Meer
Publicatiedatum: 07-11-2017

Inhoud

Programma onderdelen

Inleiding programma's

Inleiding programma's

Vernieuwing op grond van BBV

Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is per 1 april 2016 gewijzigd.  De meeste aanpassingen waren reeds in de begroting 2017  verwerkt. In deze begroting is het verder verfijnd.  Per programma is onder het kopje "Verbonden partijen" weergegeven welke bijdrage aan het programma geleverd wordt door de verbonden partij.

De vastgestelde programma's zijn:

1 Relatie inwoners en bestuur

2 Ruimtelijke ontwikkeling

3 Beheer leefomgeving

4 Economie en toerisme

5 Gezondheid en bevordering gezonde leefstijl

6 Jeugd, onderwijs en cultuur

7 Maatschappelijke ondersteuning en veiligheid

8 Werk en inkomen

De twee verplichte overzichten zijn:

  • Algemene dekkingsmiddelen
  • Overhead, ondersteuning organisatie en bestuur

Vanaf 2017 is het uitgangspunt voor de bedrijfskosten dat deze kosten zoveel mogelijk direct worden toegerekend aan de primaire taken/activiteiten/producten die  gericht op de externe klant.  De overheadkosten mogen niet meer toegerekend worden aan de programma's.  De overheadkosten worden verzameld  en verantwoord in bovengenoemd overzicht.

Samenstellen programmabegroting

Bij de voorbereiding van de programmabegroting speelt het programmateam een grote rol. De programmateams bestaan uit medewerkers die taakvelden beheren die in het betreffende programma zijn ondergebracht. De programmacoördinatoren stemmen belangrijke onderdelen van hun programma met elkaar af.  Een interne redactiecommissie doet een eerste screening van de voorstellen van de programmateams om de eenduidigheid waarmee de programmabegroting zelf wordt gevuld te bewaken. Er is wederom nadrukkelijk gestuurd op het formuleren van meetbare doelen bij de eerste W-vraag en het daarbij aangeven van relevante indicatoren voor het realiseren van deze doelen. Van een aantal indicatoren moet nog een nulmeting worden uitgevoerd om een startsituatie te kunnen ijken. Dit speelt vooral in het sociaal domein omdat er nog veel nieuwe indicatoren moesten worden ontwikkeld waarvoor nog geen historische gegevens voorhanden zijn. Daarnaast is getracht de, op grond van het gewijzigde BBV,  verplichte indicatoren in te passen. 

De programmabegroting ontwikkelt zich op deze wijze steeds meer als een instrument voor de gemeenteraad om haar strategische en beleidvaststellende rol te kunnen invullen. Daarnaast ontwikkelt de programmabegroting zich als instrument voor het college en het management om daadwerkelijk te kunnen sturen op de door de gemeenteraad vastgestelde strategische doelen. De concrete activiteiten van de gemeente om deze doelen te realiseren zijn direct gekoppeld aan de individuele werkplannen van onze medewerkers. Aldus is resultaatgericht werken niet alleen in de HRM-cyclus, maar ook in de beleidscyclus geborgd.

Het budgetrecht in relatie tot de "dagelijkse-gang-van-zaken" en bouwgrondexploitatie

De raad heeft het budgetrecht. Door het vaststellen van de begroting worden de in de programma's opgenomen totale baten, lasten en mutaties in de reserves geautoriseerd. Deze totale baten, lasten en mutaties reserve hebben voor een groot deel betrekking op de  "dagelijkse-gang-van-zaken"  en niet op de geformuleerde doelstellingen (1e W-vraag) en activiteiten (2e W-vraag). Het is daardoor mogelijk dat een onderdeel van het programma niet voorzien is van een 1e en 2e W-vraag. 

De bouwgrondexploitatie (verder: GREX) kent een cyclus van meerdere jaren.  Bij het vaststellen van een exploitatieplan door de gemeenteraad wordt tevens de exploitatieopzet vastgesteld en stelt de gemeenteraad de benodigde kredieten voor de gehele exploitatieduur vast. De GREX past als zodanig niet in de jaarcyclus van de programmabegroting. In de programma's 2 Ruimtelijke ontwikkeling t.b.v. de woningbouw en 4 Economie en toerisme t.b.v. bedrijventerreinen zijn daarom op voorhand geen jaarbudgetten voor de GREX geraamd.  Het opnemen van de jaarbudgetten geschiedt in de loop van het begrotingsjaar op basis van de bij de jaarrekening (jaar t-2: voor 2018 de jaarrekening 2016) geactualiseerde exploitatieopzetten de herziene meerjarige kredieten voor grondverwerving, bouwrijp- en woon rijp maken herzien. Het college is bevoegd dit uit te voeren met dien verstande dat er niet meer lasten of minder baten geraamd kunnen worden dan taakstellend door de gemeenteraad beschikbaar is gesteld via de vastgestelde (herziene) exploitatieopzetten.