex zwembad te ’s-Heerenberg is juridisch dicht getimmerd € 50.000;
  • Regionale samenwerking, de stadsregio is opgeheven maar de gemeente neemt weer deel aan de opvolger, het gemeenschappelijk orgaan regio Arnhem-Nijmegen € 54.000.

     

    Van een aantal ingeboekte bezuinigingen moet gemeld worden dat daaraan een risico voor de meerjarenbegroting 2019-2021 verbonden is. Er is daarom al bij de begroting 2017 een stelpost niet te realiseren KTD van € 250.000 opgenomen. Te noemen zijn de voetbalaccommodaties (vanaf 2020), het zwembad te ‘s-Heerenberg (vanaf 2021) en de Muziekschool Oost-Gelderland. Wij gaan er thans van uit de stelpost voldoende dekking biedt.

Uitputting reserve ontvlechtingskosten KTD

Voor het dekken van frictie- en ontvlechtingskosten, desinvesteringen vervreemde gebouwen, verkoop- en verhuiskosten en overige éénmalige kosten te nemen maatregelen is een reserve gevormd van € 1,9 miljoen.

 

Tabel: Uitputting reserve KTD

bedragen x € 1

Vorming reserve

1.900.000

·         Vervreemden welzijnsaccommodaties/gebouwen 

-1.075.000

·         Zwembad de Hoevert; beëindiging en ontvlechting

-260.000

·         Regio Achterhoek; uittreedvergoeding (afbouw 5 jaar)

-414.000

·         Overige, diverse

-47.000

Saldo, eind juli 2017

104.000

Conclusie

De taakstellingen die voortvloeiden uit de KTD zijn voor een belangrijk deel (83%)  gerealiseerd: een bedrag van € 2,2 miljoen. Op de onderdelen die niet zijn gerealiseerd zijn of worden heeft in elk geval besluitvorming plaatsgehad. Dit betekent dat wij u – als onderdeel van de besluitvorming bij de vaststelling van de begroting 2018 e.v. – voorstellen de KTD af te ronden.

http://www.onafhankelijkrijswijk.nl/wp-content/uploads/2014/03/3997484890.jpg